LianneMichelBirmaLianne en Michel reizen met hun zoon door Birma en Thailand (Birma)
28 juni - 28 juli 2013

Kleine kinderen worden groot. En zo kan het gebeuren dat in de zomer van 2013 Lianne en Michel niet met drie, maar met nog maar één kind, Ruben (14), rondreizen in Birma. Gelukkig sluit hierna dochter Iris met haar vriend aan in Bangkok zodat ze toch nog even met z'n vijven zijn.


Door: Lianne Bosch


Mingalabar
Zondag 30 juni 2013. Yangon, Birma.

Heerlijk uitgeslapen na een gebroken nacht in het vliegtuig, daar wordt je weer mens van. Een strakblauwe lucht en een zon die je toelachen. Eerst maar eens even informeren of de rugzak van Ruben al terecht is. De conciërge weet van niets en laat me alle koffers zien die er in bewaring staan. Jammer, dan maar even bellen met Etihad, maar die nemen niet op. Na het ontbijt nog maar eens proberen.

Het ontbijt is in buffetvorm en zoals je bij een vier sterren hotel kan verwachten. Overdreven uitgebreid met alles er op en er aan. We laten het ons dan ook goed smaken. Net voor we de deur uit willen gaan, wordt er geklopt. De rugzak is toch gearriveerd en ze komen 'm even afgeven. Die is gelukkig terecht, want het is toch fijn als je weer een schone onderbroek aan kunt trekken.

Vanuit onze kamer kijken we uit op een tempel en die gaan we bekijken. De Wat Don Muang is heel groots, met veel blingbling en redelijk recent gebouwd. We kunnen er alleen omheen, maar niet in. Dan het buurtje maar eens verkennen. Het is inmiddels bloedheet, het zonnetje steekt. Vergeten in te smeren. Via een kanaaltje in een wat minder buurtje komen we op een overdekte markt. Een feest voor al je zintuigen. Stapels verse rode rambutans, stekelige doerians, en groente in overvloed.

bangkok-airport-040 (320x240)bangkok-airport-047 (181x240)

Voor de lunch strijken we neer in een ander no-name restaurant langs de grote weg. We bestellen hier twee noodle-soepjes met kip en macaroni voor Ruben. Mevrouw snapt eerst niet wat we bedoelen, maar met wat handen en voeten werk wijs ik de zak macaroni aan, en ze fabriceert hier een fijn maaltje van met tomatensaus en geroerbakt ei. De schade voor deze lunch is 140 Bath, zo'n 3,50 Euro voor ons drieën!

Na de middag lopen we via de overdekte brug naar het Don Muang Airport. Hier checken we in en dan begint het lange wachten, want de vlucht blijkt anderhalf uur vertraging te hebben. Nee he, niet weer! Uiteindelijk stijgen we op iets na zessen, om een uurtje later te landen in een schemerig Yangon. Welkom in Myanmar, Mingalabar zeggen ze hier.

We sluiten aan in de lange rij voor immigration. Aangezien er veel ijverige ambtenaren zitten vallen de wachttijden toch mee. Wel valt er nog een keer de stroom uit, en wachten we verder in het pikkedonker. Na de douane gaan we cash dollars omwisselen bij een bank. We krijgen een goede koers denken we, 969 Birmese Kyatts voor een USD. Met een hele stapel Kyatts begeven we ons richting de taxi's. Binnen zijn de prijzen hoger dan buiten, en na onderhandelen komen we uit op 6000 Kyatt voor de rit naar het hotel. Wat onderweg opvalt is dat het hier moderner lijkt dan we dachten. Veel Engelse opschriften, het stuur van de auto zit rechts, maar ze rijden hier ook gewoon rechts, niet heel handig dus. Verder best veel 'dikke auto's', hoe kan dat? En mannen in rokken, de nationale dracht. Ook vangen we nog een glimp op van de Schwedagon Paya, de gouden pagoda die we morgen zullen bezoeken. Bij de Mayflower Inn hebben we gereserveerd, via Elles, maanden geleden. En hoewel ze nauwelijks op mijn mails reageerden wisten ze van onze komst. We worden verwelkomt met een citroendrankje van het huis. Mingalaba!

De kamer is prima in orde, deze keer wel met een extra bed. In het donker verkennen we de buurt waar we zitten. Er is nog veel open, en we drinken een koffie in een best wel hippe tent, de Innwa. Hier verkopen ze ook heerlijke gebakjes (nou ja ze zien er in elk geval heerlijk uit maar nog niet geprobeerd) en ook Europees en Birmees eten. Misschien is dit wel een optie voor morgen. Ook de milkshake van Ruben is een aanrader.

 

Een gouden sprookje
Maandag 1 juli 2013. Yangon, Birma.

Het eerste wat we checken deze ochtend is het weer: en het valt nog niet tegen, lekker zonnig en heet. Het ontbijt is in de dining room, een hok zonder ramen. Er staan drie man zeer vriendelijk lachend personeel klaar om ons te voorzien van toast, jam en een eitje. De thee is veel te sterk, gezet met een zakje waar je makkelijk een hele pot van kan zetten. Gewoon vriendelijk teruglachen maar.

Na het ontbijt komen de dames van het reisbureau Seven Diamonds Travel naar ons hotel om de vouchers en tickets af te geven en de dollars in ontvangst te nemen. De vliegtickets worden ter plekke met de hand uitgeschreven, heel nostalgisch. We gaan op pad, we willen de walking tour uit de Lonely Planet gaan doen. Omdat we dichter bij het eindpunt dan bij het begin zitten lopen we de route omgekeerd. We komen langs allerlei koloniale gebouwen, door de Indiase wijk en langs pagoda's. In Little India bezoeken we de kleurrijke Hindu tempel Sri Kali, en iets verderop een de Moseah Yeshua Synagoge. De heren krijgen hier een keppeltje op. Ook schuilen we voor de eerste bui van vandaag in deze synagoge.

Bij Schwe Bali drinken we een lassi, een verfrissende joghurtdrank uit India. De gouden Sule Paya glittert ons al van verre tegemoet. In het koloniale Strand Hotel nemen we een kijkje en zouden we wat willen drinken, maar aangezien alles in USD is geprijsd zien we hier van af. We lunchen in een hip tentje, Café KSS. Modern interieur, en een fusion menukaart. Ruben eet zijn allereerste kipschnitzel in Birma (en hoopt dat er nog vele zullen volgen) wij eten local/Thai. Het smaakt hier allemaal supergoed!

's Middags gaan we weer op pad, met de taxi naar de Chaukhtatgyi Paya, een tempel bij de meren met een supergrote liggende Boeddha. Nou, het is inderdaad een  joekel van een ding. Met een wit gezicht, serene blik en een mantel bezet met glimmende edelstenen neemt hij een hele hal in beslag. Je moet op een trapje op een uitzichtplatformpje om het hele ding te kunnen overzien zo groot dat 'ie' is. Opmerkelijk detail; er is hier buiten ons geen buitenlander te bekennen terwijl dit echt een hele bijzondere tempel is! Weer terug beneden horen we het in de verte rommelen en behoorlijk donker worden. Er is iets in de maak!

Met de taxi gaan we naar de must-see van Yangon, de Schwedagon Paya, de gouden pagoda. Ondertussen is er een nieuwe heftige moessonbui losgebasten en kunnen we schuilen in de overdekte opgang naar de pagoda. Ook Barack Obama heeft deze tempel bezocht toen hij hier onlangs op bezoek was. Deze tempel overtreft alle verwachtingen die we hadden. Zo groots, zo mooi, zo overweldigend en zó góud! Het is echt in de categorie goud-gouder-goudst! We blijven hier een aantal uren rondkijken en ons vergapen aan alle pracht en praal. Een monnik knoopt een praatje met ons aan, hij wil zijn Engels oefenen. En we ontmoeten een jong nederlands stel die een wereldreis maken van een jaar. Wow!

yangon-178 (320x240)yangon-201 (320x240)

De Schwedagon Paya is een supergrote hoge gouden pagoda, met daaromheen nog talloze andere kleine en grotere tempeltjes. Er staan alles bij elkaar wel duizenden Boedhha's in allerlei maten. Veel van de Boeddha's zijn verlicht met hele kitscherige aura's om hun hoofd die aan- en uitknipperen in heftige felle ledkleurtjes. Overal zitten mensen te bidden of ze zijn rond de grote pagoda aan het lopen. Veel monniken, zowel mannelijke in het oranje, als nonnen die je kunt herkennen aan de roze kledij. Alle monniken hebben het hoofd kaal. Dan wordt het langzaam donker, en de pagoda wordt aan alle kanten verlicht. Er worden kaarsen aangestoken, en de sfeer wordt nog specialer. Dit is een uniek moment. Nog eenmaal lopen we een ronde rondom de Schwedagon, maar dan begint een nieuwe moessonbui, ditmaal nog ongenadiger dan de vorige. De regencapes zijn niet voor niets mee op reis genomen deze keer. We besluiten om direct terug te gaan naar het hotel met de taxi en daar ergens te gaan eten. Bij de Innwa besteld Ruben een pizza, en wij lokale gerechten. De twee lokale gerechten kosten samen even veel als de pizza. We krijgen ook nog allemaal een kopje soep van het huis en thee aangeboden. Het smaakt allemaal heerlijk!


Naar het Inle Meer
Dinsdag 2 juli 2013. Nyaungshwe, Birma.

Wakker worden in Yangon voor de laatste keer. De zon schijnt gelukkig weer en dat is fijn. In de ontbijtzaal worden we enthousiast ontvangen door het team. Men komt opgetogen vertellen dat er vandaag ook fried rice is voor het ontbijt. Nou toppie, maar dat gaan we echt niet bestellen! Wat we wel gaan bestellen zijn wentelteefjes, er stond iets van breadcams op het menu, maar geen idee wat dat waren. Het bleken warempel wentelteefjes te zijn, net als thuis, alleen de kaneel ontbrak er nog aan.

Daarna op naar het vliegveld wat toch snel een uur rijden is met de huidige verkeersinfarcten in Yangon. We komen langs de Schwedagon Paya die we gisteren in de stromende regen verlieten. Het mannetje dropt ons heel logisch bij de departures, maar dit blijken de internationale vluchten te zijn. De domestic flights blijken te vertrekken van een ander gebouw, zo'n vijf minuten van hier. Allez, de rugzakken opgehesen en daar gaan we, je bent een backpacker of niet! Bij de domestic flights worden we wederom heel enthousiast ontvangen. Veel te veel personeel, de mannen van de bagage trekken de rugzakken zowat uit onze handen zodat ze weer iets te doen hebben. Met onze handgeschreven tickets (ja serieus!) worden we ingecheckt. Alleen onze voornamen staan op het ticket. (Anna Catharina Maria B is de naam).

Er is maar één grote wachtruimte voor alle vluchten. Als het tijd is om te boarden komt er een mannetje met een bord met je vlucht daarop door de ruimte gelopen. We vliegen met Asian Wings een maatschappij die pas twee jaar bestaat. Tijdens de vlucht die slechts een uur en tien minuten duurt worden we rijkelijk voorzien van drankjes, en een lunch die bestaat uit gevulde pannenkoekjes en een soort van worstenbroodjes.

Ik zit naast een mevrouw uit Hongkong die hier is om mede leden van de Jehova's getuigen te ontmoeten. Ze is helemaal into Jehova, en ik moet zeker ook een boekje meenemen de Engelse Watchtower om eens rustig door te lezen. Altijd interessante lectuur voor op reis, niet waar? Nót! In ons hotel is er vast wel een prullenbak die 'm gaat lusten.

Aangekomen op vliegveld Heho dus. We hadden via het hotel een taxi besteld maar die is in geen velden of wegen te bekennen. We besluiten om een open pickup met bankjes en een dakje te delen met de Zwitserse Robert en de Oostenrijkse Magda die als expats in Shanghai wonen. De wind waait heerlijk door de auto, soms is het wel flink hobbelen, maar het is bovenal avontuurlijk en gezellig. De rit van ruim een uur is dan ook zo voorbij en we delen de kosten, ook altijd interessant.

Ons hotel, het Princess Garden is een aangename verrassing. We hebben twee recent gebouwde standard rooms gelegen in een prachtige tropische tuin. Alles is mooi en nieuw en de badkamer heeft zelfs een regendouche. Het zwembad ligt tegenover onze kamer en we hebben het voor ons alleen die middag. Men komt ons ook nog een frisse limoendrank brengen en zo genieten we op ons ligbedje aan de rand van het zwembad.

nyaungshwe-005

Dan gaan we het dorp verkennen. Het is een leuk dorp, uitgestrekt, met groene laantjes met huisjes, guesthouses, restaurants en reisbureautjes. Helemaal goed! Er hangt een prettige sfeer te vergelijken met die zoals in Luang Prabang in Laos maar dan iets kleiner met minder tempels. Wij gaan eten bij Golden Gate Restaurant en daar treffen we Robert en Magda weer. We besluiten om gezamenlijk de boottocht op het Inle meer te gaan doen, aangezien er vijf personen in de boot passen. Maar eerst nog een dagje relaxen en de omgeving verkennen. Michel is niet helemaal lekker, heeft ineens diarree en moet overgeven, dus een dagje rustig aan kan geen kwaad.

 

Slapjes
Woensdag 3 juli 2013. Nyaungshwe, Birma.

Niet alleen Michel is ziek, maar vannacht is het ook bij Lianne begonnen. Eerst overgeven en daarna heftige diarree. Gedurende de nacht zijn we zo vaak op en neer moeten rennen naar de badkamer dat we nauwelijks geslapen hebben. Waar kan dat nou aan liggen vraag je je af? Gelukkig is Ruben helemaal in orde.

Eerst nog maar een paar uurtjes bijslapen. Daarna gaan we fietsen huren hier om de hoek. Superaardige mensen, ze willen ons allerlei interessante routes aanduiden, maar we besluiten om vandaag rustigjes aan te doen en een beetje 'rundhause' te blijven. We gaan naar het Inle Pancake Kindom Restaurant waar Ruben een pannenkoek besteld en wij een cola. Ze zeggen dat cola goed is als je ziek bent dat het alle bacteriën doodt. En we kunnen hier een stukje uploaden omdat ze hier wifi hebben, ook handig. Ons hotel heeft namelijk geen wifi. Ze zijn nog aan het wachten met aanleggen omdat we een stukje buiten het dorp zitten en het daardoor extra duur is. Dan fietsen we naar een beroemd klooster, het Shwe Yaunghwe Kyaung klooster, dat maar enkele kilometers buiten Nyaungshwe ligt. We fietsen langs kleine meertjes en fris groene rijstvelden waar de mensen druk aan het werk zijn. Ze oogsten de rijst.

nyaungshwe-043nyaungshwe-073

Bij het klooster aangekomen parkeren we de fietsen en lopen een rondje over het terrein. Het is er erg rustig, de meeste monniken doen een dutje op dit tijdstip van de dag. Het teakhouten klooster is heel oud en ziet er een beetje krakkemikkig uit. De voorkant met de ovale openingen is een van de meest gefotografeerde kloosters hier in de omgeving. We nemen hier enkele fotoshoots van onszelf in de openingen. Binnen in het klooster staan enkele mooie Boeddha beelden, en zit de hoofdmonnik met zijn mobiel te spelen. Ook de technologie heeft in het klooster zijn intrede gedaan. Weer terug in het hotel gaan Ruben en Lianne nog eventjes zwemmen.

's Avonds lopen we naar het dichtstbijzijnde restaurant, The Green Chilli. Prachtig restaurant, wat luxer en dat zie je meteen terug in de prijzen op de menukaart. We eten hier een klein hapje en liggen er weer vroeg in, om hopelijk weer fit te zijn voor de dag van morgen waarop we een lange tour hebben gepland.

 

Mr Win
Donderdag 4 juli 2013. Nyaungshwe, Birma.

Om kwart over zes gaat de wekker. Vroeg uit de veren voor een goed doel, we gaan vandaag het Inle meer op. Na een snel ontbijtje van pannenkoeken en vers fruit zien we dat Mister Win al op ons staat te wachten voor het hotel. Ja meneer Win, we komen er zo aan, nog snel even de tandjes poetsen en we zijn er klaar voor.

Te voet wandelen we richting de jetty, en onderweg halen we Robert en Magda nog op, het stel waarmee we van de luchthaven naar hier kwamen met de pickup truck. Bij de jetty ligt de boot van Mr Win, en zijn neef is de boatsman. Het is een felgroene boot met zes kleine stoeltjes erin, achter elkaar geplaatst. Op elk stoeltje ligt een kussentje en er hangen felrose reddingsvesten over de leuning bij wijze van rug kussen. Over het brede kanaal is het nog wel een half uurtje varen voor we op het meer zelf zijn.

Het meer is erg uitgestrekt ongeveer elf kilometer lang en acht kilometer breed. Al snel zien we enkele beenroeiers, vissers die staand op hun kleine bootje de visnetten uitgooien en de roeispaan op een bepaalde manier met een voet op en neer peddelen. Het is een prachtig gezicht, dit leggen we vast. Het is niet zo dat ze daar voor de toeristen staan, het is gewoon de manier hoe die vissers al eeuwen lang het meer bevissen op deze wonderbaarlijke wijze.

img 7599 (320x240)img 7537 (320x239)

Onze eerste stop, na ruim een uur varen is het dorpje Nampan. Rondom het meer is er een vijfdaagse markt, die elke vijf dagen roteert. Vandaag is er markt in Nampan, en je ziet het al meteen aan de bedrijvigheid in het dorpje als we aankomen. Er liggen talloze lange houten bootjes, net als de onze, maar minder luxe. Geen stoeltjes erin, want dan kunnen er meer mensen en goederen in.

De markt is erg leuk, er is veel handel. Veel mensen van dorpjes uit de heuvels zijn hier heen gekomen om te kopen en te verkopen. Ook mensen van andere stammen zoals de Pa-O, en de Intha. Je ziet aan de kleding tot welke stam zo iemand behoord. Sommige vrouwen hier dragen een soort van geruite doeken op hun hoofd. De meeste mannen dragen longhi's; de lange rokken van luchtige katoen in allerlei patronen, die aan de voorkant bijeen geknoopt worden.

Er is handel in groente en fruit, vlees en vis, in grote vellen gebakken en ongebakken kroepoek, maar ook in fleurige bloemen. Chrysanten en rozen in allerlei kleuren. Ook zijn er overal eetstalletjes. Bij een zo'n stalletje gaan we zitten, en Mr Win trakteert ons op (te) sterke thee (die net koffie lijkt, echt niet te drinken, maar goed voor je beleefdheid doe je wat!) en wat snacks. Een soort van churros, gebakken stengels die naar oliebol smaken en andere platte gefrituurde koeken. Het is gezellig in het tentje, en er zitten ook veel locals te et

en en te snoepen. Waarschijnlijk is dit voor deze mensen het enige uitje van de week. Op de markt is er ook een plek waar ze lange bamboe stengels verhandelen voor de bouw. Bamboe wordt hier voor echt alles gebruikt, om huizen te bouwen, als steiger materiaal, in de tuinen om groente langs te leiden.

We gaan verder over het water naar een weverij waar ze uit lotusstengels een draad fabriceren en daar prachtige sjaals mee weven. Het is heel arbeidsintensief werk, want uit zo'n lotus stengel komen mega dunne draadjes die eerst weer tot een dikkere draad gesponnen moeten worden. De sjaals uit lotusdraad zijn dan ook zeven keer duurder dan die uit pure zijde! Hoe mooi ze ook zijn, ze zijn gewoon te duur. We kopen hier nog wel iets van zijde.

Dan varen we verder over een steeds smaller stuk van het meer. We komen langs dorpjes waar katoen wordt gesponnen en geverfd. Elk huisje lijkt zijn eigen kleur te hebben. Zo zien we huisjes met paarse strengen katoen, zwart en roestbruin. We komen aan bij het dorp Thaung Tho Kyaung, hier wordt morgen de vijfdaagse markt gehouden. Nu is er een markt in brandhout. Met prachtige ossenkarren die volgeladen worden met hout en heen en weer rijden. Het lijkt een plaatje van eeuwen geleden.

Een overdekte opgang leidt ons bergop richting het klooster, dat omringd is door eeuwenoude smalle hoge stupa's. Dit is een plaats die van de platgetreden toeristenpaden leidt, wij zijn hier de enigen. De Shan Stupa's zijn magnifiek, er hangt een sprookjesachtig sereen sfeertje. We genieten van het uitzicht, van de stupa's, het getinkel van de belletjes in de wind. We houden halt bij een smederij, en bij een huisje waar zilver wordt gemaakt. En we stoppen bij een huisje waar ze de bekende 'cheroot' sigaren maken. Je kunt hier zien hoe het cheroot blad wordt gevuld met tabak en in elkaar wordt gerold. We kopen hier een sierlijk tabakspijpje.

De floating gardens, de drijvende tuinen daar is het meer ook bekend om. Het zijn complete tuinen waarin groenten zoals tomaten en bonen worden gekweekt. Ze drijven midden op het meer, en als 'mest' worden de algen gebruikt die worden opgevist uit het meer. Lijkt me heel organisch en verantwoord. In een restaurant aan het water gaan we lunchen, soep en een tomat

ensla. Ruben gaat voor de frietjes. We bezoeken ook nog een huisje langs het water van een Intha familie. Deze mensen leven super simpel zonder elektriciteit of stromend water. Ze nodigen ons uit in hun hut op palen, en er wordt thee geschonken, met vellen kroepoek en verse mango. Ze spinnen en weven zelf katoenen lappen. Bij het weggaan druk ik ze wat Kyatt in de handen voor de thee en de snacks, en geef de kleine dochter wat armbandjes. Ze lijkt er enorm mee in haar sas.

Onze laatste stop wordt het Nga Hpe Kyaung, of te wel het Jumping Cat Monastry. Enkele jaren geleden hebben de verveelde monniken hun katten geleerd door hoepels te springen, vandaar de naam. Maar dat is inmiddels verleden tijd, er zijn nog wel wat katten maar ze springen niet meer. Een lange tocht terug over het meer, langs de beenroeiers en dan zijn we weer terug in Nyaungshwe. Het is dan vijf uur in de middag, we zijn tien uur onderweg geweest met Mr Win. Het is een fantastische dag geweest, we hebben ontzettend veel gezien. Mr Win bracht ons naar plekken waar amper of geen andere toeristen komen, en dat is dubbel genieten!

img 7467 (320x240)

We betalen Mr Win en nemen afscheid van Robert en Magda. Het was erg gezellig deze dag met hen door te brengen. Mr Win loopt nog even mee naar ons hotel want ik heb hem iets beloofd. Zijn zoon is monnik in een nabij gelegen klooster, en ik heb Mr Win gevraagd of hij oude brillen kan gebruiken die ik meegenomen heb uit Nederland. Mr Win is erg blij met de tien brillen die ik hem geef. Zo komen ze zeker goed terecht!

We gaan eten bij Beyong Taste, een gezellig tent niet ver hier vandaan. Er hangen gezellige lampionnen overal met lampjes erin. En wat een toeval, Robert en Magda zitten er ook! Na het eten lopen we terug door de stoffige straten, de dag is ten einde en het was een hele goede dag!

 

Lazy day
Vrijdag 5 juli 2013. Nyaungshwe, Birma.

Het virus heeft weer toegeslagen, en deze keer is arme Ruben de klos. Net nu Michel en ik ons weer veel beter zijn gaan voelen en ook de eetlust weer is toegenomen, is Ruben de pineut. In de nacht is het begonnen bij hem met overgeven, en ook het ontbijt is net zo snel weer naar buiten gewerkt. Hij is ook slapjes en lusteloos, dus we laten 'm nog een paar uur slapen. Ondertussen gaan we de website bijwerken bij The French Touch, en fietsen daarna snel weer terug naar het hotel. We zullen ons programma voor vandaag moeten gaan bijstellen dat is wel duidelijk.

We waren eigenlijk van plan geweest om rondom Nyaungshwe bij het meer en de bergen te gaan fietsen, maar dat gaan we veranderen in 'rundhause'. We hebben het dorpje eigenlijk nog niet goed bekeken, het is redelijk ruim opgezet en uitgestrekt. Na de middag fietsen we wat rond op zoek naar een restaurantje. We stoppen bij een heel klein pas nieuw tentje, het Gardenia Restaurant, dat een menu met -geheel niet toepasselijk- Hollandse tulpen heeft. Volgens mij weten ze niet eens wat voor bloem de Gardenia is. Maar goed de mensen zijn superaardig en blij met elke klant. Wij zijn de enigen, ze zitten een beetje uit de route. We bestellen een noodlesoepje en drinken. Ruben wil alleen water. We krijgen gratis thee en pickled thealeafsalad, en omdat mevrouw het zo zielig vind dat Ruben ziek is bakt ze voor hem een chocolade-pannekoek. Free gift! Superaardig bedoeld maar zo'n vette pannenkoek kan hij nu echt niet aan!

nyaungshwe-098 (320x239)nyaungshwe-129 (180x240)

De zus van de eigenaresse komt vragen of we soms interesse hebben in massage. 'You want massaashj? Nou, wie weet later op de dag misschien nog. We zullen er eens over nadenken. We lopen nog even over de markt en dan ziet Michel een Boeddha die hij niet kan weerstaan. Een liggende van hout. Minstens vijftig jaar oud volgens de verkoper, maar volgens ons pas gisteren gemaakt. De prijs moet dus behoorlijk zakken, en aangezien Lianne gespecialiseerd is in 'bottom price technology' gaan we de strijd aan. Uiteraard gaat de Boeddha voor een zacht prijsje van de hand. Krantje erom en meenemen! Terug naar het hotel voor een dutje of plons in het zwembad. Er zijn Franse backpackers aangekomen en zij worden onze nieuwe buren. De standaard rooms van het hotel beginnen aardig vol te lopen.

Om zes uur melden we ons bij het Gardenia Restaurant voor de traditionele massage. Geen idee wat het voorstelt, maar mevrouw trommelt haar twee zussen op en we moeten hun gammele en scheve bamboe huisje op paaltjes binnentreden. Schoenen uit bij de ingang, de massage is gewoon in de woonkamer voor het huisaltaar. Matrasjes worden uitgerold en kussentjes en dikke wollen dekens worden tevoorschijn gehaald. We moeten gaan liggen en alle kleding gewoon aanhouden. Er gaat een dikke wollen deken over je heen tot je middel en dan masseren ze je over die deken heen dus! Wat ik er ook van gedacht had, dit zeker niet, en het is echt lachen! Michel oppert nog dat ze die dekens over ons heen doen omdat ze dan onze voeten niet zo ruiken, haha! Er word getrokken en gekneed en geknepen. We praten met de mevrouwtjes en het is eigenlijk heel gezellig. Bovendien kijken er vanuit ongeveer dertig fotolijstjes met daarin de trouwfoto's van opa en oma, de kleinkinderen en afgestudeerde studenten gezellig mee.

Op een gegeven moment gaan de vrouwtjes boven op ons staan, knellen je bovenbeen spier af en je hele been wordt gloeiend heet. De mevrouw van Michel is duidelijk degene met de meeste massage techniek. We hebben het idee dat de andere twee gewoon een beetje meekijken en nadoen. Maar wat maakt het uit. We liggen op een matje in een hutje ergens in Birma, we worden gemasseerd zo goed en zo kwaad als het kan, en je wordt er toch ontspannen van op het einde. Of we nog een kopje thee blijven drinken? Nou graag! Voor 5000 Kyats de man (vijf Euro) zijn we weer fris en fruitig na een uur. Dan fietsen we nog een rondje door het dorp en ineens tikt Mr Win op onze schouders. 'Hey hello!'.

Om zeven uur 's avonds melden we ons bij de Aung Puppet Show, het marionetten theater. Er zit nog een gezin met kinderen en een ander stelletje. We zitten helemaal vooraan. Deze traditionele vorm van volksvermaak bestaat al heel lang in Birma, maar is uitstervende omdat er nog weinig mensen zijn die dit kunnen. Hier bij Aung is het de vierde generatie die de poppentheater shows opvoert. Er is uitleg en er zijn een stuk of acht verschillende stukjes met muziek en dans. De man is reuze handig met de marionetten, je vraagt je af hoe hij dit doet in zijn eentje! Na elk nummer gaat het gordijntje omlaag en is er een andere achtergrond. Prachtig! De marionetten zelf zijn ook kunstig gemaakt uit hout en hebben mooie beschilderde hoofden en nog mooiere kleding. Er is een dansende aap, een paard, een koningin, een hofdame, een monnik en een tovenaar. Echt een aanrader als je in Nyaungshwe bent! De show duurt een half uur en kost drieduizend Kyats (drie Euro).

nyaungshwe-170 (320x240)

We gaan eten bij Htoo Htoo Aung Restaurant. Ruben bestelt een tomatensoep, en hij had nog gehoopt op ballen maar ja dit is Birma. Wij eten er erg lekker en het is een gezellig piepklein tentje. Daarna snel de rugzakken inpakken want we gaan morgen weer verkassen.


Kedeng, kedeng
Zaterdag 6 juli 2013. Kalaw, Birma.

Vroeg uit de veren, lekker douchen en dan een ontbijtje. Het restaurant bij Princess Garden zit op de boven verdieping van de receptie, dus je kijkt lekker ver weg. Bovendien is het openlucht, dus je hoort lekker veel. Zoals het gekwaak in duck-town een klein stukje verderop waar de eenden een grote groep vormen en er goed op los kwaken. Ruben weinig te melden, hij heeft weer moeten overgeven en heeft geen eetlust. Hij eet dus enkel een bordje verse dragonfruit.
Om acht uur komt de tuktuk ons ophalen bij het hotel. Gemak dient de mens, nietwaar? De rugzakken gaan in de tuktuk en wij ook, nadat we afscheid hebben genomen van meneer Ko Aung, de super vriendelijke eigenaar van het hotel. Het is elf kilometer naar Shwenyaung, waar een treinstation is, je rijdt tussen de rijstvelden door en de meertjes, dus genieten!

Op het station komt de beambte vertellen dat we treinkaartjes kunnen kopen vanaf negen uur. Ze kosten een USD standard class, drie USD upper class. We kiezen voor upperclass wat een hele goede keuze zal blijken omdat Ruben lekker lui op twee stoelen kan liggen en rusten. De trein vertrekt om half tien en zal rond tien voor een aankomen in Kalaw. Afstand slechts 46 kilometer! Hoe dat kan daar komen we later pas achter.

De staat waarin het upperclass voertuig zich bevind is ronduit triest. Deze zou in ons land al honderd jaar geleden zijn afgedankt. Er staan drie stoelen in elke rij met tussen stoel twee en drie een gangpad. De stoelen staan nagenoeg allemaal in de ligstand en kunnen meestal niet rechtop. Wel handig voor Ruben! Ze zitten/liggen wel oké. Er zitten geen ramen in de vensters, en verder is alles, echt alles kapot! Michel ziet onderweg nog een muis door de wagon racen!

kalaw-029 (320x240)kalaw-037 (320x240)

Maar goed, we vertrekken! In de Lonely Planet staat dat dit een scenic ride, een tocht met prachtig uitzicht, zou zijn en die belofte wordt ingelost. Bovendien kunnen we er extra van genieten omdat het landschap zeer traag aan ons voorbij trekt. Ter vergelijking, vlinders vliegen een heel stuk met de trein mee, ik denk dat een fiets de trein makkelijk bij kan houden. De trein schudt soms hevig op en neer waardoor het lijkt of je in een attractie zit. We stoppen op elk station, en dan komen er verkopers met allerlei etenswaar voorbij. Dat is een prachtig gezicht. Onderweg zien we mensen op de akkers werken, ze verbouwen rijst, tomaten, chinese kool (en nu is de oogsttijd van deze kolen), aardappelen en bonen. Heel veel mensen en kinderen stoppen met hun bezigheden als ze de trein voorbij zien komen en beginnen enthousiast te zwaaien! We rijden tussen smalle kloven in de bergen en komen zo steeds hoger.

Na drie-en-een-half uur bereiken we Kalaw, een bergdorp. We lopen naar de Golden Kalaw Inn waar we gereserveerd hebben. De eerste indruk is ietwat armoedig en uitgeleefd, het is een guesthouse en lang niet zo luxe als we de afgelopen dagen gewend waren. De kamers zijn zeer sober ingericht, maar we hebben wel eigen sanitair en een balkon dat uitkijkt over een tempel. Het is ook maar voor twee nachten. Pal achter het hotel verrijst momenteel een geheel nieuw Golden Kalaw Inn, als je over een jaar of wat terug komt herken je het niet meer, met mooiere kamers en wifi en alles. Toch staat dit guesthouse momenteel op nr 1 op Tripadvisor.

kalaw-073 (320x240)

We lopen het dorpje in en gaan een hapje eten in het Dream Villa Restaurant. Ruben is in zijn nopjes met de wifi daar en leest dat het in Nederland ook prima weer is. Verder bestellen vast bustickets voor overmorgen voor de dagbus naar Bagan. Lianne legt contact met Mr Eddy die morgen met ons rondom Kalaw een dagtrekking zal gaan doen.

 

Soft trekking
Zondag 7 juli 2013. Kalaw, Birma.

Je kunt hier kiezen uit vijf soorten ontbijtjes, wie had dat nou gedacht? Ze komen met een soort van kwartetkaarten met plaatjes van de ontbijten er op. Je kunt kiezen uit; shan-noodles, chappatti met saus (Indiaas), gebakken eieren met toast, omelet met toast, of mohimkha (Myamar ontbijt). Aan die warme noedel dingen moeten wij in de ochtend nog niet denken, dus graag gewoon eieren met toast. Ook krijgt iedereen een bordje met vers fruit. Niet slecht voor zo'n simpel guesthouse, al die keuzes.

Buiten staat de gids al op ons te wachten, hij heet meneer Eddy. Natuurlijk niet zijn echte naam, maar veel Birmezen die in de toeristen industrie werken hebben een westerse naam bedacht die wij gemakkelijk kunnen onthouden. Mr Eddy is een wat oudere man zo eind vijftig, begin zestig denken we. Hij heeft vijf kinderen, vijf honden en zeven katten. En een vrouw, ach vergeten te vragen eigenlijk. Via ons guesthouse zijn we in contact gekomen met deze gids, en het is gewoon een hele aardige man.

We gaan vandaag een soft trekking maken in de bergen rondom Kalaw. We vertrekken om acht uur, zodat het nog niet te heet is. Bovendien hebben we ontzettend geluk met het weer, het is nu regentijd en dat is de slechtste en natste tijd om trekkings te maken. Maar het heeft al vijf dagen niet meer geregend, dus de paden zijn goed begaanbaar.

We lopen eerst het dorp uit en gaan dan een zandpad in. De grond is hier donkerrood van kleur. We gaan een beetje heuvel op en heuvel af, met soms wat steilere stukken. We nemen genoeg pauzes onderweg om te fotograferen en om uit te rusten. De vegetatie is tropisch, met hoge bomen, en soms ook prachtige bloemen. De allergrootste bloem die we zien is rood en is wel een halve meter hoog, alleen de bloem dan.

Verder komen we langs theeplantages. Het zijn donkergroene struikjes tussen het gras, en dan hele hellingen vol. De vrouwtjes met punthoedjes tegen de zon plukken de jonge blaadjes van de struiken en doen die in een mand achter op hun rug. Deze thee wordt gedroogd en verkocht als groene thee uit Kalaw. Straks eens even kijken op de markt of we die kunnen scoren.

kalaw-126 (320x240)kalaw-146 (320x240)

Na drie uur lopen en vele vergezichten verder (want hoe hoger je komt hoe mooier de uitzichten worden!) houden we een stop onder een grote boom in de schaduw. Vanaf dit punt moeten we kiezen, via Paduang dorpjes en dan steil omhoog naar het restaurant, of direct naar het restaurant. Michel, Ruben en meneer Eddy gaan via de dorpjes, Lianne trekt die steile klim niet meer en gaat zelf naar het restaurant.

Onderweg kom ik een brommer tegen waar ik mee achterop mag naar dat 'Viewpoint Restaurant'. Ook nog een hele belevenis zo achterop die brommer. Het is nog een heel stuk berg op, maar ook berg af, en de brommer heeft er flink de vaart in. Ik pak het mannetje in zijn paarse jasje dan ook stevig vast. Als we naar beneden gaan is het zo steil dat ik denk dat ik in een achtbaan zit en dat we dadelijk op de grond liggen. Hij met helm, en ik zonder... Maar no panic- het gaat gewoon goed en ik kom heel aan bij Viewpoint, een Nepalees bergrestaurantje. Wow, wat een uitzicht, zo mooi! Ik geniet er van met vele kopjes gratis thee. Thee is hier in Birma bijna overal gratis.

Ondertussen lopen Michel en Ruben, meneer Eddy er compleet uit. Hij kan hen niet bijhouden. Ze drinken thee bij een familie in een traditioneel huisje. Vroeger kwamen deze mensen maar een keer per week naar Kalaw om zich te wassen, en stonken dan ook een uur in de wind. Gelukkig zijn de tijden ook veranderd in de dorpen.

Na een steile klim komen ze na anderhalf uur aan bij het Mountainview Restaurant. Geen Lianne te bekennen! Maar het kindje van de familie heeft een vrouw achterop een brommer met een (wandel)stok langs zien scheuren een uur of wat geleden. Dus leent Mr Eddy de brommer en komt hij me halen.
Lunchtime; we eten heerlijke linzensoep, chappatti's (kleine Indiase pannenkoeken) met aubergines in het zuur, en vers fruit. Heerlijk! Ruben eet maar liefst drie koppen soep. We lopen terug over een karrenspoor, een hele gemakkelijke langzaam dalende weg. Het is nog zo'n twee uur lopen terug naar Kalaw. Het begint te onweren in de verte maar het blijft droog. We passeren droge rijstvelden en prachtige uitzichten. Om half vier zijn we weer terug in Kalaw.

's Avonds gaan we eten bij Pine Land Restaurant; frietjes met kip, heerlijk! Ze hebben er ook wifi, dus Ruben chat nog even met Iris. We hebben een mooie dag gehad en veel gezien, maar zijn moe van het geklauter.


Non-stop karaoke
Maandag 8 juli 2013. Nyaung-U, Birma.

Hanen kraaien in de vroegte en het daglicht piept al langs de kieren van de gordijntjes naar binnen. Tijd om op te staan dus! Het is pas 7 uur maar Kalaw is al lang voor ons ontwaakt. Monniken komen langs met hun bedelnappen, kinderen gaan naar school achterop de brommer. Een kleuterklasje komt voorbij met de juf netjes in paartjes van twee, en vrouwen met manden op hun hoofd prijzen de verkoopwaar aan.

We lopen met de rugzakken naar Sunshine, waar we de bustickets gekocht hebben. De bus komt rond negen uur, dus nog tijd om de markt nog even te verkennen. Markten blijven leuk, je ziet de locals, je ziet wat ze verkopen, soms onbekende dingen, en je kunt leuke plaatjes schieten. Zo ontmoet ik een prachtige oude vrouw, ze verkoopt cactussen en agavebladen op de markt. We converseren met handen en voeten. Dat zijn de mooie momenten. Ook koop ik ergens pakken groene thee uit Kalaw.

kalaw-189 (320x240)

De bus komt om kwart over negen, en het is inderdaad een vrij moderne airconditioned bus. De bus is gevuld met overwegend locals. Ik zit naast een jongen die in een dorp vijf uur bussen verderop woont aan de voet van de Mount Popa. De stoelen zijn verstelbaar, veel mensen doen dan ook een dutje. Een tiener naast ons is heel de busreis, die zes en een half uur duurt zo ziek als een hond, en zit voortdurend over te geven.

De eerste twee uur vanaf Kalaw voeren door bergachtig gebied met heel veel bochten. De bus rijdt heel netjes en niet te hard. Wel is er heel de rit een non-stop karaoke dvd die net iets te hard staat. Na twee uur stoppen we bij een soort van wegrestaurant. Iedereen zet zich aan de kip met rijst of noedels. Wij houden het bij koffie (Nescafe drie in één net als thuis!) en lemonjuice. Na deze stop rijdt de bus in een ruk door naar de eindbestemming.

We passeren een stad, Meiktila. Enige maanden geleden vonden hier opstanden en protesten plaats, maar nu lijkt de rust wedergekeerd en lijkt het een heel rustig stadje met een grote universiteitscampus waar we langsrijden. In de verte zien we Mount Popa, een oude hoge vulkaan nu bedekt met bos. Hij torent hoog uit boven het landschap. Aan de voet van deze berg ligt een kleinere berg met daarop heel veel tempeltjes. Hier wonen de 'nats', de geesten, en die moet je te vriend houden.

Mount Popa is een bedevaartsoord voor Birmezen. Het volgebouwde bergje ziet er een beetje vreemd uit, maar we zien het enkel vanaf een afstand uit de bus. Als we Bagan (Nyaung U) binnen rijden stoppen we bij een huisje waar het verplichte entreegeld betaald dient te worden. Vijftien USD per persoon voor alle bezienswaardigheden van de Bagan Archaeological Zone. Of we hier dus 45 USD kunnen dokken. Lijkt veel, en uiteraard gaat dit geld rechtstreeks naar de (foute) regering, maar aan de andere kant krijg je er ontzettend veel mooie dingen voor te zien. Dubieus geld, maar toch de moeite waard.

We rijden Nyaung-U binnen, het deel van Bagan waar wij slapen. En net op tijd zie ik ons hotel en vraag of de chauffeur kan stoppen. Scheelt weer een hele wandeling vanaf het busstation! Voor de deur zet hij ons af. In het hotel worden we verwelkomt met een bolletje ijs, heerlijk! Het is hier snikheet, 38 graden. We krijgen een mooie triple room met drie losse bedden. Ruben wil graag tussen ons in, prima! Dan gaan we zwemmen, het zwembad lijkt heerlijk, maar als je er in gaat is het net of je in een heet bad stapt. Hot tub! Gelukkig is er ook wifi in het hotel, dus dat is fijn! 's Avonds eten we in het restaurant van het hotel, een hele grote zaal met maar drie tafeltjes bezet en veel te veel personeel. Het smaakt heel goed.

 

Fijne verjaardag
Dinsdag 9 juli 2013. Nyaung U, Birma.

Heerlijk slapen is het in onze aircoditioned room! 'Kost wa maar dan hedde ok wa'. Het is een stuk warmer hier in Bagan. We zijn hier op een laagvlakte en vergeleken met de bergen schat ik het hier toch wel een graad of acht warmer. Als we wakker zijn dan feliciteren we eerst Ruben, hij is jarig hier in Bagan en hij wordt vandaag vijftien jaar. Ver van huis met alleen papa en mama.

Eerst maar eens gaan ontbijten, we hebben een buffet hier bij Thante. Het buffet is redelijk uitgebreid met zowel warme als koude gerechten. Niet dat we heel erg blij worden van warme noedels in de ochtend, maar er zijn genoeg alternatieven. Zoals vers fruit, yoghurt en verse sappen. Ook zijn er cakejes en snoeperijen uit de bakkerij van hiernaast die ook bij het hotel hoort.

Omdat niet iedereen al helemaal fit is gaan we eerst nog even lummelen, internetten, of een spelletje spelen op de tablet. We geven Ruben zijn cadeau, en hij is aangenaam verrast; een tenue van Real Madrid! Helemaal toppie! Dit had hij niet verwacht, en het is helemaal naar zijn zin. In de bakkerij gaan we koffie drinken, en ze hebben van het hotel voor Ruben een taart geregeld, een prachtige blauwe slagroomtaart. Heel attent! Wij wisten hier niet van, en hadden zelf ook een taartje besteld, met rose slagroom en roosjes, echt prachtig! We nemen dus koffie en taart, en je zou denken de verjaardag kan niet meer stuk!

bagan-004 (320x239)

Maar er komt nog een verrassing aan. Als we bij het zwembad zitten, komen Ans en Geert op hun fietsen aanrijden! Ze zijn vannacht aangekomen met de nachtbus uit Yangon! Als dat nou geen 'big surprise' is! Natuurlijk wisten we dat ze ook naar Myanmar kwamen, en hoopten we dat we ergens elkaar konden treffen. Maar dit is echt helemaal goed! We gaan meteen terug naar de bakkerij voor nog meer koffie en voor Ans en Geert en flink stuk taart, als ontbijt want dat hadden ze nog niet gehad. We hebben veel bij te praten, over Myanmar, over thuis, over de mensen, echt ja over van alles!

Na enkele uren nemen we afscheid, en we spreken af elkaar vanavond om zeven uur te zien voor het Weather Spoon Restaurant. Zij gaan uitrusten van de nachtbus, wij gaan fietsen huren bij EveryOne bike. We spreken een prijs af van duizend Kyat (tachtig eurocent) per fiets per dag, voor drie dagen. We mogen de fietsen 's avonds ook meenemen naar het hotel. Ik koop een kuurtje tegen blaasontsteking want dat denk ik te hebben. Het is even zoeken in de pharmacy, en omdat mevrouw me niet helemaal goed begrijpt ga ik zelf maar meezoeken. Een echt systeem zit er niet in, alles ligt door elkaar in een glazen kastje. Kuurtje gevonden voor duizend Kyat, vervaldatum gecontroleerd en die lijkt in orde. De medicijnen zijn van fabrikant Ranbaxy, die verkopen wij in Europa ook van hetzelfde merk.

We vinden een heel erg leuk restaurantstraatje vlakbij het busstation. Hier zijn ook winkeltjes met houtsnijwerk, en we zien hier een prachtige Boeddha uit sandelhout. Licht hout, en het ruikt ook zo heerlijk. De prijs is minder fantastisch, eigenlijk logisch want de Boeddha is heel gedetailleerd, dus voor een habbekrats zit er niet in. Nog maar even over nadenken dus. We eten Tibetaanse momo's (gevulde deegflapjes) bij een nabijgelegen restaurantje. Wat een cool straatje is dit! Zo gezellig, met lampionnetjes in de bomen, en veel keuze uit eten. Het ziet er allemaal net wat meer gestyled uit dan het gemiddelde Birmese restaurant. Ook vinden we iemand die de was voor ons wil doen. Vanavond zullen we het meebrengen.

's Middags lekker zwemmen en chillen bij het zwembad, het is weer klef heet weer. Om zeven uur naar de Weather Spoon, maar die is dus dicht. Dat hadden we vanmiddag al gezien, we gaan naar Novel Restaurant in hetzelfde straatje. Ans en Geert zijn er ook, en hebben een cadeau voor Ruben bij zich! Want wie jarig is die krijgt cadeautjes, het is een prachtig shirt van GStar. Helemaal goed! We eten curries met rijst, Ruben eet een devil-pizza, en we drinken Myanmar bier. De tijd vliegt dan ook met geklets een hapje en een drankje. Daarna rijden we nog even mee naar het Aung Mingalar Guesthouse van Ans en Geert, vlakbij het busstation. Ze hebben een mooie kamer, en in de tuin, onder een met tl balken verlichte boom drinken we nog een laatste biertje. Beter dan dit gaat het niet meer worden! In het donker fietsen we naar huis, er zit geen licht op de fietsen dus we zijn blij als we na een kwartiertje ons hotel zien verschijnen.

 

Fietsen langs duizend tempels
Dinsdag 10 juli 2013. Nyaung-U, Birma.

Extreem vroeg op vandaag, de wekker gezet om kwart voor zes. We kunnen ontbijten vanaf zes uur dus dat doen we dan ook. Om kwart over zes stappen we op onze fietsen. Helaas Lianne heeft een lekke achterband, dus eerst maar even langs EveryOne Bikes. Die zijn gelukkig al open, en we krijgen een andere fiets mee.

Op pad naar de tempelvlakte. Eerst het dorp door, het lijkt wel of heel het dorp allang wakker is, er is veel bedrijvigheid op straat. Langs het busstation en dan zien we aan de overkant van de straat een hele lange rij monniken op bedeltocht. In een lange rij lopen ze van 'oud naar jong', blootsvoets de straat door met hun bedelnappen. De lokale bevolking staat ook buiten met een pan rijst. Elke monnik die passeert krijgt een handje rijst in zijn bedelnap. Er wordt geen woord gesproken, de monniken lopen, en de mensen delen uit. Zo gaat dat hier al eeuwen lang, dag in en dag uit. Helemaal niets bijzonders dus. Het eten wat de monniken zo vergaren is hun eten voor deze dag. Voor de mensen brengt het 'good luck' als ze de monniken te eten geven. Zo snijdt het mes aan twee kanten.

Het is ongeveer vier of vijf kilometer fietsen naar de tempelvlakte van oud Bagan. Aan beide zijden van de weg doemen de prachtigste tempeltjes op. Heel veel kleine en ook enkele grotere. De eerste stop is bij de Htilominlo Pahto, een van de hogere tempels, gebouwd in 1218. De schoenen gaan uit, zoals je bij elke tempel moet doen, en we gaan naar binnen. In de tempel staan vier grote Boeddha's naar elke windstreek eentje. Dit zullen we nog vaker gaan zien. Iemand neemt ons mee naar een nabijgelegen gebouwtje waar we omhoog klimmen voor een prachtig uitzicht over de tempelvlakte. Er staan meer dan vierduizend tempeltjes op de vlakte. Als je hoger op zo'n gebouwtje staat zie je ze tussen het groen uitpieken.

bagan-057 (320x241)bagan-151 (320x240)

De landerijen tussen de tempels worden nog steeds gebruikt. Boeren ploegen met ossen de akkers, en stofwolken stijgen omhoog wat voor een heel apart effect zorgt. De Ananda Tempel heeft een groot gouden puntdak en valt op door zijn grootte. Deze tempel wordt de 'most beautiful' genoemd en is nog steeds in gebruik. Mensen bidden tot Boeddha, en plakken stukjes bladgoud op de kleinere Boeddha's. Deze tempel is nog een stukje ouder dan de vorige, en is gebouwd tussen 1090 en 1105. Vooral het feit dat de tempel dagelijks bezocht wordt door Boeddhisten die hier hun geloof praktiseren maakt het heel aantrekkelijk.

Via een smal zandpad fietsen we verder naar de 'highest' tempel, That Byin Hya. Inderdaad een flinke joekel, maar van binnen lang niet zo mooi als de Ananda. We bezoeken nog kleinere onbekendere tempels waar we langs fietsen, zomaar omdat er flarden van gebeden naar buiten waaien of omdat het model van de tempels ons op de een of andere manier aanspreekt. Het is ondertussen wel heel erg warm geworden, en er staat nauwelijks wind. Michel is nog steeds niet in orde, misselijk en alles wat hij eet komt er direct weer uit. De combinatie van de hitte maakt dat hij niet optimaal kan genieten vandaag. En dat terwijl we in een wel heel bijzondere omgeving zijn.

Lianne beklimt de Shwe-san-daw Pagoda. De bewaker gaat de sleutel halen zodat ik over smalle trapjes naar boven kan gaan. Van boven af ziet het landschap er nog veel specialer uit! Het is echt een killer-view van af het plateau. Het is inmiddels elf uur en we gaan uitrusten en vervroegd lunchen bij Starbeam, een leuk tentje tegen de tempels aan. We zitten onder een grote rode papieren parasol en bestellen hier de specialiteit; vers gebakken stokbroodjes met kip. Dat is pas echt genieten! Michel houdt het bij een cola. Na de middag gaat hij nog even plat, en Ruben gaat het zwembad in. Met Ruben ga ik nog een stuk verjaardagstaart eten bij de bakkerij. De koffie is hier ook prima!

Vroeg in de avond gaan we nog een stukje rijden. Als we bijna bij de rivieroever zijn worden we binnen gevraagd bij een huisje. Mevrouw Kéké woont hier met haar ouders, haar man en haar twee zoons van zeven en achttien jaar. Ze gaat thee zetten voor ons, we krijgen pinda's en dan gaat ze spullen halen om ons te voorzien van een mooi laagje 'thanaka'. Dat is het laagje van boomschors dat ze hier fijnmalen en op het gezicht doen. Omdat ze het mooi vinden, en tegen de zon. Het voelt heerlijk koel en nu zien we er dan uit als echte Birmezen! De mensen lachen en zwaaien naar ons, het is zeker geen gezicht met die thanaka op onze Hollandse koppen!

We hebben een eetafspraak met Ans en Geert bij Little Bit of Bagan, in de restaurantjesstraat. We zitten hier supergezellig, het tentje is versierd met witte en oranje lampionnen, ook in de bomen. We eten Myanmar food, dat zijn curries met rijst. Heerlijk eten en niet duur. Ans en Geert fietsen nog even mee naar onze bakkerij. We nemen bij wijze van dessert nog een stuk verjaardagsgebak. De bakkers zijn op dit late tijdstip nog volop aan het bakken. Koekjes, en taarten en nog meer zoetigheden. Ons hoor je dan ook niet klagen, we hebben een superfijne dag gehad!

 

Benidorm bastards
Donderdag 11 juli 2013. Nyaung U, Birma.

Beetje raar weer vandaag, zwaar bewolkt en het lijkt elk moment te gaan regenen. Er staat bovendien een stevige wind. Na het ontbijt gaan we eerst op de fiets de was ophalen bij het houtsnijwerk winkeltje. Een klein jongetje komt met de grote zak wasgoed, weer keurig schoon. De schade bedraagt honderd Kyat per stuk, dat is acht eurocent, geen geld dus! Dan bestellen we de bustickets naar de volgende plaats bij ons hotel. En heel raar, ze zijn sinds gisteren ineens duizend Kyat goedkoper geworden!

We nemen een andere fietsroute naar Bagan, en zien in de bomen hele felblauw gekleurde leguanen. Echt prachtig gekleurd maar helaas een beetje schuw. Als je goed oplet zie je ze tegen de stam van heel veel bomen hangen!

De eerste stop is bij de tempel van Gubyaukgyi, bekend om zijn prachtige schilderingen. Helaas zijn niet alle schilderingen meer intact, en in 1899 heeft een Duitse verzamelaar hele stukken verwijderd en meegenomen. Zou verboden moeten worden! Maar wat er nog van over is gebleven is echt prachtig, en je kunt je voorstellen dat de hele tempel zo gedecoreerd moet zijn geweest. Je mag hier geen foto's nemen om de fresco's te beschermen.

Dan fietsen we verder naar de Buledi, een soort piramideachtige stupa met hele smalle terrassen. Je mag hier helemaal naar boven klimmen, en het uitzicht daarboven is echt adembenemend! Het waait erg hard en boven is het erg smal en stijl. Zou hier nooit iemand naar beneden vallen, vraag je je af, want er staan ook nergens hekjes. Bovenop zitten de onvermijdelijke verkopers van de 'sandpaintings' maar daarvan hebben we gisteren al eentje gekocht. Na een tijdje is het tijd om weer af te dalen. Van boven af lijken de trappen nog veel hoger en steiler! Voorzichtig aan dus.

We fietsen verder over de zandpaden naar de volgende tempels. Het zand is mul en soms kan je beter een stukje lopen dan fietsen. Ruben krijgt nog een stel grommende en blaffende honden achter zich aan, maar gelukkig blijft het bij gegrom. Bij de Sulamani Pahto gaan we eerst even een stop houden. Lekker wat drinken onder een afdakje. Ze hebben hier een klein groen, tam papagaaitje, het komt bij Ruben in zijn nek zitten. Dan gaan we de tempel binnen, en die is echt prachtig. Ook hier weer schilderingen en nog goed zichtbaar. Afbeeldingen van olifanten, Boeddha's en bloemmotieven. Uiteraard ontbreken de vier grote Boeddha beelden in elke ingang niet. De Sulamani wordt ook wel het 'kroonjuweel' genoemd en is een van de best bewaarde tempels van Bagan.

Als afsluiter gaan we nog naar Dhammayangyi Pahto, 'the biggest'. Groot is deze twaalfde eeuwse tempel zeker, maar mooi is anders. Binnenin is erg weinig te zien, en het stinkt er naar de vleermuizen. Je moet er blootsvoets naar binnen, net als bij alle andere tempels, maar fris is het niet.

Als we door Tharabar Gate fietsen komen we Ans en Geert tegen, en we besluiten gezamenlijk te gaan lunchen bij Moon Restaurant. Dit restaurant ligt tegen de tempels aan, vlakbij Starbeam waar we gisteren aten. Moon is een vegetarisch restaurant, buiten op het bord staat dan ook, 'Moon restaurant, be kind to the animals'. Ik neem hier een tamarindesap en een curry van tomaten met groundnut. Michel eet fried vegetable rice en Ruben gaat voor de spaghetti. Alles smaakt uitstekend, we zitten buiten onder een grote boom en een papieren parasol, en nemen het er goed van!

Op de terugweg hebben we een stop met een missie. Bij het bejaardentehuis (Home for the aged) gaan we naar binnen. Afgelopen paar maanden heb ik samen met de Pearl heel veel oude brillen ingezameld. Die gaan we doneren bij dit tehuis waar zestien oudjes wonen. De jongste vrouw is 61 en de oudste man is 87 jaar oud. Als we aankomen zitten ze in de tempel en krijgen ze net koffie en een droge boterham. Een oud mannetje breekt het brood in stukjes en stopt het in zijn koffie. Een hele berg brood steekt boven de kop uit. Andere mensen soppen hun brood in de koffie. De mensen zijn erg nieuwsgierig en willen zonder uitzondering graag op de foto! De donatie van de brillen wordt genoteerd in een groot boek en ze zijn er erg blij mee. De directeur kiest er eerst eentje voor zichzelf uit! We krijgen een rondleiding door de gebouwen, de slaapzalen van de mannen en de slaapzalen van de vrouwen (the grandfathers and the grandmothers zegt de directeur). Het ziet er allemaal zeer eenvoudig maar toch ook netjes uit. De oudjes zijn in hun sas met onze komst, ze hebben natuurlijk niet veel omhanden. Ze zien in ons wel een 'verzetje'.

bagan-325 (320x240)bagan-366 (320x240)

De meeste mensen hier hebben geen familie meer en zijn dus een soort van 'wees-bejaarden'. De oudjes hebben lol als ze op de foto mogen en als ze op het schermpje zichzelf terugzien. Heerlijk toch! Een van de mannetjes is een grapjas, hij is voortdurend aan het lachen met zijn tandenloze bekkie. Het is een vrolijke boel, en we komen helemaal niet meer bij als we het tandenloze mannetje gaan fotograferen. We denken dat zijn buurman tegen hem zegt dat ie zijn mond dicht moet houden voor de foto, want dat het geen gezicht is zo. En dat probeert ie ook te doen, maar dan moet ie weer zo ontzettend lachen dat het niet lukt.

Enkele oudjes hebben staar en zien nog heel slecht. Opereren is niet mogelijk, want dat kost een fortuin, iets van honderd USD of zo. Sommigen hebben nog maar zicht met één oog. Dan komt de truc van de dag. Ik probeer uit te leggen dat ik ook een bril heb, maar die zit ín mijn oog. Ik haal de contactlens uit mijn oog en dan die gezichten van die mensen! De mond van de directeur blijft minimaal vijf minuten openhangen van verbazing! Zoiets hebben ze nog nooit gezien! Uiteraard moeten we nog koffie blijven drinken, met drie koekjes erbij, en daarna nog thee. De oudjes zijn inmiddels gaan rusten en wij nemen afscheid en beloven de foto's op te sturen, een kostbaar bezit, want foto's van zichzelf die hebben ze niet. We gaan in elk geval een poging doen als we weer thuis zijn.

Onze Kyats zijn bijna op, en we willen Euro's wisselen. Het is half vier en de banken zijn al dicht om drie uur. En hoewel er nog minimaal twintig man personeel in de bank aanwezig is, kan er niet gewisseld worden. Dan maar tien USD wisselen in het hotel tegen een beroerde koers zodat we vanavond nog kunnen eten.
We gaan eten in een piepklein restaurantje met Ans en Geert. De stroom is uitgevallen maar ze hebben een generator en onze bestelling wordt op een houtvuurtje gekookt. Op een gegeven moment is heel de voorraad (van vier bierflessen) op en wordt er in het winkeltje tegenover snel bijgehaald. Supervriendelijke mensen hier ook weer! In het donker fietsen we naar het hotel, wat ons steeds beter afgaat.

 

Sunset over Bagan
Vrijdag 12 juli 2013. Nyaung U, Birma.

Na het ontbijt gaan we eerst nog even internetten, en warempel lukt het deze keer ook fotomateriaal geupload te krijgen. Ik plaats twee stukjes, en daarna gaan we op pad. Ans en Geert komen voor de laatste nacht in Bagan ook naar ons hotel, en hebben ook een hele goede prijs kunnen krijgen door niet rechtstreeks, maar via een lokaal reisbureau te boeken.

Wij gaan eerst wat Euro's omwisselen voor Kyat bij de bank. Er staan twee bankbediendes die de deur voor je openen en buigen als een knipmes. We worden meteen naar een bureau gedirigeerd waar gewisseld kan worden. We krijgen een glaasje ranja. De koers is erg gunstig, we krijgen 1283 Kyat voor een Euro. Onze eurobiljetten moeten door een apparaat, maar die geeft steeds een foutmelding. Als we andere vijftig eurobiljetten pakken geeft het apparaat nog steeds foutmeldingen. Zowat het hele personeel komt kijken, er staan acht personeelsleden mee te kijken hoe er eentje het werk doet. De tien- en twintigeurobiljetten gaan wel goed door de scanner. Dan gaan ze tellen, hele stapels Kyats worden afgeteld, en dan is het moment daar; 'show us the money!'. Als we vertrekken staan er drie dames te buigen en buiten blijken ze onze fietsen te hebben omgedraaid zodat we meteen weg kunnen rijden. Dat lijkt ons ook erg handig als je bijvoorbeeld een bank hier gaat overvallen!

Op naar de markt. Het is een grote overdekte markt met voornamelijk groente en fruit. Enkele groente soorten heb ik nog nooit gezien, een soort hele kromme donkergroene 'komkommers' vol langwerpige 'wratten'. Op de markt zien we nog enkele baby's hangen in hangwiegjes. Ze worden door hun moeders steeds heen en weer geduwd. Dat zal vast super lekker slapen zo!

bagan-400 (320x240)

We fietsen verder naar de Shwezigon Paya, een groot complex met een goud vergulde koepel. Het is hier werkelijk prachtig, en het lijkt een miniatuur versie van de Shwedagon Paya in Yangon. Deze tempel is vooral bekend omdat hier ook 37 'nats', oftewel geesten wonen, en die moet je te vriend houden met offerandes zoals heerlijk geurende bloemenslingers van jasmijn, of met een bordje fruit. We zien hier dan ook heel veel lokale mensen die hier komen om te bidden en om te offeren. Bij een stalletje houden we een drinkstop, want het is weer flink heet, zo'n 38 graden.

In Nyaung U is er ook een thanaka-museum, gewijd aan het gele spul dat veel Birmezen op hun gezicht smeren. Ze maken dit uit boomstammetjes van de thanakaboom. Over een platte schijf doe je eerst water en dan wrijf je met zo'n boomstammetje tot de thanaka vrij komt. Het natte spul smeer je op je gezicht, en dat vinden ze hier heel mooi. Sommige mensen hebben een heel beschaafd streepje thanaka, anderen smeren hun hele gezicht vol. Het is echt wel iets heel Birmees, iets wat we in andere landen nooit gezien hebben. Het interessantste aan dit gratis museum is echter niet de thanaka, maar het hok bij de ingang. Hier zitten maar liefst veertien cavia's bij elkaar, dus Ruben is weer helemaal happy!

Met moeite nemen we afscheid van de kleine beestjes, en gaan eten bij het Wonderful Tasty Restaurant. Ruben eet een pizza, en wij eten een Nepalese maaltijd met dhal bhat (linzen en rijst) en chappati's, een soort platte pannenkoeken waar je een stukje afscheurt en dan de curry mee opdept. Heerlijk! Tegenover het restaurant is de houtsnijwerk-shop, en daar kopen we na stevig onderhandelen twee prachtige houtsnijwerken uit heerlijk geurend sandalwood. Vervroegd verjaardagscadeau voor Lianne, maar dan heb je ook wel wat exclusiefs. De man die deze objecten maakt is met recht een echte artiest, de kunst is super gedetailleerd. We komen niet helemaal uit op de prijs die we wilden, maar toch maken we een acceptabele deal. Ze verpakken het heel goed in watten, plastic, kranten en tape. We doen onze fleecevesten er nog omheen en dan maar hopen dat het heel thuis aan gaat komen.

We gaan nog even zwemmen, en dan staat om vier uur 's middags de horsecart klaar. Een paardenkar dus, die je hier veel ziet. Hij brengt ons naar de Shwesandaw Paya, de sunset pagoda. We klauteren naar het bovenste platform voor een adembenemende view over de tempelvlakte. In de verte de Ayeyarwadi rivier. Het duurt een uur voordat de zon achter de bergen zakt, op dit tijdstip van de dag is er ook zo'n mooi zacht licht. Helaas is het wel bewolkt waardoor de sunset iets minder spectaculair uitpakt, maar altijd nog de moeite waard. We sluiten de dag af met een biertje in de Beergarten van Thante Hotel. Ze hebben hier Myanmarbier uit de tap, met heerlijke pinda's erbij.

bagan-521 (320x240)


The road to Mandalay
Zaterdag 13 juli 2013. Mandalay, Birma.

De bus van Ans en Geert vertrekt om zeven uur, en wij gaan ze uitzwaaien. De bus komt hun ophalen voor het hotel. Het is pas half zeven en er klinkt nu al snoeiharde muziek uit het tentje hier tegenover. Dit is toch niet normaal zo vroeg in de ochtend. Dan zien we dat er slingers hangen, en ga ik met Ans een kijkje nemen. Wat blijkt nu, er is een bruiloft aan de gang, en alle gasten zitten aan de gebakken rijst met groenten. Wij worden ook uitgenodigd om mee te blijven eten! We maken enkele foto's van een zeer gelukkige en stralende bruid en bruidegom. De bruid is in het geel, ze ziet er prachtig uit, en ze heeft een bosje kunstbloemen vast. Dit is een heel simpel caféetje, het zijn vast heel eenvoudige mensen. Alle gasten zijn met de brommer gekomen.

Na ons ontbijt vertrekken wij ook, de bus zou om kwart over acht langskomen. Geen bus te zien, maar dan stopt er een pickup-wagentje. Hij vraagt naar onze bustickets en komt ons ophalen en naar het busstation brengen. Nou, oké dan, alle rugzakken achterin en wij erbij. Onderweg pikken we nog een Duits stel op langs een zandweggetje. Dus bus is rose en staat al klaar voor vertrek. Er gaan ook veel Birmezen mee. Aan het begin van de rit deelt het hulpje zwarte plastic kotszakjes uit die gretig aftrek vinden onder de lokale bevolking. Sommigen beginnen al over te geven voordat we het dorp uit zijn!

Na twee uur is er een stop van maar liefst 25 minuten. Alle Birmezen storten zich direct op de gebakken rijst met prutje. Wij doen lekker safe en kopen wat te drinken en eten bij een winkeltje tegenover. Het begint ook nog te regenen, maar het is een kort buitje. We gaan over een soort van zeer eenvoudige tolwegen en het laatste stuk is warempel een tweebaans autoweg.

Na viereneenhalf uur rollen we een busstation in Mandalay binnen. Van daaruit is het nog elf kilometer naar het centrum, we gaan met de taxi. Het Mandalay City hotel is een oase van groen en van rust. Mandalay is namelijk een hele drukke stad! De kamers zijn klein maar wel comfortabel, wel jammer dat het zwembad groen water heeft. Alle prijzen in dit hotel zijn in USD.

Eerst nemen we een douche om op te frissen, en daarna lopen we naar de Zeigyo Market, een groot pakhuis vol met kleine shopjes. De meesten verkopen stoffen of longi's, de lange dunne katoenen rokken die de mannen hier dragen. In het gebouw naast de Zeigyo zit de Man Myanmar Shopping Plaza. Het zijn nog meer winkeltjes maar op de eerste verdieping zitten de 'luxere' zaken, en ook vinden we hier het QQ Restaurant waar we een hapje eten. Het is een soort van fastfood restaurant, we eten hier een broodje hotdog, gebakken gepaneerde reepjes kip en een heerlijk drankje! Het lijken wel cocktails zo mooi en ze smaken heerlijk! En dat allemaal voor 800 Kyat per stuk, 64 eurocent.

bagan-496 (320x241)

De winkels sluiten allemaal al om vier uur 's middags, super vroeg dus, en we moeten er door de parkeergarage weer uit. Op straat zien we een groepje jonge meisjes, nonnen met kaalgeschoren hoofdjes. Het zijn gewoon nog kinderen. Ze lopen rond met hun bedelnappen om rijst of andere dingen op te halen. Je zou hier als kind zo je dag door moeten komen! Toch lijken ze heel tevreden en hebben ze het gezellig met elkaar. We geven ze een paar stukjes zeep uit het hotel.

's Avonds gaan we nog een stukje lopen en eten een ijsje bij de Nylon Ice Cream Bar. Een druk bezochte tent. Ruben en ik nemen een heerlijke ijscoupe voor 700 Kyat (55 eurocent) en Michel gaat voor een hot coffee. Ik kies voor durian-ijs, en het is heerlijk! Het zijn allemaal de kosten ook niet. Tegenover zien we een potentieel restaurant voor morgenavond. Nog even internetten en skypen met Sander en dan is de dag alweer voorbij.

 

Go with the flow
Zondag 14 juli 2013, Mandalay, Birma.

Nieuw hotel, nieuw buffet, nieuwe kansen. Er staat inderdaad een uitgebreid buffet op ons te wachten. Ook de koffie is prima. En het zwembad is ineens fel turkoois, dat ziet er een stuk beter uit dan het gifgroene van gisteren. Hoe ze het voor elkaar gekregen hebben in een nacht tijd is onduidelijk. Vanmiddag maar een plons wagen.

Dan gaan we fietsen huren bij mr Jerry. Het verkeer is hier zeer hectisch te noemen. Veel brommertjes, fietsen en fietsriksja's. Luchtvervuiling is echt enorm! En verkeersregels lijken er niet echt te bestaan. Iedereen doet gewoon een beetje zijn ding, en dan komt het goed. Go with the flow, als het ware.
Het stratenplan van Mandalay is logisch van indeling. Verdeeld in blokken met nummers. Ons hotel is aan de 26th Street. Je telt omhoog en omlaag, de zijstraten hebben weer andere nummers, bijvoorbeeld 78th of 83th Street.

We beginnen de fietstocht bij de Eindawya Paya, uit 1847 rondom een gouden pagoda gebouwd. Het is hier zeer rustig. Op enkele plaatsen kan je je hand laten lezen, en een jong stel met kindje maakt hier gebruik van. Ook is er hier een Golden Rock, een mini replica van de gouden rots in Kyaiktiyo. Via de krokodillenbrug komen we bij het Khin Makantaik klooster. Hier gaan we naar binnen en een vriendelijke monnik leidt ons rond. Het aller leukste vinden we het klasje waar de monniken de gebeden hardop aan het leren zijn. Het is dus gewoon een kwestie van erin stampen! Ook bezoeken we de Chanthaya Paya, een tempel met heel veel bling-bling. De grootste Boeddha heeft een krans van ledjes rond zijn hoofd die wild aan en uit knipperen. Wat een kermis!

mandalay-080 (320x240)

Via de kade langs de Ayeyarwady rivier fietsen we naar het PTK Café voor een drankje en wat Indiase samosa's. Lekker en niet duur. Dan een heel stuk fietsen naar de Shwe In Bin Kyaung (klooster). Hier vallen we in verbazing zo mooi! Een oud donkerbruin teakhouten klooster uit 1895, gebouwd door Chinese jadehandelaren. Een pronkjuweel! En amper iemand te bekennen! Dit klooster is echt helemaal anders dan de met goud bedekte pagoda's en de blingbling. Heel stijlvol en heel gedetailleerd bewerkt in donker hout, echt een aanrader!

Nu nog even verder fietsen in de hitte, het is 38 graden, naar het Gold Pounders District. Een beetje moeizaam te vinden, maar uiteindelijk zijn we er dan toch geraakt. Bij de Golden Rose zien we hoe de mannen met grote hamers piepkleine stukjes goud tot goldleaf slaan. Ze slaan met grote hamers zo'n zes uur op de stukjes goud tot ze flinterdunne plakjes zijn geworden. Deze goudblaadjes worden geofferd aan de Boeddha door ze op Boeddhabeelden te plakken. Het is niet normaal hoe zwaar dit werk van de mannen is, ze slaan op de stukjes goud in een bepaald ritme. In deze workshop waren vier mannen driftig aan het slaan. Ze moesten telkens stoppen om uit te rusten, wij vonden het tegen de 'slavenarbeid' aan zitten, zo ontzettend zwaar. Daarna nog een stop bij SP Bakery, om onze lunch te kopen. Helaas geen zitplaatsen, dus de broodjes mee naar het hotel genomen. Broodjes kip met sla, en bosbessen muffins, echt heerlijk!

's Middags rustig aan, lekker bij het zwembad. Alle toergroepen zijn nog uren op pad in een hete bus, dus hebben wij het zwembad helemaal voor ons alleen! Het is echt heerlijk om af te koelen in het water en daarna op een ligbed met dikke kussens te relaxen. Er zitten grijze eekhoorntjes in de palmbomen en ook weer een blauwe kameleon.

Rond een uur of vijf pakken we de fietsen en peddelen naar het Ayeyarwady River View Hotel voor de sunset. Helaas is het dakterras in renovatie, we mogen wel een kijkje nemen, maar het Happy Hour dat is nu ook tijdelijk afgeschaft. Jammer, anders hadden we hier graag een hapje en een drankje gedaan! Dan maar naar Mr. Jerry de fietsen inleveren.

Bij het tegenover gelegen Mann Restaurant voor een prikkie gegeten. En als afsluiter een ijsje bij de Nylon Ice Cream Bar, want dat was gisteren goed bevallen. We hebben ook nog een ontmoeting met Hla Myo, de motorrijder die ons morgen de hele dag op sleeptouw gaat nemen rondom Mandalay. In onze kamer zetten we nog koffie, en kijken we tv. Op de tv sneeuwt het volop, en dat met 38 graden...

 

Motermuizen
Maandag 15 juli 2013. Mandalay, Birma.

Vandaag gaat het gebeuren, we gaan een motorcycle tour maken! Alle drie achterop bij een motormannetje. Ik had begin dit jaar al contact gelegd met hen (via Elles die al eerder deze tocht gemaakt heeft), en heb hier enorm naar uitgekeken. Na het ontbijt zorgen we dat we op tijd klaar staan, want om negen uur worden we opgehaald. Hla Myo, Khaing Gyi en Mayko gaan ons rondrijden in en vooral buiten Mandalay. Gisteren is Hla Myo (spreek uit Lamyou) al naar ons hotel gekomen om de dag samen met ons door te nemen. We hebben gekozen voor enkele highlights in combinatie met onbekendere plekken die ook heel bijzonder zijn, maar waar bijna niemand heen gaat.

We krijgen zeer ouderwetse helmen op, niet zo sexy maar goed, veiligheid voor alles! Lianne gaat achterop bij Hla Myo, Michel gaat bij Khaing Gyi, en Ruben springt achterop bij Mayko, die pas een jaar of twaalf-dertien lijkt maar toch al achttien jaar oud is. Mayko is een hippe vogel, oorbelletje in, en strakke skinny jeans. De andere mannen dragen longhi's (lange dunne Birmese rokken, van voren bijeen geknoopt) en een overhemd.

Eerst toeren we naar de Mahamuni Paya, een zeer belangrijke tempel met een zeer belangrijke Boeddha. De mensen komen hier op een soort van bedevaart. Ze beplakken het beeld met blaadjes 'goldleaf', flinterdunne plakjes goud. Het originele Boeddhabeeld is door al die plakjes goud in de loop der tijd dan ook flink in omvang toegenomen. Alleen de mannen mogen dichtbij de Boeddha komen en de goudblaadjes plakken, de vrouwen dienen op een meter of tien afstand te blijven en mogen alleen maar kijken. Het is enkel goud wat hier blinkt, het is indrukwekkend en mooi. Het ruikt sterk naar jasmijn, omdat er behalve goud ook bloemen (vooral jasmijn maar ook lotusbloemen) worden geofferd aan de Boeddha. Overal worden ook marmeren Boeddhabeelden te koop aangeboden en gouden eenden en parasolletjes van blinkend metaal voor boven op een stupa.

We rijden verder door de marmerstraat, en hier zien we hoe de Boeddhabeelden worden gemaakt, uit grote blokken wit marmer. Alles gaat met de hand, de mannen vijlen en hakken, de vrouwen schuren en polijsten tot de beelden glad zijn en klaar voor de verkoop. Het slijpen van het marmer doet veel wit poeder vrijkomen, en naast de mannen die aan het werk zijn, is eigenlijk heel de straat inclusief de bomen voorzien van een laagje wit slijpsel. It's a winter-wonder land! In een winkeltje zien we hoe ze tapijten borduren. Allerlei motieven die met piepkleine glaskraaltjes geborduurd worden op een groter geheel. Met de hand en met het blote oog! Het is een heel minuscuul priegelwerk maar het resultaat mag er wezen!

Dan steken we de Ayeyarwady rivier over, we rijden over de nieuw brede stalen brug. De rivier is erg breed, het duurt een tijdje voor we aan de overkant zijn, in Sagaing. Hier bezoeken we eerst een klooster het Myasahyar Kyauk. We komen hier met een speciaal doel, rond een uur of tien krijgen de monniken hier hun laatste maaltijd van de dag, de (vroege) lunch. Na twaalf uur 's middags mogen monniken niets meer eten. Als we aankomen is het uitdelen van het eten al in volle gang. De monniken komen aanlopen in een hele lange rij, netjes achter elkaar, bedelnap in de hand. Bij de ingang gaan de slippers netjes in een rij, en stappen ze naar binnen. Ze krijgen allemaal een schep witte gekookte rijst in hun nap en gaan naar binnen. De oudste en belangrijkste monniken gaan voorop, de jongere en allerkleinsten achteraan. In de eetzaal zitten ze aan lange tafels te eten. Deze maaltijd wordt aan de monniken geschonken door een mevrouw die vijftig is geworden. Haar verjaardag viert ze hier, door het schenken van een maaltijd aan de monniken.

mandalay-269 (320x240)

Als de monniken klaar zijn met eten komen ze één voor één weer naar buiten. De hoofdmonnik komt naar buiten en nodigt ons allemaal uit voor de lunch binnen. De tafels worden opnieuw gedekt, en daar zitten we dan in het klooster met de oudere monniken, de familie van de vijftigjarige vrouw en mensen uit de buurt te eten. De tafels zijn laag, je moet op de grond zitten. Het is niet alleen rijst, er zijn bijgerechten van een soort soep, gebakken kip en vis, groenten en enkele pittige gerechten. Het is gezellig, het eten is heerlijk en ook de motorrijders eten mee. Wij zijn de enige buitenlanders in dit klooster, en dat maakt het een unieke belevenis. Er komt ook nog een soort van dessert; mango salade, en een soepje van kokosmelk met fruit, stukjes brood en krentjes erin. Smaakt stukken beter dan het klinkt!

We krijgen nog een rondleiding door het klooster, en zien waar de monniken leven en slapen. Er hangt een hele rij monnikenpijen te drogen aan de waslijn. Bij een prachtige stupa stoppen we. Deze is redelijk nieuw, zo'n twintig jaar oud pas en erg kleurrijk. Ook staan er Boeddhabeelden uit heel Zuidoost Azië. Als je goed kijkt zie je dat ze allemaal anders zijn qua stijl.

Dan is het tijd voor een drankje in een theehuis. We zitten hier goed, en we praten volop met de mannen. De jongste, Mayko spreekt helaas geen Engels, maar Hla Myo en Khaing Gyi zeker wel, en ze zijn geïnteresseerd in ons leven, en wij in het hunne. Allerlei onderwerpen passeren de revue, over onze banen, hoe ze motorrijders zijn geworden. Over het leven thuis, hun vrouwen en kinderen, de vriendinnen van Mayko. Zo komen we te weten dat je hier gemakkelijk aan de anticonceptiepil kunt komen. Je hebt alleen een handtekening van je man hiervoor nodig! Sex voor het huwelijk is 'impossible' zo vertellen ze. Engels hebben ze zichzelf geleerd, door met toeristen te praten. Op school leren ze wel Engels, maar het wordt verkeerd uitgesproken, dus verkeerd aangeleerd.

Tijd voor Sagaing Hill. Vele traptreden omhoog, met een dakje erboven, leiden naar de top van Sagaing Hill. Een monnik zit 'live' gebeden voor te lezen in een microfoon, het geluid staat erg hard zoals bij de meeste tempels hier. Hoe dichterbij we komen, hoe harder dus. Na een half uurtje zweten bereiken we de top. Het uitzicht is werkelijk prachtig! Je ziet de Ayeyarwady rivier, twee bruggen en heel in de verte ook Mandalay en Mandalay Hill. Er staan ook verrekijkers en er zijn veel winkeltjes met kitsch. Als je naar beneden kijkt zie je overal tussen de bomen grotere en kleinere stupa'tjes. Bovenop de top bevindt zich de Soon U Ponya Shin Paya. Een gouden stupa uit 1312 met verschillende gebouwtjes met Boeddha's er omheen. Bij een bepaalde Boeddha, waar die monnik zit voor te lezen in de microfoon, worden grote manden met bananen en flessen water geofferd. Is dit soms een banana-Boeddha? En wat doen ze met al die bananen die overblijven? Hla Myo vertelt dat het eten wat overblijft wordt verdeeld onder de armen. Geen verspilling dus, gelukkig maar! Er leven momenteel zo'n zesduizend monniken en nonnen in Sagaing, en daarmee is het een spirituele plek waar mensen heengaan om te mediteren als ze te gestrest zijn.

We gaan weer terug de rivier over, richting Amarapura. We stoppen langs de rivier om te zien hoe hier (illegaal) teak wordt verhandeld. De mensen leven en werken langs het water, we zien zand in grote manden over smalle planken vanaf een boot een vrachtwagen ingaan. Hard werken, weinig verdienen! We lopen wat door een klein dorp waar weinig buitenlanders komen. De mensen leven hier zeer eenvoudig, en weven lappen aan grote weefgetouwen. We mogen gerust een kijkje komen nemen! En we zien hier een half ingestort teakhouten klooster, zo scheef als wat, er wonen nog twee oude monniken in. Dan gaan we richting U-Bein bridge, gelegen aan het Taungthaman meer. Eerst gaan we wat drinken en een snack eten van gefrituurde garnaaltjes, kleine visjes, mais en een soort gefrituurde komkommers. Idee van onze gidsen, en erg lekker!

Rond een uur of vijf lopen we langs de Kyauktawgyi Paya naar de brug. De oude teakhouten brug van U-Bein, is een hele bekende plek, en een van de meest gefotografeerde plekken van Birma. De brug is twaalfhonderd meter lang en bestaat uit teakhouten palen. Onderweg is er ook veel te zien, zoals vissers die in het (ondiepe) meer staan te hengelen, vrouwen die de was doen, kwakende eenden en grazende buffels op een klein stukje land. Hele volksstammen zitten bij het vallen van de avond te vissen in het ondiepe meer.

Aan het einde van het meer is een klein dorpje, hier bezoeken we een schooltje. Een stuk of zeven kinderen krijgen hier bijles van een juf. Ze zitten braaf aan tafeltjes te schrijven of zinnen op te dreunen. De juf ligt er zeer relaxt bij in een ligstoel en corrigeert soms wat. Met bootman nr 41 varen we terug. Het is een oud baasje, dat zeer vriendelijk blijft lachen. Hij roeit de houten boot staand. Zo nu en dan moet hij even bukken om de boot leeg te scheppen want die maakt water.

mandalay-511 (320x240)mandalay-531 (320x240)

De zonsondergang is magisch! Eindelijk helder weer en een goede zonsondergang. Dit nodigt uit tot het maken van vele opnames! Het is een prachtig gezicht als je de mensen, de monniken, de fietsers in het tegenlicht ziet voortbewegen op de brug vanaf het water! Ondertussen is het bijna zeven uur en aanvaarden we de terugtocht op de brommers. Het is pikdonker als we bij het hotel arriveren. We nemen afscheid van onze bijzondere gidsen, we hebben echt een topdag gehad!
Iedereen die naar Mandalay komt zou een tourtje met deze mensen moeten maken, ze verdienen het gewoon en brengen je naar echt hele bijzondere plekken, en dat voor slechts twaalfduizend Kyat per persoon (tien Euro), een spotprijs. 's Avonds lopen we naar het V-Café voor een hamburger met frietjes. Een goede afsluiting van een superdag!

 

Stadsjungle
Dinsdag 16 juli 2013. Mandalay, Birma.

Na zo'n tweeëneenhalve week Birma is er een zekere tempelmoeheid ingetreden. Het plan was om vandaag met de boot naar Mingun te gaan, maar na zo'n vermoeiende en fantastische dag als gisteren hebben we onze plannen bijgesteld. We gaan er een relaxt dagje Mandalay van maken, beetje shoppen, beetje zwemmen. Toch is er nog één ding wat we graag willen doen, en dat is een weeshuis bezoeken. In Bagan hebben we via Ans en Geert het adres gekregen van The Golden House, waar zo'n honderddertig (wees)kinderen verblijven.

Na de cycloon Nargis in 2008 zijn deze kinderen dakloos geworden en werden ze naar opvangkampen gebracht. De dingen die daar gebeurden waren niet pluis, kinderhandelaren, prostitutie etc. Een aantal van deze kinderen zijn door de stichting meegenomen naar Mandalay, ze wonen hier nu in het Golden House, krijgen eten, een slaapplek en onderwijs. Ze kunnen in het huis blijven wonen tot ze twintig jaar zijn. Het adres van dit tehuis kregen we via een meisje dat hier vrijwilligerswerk doet, ze was ook in Bagan.

Eerst naar een bank om nog wat Euro's te wisselen. De koers is iets gedaald ten opzichte van vorige week. In het kleine bankgebouw werken achttien personeelsleden. Er zijn er ongeveer drie bezig met iets te doen, de rest 'hangt' een beetje rond, of is bezig de mobiel te checken. Ongelofelijk toch weer hoe inefficiënt de mensen hier werken. Is dit een overblijfsel van het militaire regime, dat er geen werkeloosheid heerst of zo?

Dan op pad naar het weeshuis, het is ongeveer een dik half uur lopen. Maar het opgegeven adres blijkt niet te bestaan! Niemand kent The Golden House, we vragen de weg bij een apotheek, bij iemand op straat en bij de verkeerspolitie. Die laatste waagt er nog een telefoontje aan, maar helaas, adres onbekend. Daar staan we dan met onze tas met zeep, tandenborstels en shampoo uit het hotel. Jammer maar helaas dus.

De weg terug doen we eveneens lopend, er zijn bijna geen taxi's in deze buurt. Later blijkt het weeshuis zich helemaal aan de andere kant van de stad te bevinden, maar dan zijn we al zoveel verloren uren verder dat we ons naar het Diamond Shopping Plaza laten brengen. Wat een contrast, een heel ander Mandalay.
Het shoppingcenter doet niet onder voor een westers warenhuis, met allemaal kleine luxe winkeltjes. Een crèmepje kost hier al snel een euro of vijftien, welke Birmees kan dat nu betalen. We zien dan ook meer kijkers dan kopers. Op de bovenste verdieping is een Taiwanees restaurant, Formosa. Het ziet er heel trendy uit, en het heeft een uitgebreide menukaart. Er zit veel upperclass jeugd binnen, je ziet het aan de moderne kleding die ze dragen. Michel besteld een curry met rijst en een ei, Ruben en Lianne een muffin-wafel met ijs en fruit. Al het eten overtreft onze verwachtingen. Het is heerlijk en ziet er ook heel aantrekkelijk uit. Helemaal onderin het shoppingcenter is een hele moderne supermarkt, te vergelijken met de supermarché's in Frankrijk. Werkelijk van alles is hier te koop! Er is ook een reisbureau van Air Asia, en hier komen we er achter dat er ook een free shuttle naar het vliegveld gaat voor Air Asia gasten. Helemaal top dus! Daar gaan we morgen zeker gebruik van maken, want de bus vertrekt niet zo ver van het hotel. We lopen het hele eind terug, zo'n vijfenveertig tot zestig minuten te voet. Het is ondertussen flink heet en zonnig geworden.

Verder doen we niet heel veel meer, een beetje hangen in het hotel, wat internetten en het zwembad lonkt. 's Avonds eten we bij het V-Café. Heerlijk Europees eten, wel een beetje duur, maar goed, als afsluiter van onze laatste avond in Myanmar is het helemaal niet verkeerd. Ze hebben ook Tiger bier uit de tap!

mandalay-616 (320x240)

 
Vervolg reis in Thailand

Reacties  

#1 vraagMarion 27-11-2013 19:58
heb jullie verslag gelezen, hoe hadden jullie de reis geboekt?
Alles al gepland of te plaatste ook nog iets geregeld?

bedankt voor je reactie

Inhoudsopgave

  1. Yangon
  2. Inle Lake
  3. Kalaw
  4. Bagan
  5. Mandalay
Altijd gesloten?

Social Media

Houd jij van Verre reizen met kinderen? Volg, like en blijf op de hoogte!