Artikelindex

Op zoek naar goud in Ouro Preto
Dinsdag 3 november 2009. Belo Horizonte, Brazilië.

altZe zitten ons wat vreemd aan te kijken als we onze twee bedjes (vergelijkbaar met de Quechua werptentjes) voor de kinderen uitvouwen op het busstation. Het is tegen half negen in de avond en onze bus vertrekt vanavond pas om half twaalf. Steijn en Merel geven zich snel over aan de herrie en de hitte en slapen terwijl wij wachten.

Vandaag hebben we weer een lekkere dag aan het strand gehad. We hadden ons de luxe gegund van twee stoelen en een parasol (voor de prijs van 2,50 euro). Aansluitend gedoucht bij een openbaar toilet dat goed verzorgd was. Rio zit er op, en we hebben er goede herinneringen aan. Het is een open stad waar je je relatief veilig kunt voelen. Echter als je verder kijkt dan de façades is het ook een stad waar de tijd heeft stilgestaan. Vanaf eind jaren zeventig is er niet meer veel gebeurd. In die tijd zijn alle grote hotels en flats gebouwd en alles ziet er inmiddels enigszins uitgeleefd uit. Daarbij zie je de armoede ook letterlijk op straat tot in de wijk waar wij zitten, Copacabana. Het is niet vreemd dat je ’s ochtends naar de winkel loopt en iemand ligt op het betonnen trottoir zijn roes uit te slapen. Niemand bekommert zich over hem en over een paar uur is hij weer op zoek naar een weggegooid restje brood en een flesje pure alcohol. De Farvela’s omsluiten de hele stad en overal waar je kijkt zie je de sloppenwijken tot ver tegen de heuvels opgebouwd. Je rijdt er ruim een uur doorheen voordat je de stad uit bent. Ik vraag me dan ook af waar ze het geld vandaan halen om de Olympische Spelen van 2016 te organiseren. Natuurlijk geeft zo’n evenement een boost aan de economie, maar de investering is ook enorm. Het zal m.i. niet bijdragen aan het oplossen van de problemen van de kansarmen die deze stad in overvloed kent. Let the games begin!

Het wisselen van slaapplek van de werptentjes naar de bus gaat makkelijk en in de bus reizen we total cama, stoelen die volledig plat kunnen inclusief kussen en deken. De reis gaat voorspoedig en Simone moet de hele club wekken als we de volgende ochtend om 8.00 uur in het busstation van Ouro Preto binnen rijden. Gelukkig is de pousada (het hostel) dichtbij en slapen we nog effe verder. Merel verrast ons daarna door van het bovenste bed van het stapelbed op de betonnen vloer te vallen, head first. Gevolg, tand door de lip, losse voortand, bloedneus en een bloeduitstorting in het tandvlees. Na een aantal dagen is alles weer goed hersteld, maar we waren bang voor een fietsenrekje in een tweejarig mondje.

Ouro Preto heeft veel weg van Cusco, waar we in Peru zo lang gewoond hebben. Het ligt dan maar op 1000m, maar is ook omsloten door heuvels. De bouwstijl en de straten hebben veel gelijkenis. Veel huizen die wit geschilderd zijn met van die mooie houten balkonnetjes, de straten zijn gelegd met keien of kinderkopjes, die ze hier zonder enige problemen negerhoofdjes noemen! En alle straten gaan steil omhoog of naar beneden. We voelen ons er al snel echt thuis.

altaltalt

Ouro Preto ligt aan de Estrada Real. De weg van de kust naar de goud- en diamant mijnen. In de hoogtijdagen, rond 1750 woonden er 110.000 mensen, voornamelijk zwarte slaven. Elke wijk heeft een kerk die straalt van het goud en zilver. Een grondstof die ze hier tot voorkort (1985) nog uit de grond haalden. Enkel, nu is het niet rendabel meer. De mijn waar ze dit deden ligt een aantal kilometer verder, de Minas de Passagem. Een mooi vervallen houten gebouw ziet er imposant uit, daarachter spoorrails met een karretje en een lier. Alsof je bij de achtbaan bovenaan het hoogste punt staat, gaat het na een paar meter steil naar beneden een donker zwart gat in. Nu maar hopen dat die lier goed werkt! Na 350m afdalen, staan we in een duizend meter hoge berg waar ze twaalf vierkante kilometer rond hebben gegraven op zoek naar goud. In totaal 35 ton hebben ze hier gewonnen. In karretjes van duizend kilo ruwe gesteente werd het naar boven gehesen. Elk karretje leverde vier tot acht gram goud op. Dit verkregen ze door het gesteente te malen en te ‘wassen’ in van die schalen. Dat zijn meer dan zeven miljoen karretjes! Wij zouden het monnikenwerk noemen, hier hadden ze er slaven voor…

altaltaltalt

De machinist van de lier laat ons nog graag zien hoe het wassen gaat en al snel vormt er zich een waas goud in de schaal. Tot op de dag van vandaag staan er mensen in de naastgelegen rivier alle dagen te zeven naar goud.

In Ouro Preto rijdt ook de Smoking Mary, een stoomlocomotief uit Tsjechië, gebouwd door de Skoda fabrieken. Steijn en Merel keken uit naar deze geweldige rit door het mooie landschap richting Mariana. Helaas had Smoking Mary, vrij vertaald naar rokende (tante) Mery, het op de ‘longen’ gekregen en was ze voor een maand uit de running, dus werd het enkel de dieselloc die de historische wagonnetjes zou trekken. Als Mery wel werkte ging deze dieselloc overigens ook mee om haar te duwen bij de steile stukken en scherpe bochten. Bij het vertrekstation en eindstation waren er musea en speeltuintjes waar met allerlei spoormateriaal ‘geluidsspeeltuintjes’ waren gemaakt: bellen, veringen, wielen. En overal mocht je lekker op rammen, ehh ik bedoel spelen. Wat een kabaal, wel erg leuk. Natuurlijk mocht Steijn nog de pet van de machinist op en konden Steijn en Merel uren kijken naar het modelspoor wat er van het traject was gemaakt.

altaltalt

Nu, 2 november, zitten we in Belo Horizonte. Een grote stad waar vanuit we morgen vliegen richting de Samba stad Salvador. We gaan daar volgens Steijn sambabillen krijgen. Ik laat me verrassen. Belo Horizonte is een verplichte stop-over. Een miljoenenstad waar erg weinig te zien of te beleven is, zeker omdat we er zitten tijdens Allerheiligen, -zielen of -ongelovigen, maar ze hebben twee feestdagen en alles is dicht. Gelukkig hebben ze hier een park en een continue kermis. Ik ben nog nooit voor uren plezier voor maar €15 naar een kermis geweest, dat kan hier wel! En in het park herinnert Merel ons fijntjes aan het feit dat kinderen de taal van hun ouders spreken. We lopen langs een straatverkoper en Merel zegt tegen Simone: ‘dat hebben wij niet nodig hè mama?!’ Als je door iedereen wordt aangeklampt om op straat snoep, bikini’s, altvliegers, pannen en andere goedbedoelde meuk te kopen, is dat een zinnetje die Merel en Steijn dus snel overnemen….

Om ons verblijf zo goed mogelijk te maken hebben we een hotel met dakterraszwembad. Vanmiddag kwamen ze kijken waarom er zoveel water op de stoep beneden lag, Steijn en ik waren enkel bommetjes aan het oefenen. Merel trouwens ook, maar die verplaatst niet zo veel water.

Partners

Social Media

Houd jij van Verre reizen met kinderen? Volg, like en blijf op de hoogte!