Verre Reizen Met Kinderen

Reizen met kleine kinderen kan! 

Reizen deden we al voordat onze kinderen er waren. Wij, Hans en Fleur, hebben samen in 12 jaar tijd al een flink aantal prachtige plekken op de wereld gezien. Met z’n twee bezochten we onder andere Vietnam, Cambodja, Maleisie, Singapore, India en veel bestemmingen binnen Europa. We regelen het graag zelf. Al onze reizen met z’n twee stelden we zelf samen, namen een Lonely Planet mee en een globale planning en verder zagen we wel.

Na de geboorte van onze oudste dochter Evi zijn we eerst op vakantie gegaan naar Italië. Niks mis mee, mooi land, leuk hoor, maar het kriebelde. Zou je ook met kinderen goed ver op reis kunnen? Moeilijk kon het toch niet zijn? Reiservaring hadden we zelf al genoeg. Overal ter wereld groeien kinderen op, dan kunnen wij er vast ook wel rondreizen. Het was zoeken naar ervaringen van anderen. Het viel me op dat er veel te vinden was over reizen met kinderen vanaf een jaar of vier, of georganiseerde reizen, maar weinig over zelfstandig reizen met peuters. Dus bedachten we vooral zelf wat er nodig was, schatten een luiervoorraad in, namen wat eten van thuis mee voor noodgevallen, probeerden een draagzak uit, sleepten een tweedehands buggy mee (die overigens alle reizen mee is geweest!)

De vraag is inmiddels wel beantwoord. Na Sri Lanka, Mexico en onlangs Thailand is het voor ons helder: reizen met kleine kinderen kan. En hoewel het soms creativiteit, doorzettingsvermogen en flexibiliteit vraagt, kunnen we ons geen leukere manier bedenken om de wereld te verkennen. Ik deel onze ervaringen graag, om te laten zien dat er heel erg veel mogelijk is met (kleine) kinderen. En iedere reis leren wij ook weer bij over wat handig is, wat goed werkt en wat we een volgende keer anders zouden doen. Op ons verlanglijstje staan onder andere nog Brazilië, Indonesië, zuid India, Filipijnen, Zuid-Afrika... Er ligt nog genoeg in het verschiet!

familieportret600

Sawadee!
Dinsdag 1 mei 2018. Muak Lek, Thailand.

Het regent hier nu. En het ruikt zo heerlijk. Naar de bush van Burgers Zoo, met hetzelfde klamme en warme klimaat. Alleen is hier een veelvoud aan dieren, planten, geuren en geluiden. Dus beter is het: de bush ruikt naar Thaise jungle. Dus die regen is nu best even welkom, want overdag halen we makkelijk 35 graden zagen we al. Maar iedereen die inmiddels een paar jaar meeleest weet: een reisverhaal op dag 1. Dan was er iets loos.

Beginnend bij het begin. Wakker worden, we gaan op vakantie!
NOS nieuwsapp: wegens een grote stroomstoring.... . Maar zen als we waren hebben we daar niet de meeste aandacht aan besteed, zal wel loslopen. Na nauwlettend het nieuws te hebben gevolgd bleek er gelukkig minder aan de hand dan gedacht: alle vertrekkende vluchten: niks aan de hand. Halleluja.

Vertrek van thuis, rugzakken op, buggy mee, kinderen mee. Zeg, hoe laat gaat die bus eigenlijk? O? Nog een half uur wachten. Dan gaan we maar lopen. Met twee kleine kinderen, twee rugzakken, vier stuks handbagage en twee moeten-we-echt-niet-kwijtraken-knuffels. Had iemand er eigenlijk al aan gedacht om de OV-chip te checken op nog resterend bedrag? (Nee dus, voor het geval je dat zelf nog niet had bedacht uit deze retorische vraag). Best druk in de trein. O vanaf Utrecht moeten we als sardientjes in een blik? Want Ajax speelt. Hmm O, oké, nee niet gezien. Wel vol ja. Poeh. Kinderen, gaat het nog?

Aankomst op Schiphol: mama! Kijk! Kijk! O daar! En hup, daar ging ons overmoedige reizigerskroost op in de menigte. Ferme woorden onzerzijds ten spijt. Nou, snel dan die grote rugzakken weg, kunnen we tenminste ontspannen naar de gates en daar wachten met wat drinken en eten.

Check in: al gedaan thuis, ons kan niks meer gebeuren, nee hoor, O fijn bedankt, priority lane vanwege de kleintjes, heel fijn, ja hoor bedankt... zo, weg met die tassen...alstublieft, hier de paspoorten, gauw die labels nu en door.
‘Meneer. Hier staat Hans op uw ticket. En uw eerste naam is Hendrikus.’
‘Ja?’
‘Uw naam op het ticket komt niet overeen met wat er in uw paspoort staat.’
Ietwat dom staren we de man aan. Zo moeilijk zullen ze toch niet doen? Toch?
‘Waar gaat u heen? Bangkok? Aiiii.’ En ieder van zijn collega’s die hij het vervolgens vraagt doet: ‘aiiii.’ Dan weet je: dit is foute boel. Informeren naar de oplossing brengt ons bij:
1. in de rij gaan staan bij de KLM counter voor wijzigen. Wachttijd: ongeveer 2 uur. (Het was half 3.) gate close om 17:09.
2. De grondsteward zijn werk laten doen. En hoewel optie 2 een prima optie lijkt, wordt zijn telefoontje telkens niet beantwoord en wordt ook zijn blik steeds zorgelijker.
Na nog wat gevloek, boze blikken, overwegingen en gezucht komt er na een half uur gedoe redding; loop er maar even heen met een van de stewards, dan komt het wel goed, aldus een van de oudere supervisors. Halleluja voor KLM. En Hendrikus mocht dus toch mee.

Deelden we ons vliegtuig ook nog met heuse Nederlandse celebs; Tooske en Bastiaan Ragas plus kroost (voor degenen die denken: wie? Zij was ooit sterretje bij TMF, hij doet iets met musicals en samen adviseerden ze stellen met slechte huwelijken). De mensen die ook ons Mexico avontuur hebben gevolgd kunnen zich nog de verschrikkingen van die heenvlucht herinneren. Compleet voorbereid op tenminste zes uur ellende, zaten we schrap. Valt Isabel vrijwel direct na de start in slaap en werd pas wakker een uur voor landing. Evi had zich met dekentje voor de tv genesteld en sliep daarna ook het grootste deel van de vlucht. Dat gaf ons ook wat tijd om te slapen en dus kwam iedereen, ondanks een overgeslagen nacht, relatief fris het vliegtuig uitrollen.

Hendrikus mocht direct nadat we waren goedgekeurd door de Thaise immigratie op voor de vuurdoop in Thailand: met huurauto naar Muak Lek. Ze rijden hier links. En de u-turn is hier populair. En de weg vinden is ook met navigatie soms nog best uitdagend. Maar: met een klein tussenstopje voor een ijsje bij de 7/11 kwamen we na twee uur ongeveer aan bij ons huis.

En zeg maar rustig HUIS. Midden in het groen, met zwembad, aparte slaapkamers en een enorme tuin. Het enige geluid komt van de vogels, krekels en soms denken we ook apen te horen. Maar dat kunnen ook onze kleine apen zijn die door de tuin rennen. Uitgebreid eten ‘s avonds met een goeie Tom Yum, papaya salade en fried rice bracht ons weer een beetje bij, Isabel had het er alleen niet op: lust ik niet is het antwoord dat we steevast krijgen. Niks anders dan thuis dus.

1 mei 2018

En na een goede nacht slaap, waarbij elk spoor van jetlag al verdwenen lijkt te zijn, hebben we vanochtend een heerlijk Thais ontbijt geserveerd gekregen van nieuwe vriendin Benz en haar broer Kahn. Zij runnen de airBnB op het terrein van vader, die zijn stuk terrein weer van een vriend heeft, de rest van het omliggende stuk grond zeg maar. Het is vandaag 1 mei (dag van de arbeid. Wij vieren dat in stijl) en de Thai zijn ook vrij. Dus toen we met de auto naar de Tesco reden (grote xxl supermarkt) bleek dat half Muak Lek daar ook naartoe wilde. Dus als Hans nog enige reserve had voor wat betreft het autorijden: die zijn vandaag geparkeerd op het terrein van de Tesco.

In de Tesco was het voor ons een attractie, maar even zo goed waren wij met ons blonde kroost een attractie. Heimelijke foto’s, zwaaien, roepen, even in wangen knijpen of voor de echte durfals even in een bovenarm en het feest was compleet. Evi kreeg, na vriendelijk Sawadee te hebben geroepen, een prachtig in elkaar gevouwen ballonzwaard van de lokale vleeswaren medewerkster. ‘And for baby sister too yes!’
Baby sis en grote sis waren er blij mee.

We blijven hier nog een paar dagen, tot zaterdag en gaan morgen een uitstapje maken. Vanavond dineren we op de nightmarket van Muak Lek, als die open is, maar dat vertelt onze vriend Kahn ons straks, terwijl we afkoelen in het zwembad.

 

Hello baby!
Woensdag 2 mei 2018. Muak Lek, Thailand.

Inmiddels lijken we het weer hier een beetje door te hebben. Overdag is het snikheet (gevoelstemperatuur volgens Weeronline 42 graden) en tegen 17:00 komt er wind en regen deze kant op. Het regent even kort en heftig en daarna is de gevoelstemperatuur nog maar 40 graden. Valt alweer mee hè? Maar dat drukt de pret niet hoor, je kan ook in een luizige 11 graden met regen en wind zitten... Hier kan je je korte broek gewoon aanhouden. Wel zo fijn. Dat betekent echter ook, dat als je nog wat wil ondernemen (eten, bijvoorbeeld. voor degenen die voor het eerst met het reisblog meelezen: dat is een vrij essentieel onderdeel van elk van onze vakanties) je er dus ‘s avonds uit moet. En aangezien er geen taxi of tuk tuk tot onze beschikking is, moet dat de auto zijn. In het donker. In Thailand. Nou, zo blijkt, dat gaat heel prima. Je auto zet je gewoon ergens neer waar het ook maar een beetje past, niks geen parkeermeter of parkeerschijf, gewoon praktisch oplossen die handel. Uiteindelijk bleken we niet op de foodcourt van Muak Lek beland of aan straat met de eetstalletjes, maar meer op een markt gedeelte met allemaal vers spul, maar nog niet of alleen half bereid. Desondanks lukte het toch om wat te vinden:
Een simpele mie (we wezen een andere aan. De mevrouw keek naar ons, glimlachte vriendelijk en zei: This one no spicy. You want? Ja, doe dan die maar.)
Iets dat leek op bitterballen zonder krokant korstje maar met kaasvulling en mayo en curry, tot groot genoegen van Evi.
Een spicy varkenscurry (zo spicy dat de sticky rijst er heel hard bij nodig is om je mond weer enigszins tot rust te brengen. Maar lekker... O zo lekker!)
En kipdijstukken op een bamboe spies, in een heerlijke marinade, waarbij we eigenlijk een Ikea instructie nodig hadden om de kip los te krijgen van de inventief gebruikte stokjes. De Thai die ons hebben zien peuteren moeten wel stiekem hebben zitten gniffelen om zoveel onvermogen.
Hans tikte ook nog een ander deel van de kip aan een spiesje op de kop (Evi: Hmm! Leverworst!) maar die heb ik laten passeren: kippenlever op spies.

Enfin, tekort aan eten dus zeer zeker niet. Vandaag op de markt grabbelde een van de verkopers op een marktje bij Pak Chong in de buurt uit een mand ineens vier joekels van kikkers tevoorschijn. En hoewel ik best avontuurlijk ingesteld ben (vanmiddag wilden we ergens eten bestellen. Probeer dat maar eens zonder Engelse menukaart) mogen ze die onooglijke monsters wat mij betreft wel houden. De wel heel verse vis (want spetterde nog een beetje rond op de plaat) maakte veel indruk op beide dames. Zoveel dat ze er op de terugweg vakkundig door ons langs geloodst moesten worden. Tekort aan aandacht hebben we ook niet want overal waar we met onze twee kleine blonde attracties komen blijft wat aan de strijkstok hangen (nu weer een suikerspin) of worden ze veelvuldig gekiekt met omaatjes voor allerlei Thaise fotoalbums. Heimelijk of gewoon onbeschaamd zo voor je neus, het gebeurt aan de lopende band. Bij de mevrouw die vanmiddag een fruitshake voor ze maakte, kregen ze na een paar slokken proeven nog een refill waarbij de beker zover afgetopt was dat het er gewoon letterlijk uitklotste. Omdat ze zo snoezig waren. En het omaatje dat vervolgens even voorbijkwam deed een nogal heftige imitatie van de heks uit Hans en Grietje door met haar nagenoeg tandeloze mond voortdurend te grijnzen en te voelen aan de bovenarmen van beide kinderen.

Trouwens, op de beroepsdeformatiebingokaart kan ik ook al een hoop afstrepen zeg. Vuilnisauto’s (achterladers, zonder ook maar enige vorm van veiligheidsmaatregelen. Waarom zou je ook. Je kan best bovenop zitten. En handschoenen. So overrated.), bosmaaier (hoezo werkschoenen? Als je je teen er af bosmaait, maai je toch lekker verder met negen tenen?) vuilstort, (niks verbranden. Ophopen. Er kan altijd meer bij.), lokale papierinzameling (dat zag er dan wel netjes gebundeld uit. Maar het moet ook ooit ergens heen hè?) wijkveger (laten we zeggen dat het gebiedsgericht werken op beeld hier nog wat aandacht nodig heeft.)
Kortom: die is bijna afgestreept, kan ik thuis ook weer zeggen dat ik wat heb gezien van de Thaise wijze van afvalinzameling en beheer openbare ruimte. Mochten we ooit besluiten om een dependance te openen in Thailand trouwens, ik hou me aanbevolen hoor. Genoeg ruimte voor verbetering.

Vandaag (geen idee al meer welke dag het is) bezochten we Phimai. Net iets te ver rijden eigenlijk, maar wel de moeite waard want mooie oude Khmer tempels, die ons (de ouders van dit gezelschap) erg deden denken aan onze vakantiedagen in Cambodja, toen we ook toerden op de laatste dagen en het rood van de aarde en groen van de sawa’s zo’n indruk maakte qua kleur. Dat was ditmaal niet anders. Phimai was voor beide kinderen een feest: overal op, in en aan, dus Dora the Explorer en de vrouwelijke versie van Freek Vonk hadden het prima naar hun zin.

Op de terugweg bleek de navigatie een andere interpretatie te hebben van Muak Lek, waardoor we en passant ineens ergens bovenop de heuvels belandden. Een prachtig uitzicht, toegegeven, maar inmiddels al laat en iedereen was hongerig en moe. En dan ook nog een navigatie die je niet begrijpt, dat maakt niemands humeur gezellig. Overigens: Hans is inmiddels volledig ingeburgerd in de Thaise rijstijl en adopteerde met liefde de regel: de grootste heeft gewoon overal voorrang. Nadat we eindelijk weg waren van Muak Lek Hillside (zo’n metropool hier, niet te doen joh.) konden we nog even gauw een pad Thai op de lokale foodcourt scoren, kinderen nog even in het zwembad plonzen en dat was het dan weer voor vandaag. Tijd om dit tweede stuk op het dakterras vanaf m’n ligbed te schrijven.

 

Thun-thun-thunder, feel the thunder...
Vrijdag 4 mei 2018. Muak Lek, Thailand.

Laten we zeggen dat we weer een paar avonturen rijker zijn geworden in de afgelopen dagen.

Gisteravond zijn we op strooptocht gegaan voor eten, want ja, een mens moet toch eten, nietwaar? Na wat rondrijden in Muak Lek ontdekten we een groot restaurant in een zijstraat met veel Thai en geen enkele toerist (die zijn er sowieso niet in Muak Lek, vermoed ik). Jackpot in elk geval, daar willen we eten. Bediening spreekt natuurlijk ook alleen Thais maar toch krijgen we vlot duidelijk gemaakt waar het om gaat. Gezien het postuur van de ladyboy die ons bediende denk ik dat hij onze noodzaak voor eten wel vlot begreep. En zo belandden we dus in een sessie Moo Kata, ofwel een Koreaanse variant op barbecueën (en fonduen) die in Thailand erg populair is. Het idee: een vuurvaste pot met kooltjes, een soort sombrero er op, bouillon er in, vlees op het ronde gedeelte en groenten en noodles in de bouillon. En dat levert dan dus heerlijk eten op. We waren al getipt dat dit iets was wat we moesten doen, alleen waren we er nu per ongeluk ineens beland. Ook de kleine dames hebben prima mee gegeten en zijn nadien beloond met een overheerlijk kokosijsje.

2 mei 2018

De laatste dag in Muak Lek betekende een verkenningstocht door Khao Yai national park. Door Benz en Kahn naar de ingang geloodst via een binnendoor route, en zo klommen we met de auto langzaam steeds verder omhoog tot we uitkwamen bij het visitor center. De wandelroutes boden ook een route van 1,2 km, prima te doen met de kinderen en de check bij de balie leerde ons dat het alleen verharde weg was en de verzekering dat de buggy ‘natuuuuuurlijk mee kon.’

Mee kon ie wel ja, maar ermee vooruit was een ander verhaal. Al na 100 meter bleek de weg regelmatig versperd door boomtakken en was het pad niet ‘a little bit steep’ maar gewoon ordinair hartstikke steil. En zeker in 30+ temperaturen met een luchtvochtigheid van 80% (ik overdrijf niet. Echt. 80%). Enfin, al gauw constateerde Evi een wormpje op de grond. Bloedzuigers.
Naast een hekel aan kikkers heb ik ook een pleurishekel aan beesten die van me parasiteren, dus een bloedzuiger is een goeie tweede achter de kikker. En na Evi’s constatering dat er een bloedzuiger lag, nog 30 minuten zeker te wandelen en de weg die voor ons lag kon het bijna niet missen: we zouden wel eens een bloedzuiger kunnen oppikken. Of twee. Of achttien.
Nog niet gedacht of een van die monsters zat al op mijn hand, bij mijn voet en enkel. Ook Evi had er 3 te pakken en de blinde paniek sloeg even toe (Hans omschrijft het als: je deed echt heel erg lijp, doe ‘s normaal, zo’n klein beestje.) Gelukkig is daar de immer kalme redder in nood Hans (ook bekend als Hendrikus) die ons vakkundig heeft bevrijd van de monsters, terwijl ik hem geloof ik de liefelijke woorden: ‘jij ook met je kut-jungle, we gaan!!’ heb toegezongen. Dus maar weer terug vanwaar we kwamen, met nog een stuk of wat zuigers voor onderweg. Dan toch maar liever olifantensporen (poepkeutels ter grootte van een bowlingbaan) zoeken vanuit de auto.

Volgende stop: Haew Suwat Waterfall, ofwel de waterval waar Leonardo diCaprio vanaf springt met z’n vrienden in de film The Beach. Dat is meer mijn jungle stijl: parkeren bij de entree, trapje af naar beneden en toch midden in de jungle staan. Zonder bloedzuigers. Bedankt.
Haew Suwat is niet de hoogste waterval in het park, maar zeker wel een mooie. Via trappen kun je dus helemaal naar beneden en sta je aan een klein meer met boven je hoofd de waterval. Mooie plek om even wat nieuwe familieportretten te schieten ook. Niet alleen onze gedachte maar ook die van zo’n beetje elke andere toerist die daar rondliep.

Dat het hier flink tekeer kan gaan qua regen en onweer hadden we al wel gemerkt, maar vanavond ondervonden we het aan den lijve. Nog even eruit voor wat te eten, vlak voor het donker wordt, kunnen we op tijd weer terug zijn, was het idee. Uiteindelijk resulteerde het in achttien kilometer omrijden op de snelweg omdat we telkens vanwege slecht zicht de U-turn misten; de regen kwam met enorme, veertig kuub bakken uit de hemel, het onweerde, het zicht was slecht, in een land waar het asfalt ook niet echt zoab is zeg maar; de weg veranderde vrij rap in een soort zwembad... in India heb ik ooit een schietgebedje gedaan in de auto vanwege in de nacht rijden en telkens een hartverzakking krijgen door tegenliggers (zie elders in dit blog over India, Khajuraho)... dit autoritje kwam er heel goed bij in de buurt. Het einde in Thailand op een troosteloze snelweg, omdat het weer zo erbarmelijk was. Ik zag het al voor me. Maar dan is daar altijd weer Hans, die ergens toch een roeping als ambulancechauffeur of een andere variant op crisisvervoer ofzo gemist heeft, want die blijft immer kalm en heeft ons weer keurig naar huis gebracht. ‘Papa is toch jouw prins, mama?’ Zei Evi eerder. Ja. En superheld omdat ie ons altijd weer veilig uit dit soort situaties loodst. En voor wie zich nu bezorgd maakt om een herhaling: een keer zo’n ritje was prima hoor, volgende keer rijden we gewoon weer braaf overdag. Zien we ook nog, vlak voordat we de oprit van ons huis opdraaien, een joekel van een kikker voor de auto weg springen (ik krijg vast geen kudo’s van Boeddha als we er wat mij betreft ook prima overheen hadden kunnen rijden?) en daarmee is de dag vol vervelende beesten wel gecompleteerd.

Morgen vertrekken we na een paar heerlijke dagen in ons prachtige huis naar onze volgende bestemming; Kanchanaburi met een tussenstop in Ayuthaya voor wat tempelbezichtigingen. Het is jammer om hier weg te moeten (fantastisch huis, prachtige omgeving (behalve de kikkers), lieve mensen die goed voor ons zorgen, een fijn zwembad en heerlijk tot rust komen, maar het is ook leuk om weer naar een nieuwe bestemming te gaan. Ik meld me weer vanuit Kanchanaburi.

 

This train is bound for glory
Maandag 7 mei 2018. Kanchanaburi, Thailand

Over warmte ben ik normaal echt geen zeikerd hoor. Hoe warmer, hoe beter wat mij betreft. Maar dat was voordat ik de buitencategorie van ‘warm’ meemaakte. We zitten in Kanchanaburi en de thermometer tikt hier dagelijks de 38 graden aan. En da’s heftig, zelfs voor liefhebbers van tropische temperaturen.

Eerder al lieten we ons fijne huis in Muak Lek achter ons en zijn we via Ayutthaya naar Kanchanaburi gereden. De tussenstop in Ayutthaya was om het tempelcomplex in de stad te bezichtigen en dat ging met de dames wonderwel goed. Evi was wel weer te porren voor een potje tempels klimmen (en een verhaal over prinsen en prinsessen) en ook Isabel had er zin in. Maar de grootste hindernis was waarschijnlijk wel alle toeristen die met onze attracties op de foto wilden. Ze waren weer talrijk en hoewel Evi het prima vindt, is het toch gek, al die Aziaten die plaatjes willen schieten van die blonde dolly’s. In ieder geval hebben we maar een deel van het complex gehad, maar dat was op zich ook genoeg. Tussen 11 en 12 door de bloedhitte ploegen is een opgaaf, voor iedereen. In de tweede ronde hebben we nog een van de tempels beklommen en ikzelf heb nog een ondergrondse schatkamer bekeken; het was een steil trapje en ik voel mijn bovenbenen nog :-).

4 mei 2018 (1)

Daarna door naar ons nieuwe verblijf in Kanchanaburi, waar we prima centraal gelegen zitten, vlak bij de night market met foodstalls. Vlak na aankomst barstte er een soort wolkbreuk los die van hetzelfde kaliber was als de eerdere bui tijdens de autorit. Een half uur lang spoelde de weg zo’n beetje weg en was er niks anders te doen dan toezien hoe de bui maar langzaam verder trok. Na wat snacken op de markt, waarbij er verdacht veel ladyboys op de markt rondliepen, begrepen we dat er s avonds een schoonheidswedstrijd gehouden zou worden. Uitsluitend voor ladyboys. Wel twintig plastic prijzenbekers stonden er klaar. Aha. Er liepen er een heel aantal rond die nog wat kledingtips van de Modepolitie konden gebruiken, maar even zoveel bij wie ik in de leer zou kunnen voor make up tips. Uiteindelijk hebben we de meisjes laat naar bed gebracht en met nog wat te eten voor ons konden er plannen gemaakt worden voor onze twee dagen hier.

04 mei 2018 (2)

Er is nogal wat te doen in de omgeving dus er moeten keuzes gemaakt worden. In ieder geval op het menu: de Hellfire pass, het punt van de Death Railway waar men zestien maanden deed over wat eigenlijk vijf jaar had moeten duren. Acht tot tien meter diep door harde steen gehakt met lullige beitels en hamers. De gratis audiotour was een welkome bijkomstigheid, beschikbaar in vier talen: Thais, Engels, Japans en... ja hoor, Nederlands! Evi was een aandachtig luisteraar voor een versimpelde versie van het verhaal en kwam tot de conclusie dat die mensen die andere mensen lieten werken best gemeen waren. Goeie samenvatting, niks meer aan doen. Ook hier dachten we weer slim te zijn door de buggy mee te nemen en aan de vriendelijke Thai bij de balie te vragen of een buggy meenemen wel zinvol was. Tuuuuuuuurlijk, kan makkelijk, ja hoor, no worries, no problem.
Hij vergat er alleen even bij te zeggen dat het nogal veel trappen zijn naar beneden in eerste instantie. En dat het pad nogal grof grind is. Dat rijdt niet heel comfortabel met een buggy. Maar ja, om nou te gaan zeuren op een plek waar mensen met een hamertje stukken uit de muur moesten hakken onder nogal barre tropische omstandigheden, dat voelde ook wat wrang. Dus: niet zeuren, we komen er wel en ook weer terug. Met zweet gutsend uit werkelijk iedere porie in de bloedhitte van 40+ graden, maar toe maar.

7 mei 2018 (1)

Tweede plan op de agenda: een treinreisje met de trein van Nam Tok terug naar Kanchanaburi, waarbij je een stuk van de Death Railway rijdt en Kanchanaburi over de brug van the river Kwai binnenkomt. Een treinrit van twee uur, met geen garantie dat het stipt twee uur zou duren. We hebben ons opgesplitst, Hans en Isabel met de auto terug naar Kanchanaburi en Evi en ik met de trein. Nadat we ons door de haag van Thai hadden geploegd die met Evi op de foto wilden kwam de trein eraan. Type: rammelbak, alle ramen open, ventilatoren aan en de deuren blijven open tijdens het rijden. Lekker doorwaaien dus. Al vrij vlot werd het duidelijk dat we niet alleen op de aangegeven plaatsen zouden stoppen, maar dat ook de spoorwegovergangen benut werden als stop en zelfs de allerkleinste stations werden aangedaan. Gewoon uitstappen naast de rails jongens, geen probleem. Na een half uur vroeg Evi al zeker drie keer of we er al bijna waren (nee) en waarom de trein toch zo langzaam ging. Desalniettemin hebben we samen zitten genieten van het mooie landschap buiten met als absoluut hoogtepunt het stuk waar de trein langs de rivier rijdt, op het meest smalle stukje rails ooit, links kijkend zie je de rotsen en rechts kijkend val je nog net niet de afgrond in. Prachtig, en hoewel maar twee minuten van het totaal was het dat al alles waard. 17:00. We naderen Kanchanaburi, dachten we. Gezeten in de voorste coupe hadden we goed zicht op de locomotief, die er ineens vandoor ging. Zonder ons. Ons achterlatend in letterlijk the middle of nowhere. Zelfs alle Thai keken wat moeilijk. En nadat er wat omgeroepen was, schoot iedereen ineens de trein uit. Net op het moment dat ik ook onze spullen maar wilde gaan pakken werd me in gebrekkig Engels meegedeeld door een Thaise dame dat de trein om 17:20 wel weer verder ging. En de mededeling ‘relax!’ Ok, doen we... na ongeveer een kwartier arriveerde er ineens een andere locomotief, er kwam nog een andere trein voorbij en hup, daar gingen wij ook weer. Aha. Dat was het dus. Met al enige vertraging dus (we hadden om 16:10 in Thakilen moeten zijn. Het was 16:40 toen we daar aankwamen, plus nog de stop) zetten we onze reis voort. Toch al vrij snel kwam de brug in zicht, met een weids uitzicht op de rivier en veel toeristen die op de pijlers van de brug massaal een selfie stonden te nemen. Waren we er toch eerder dan gedacht, kom Evi, we gaan eruit!

7 mei 2018 (2)

Dus we lopen weg van het station. Hmm. Dit ziet er niet uit als ons dorp.. Hmm. Kak. Het dringt ineens door: we zijn er niet uitgegaan op Kanchanaburi centraal (ahum) maar op Kanchanaburi railway bridge. Kak. Nog twee kilometer lopen. Iedereen moe, de avond begint al zo’n beetje en de hitte is nog steeds intens. Na 400 meter klaagt Evi over haar slippers en dan moeten we dus nog wel een stuk. We lopen heel Mae nam kwae Road af, duidelijk de plek van obscure massagesalons, en ietwat foute bars. De straat wordt bevolkt door te dikke oudere Britten, Thaise ladyboys en Thaise vrouwen die er ook niet per se heel florissant uit zien. Beetje apart wel om er met je kleuter van vier doorheen te stappen, maar Evi ratelt lekker door over haar toekomstige huwelijk met Thomas en hoe ze ook een bad en straat vol schuim gaat maken ooit net als in het boek van Floddertje.

Na deze enerverende dag is er nog wat eten afgehaald op de markt en dat was het dan wel weer. Mijn lichamelijke gestel laat even lichtelijk te wensen over en ik red me even op chips en cola, altijd het allerbeste dieet voor kwaaltjes in het buitenland. Vroeg naar bed maar dan. En net als we beginnen het naar bed brengen van de dames constateert Hans dat onze vriend, die al jarenlang met ons meereist, ook weer op ons feestje is: la cucuaracha.
Ja hoor, daar is ie weer en volgens Hans ditmaal van enorm formaat (en als Hans dat zegt moet het minimaal de grootte zijn van een mandarijn ofzo). Vakkundig zijn dus weer alle gaten en kieren dichtgestopt in de kamer en kunnen we met gerust hart slapen. Overigens was het niet zo groot als de slang die we naast de kant van de snelweg zagen vandaag: een enorme slang, dood of levend weten we eigenlijk niet, maar zeker meer dan een meter lang en het zag eruit alsof ie net nog een hapje had gegeten. Ik heb nog even Google erop nageslagen om te kijken wat voor slang het was, maar kon het niet duiden. Volgens onze Freek Vonk achterin de auto was het ‘gewoon een grote slang’.

Deze ochtend gaan we een poging doen om te gaan zwemmen bij de Erawan watervallen, om een beetje verkoeling te zoeken. Misschien vanmiddag nog het oorlogsmuseum en dan zit Kanchanaburi er alweer op. Volgende stop: Petchaburi!

 

Krab, anyone?
Dinsdag 8 mei 2018. Petchaburi, Thailand.

Na een chips-en-cola dieet kon er weer normaal gebunkerd worden. De lokale bakkerij vaart er wel bij; we hebben de halve winkel leeggeroofd en nog nooit smaakte een croissantje zo goed in Azië. Dag twee in Kanchanaburi was opnieuw heet. Bizar heet. Met een gevoelstemperatuur van zo’n 45 graden gutst het zweet langs je lijf zodra je je rechterarm ook maar strekt. En het lijkt er niet op dat dat vlot gaat veranderen.

Tijd voor wat verkoeling. En omdat we uitgerekend in Kanchanaburi zwembadloos zijn, kozen we voor the next best thing: de watervallen van Erawan. Opgebouwd uit zeven niveaus, waarbij op elk niveau ook gezwommen kan worden, met meer of minder vissen en met meer of minder Thai. Niveau 1, een kabbelend beekje met wat kleine watervalletjes, zag er mooi uit; een beetje het peuterbad van de watervallen. Op niveau 2 was het een drukte van belang want daar waren alle plekken waar je ook maar enigszins kon zitten ingenomen door families die lekker zaten te schranzen en aan het zwemmen waren. Op naar niveau 3 dus, hoewel we die gemist hebben want we zijn direct doorgegaan naar 4. Een prachtig meertje met weinig mensen, op een, ja hoor, daar zijn we weer, Nederlandse andere familie na. Bij toeval kwamen we die dag al eerder twee andere Nederlandse families tegen. En hoewel het water helder was, de temperatuur aangenaam en het weer er helemaal naar was om er lekker in te plonzen was er toch ook een kleine hapering. Er zwemmen namelijk vissen in water. Dat kwam voor beide meisjes als een enorme verrassing waar ze niet op berekend waren... :-)
En dus bleef het bij wat pootjebaden vanaf de rand of wat handjes in het water samen met papa of mama. Ook de verwoede pogingen van wat nieuwverworven Aziatische vriendinnen mochten niet baten. Dan maar huiswaarts. Middagdutje en daarna maar weer eens kijken waar wat te eten. Het werd pizza voor de meisjes.

Evi mocht daarna nog een uitje doen met Hans over de night market (en kwam heel trots met een Spider-Man pen thuis) en daarna was het weer inpakken die handel, want we gaan verder! Op naar Phetchaburi, waar we wat tempels willen bekijken en misschien nog een national park willen meepikken. We hebben maar één hele dag, dus het wordt kiezen. Onderweg naar Phetchaburi hebben we nog een tussenstop gemaakt op Mae Klong, een dorp in de buurt met een bijzondere markt. De trein gaat er dwars doorheen. En als ik zeg dwars, bedoel ik ook dwars. Zo van: er komt een trein, iedereen klapt z’n luifels in, rolt z’n kraam naar achter en dan komt tussendoor de trein. Normaalste zaak van de wereld. Het is ook niet alsof er omheen niet voldoende ruimte is voor de markt, maar blijkbaar is er geen idealere plek dan daar waar je om de 45 minuten de kraam moet inklappen of naar achter rijden. Logisch.

De middag na aankomst hebben we benut om een half uurtje verder te rijden en naar het strand te gaan. Het water bij Cha Am voelt zo warm dat het badwater lijkt. Volgens Evi was het zeewater ‘te warm, ik ga er niet in.’ Heerlijk en de meisjes hebben even fijn aan zee gespeeld. En ja, als je er dan toch bent... dan kun je net zo goed blijven eten, nietwaar? Talloze foodstalls met eten, voornamelijk verse vis, waardoor de keuze snel gemaakt was. Doe maar een visje. Of nee, wacht, mevrouw, wat is dat? Oh een degenkrab (die ze onlangs nieuw hebben in burgers zoo). Kun je die eten? Oh, 300 baht maar? Hmm. Nou, doe ons die maar! Laten we maar proberen!

En daar ging de degenkrab op de bbq. Tien minuten wachten, en daar werd een opengebroken schaal geserveerd met allemaal gele bolletjes, wat koriander, ui, bleekselderij en dat was het. Om nou te zeggen: lekkerste ooit gegeten; nee.
Onderweg naar huis hadden we nog discussie of het nou wel of geen eitjes waren die er in de krab zaten en na een kleine Google speurtocht bleek dat wel zo te zijn. Google leverde nog meer info op. Blijkbaar is de degenkrab niet per se veilig voedsel: er wordt gemeend dat die een zeker gif bij zich draagt en dat kan leiden, als je de verkeerde (meer groene) eitjes eet tot eh, ja... het hoekje om gaan. De meeste seafood doden komen door de degenkrab. Kak. En dat hebben we gegeten. Wij allebei. Dju.

Ik schrijf dit de ochtend nadien, ik ben gelukkig gewoon weer ontwaakt uit m’n slaap zonder rare allergische reacties of vreemde bijverschijnselen en Hans ook, maar een erg kalme nachtrust was het allerminst; enige bezorgdheid zat er wel in. Volgende keer laten we dit avontuur wel passeren en gaan we gewoon voor garnalen, als je daar ziek van wordt is het alleen maar een lullig voedselvergiftigingetje. :-)

8 mei 2018 (1)

Vanmiddag bezochten we Wat Tham Khao Luang, een tempel onder de grond. Het feest begon eigenlijk al voor we er waren want ineens zat er een massa makaken langs de kant van de weg. Eenmaal van die euforie bekomen werden we getrakteerd op een varaan die ongeveer net zo groot was als Evi, die de weg op z’n gemakje overstak. Zomaar midden op de weg. Held als ik ben vond ik het een prachtig plaatje, zo veilig in de auto (gister zette ik het nog kortstondig op een gillen -van schrik dat ik m ineens vast had niet vanwege angst! - omdat ik ineens een gekko in handen had die al enkele dagen met ons meereist op de auto. Enfin, dat terzijde.

8 mei 2018 (2)

 

De grot. Je daalt af, staat ineens meters onder de grond en ziet het daglicht van boven je hoofd de grot in komen. Af en toe vliegt er eens een vleermuis voorbij (lonely planet tipte: houd je mond dicht tijdens het naar boven kijken... goeie tip.!) en verder is het koel (en muffig, dat ook wel... Vleermuizenpoep ruikt niet per se lekker hè.) en stil. O ja, en er staan veel boeddha’s. Maar dan bedoel ik ook écht veul. De meisjes mochten nog even helpen met het branden van wierook, bloemen neerleggen en het hoogtepunt voor beiden: goudsnippers aan boeddha plakken. Hè, waar neemt die monnik die bloemen nou mee naartoe? Gaan ze die nou gewoon weer opnieuw verkopen voor 20 baht? Nee, dat zal toch niet? Wel dus.
Ach ja. Wij zijn vast allemaal weer gezegend en er wacht ons vast veel voorspoed en geluk.

Dat was het weer vanuit Phetchaburi, hier bleven we maar kort. Vanaf morgen zon, zee en strand in Hua Hin!

 

Ao Manao
Vrijdag 11 mei 2018. Hua Hin en Prachuap Kiri Khan, Thailand

Vandaag kwam de temperatuur op een schokkende 26 graden. Ik miste bijna mijn wintertrui en wollen ondergoed, want in alle dagen is de temperatuur nog geen moment lager geweest dan 30+ graden. Met de klapper gister, toen we 38 aftikten onderweg naar Hua Hin.

Alwaar we nu zitten. En hoewel ik graag van alles zou willen melden over Hua Hin, is de waarheid dat we tot nog toe niet erg actief hier zijn geweest. We zitten in een nogal paradijselijk oord, met een kamer direct gelegen aan het zwembad. Hua Hin zelf is een soort aaneenschakeling van shopping malls en winkels, prima plek om een paar dagen te blijven voor hectisch Bangkok. Maar gister hebben we in de bloedhitte van Phetchaburi voor vertrek nog wel wat gedaan. We zijn naar het voormalige buitenverblijf van de koning geweest, bovenop de heuvel.

Om er te komen moet je met een soort tram-meets-kabelbaan, waarbij ik direct terug moest denken aan die kabelbaanrit in Maleisië (zie ergens ander reisverslag van Maleisië, Langkawi) waar ik toch niet bijster vrolijk van werd. Maar dit zag er professioneel uit. Gondel, met een stangetje voor de veiligheid die omhooggaat over je benen. Toch? O. Niet. Hans attendeerde me nog even terloops op het feit dat je zo naar beneden kon kijken, recht de afgrond in. Wat ben ik toch een bofkont. Nu was de afgrond gelukkig te overzien en zeker niet van het kaliber Langkawi, maar toch hè. Ik en hoogtes, we zijn geen vrienden.

En terwijl we een beetje wezenloos naar de toenemende hoogte zaten te staren sprong daar ineens een grote makaak tevoorschijn. Hallo, aap! En van zo in de boom, naar zo op de gondel. Die aap bleek een van velen, want er huizen er heel wat in de tuinen van het complex. Na het museum/voormalige paleis te hebben bezocht zijn we richting stupa gewandeld. Vergezeld door legio apen. Met alle dreigende bordjes dat de apen kunnen krabben, bijten en je spullen af kunnen pakken, zou je haast denken dat je gek bent om überhaupt in de tuinen rond te lopen. Dat viel mee - slechts een enkele keer werden we beiden opgeschrikt door een plotseling tevoorschijn springende aap. Daar herinnert Hans me nu ook graag aan. Net zo jolig als het bloedzuigermomentum, behalve dan dat ik hier meer schrok van de plotselinge aanwezigheid van een mannetjesaap dan dat het beest ook daadwerkelijk op m’n nek sprong. Toch net even anders dan een kudde bloeddorstige parasieten die je bloed willen drinken.

Enfin. Na een uur was iedereen zo leeggelopen qua vochthuishouding dat de overige helft van het paleis ons gestolen kon worden. Op naar het zwembad, ja. En hier moet ik iets kwijt over onze navigatie en de straten in Thailand. Kijk, het duurde al meer dan een week voordat we ontcijferd hadden dat adressen hier als volgt genoteerd worden: straat - hoofdstraat - district - stad - provincie. En dat onze navigatie dat precies andersom ingevoerd wil hebben. En dan nog is het telkens weer even zoeken. Het lukt hoor, dat altijd wel, maar handig is anders. Voordeel wel: we hebben daarna al een hoop van de stad en omliggende straten rond ons hotel gezien, waardoor we minder snel de weg vervolgens kwijt zijn.

De plannen voor vandaag wijzigden al vrij snel toen we eenmaal geïnstalleerd zaten op Ao Manao. Het oorspronkelijke plan was om even de ochtend strand te doen in de buurt van Prachuap Khiri Khan (mooi strand en mooi landschap) en de middag te besteden aan een grottencomplex in de buurt van Hua Hin. Prachuap Khiri Khan bood keuze uit twee strandjes: een drukkere in de stad, of een minder drukke op een Thaise luchtmachtbasis. Eh?

11 mei 2018

Ja. Op Wing 5 (een soort Top Gun complex) ligt Ao Manao, een prachtige baai met wat eilandjes voor de kust en inderdaad: heerlijk rustig. Strandstoel, tafeltje, schaduw, zandspeelgoed... check. Dit feest kan beginnen! Eenmaal in die stoel bleek het lastig er weer uit te komen. Die grotten, dat doen we morgen wel... eerst wat te eten bestellen. Nee, geen degenkrab, bedankt...

Oké, in eerste instantie was het gewoon bedoeld als grapje. Even 100 meter hollen op Strava en dan posten in de hardloopgroep. Maar het was best oké, en na een kilometer hardlopen in prima tempo overigens - dat moet er wel even bij gezegd, geen slakkengang hè - (met 37 graden wel, ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die vraagtekens hebben bij mijn mentale gezondheid nu, maar ik kan je verzekeren: die is prima hoor!) hield het geluid van andere mensen op, er waren geen strandstoelen meer, geen auto’s, geen brommers, niks. Het was heel erg stil, alleen de zee, wat visjes in het water en ik. Een goeie beloning voor inspanning. Een prachtig stukje baai. Om even alleen van te genieten. Wat schelpjes zoeken voor Evi tussen de krabben... heerlijk. Met water dat de temperatuur had van een aangenaam warm bad. Waarom ooit nog teruggaan, denk je dan hè? (Geen zorgen. Hans mist de poes. We komen echt wel terug.)

Tijd om plannen te beramen voor de komende dagen. Met een koud biertje aan het zwembad.

 

Op audiëntie in olifantenbroek
Maandag 14 mei 2018. Bangkok, Thailand.

Ronald Goedemond heeft een uitstekende sketch over Thais eten. Want ‘a little spicy’ betekent hier dat je een brandblusser voor je mond en binnenste nodig hebt. Dat werd maar eens te meer duidelijk toen ik gister een red curry bestelde die volgens de dame van ons hotel/restaurant ‘a little bit spicy’ was. Het blijft een ingewikkelde kwestie, spicy en non-spicy.

Ik schreef dit eerder deels terwijl ik op de vijfde verdieping van ons hotel uitkeek over Bangkok, over de wijk Banglampoo, vlak bij Khao San Road. Het regende en onweerde en hield even flink huis, vandaar het hotelkamer intermezzo. Vandaag is dat precies hetzelfde. We hadden gister een prima ritje naar Bangkok dat voorspoedig verliep. Onderweg hebben we nog even gezwaaid naar de bloemenkransen verkopende Thaise Captain Amerika, die ons eerder een prachtige slinger verkocht. Het bleek relatief eenvoudig om het hotel te vinden (is wat hè. Een adres vinden blijkt twee weken het meest ingewikkelde van de hele vakantie en in deze metropool rijden we er zo naartoe.) binnenkomst in Bangkok geschiedde over een enorme brug, waarbij we prima zicht hadden op de immense skyline van Bangkok. Een fantastisch uitzicht, vol met wolkenkrabbers, fly-overs en hier en daar een plukje groen. Tassen afgeven bij het hotel, en door om de auto weg te brengen. We constateerden nog een opmerkelijk verschil met de rest van Azië: het getoeter. Er is geen getoeter. In alle overige landen die we in Azië hebben bezocht was de toeter prominent aanwezig, maar hier is het stil. Sommige voorrangsregels hebben we na twee weken nog steeds niet weten te ontcijferen maar de ervaring leert dat goed kijken, hoffelijk zijn en een beetje inschikken altijd helpt. De conclusie: autorijden in Thailand is prima te doen.

Op ons ritje terug werden we voor het eerst deze vakantie kort geconfronteerd met de minder mooie kant van Thailand. Sloppenwijken midden in de stad, weggestopt ergens onder de straat, daglicht dat er nauwelijks meer komt en gelegen aan water dat meer doet denken aan een riool dan wel afvalstort dan aan een schoon kanaal. Het blijft telkens een treurig gezicht om te zien. Overigens; de geur in de straat voor ons eigen hotel zorgt ook voor een flashback naar thuis. Het ruikt in de straat naar een inzamelvoertuig dat ten tijde van een hittegolf GFT ophaalt. De weeïge lucht is onmiskenbaar.

Na ons oponthoud in het hotel zijn we met de tuk tuk (voor het eerst deze vakantie!) naar Wat Pho gegaan, waar de grootste liggende boeddha te bewonderen is. Naast boeddha is er een uitgebreide selectie stupa’s, weelderig gedecoreerde gebouwen met sprookjesachtige daken... een feest om naar te kijken en vooral Evi vond alles even mooi. De boeddha maakte indruk (‘ik zie helemaal geen voeten!’) en achter boeddha’s rug (letterlijk) was het spelletje centjes in een potje doen een goed tijdverdrijf. Maar de terugreis in de tuk tuk was waarschijnlijk het hoogtepunt.
En met een pizza in de avond was het feest voor de dames compleet en is het ook duidelijk: we zitten niet meer in een klein dorp in Thailand, we zitten in Bangkok, waar pizza, hamburgers en friet dagelijks weer op het menu staan samen met Thai food. En het moet gezegd: na twee weken veel rijst, noodles en curry is een hamburger ook weer eens lekker.

We zijn ook nog even gaan wandelen, waar we stuitten op een gezellig parkje waar een horde Thaise dames open air aerobics stonden te doen. Heel gezellig wel hoor, maar wie verzint dat? Het was na zessen, maar zeker nog boven de 30 graden en daarmee bloedheet. Maar deze dames lieten zich duidelijk niet kennen en aan het ritme te zien kwamen ze er vaker, want de pasjes zaten er soepel in. Onze dames hebben zich ook nog van hun beste kant laten zien door even mee te springen (tot grote hilariteit van sommige sportende dames).

Vandaag zijn we onze dag begonnen op audiëntie bij de koning. Tot teleurstelling van Evi was de koning zelf niet thuis om ons te ontvangen, terwijl we er nog zo op gekleed waren. Evi speciaal voor de koning in jurk, Isabel met haar nieuwe geliefde Minnie mouse shirt en ik in lange broek. Hoe? Ja, lange broek. Dat moet. Ook al is het 36 graden (om 10:00) en stook je jezelf op met je lange broek aan, Rama de Tiende wil geen enkels zien. En eigenlijk ook geen ellebogen, maar dat ging me toch wat ver. Aangezien dat oogluikend wel wordt toegestaan, doen we dat dus maar mooi wel. Hendrikus werd ook uit de rij geplukt, want ook zijn broek was niet keurig genoeg. Die werd naar een ruimte binnen gedirigeerd alwaar hij als bij de mini playbackshow door Henny’s tovertunnel ging en terugkwam in, jawel, een broek met olifantjes. Iedereen die ooit in Azië is geweest kent ze wel; van die hippiebroeken met olifantenprint. Lijkt zo leuk hier, eenmaal terug in Nederland snap je niet hoe je er ooit in kon lopen. Maar ja. Enkels bedekt geldt ook voor mannen, en zo liep Hans met een hippie-olifantjesbroek. Er zijn foto’s als bewijsstuk, geen zorg.

14 mei 2018

Wat Pra Kaew blinkt als een spiegel van de veelheid aan goud op alle gebouwen. Het is zoveel, dat het kitsch ontstijgt en gewoon weer mooi wordt. Alles is gedecoreerd met de fijnste bloemmotiefjes, geometrische patronen en ingelegd met gekleurde stenen en goud. Evi herkende de reuzen bij de deur als de wachters van de Indische waterlelies maar vond de gouden stupa toch het mooist. Het is overigens de eerste plek waar we komen waar zóveel toeristen zijn. Hele meutes Chinezen, die het bordje ‘quiet please’ duidelijk niet begrepen met hun gekakel en geschreeuw. Maar ook de Thai zelf komen en masse met de ene na de andere tourgroep binnen en dat maakt dat het overal heel erg druk is. Tel daarbij op dat zo’n beetje iedereen ook nog minstens een selfiestick en een enorme camera heeft die intensief moet worden gebruikt en dan wordt lopen door het complex een soort hindernisbaan door de tourgroepen, selfiesticks en camera’s. Het is gelukt, we zijn er weer levend uitgekomen. Iedereen ook met acht liter vocht minder, vermoed ik. Tijd voor een ijskoffie (een dikke hit hier en na twee weken geen koffie heel welkom. Koffie is hier doorgaans vooral van die Nescafé zooi; warm water met een lepeltje poeder. Puur vergif als je het mij vraagt.) en uitrusten, daarna een duik in het zwembad ter verkoeling.

Ik moet nog wel even wat kwijt over de internetverbinding hier. Kijk, zelfs in Khao Yai, midden in niks, hadden we goede WiFi. Tegenwoordig essentieel op reis. Hier in ons hotel kregen we briefjes. Met van die codes. Om in te loggen en als je dan je telefoon weglegt, moet je weer opnieuw. Hopeloos en enorm ouderwets, je zou bijna verwachten dat ze ergens ook nog een internetcafé in het pand hier hebben weggestopt.

Vanmiddag gaan we ons eens onderdompelen in een acht verdiepingen groot winkelcentrum met enorme foodcourt - een mens wil toch eten en keuze hebben, tenslotte. En bovendien moeten er nog wat souvenirs mee naar huis. En daar lijkt een Thaise shopping mall in Bangkok uitermate geschikt voor

 

On the boat again...
Woensdag 16 mei 2018. Koh Samed, Thailand

De ochtend van onze derde dag Bangkok is ook weer prima besteed. Het plan was simpel: we gaan fietsen in Bang Krachao, de groene long van Bangkok aan de overzijde van de rivier. Alleen even naar de pier komen voor de boot. De tuk tuk driver die we vroegen om Khlong Toey pier keek ons vooral vreemd aan en lachte ons nog net niet uit. Blijkbaar is met de tuk tuk zo’n end de stad door niet per se gebruikelijk en bovendien een stuk duurder dan met de taxi (maar je hebt wèl een mooier uitzicht!). Wat onderhandelen over de prijs, oké, we gaan. Onze driver vraagt het maar eens. En nog eens. En nog eens. Vraagt ons af en toe wat in iets wat door moet gaan voor Engels en we vragen ons af of hij ons wel begrijpt, maar toe maar. En dan worden we gedropt bij een minuscuul bordje, met Khlong Toey pier, dat zal het wel zijn dan, toch? Wel een rare toegangsweg, zo vlak naast een soort afwatering. Beetje gekke brug ook, wat aan elkaar gespijkerde planken. Voor een plek die veel toeristen trekt is het allemaal wat provisorisch aangepakt. O, de aanlegsteiger is ook zo’n Expeditie Robinson achtige plankenpuzzel. Hmm, nou voorzichtig dan maar en dan zijn we er zo. Bij 3 op reis zag het er wel toch echt anders uit hè? Een boottochtje van drie minuten verder staan we weer aan de kant. Geen fiets te bekennen, geen informatie, eigenlijk geen levende ziel. Dan maar even verder lopen. Na een ijskoffie en een smoothie (een café was er dan wel. Prioriteiten hè mensen.) gaan we weer vrolijk op pad, de fietsverhuur zal wel om de hoek zijn. Na wat navraag bij de locals wijzen die ons ook gewoon de bocht om. Komt goed, bedankt jongens! En hou die hond bij je!

Dus we lopen. En lopen. En een kilometer verder constateren we toch dat we misschien niet goed zitten. Maar voor we de kaart erbij pakken horen we allemaal muziek bij een tempel vandaan komen. Nieuwsgierig als we zijn lopen we allemaal die kant op en we belanden midden in een begrafenisstoet. Een beetje ongemakkelijk maar als het eerste familielid Isabel vrolijk op de foto probeert te zetten, valt ook aan onze kant de schaamte weg en fotograferen we het geheel. Dat blijkt ook prima, niemand die zich eraan stoort en bovendien wordt de hele happening door de familie ook van begin tot eind gekiekt en gefilmd. Wanneer het klaar is en iedereen aanschuift voor de koffietafel (uitgebreide rijsttafel, veel beter) gaan we maar eens verder en komen we nu toch echt tot de conclusie dat we niet goed zitten. Met een naderende regen- en onweersbui, twee vermoeide kinderen en de intense warmte nemen we toch maar even een taxi om ons wel naar het juiste punt te brengen. Eenmaal daar staan er rijen fietsen, maar lijkt niemand er meer echt zin in te hebben. De steiger voor de boot is nog een kilometer lopen. Laten we dat dan maar doen. Dus zo wandelen we door het groen terug naar de boot, met vanaf de rivier een werkelijk fantastisch uitzicht over Bangkok. Het is nogal gek om met zo’n simplistisch bootje langs de grote containerschepen te varen die even verderop in de grote haven van Bangkok liggen. Al met al kregen we niet waar we voor kwamen maar hadden we wel een mooie ervaring erbij, eentje die nog verder versterkt werd door het boottochtje einde van de middag over de rivier, met fantastische uitzichten op de wolkenkrabbers en Royal Palace.

Inmiddels zijn we gearriveerd op Koh Samed, onze laatste bestemming waar we, zoals het er nu naar uitziet, weinig meer gaan doen dan een beetje luieren en de bruine kleur nog wat opvijzelen. Iedereen is moe maar voldaan na een prachtige reis vol mooie momenten. En aan die mooie momenten voegen we er hier in onze laatste dagen nog gemakkelijk een paar toe, want we zitten in een geweldig hotel, aan het strand, waarbij ook echt letterlijk alles aan het strand is: eten, drinken, spelen aan zee, met een paar passen zijn we van hotelkamer naar zee. We zitten op Ao Phai, een strand aan de oostkant van Koh Samed met mooie zandstranden en meters de zee in lopen zonder dat het diep wordt. Had ik al gezegd dat de temperatuur van de zee warm badwater is? Het is heerlijk. Zelfs Evi heeft zich vandaag - voor het eerst - vrijwillig in het water gewaagd. Eindelijk, want na de stranden van Sri Lanka, Mexico en Thailand werd het ook wel eens tijd dat ze inzag dat de zee toch echt een feest kan zijn :-). De verdere tijd wordt besteed aan de bouw van imposante zandkastelen/racebanen/ruimteschepen/modderpoelen. Voor het eerst deze vakantie kan ik het tijdschrift, dat ik nota bene drie weken geleden in Nederland kocht, lezen. Het is eigenlijk gewoon ordinair hard werken, zo’n vakantie.

16 mei 2018

Tijdens het diner op het strand vanavond werden we nog verrast met de muziekkeuze. Ik vind het nogal wat als je binnen een kwartier My Heart Will Go On van Céline Dion draait, Elton John met Can You Feel The Love èn Mariah Carey en Whitney Houston met Miracles. Iemand heeft de knuffelrock 12 cd uit 1998 ergens in de kast gevonden, dat kan echt niet missen. Hans was duidelijk niet te porren voor de beoogde romantische sferen, die haakte al af bij Ronan Keating. Maar goed, uiteindelijk smaakte het eten meer dan prima, genoten de dames van hun smoothies en het wordt daarmee vast niet ingewikkeld om ons hier nog even te vermaken.

Een goede afsluiter voor een fantastische vakantie, die voorbij is gevlogen en jammer genoeg nu bijna echt ten einde is.

Doorzoek de website