Brulapen in de nacht
Zondag 16 juli 2017. Selva Negra, Nicaragua.

5:15 geeft de wekker aan. We zitten nog niet helemaal in het Nicaraguaanse ritme. In Selva Negra zijn we: midden in het tropisch regenwoud. Dichtbij horen we oorverdovend gebrul. Het zijn de brulapen die hier in het woud leven. Ze zijn nu wel heel dichtbij. Het is onze tweede nacht in Nicaragua. De reis was best vermoeiend met een lange overstap van vijf uur in Panama-city. Aangekomen in Managua en de laatste 24 uur amper geslapen, moesten we ons nog door een vaag formulier heen worstelen, een lichaamstemperatuurcontrole en zowaar een check van onze bagage, terwijl we al in het land waren. Tot overmaat van ramp, stond er geen taxichauffeur klaar met een bordje ‘familie Zimnik’ erop. We probeerden ons gereserveerde hotel te bellen, maar de verbinding werd verbroken en daarna niet meer opgenomen. We namen een taxi vanaf het vliegveld die ons om elf uur ’s avonds lokale tijd naar een donkere en stille wijk bracht. De deur van ons hotel Xolotlan bleek gesloten. Toen werd ik toch een beetje zenuwachtig... Na lang bellen, deed er een oudere vrouw open die ons zeer hartelijk welkom heette. Moe ploften we tien minuten later in ons bed. De volgende ochtend bleek Luisa (60+) de vrouw des huizes een echte schat. Ze deed er alles aan om het ons naar de zin te maken. Ondanks dat het ontbijt van rijst met bonen een kleine tegenvaller was voor de meiden ;-) Ze gaf veel tips voor het land en vereeuwigde ons voor haar facebookpagina in vier schommelstoelen.

 schommelstoelen (400x300)

Om 10:00 kwam onze huurauto: een stoere witte 4x4 Suzuki Vitara. De vakantie ging nu echt beginnen! Het was 2,5 uur rijden naar ons volgende hotel in de bergen: Selva Negra. Onderweg zijn we nog gestopt voor een benzinestation lunch (doen we in NL nooit) en een korte wandeling op zoek naar Petroglyphen in een rivierbedding bij Chaguitillo. Ons hotel Selva Negra bleek in een groot park te liggen. Het was weekend en duidelijk dat de Nicaraguaanse bevolking de verkoeling had opgezocht in de bergen. Het was een drukte van jewelste. Na tien minuten barstte er een tropische regenbui los. Welkom in het regenseizoen. Onze cabana lag midden in het woud, het dak volbegroeid met planten en binnen was het vochtig en klam. ’s Avonds speelden we spelletjes in het restaurant en gingen vroeg slapen.

Te vroeg dus want om 5:15 waren we dus al wakker. Klokslag 7:00 uur dus aan het ontbijt en om 8:00 uur al klaar voor een wandeling door het tropisch regenwoud. Er is nog maar weinig tropisch regenwoud in Nicaragua, dit is een van de laatste plekken. Met een schematische plattegrond stippel ik een wandeling van ongeveer anderhalf uur uit (denk ik). Het weggetje is smal, glad en blubberig. Af en toe liggen er omgevallen bomen op het pad en gaat het steil omhoog. Alles is zo groen, wel 50 tinten groen. We horen opeens lawaai en brekende takken. Er passeert een kudde zwijnen voor ons het pad. Na een uur klimmen, klauteren en zweten kijk ik nog eens goed op de plattegrond. Die 1,5 uur bleek maar een deel van de wandeling te zijn. We zijn nu bezig met een route van ongeveer 4 uur en 450 m hoogteverschil...oef. Dat is best zwaar in vochtige hitte. Er zijn niet echt plekken om stil te staan, te zitten of uit te rusten, dus dapper buffelen we door. We horen heel veel vogelgeluiden om ons heen, maar zien niets. De jungle is hier zo dichtbegroeid. Ook horen we de brulapen in de verte. Na ruim tweeënhalf uur komen we weer in de buurt van de lodge. Tot onze verbazing horen we de brulapen nu heel dichtbij en blijken ze op 150 meter afstand van onze cabana in de bomen te zitten. We zien meerdere brulapen en ook een baby’tje op de rug. Machtig mooi.

klimmen (226x300)

Behalve een park en beschermd tropisch regenwoud, is dit ook een koffieplantage in 1880 gesticht door Duitse immigranten. In de middag hebben we dus een koffietour geboekt. Helaas is de oogsttijd van november- februari, maar we krijgen toch een goed idee van het hele proces. De koffiebonen zijn nu nog groen, pas als ze rood zijn, zijn ze rijp. De koffieplukkers verdienen zo’n 7-12 dollar per dag. In de fabriek worden de slechte bonen er eerst uitgehaald, daarna worden ze gewassen, gedroogd, nog langer gedroogd en gebrand. Hier wordt het type Arabische koffie verbouwd. De smaak en kwaliteit hangt af van de bodem, klimaat en andere factoren. Belangrijk is of het baja sol is (100 % koffieplantage in de volle zon = lagere kwaliteit, maar hogere opbrengst) of baja sombre (koffieplantage gemengd met andere planten, zoals bananenbomen die gedeeltelijk schaduw geven = minder opbrengst, maar hogere kwaliteit). Na afloop zien we nog een filmpje van het hele proces en mogen we de koffie proeven. Ook Luna en Dille doen vrolijk mee, maar trekken wel vieze gezichten. Deze plantage exporteert veel van de bonen naar de VS.

De volgende dag zijn we 5:30 wakker, het gaat langzaam aan beter. Deze dag staat er paardrijden op het programma. We rijden op Baio, Morro, Prego en Palimero. Het is een rit van een uur dwars door de plantage en de heuvels samen met de gids. De paarden gaan vaak in draf. De paadjes zijn soms steil en stenig. We rijden naar een uitzichtpunt over de stad Matagalpa beneden. Een prachtige tocht. Op de terugweg ruiken de paarden duidelijk hun stal en gaan ze alle vier in galop. Wat een ervaring!

paardrijden (400x300)

In de middag rijden we naar Matagalpa, op zoek naar een supermarkt. We willen wat chips, ice tea en Nutella kopen. Vooral Nutella zoeken is voor ons een sport. Tot nu toe is het – behalve in Cuba – in alle verre landen gelukt om Nutella te vinden (in Vietnam weliswaar aan het einde van de vakantie), maar nu dus al op dag drie. We kopen meteen twee potten en wat ‘pan integral’ erbij.

We gaan sightseeing doen in het landelijke gebied rondom San Ramon. Het voordeel van een eigen auto. Het is lunchtijd dus bij een mooi uitzicht stoppen we om wat brood te smeren. Al snel komt er een klein jongetje aanlopen. Hij gaat nieuwsgierig bij onze auto staan en komt naast mij in de achterbak zitten. Hij heet Juan Carlos en is zes jaar oud. Hij is niet verlegen en vertelt trots over school en in welke klas hij zit. Hij smult van de appel die we hem geven. We zien hem ook kijken naar onze broodjes met Nutella. Dus als de appel op is, geven we hem een broodje Nutella. Halverwege zijn broodje glimlacht hij van oor tot oor en zegt ‘esta rico’. Dat betekent dat hij het erg lekker vindt, wat leuk om te zien.

jongetje (225x300)kikker (225x299)

We rijden door en komen aan bij een natuurcentrum met vlindertuin, kikkertuin en orchideeën tuin. De laatste bloeien niet, dus dat is wat saai. Maar in de kikkertuin maakt de gids een roodoogboomkikker voor ons wakker (ze slapen overdag). Wat een prachtige beesten zijn dit toch om te fotograferen! Ook de vlindertuin is mooi. Na afloop geven we 200 cordoba’s (ongeveer 6 euro), maar de gids geeft er 100 terug. We hadden hem verkeerd verstaan, het was maar 25 per persoon. Fijn dat de mensen in Nicaragua niet zo op je geld uit zijn. Echt beter dan in Azië.

We zoeken nog verder naar een dorpje waar je met lokale kunstenaars ‘knutselwerkjes’ kan maken, maar door wat misverstanden lukt dit helaas niet. Dus op de terugweg dan maar. Bij CLARO (de Vodafone van Nicaragua) kopen we een lokaal simkaartje met 3G en 3 gigabyte om te internetten voor 15 euro. Facebook en what’sapp is gratis en kun je onbeperkt gebruiken. Dat is nog eens een goede aanbieding. Voor een duurder ‘abonnement’ krijg je er ook onbeperkt instagram, pinterest en waze bij.

We eten pizza bij La vita e bella en rijden in het donker terug naar onze cabana. Het is hier namelijk al om 18:15 donker. Tijd voor een warme douche om op te warmen. Behalve dat onze cabana klam is, is hij ook insectenrijk. Er klinkt een gil uit de douche. Gisteren zat er een kikker, vandaag springt er een grote krekel richting de meiden. We zitten echt midden in de natuur ;-)

Onze laatste dag in de bergen is een regenachtige. Eerst kopen we in de supermarkt dus maar twee paraplu’s. Daarna gaan we op weg naar Dalia, verder in de bergen. We willen graag naar de Cascada de Luna (watervallen van Luna). Het is leuk als je een ‘Spaanse’ naam hebt, dan kom je in Latijns Amerika altijd wel iets tegen met de naam Luna.

We hadden gelezen dat je hier kunt tokkelen boven de waterval. Het filmpje op Youtube zag er veelbelovend (en ook wat spannend) uit. Het is even zoeken, want slecht aangegeven, maar na anderhalf uur zijn we er. De waterval is 60 meter hoog en de zip-line gaat voorlangs naar de overkant. Dille en ik durven nog niet zo goed, dus André en Luna gaan het eerst proberen. Drie ziplines van 300 meter per stuk heen weer over de rivier en dan terug omhooglopen. Het kost maar 4,50 euro per persoon. Na een half uurtje zijn ze terug. Doorweekt, want er barstte weer een bui los. Het was superleuk en niet zo eng. Dus besluiten Dille en ik het ook te doen. Gelukkig breekt dan de zon even door. Met zijn vieren en Dille samen met de gids zweven we voor de waterval (met regenboog) langs. Wat is dit bijzonder mooi!
De laatste zipline is vochtig en ik kan moeilijk remmen en wordt met een stopper gestopt op het eind. Dille aan de overkant vroeg zich af of ik tegen de boom aangeknald was, maar dat was niet zo ;-) Superleuke en stoere ervaring.

We rijden naar Dalia en shoppen daar wat in de regen, zoeken het enige barretje van dit bergdorpje op en drinken wat en eten chips. De man vraagt waar we vandaan komen. We blijken zijn 21e nationaliteit te zijn. Dit houdt hij bij op een lijstje. Hij vertelt dat hier heel weinig toeristen komen. Iedereen gaat naar Leon en Granada. Dat is toch echt het leuke van een eigen auto. Je kunt op alle afgelegen plekken komen en ontmoet leuke mensen die niet zo vaak toeristen zien.

Terug in Matagalpa eten we in restaurant Lunaflor (vernoemd naar de twee dochters van de eigenaar), een superlekker restaurant met quesadillas en gaan we terug naar Selva Negra voor ons vierde en laatste nachtje hier. Voor vertrek naar Leon de volgende ochtend maken we nog een kleine jungle wandeling om de Quetzal te spotten. Die zou hier moeten zitten, maar hoe vind je hem? We hebben ook een klein Quetzal trauma omdat het ons in Costa Rica (ook) niet gelukt is om ‘m te vinden. De koffiegids heeft het Quetzal geluid eerder laten horen dus dat proberen we te volgen. We gaan zelfs het pad af. Ik zie een vogel en heb er een zwarte onscherpe foto van. Of het een echte Quetzal was, zullen we niet weten.

waterval quetzal (225x300)

In Matagalpa maken we nog een korte stop bij Castillo del Cacao. Een kleine chocoladefabriek twaalf jaar geleden gestart door een Nederlands echtpaar. Superleuke rondleiding met een proeverij na afloop. En natuurlijk kopen we een paar repen voor onderweg naar Leon, onze volgende stop. We zijn wel toe aan meer warmte en minder vochtigheid.

Social Media

Houd jij van Verre reizen met kinderen? Volg, like en blijf op de hoogte!