Indochina Junk
Zaterdag 23 juli 2016. Halong Bay, Vietnam.

‘First kayaking then swimming’, zegt de gids. Maar de zee van Bai tu Long lonkt nu al. We zijn in Halong Bay, maar dan in het meer ongerepte deel van dit Unesco Werelderfgoed. Bijna tweeduizend karstbergen tornen hier boven de blauwgroene zee uit. Ik zie dat de gids twijfelt en zeg tegen Luna dat ze er in kan springen. Al snel maken alle toeristen van de boot een bommetje in het warme en zoute water. Het is heerlijk. Dobberend tussen de mooie karstbergen.

HalongbaykajakkenHalongbayfloatingvillage

Na dit korte intermezzo gaan we dan echt kajakken. Met zijn tweeën per kajak, gaan we vlak langs de karstrotsen en ook een kleine grot in. Het is prachtig. We zitten op de Dragon Pearl 2. Een prachtschip met elf cabines en een prachtig zonnedek. De zevenkoppige bemanning is super vriendelijk en onze gids Chung erg grappig en behulpzaam. Nadat we aan boord gegaan waren, kregen we een heerlijke lunch voorgeschoteld op het dek. Wat ontspannend. Perfect verzorgd door Indochina Junk. Dit is echt vierentwintig uur luxe en ontspannen. De cabines zijn klein, maar comfortabel. De zee is rustig.

Na het kajakken en zwemmen, varen we verder naar onze plek waar we voor de anker gaan in de nacht. Buiten is het zwoel. We eten op het dek en de bemanning heeft zich uitgeleefd op de mooiste kunstcreaties. Dit is echt foodcarving voor gevorderden. Achtereenvolgens hebben ze twee vogels, een arend en het schip gemaakt. Heel attent verrassen ze een andere Nederlandse familie die vijfentwintig jaar getrouwd is met een heerlijke chocoladetaart. Tot laat spelen we allemaal nog (kaart)spelletjes op het dek.

De volgende ochtend worden we twintig over zes wakker als de motor weer gestart wordt. We gaan op weg naar Vung Vien, een zogenaamd floating fishing village. Het is eigenlijk een fishing village in verval. Jaren geleden woonden hier veel vissers met hun kinderen. Maar de vangst loopt terug. Steeds meer kinderen gaan in een kostschool aan wal en het toerisme trekt als andere inkomstenbron.

We worden in een roeiboot rondgevaren. De omgeving is adembenemend mooi. We zien een paar actieve vissersboten en gaan aan wal bij het informatiecentrum en het verlaten schooltje. Overal hangen netten en er worden nog nieuwe houten drijvende woningen gebouwd. Onderweg worden we overvallen door een hoosbui. We trekken onze poncho’s van veertig cent aan en schuilen onder een overkapping in de rotsen. Het blijft regenachtig weer.

We bezoeken tenslotte nog een oesterfarm, waar parels gekweekt worden. Onder een microscoop wordt een klein bolletje ingebracht in een baby oester. Er zit ook een winkel bij. Wat een contrast. Er zijn hier kettingen van vijfenzeventigduizend Euro te koop. Het is een aparte firma, dus het vissersdorp ziet niets van deze inkomsten. We varen terug naar Halong Bay om weer aan wal te gaan.

 

Bezems van rijst
Zondag 23 juli 2016. Yen Duc Village, Vietnam.

In een luxury van met wifi(!) gaan we door naar Yen Duc Village. Hier blijven we een nacht slapen. Yen Duc is een klein dorpje dat vroeger alleen van de rijstopbrengsten leefde. Door investeringen van Indochina Junk in een waterpuppet theater en een guesthouse is de levensstandaard omhoog gegaan. Gi van vierentwintig jaar is onze gids. Een spontane en vrolijke vrouw. Ze is nog ongehuwd, maar dat is hier in tegenstelling tot in de bergen geen probleem. In een elektrisch klein busje brengt ze ons naar Viet House. Een mooi guesthouse aan de rand van het dorp, grenzend aan talloze rijstvelden. We worden ontvangen met skinny tea zoals Gi dat noemt. Thee om af te vallen. Nou, dat is wel nodig hier met al die vijf gangendiners. Na een uurtje bijkomen, stappen we met Gi op de fiets. Er gaat nog een andere vrouw mee, Van genaamd. Zij is office manager van Indochina Junk in Halong Bay, maar ze vindt het kantoorwerk saai worden en is nu in opleiding voor gids.

We bezoeken een ancient house, waar de vrouw des huizes de stamboom (prominent opgehangen op de muur) toelicht en het huisaltaar dat elke familie hier heeft om de voorvaderen te eren. Ze vertelt ook dat de certificaten die bijna in elk huis aan de muur hangen van de overheid zijn als dank voor bewezen diensten. Vietnamezen vinden dit erg belangrijk en hangen ze dus prominent op in hun huis. De volgende stop is een plek waar we kunnen oefenen met rijst maken. Het scheiden van het vliesje van de rijstkorrel. Het zeven. Het stampen, zodat het echt witte rijst wordt. We doen alle stappen.

Daarna is het tijd om vis te vangen. In Vietnam hebben ze drie manieren. Met visnetten, een hengel of met een bamboe basket. Wij gaan de laatste manier uitproberen in een fish pond. Gehuld in plastic broek en laarzen, waden we tot onze middel de vijver in. Een man doet het ons voor. Op goed geluk plaats je steeds de basket. Als er iets gaat spartelen, weet je dat je een vis hebt. Dan moet je met je hand in de basket de vis moe maken door hem rondjes te laten draaien en daarna kun je de vis eruit pakken. Andre vangt er drie. Luna heeft er wel eentje onder haar basket, maar deze ontsnapt weer. Grappige ervaring. De meiden vinden het maar zielig en vragen of ze aan het eind de gevangen vissen weer terug mogen gooien. Dat mag.

DorpvissenteruginwaterHoianrietstengelsdrogen

Op het dak van de kleine keuken genieten we van de ondergaande zon en de levendigheid op de rijstvelden. Het rijstplantseizoen is begonnen en de velden worden omgeploegd en nieuwe rijst wordt ingeplant. Het is een prachtig gezicht. Luna en ik lopen er naar toe om het van dichtbij te zien. Een van de vrouwen tikt Luna aan en gebaart dat ze mee mag helpen. Luna trekt haar schoenen uit en stapt het modderige veld in. Ze krijgt een bosje rijstplantjes in haar hand gedrukt en de vrouw legt uit waar en hoe ze ze in de grond moet zetten. En daar in het ondergaande zonnetje staat Luna rijst te planten. Wat een leuk gezicht.

dorprijstplanten

We krijgen weer een vijfgangendiner voorgeschoteld. Het is gewoon te veel om op te eten. Gelukkig gooien ze niets weg, wordt ons verteld. Na afloop krijgen we een cooking class om floating rice cake te maken. Leuk om te fröbelen, de smaak is iets minder. ‘Waarom moesten we hier dan ook nog bonen in doen?’, vraagt Luna.

We staan de volgende ochtend op tijd op om naar de markt te fietsen. De markt start al om vier uur ’s ochtends en is rond negen uur wel afgelopen. Gi legt van alles uit over de producten. We kopen rijstpapier voor Dille haar spreekbeurt straks over Vietnam. En natuurlijk nog een halve kilo van die heerlijke rambutans. Fruit is echt heerlijk hier. Onze favoriet is passievrucht. We fietsen nog langs een mooie begraafplaats die tegen de berg is aangebouwd. Hier op het platteland is er nog ruimte voor begraafplaatsen. In de stad is die ruimte er niet. We bezoeken een pagode met een oude entree uit twaalfhonderd. Ze zijn de pagode aan het restaureren.

DorpfietsenHoianrietstengelsdrogen

Onze laatste stop is bij een huis waar bezems worden gemaakt van rijst. We mogen allemaal onze eigen bezem maken. Andre maakt een grote en gaat met een mes aan het werk. Wij maken een kleintje en moeten allerlei ingewikkelde vlechttechnieken leren. Na anderhalf uur geconcentreerd en ingespannen werken, zijn onze bezems klaar. Ze zien er niet zo strak uit zoals de vrouw des huizes ze zelf maakt. Lachend vertelt ze dat deze bezems voor veertig cent op de markt verkocht worden, maar dat onze bezems daar te lelijk voor zijn.

Na een korte lunch nemen we afscheid van Viet House. Luna en Dille mogen achterop de motorfiets bij Gi. We krijgen nog een water puppet show te zien. Zitten zelfde elementen in als in de show in Hanoi, maar dit is buiten in de open lucht. Weer heel leuk en knap om te zien hoe de poppen rijst planten, een vis vangen en dansen. Dan nemen we echt afscheid van dit dorp en gaan we terug naar Hanoi.

 

Back in town
Maandag 25 juli 2016. Hanoi, Vietnam.

Onze vierde nachtje in Art Trendy Hotel. Het is vertrouwd om weer aan te komen in ons kleine straatje. We maken nog een avondwandeling en worden overvallen door een hoosbui waardoor we noodgedwongen in een ander restaurantje gaan eten als we van plan waren. De volgende ochtend vliegen we door naar Hué. Een klein stadje in Centraal Vietnam. Bekend om het Unesco Werelderfgoed de Citadel. Een oude stad van de Nguyen Dynastie.

 

Citadel en keizertombes
Dinsdag 26 juli 2016. Hué, Vietnam.

We slapen hier in het Pilgrimage Resort, vier kilometer buiten de stad en – niet onbelangrijk- met een prachtig veertig meter zwembad. Het hotel ligt beschut tussen groene palmbomen en bananenbladeren. Het is wel erg warm, een soort revalidatiebad. Dus niet zo verfrissend in deze hitte.

In de middag gaan we naar de citadel. We worden bestookt door mensen die ons er met de fiets of met de boot naar toe willen brengen. Maar we besluiten te lopen. De citadel is gebouwd tussen 1802 en 1833 door keizer Gia Long van de Nguyen Dynastie. De paleizen binnen de twee meter dikke vestingmuren zijn vaak verwoest door oorlogen (1885 door de Fransen en 1968 door de Viet Cong) en natuurrampen. Een deel is weer gereconstrueerd.

Er is ook een mooie film te zien van hoe het er oorspronkelijk uit zag. We lopen tegen een soort Zaanse Schans achtige attractie aan. Voor vier Euro kun je jezelf verkleden als keizerin met Chinese gewaden en foto’s nemen op de troon. Luna en Dille vinden dit wel leuk. Al snel vinden de Chinese en Vietnamese toeristen het leuk om een foto te maken van onze (donker)blonde dochters. Ze zijn zelf de attractie geworden. Erg grappig. ’s Avonds eten we in het Gecko Café. Een hoogtepunt voor Dille want dit is het eerste restaurant sinds we hier zijn die Lipton Ice Tea Lemon verkoopt... en een lekkere pizza, wat wil je nog meer na veel rijst, noodles en lokale Vietnamese specialiteiten de afgelopen dagen.

HueselfiemetverkledemeidenHuefoodstal

De volgende dag blijven Dille en Andre lekker aan het zwembad. Luna en ik maken in de ochtend een fietstocht van vijftien kilometer naar twee beroemde graftombes. Het is 38 graden en het gebied is heuvelachtig. Al snel zijn we doorweekt van het zweet. De tombe van Khai Dinh (laatste keizer in Vietnam van 1916-1925) staat op een berg met steile trappen en heeft een hele mooie zaal vol met muurschilderingen van mozaïek. Buiten staan beelden van mandarijn wachters en paarden. Ook in deze omgeving staan overal kleine (Boeddhistische) altaartjes buiten bij de huizen. In deze omgeving staat er vaak een stenen paard bij. Op het altaartje ligt veelal etenswaar en wierook. In andere gebieden staat er weer wat anders, zoals een lachende Boeddha. Het geloof in Vietnam is een beetje een mengelmoesje. De tweede tombe is van Minh Mang (1820-1840) en ligt in de bossen. Deze is minder uitbundig. Na het derde paleis zijn we er wel een beetje klaar mee en nemen we een lekker ijsje. Dat je in deze hitte heel snel moet opeten omdat het meteen smelt. We fietsen in een fors tempo terug en duiken bij ons hotel onder een lange koude douche.

 

Mountainbiken en snorkelen
Zaterdag 30 juli 2016. Hoi An, Vietnam.

De volgende ochtend nemen we de trein van Hué naar Danang. Het treinstation bruist. Buiten staan groene, oranje en gele taxi’s. In de wachtkamer is het een drukte van jewelste. Een kwartier voor aankomst van de trein uit Hanoi, gaat iedereen al op het perron staan. Mensen steken de perrons over. Mannen lopen met houten karren rond om bagage uit de trein aan te nemen. Er staan tien motorfietsen gehuld in plastic klaar om ingeladen te worden. De rit duurt tweeëneenhalf uur. Er is volop catering aanwezig. Veel rijst, noodles en dode kippen. De trein rijdt vlak langs de kust. Prachtig om te zien. Wel in een slakkengang. Rond één uur ’s middags tuffen we het station van Danang binnen. Buiten staat een taxi te wachten.

Hoiantrein

Ik had gelezen dat je in de lokale bus vaak wordt afgezet en drie keer de lokale prijs moet betalen, dus gekozen om voor vijftien Euro met een private taxi voor de deur van ons volgende hotel te worden afgezet. Hoi An Beach Resort. Tussen het strand en de rivier ingeklemd en vier kilometer van het oude stadje vandaan. Wederom een prachtig resort met twee mooie zwembaden. Op booking.com stond een leuke aanbieding waarbij er elke dag een half uur massage bij zit in de aangrenzende spa Waterlily. Dat blijft toch wel heel leuk aan Azië. Die heerlijke massages in prachtige rustieke spa’s en niet zo duur.

’s Avonds gaan we naar de Old Town. Super sfeervol met de vele gekleurde lantaarns. Overal leuke eettentjes en natuurlijk heel veel shops. Dit is echt de meest toeristische plek die we in Vietnam gezien hebben. Oude vrouwtjes of hele jonge kinderen verkopen voor tienduizend Dong een drijvende lampion om in het water te zetten. Dit is echt de stad van de lampionnen.

De volgende dag hebben we fietsen gehuurd. Dat is wel de manier om je hier te bewegen. We begeven ons tussen luid toeterende bromfietsen en bellen vrolijk mee met onze fietsbel. We fietsen naar An Bang Beach, een strandje dat vier kilometer verderop ligt. Het strand bij het hotel is namelijk door erosie aangedaan en wordt door zandzakken beschermd. Op een strandje helemaal voor ons alleen, naast een palmboom en onder een parasol genieten we van de zee. Er liggen ook basket boats op het strand. Ronde tobbes, die de lokale bevolking gebruikt om naar een groter schip te varen.

Op de terugweg stoppen we bij een kleine supermarkt. Tot onze grote verbazing komen we daar een pot Nutella tegen. Eigenlijk hebben we op al onze reizen tot nu toe wel ergens Nutella gevonden, maar we hadden in Vietnam de hoop al opgegeven. Dus toch. In een klein supermarktje in een klein dorpje. Hoe komt die pot hier? We kopen de pot natuurlijk. Omdat het kan. ’s Avonds fietsen we ook naar de Old Town toe. Het is shopping time. De meiden kopen leuke souvenirs voor hun vriendinnen.

De volgende dag hebben we een mountainbike tour geboekt naar de omliggende dorpjes. We gaan vroeg op pad met Wan onze gids. Eerst steken we de rivier over met een kleine boot. Veel dorpjes in de omgeving van Hoi An zijn gespecialiseerd in bijvoorbeeld houtbewerking, groente verbouwen of weven. We kijken eerst bij een scheepswerf. Hier worden grote boten gebouwd. Verderop is er een huisje waar een vrouw met haar dochter matrassen weeft van riet. Luna en Dille mogen het zelf ook proberen. De vrouw is zo’n zes uur bezig met één mat en verkoopt deze dan voor vier Euro op de markt. Haar man ligt ondertussen te slapen op het bed ernaast.

In Coconut Village zien we de plek waar de Viet Cong zich verstopte tussen de kokosnootplantages tijdens het vechten met de Amerikanen. Hier horen we ook een saaie stem door een omroepinstallatie. Het blijkt dat in Vietnam in de dorpen tussen elf en twaalf uur het lokale nieuws wordt voorgelezen door de overheid. Overal hangen omroepinstallaties. Een soort communistische radio dus.

We maken nog een mooie boottocht van een half uur en zien de typische visnetten van dit gebied. Deze hangen overdag boven de rivier. Tegen de avond laten ze de netten via een katrol het water in zakken. Ze doen er dan voer in en hangen lampen op. Zodra er voldoende vissen ingezwommen zijn, halen ze de netten weer omhoog.
We eindigen in het dorp met de vele moestuinen. Hier verbouwen ze geen rijst, maar veel groentes. We helpen bij het inzaaien van kool. Om de aarde vruchtbaarder te maken gebruiken ze zeewier.

Na afloop krijgen we een korte cooking class van een een super grappige kok, die ook kok op de Vietnamese tv is geweest. We mogen proberen onze vegetarische pannenkoeken op ons hoofd te gooien terwijl hij en zijn vrouw erachter staan om ze op te vangen in een vergiet. We lachen ons helemaal rot. Moe en bezweet eindigen we onze tocht weer voor de deur van het reisbureau. Nu hebben we wel een lekker ijsje verdiend. We doen dit in een café die een prachtige foto expositie heeft van de Franse fotograaf Rehahn. Hij heeft prachtige foto’s van oude Vietnamese vrouwen gemaakt.

Onze laatste dag in Hoi An gaan we naar de Cham Islands. We gaan met Blue Coral Diving. Op een grote boot met meer dan veertig duikers en snorkelaars varen we weg. Al snel worden we tegen gehouden door militairen. Of we eerst even een boot die vastgelopen is op een zandbank weg willen trekken. Uiteindelijk komen we na anderhalf uur aan bij onze eerste duikstek. Luna en ik gaan samen met de dive master. Ondanks dat het voor ons allebei alweer een jaar geleden is, hebben we snel weer de slag te pakken. Hier geen schildpadden zoals in Brazilië, maar mooie kleurrijke koralen en kleine vissen, als nemo, angelfish en batfish. We zien een anderhalve meter lange zeekomkommer die op een slang lijkt. Ook de gevaarlijke lionfish zien we onder een koraal schuilen. Dille snorkelt lekker en probeert de kwallen te ontwijken.

Hoianspringendinzee

Op de andere duikstek gaat Andre duiken en ik snorkelen met de meiden. Daarna gaan we lunchen op de eilanden. Er is zowaar een waterpark met drijvende luchtkussen en stormbanen. Voor één Euro zestig veel pret dus. In de namiddag varen we terug. Liggend op het zonnedek. ’s Avonds eten we op het strand en besluiten de avond met nog een massage voor ons alle vier in de spa. Een mooie afsluiting van vier dagen Hoi An. Na het strand is het nu weer even tijd voor de bergen: Dalat!

Partners

Social Media

Houd jij van Verre reizen met kinderen? Volg, like en blijf op de hoogte!