Duinen en leegstaande meren
Woensdag 13 juli 2016. Solitaire, Namibië.

Voor dag en dauw gaat de wekker. Beetje onhandig om de tenten in te klappen in het donker maar we slagen er in om voor half zeven aan de poort van het park te staan. En we zijn niet alleen, samen met ons staat een tiental voertuigen in de rij. We zien voor het eerst de safaritrucks, met grote groepen reizigers. Soms grappig om te zien, een hele groep in safari outfit, uitgerust met mega fototoestellen en verrekijkers. We zullen ze vanaf nu regelmatig kruisen.

Een prima asfaltbaan brengt ons zestig kilometer verder in de woestijn. Onderweg zien we de ons ondertussen bekende dieren. In de verte zeilen drie luchtballonnen over de woestijn. De zon komt op en kleurt de duinen roodoranje. We rijden voorbij Dune 45, zowat de meest gefotografeerde duin ter wereld. Op de parking ervoor staan al heel wat wagens en op de duin kruipt een rij mensen als mieren omhoog. Wie in het park slaapt kan immers een uurtje vroeger vertrekken. We slaan de beklimming van deze duin over en sparen onze energie voor straks.

We rijden verder richting Deadvlei. De laatste vijf kilometer zijn enkel te overbruggen met een 4WD, met verlaagde bandenspanning. We rijden nu door mul zand en met een gewone wagen zou je zonder twijfel vast komen te zitten. Eerst zijn we wat zenuwachtig, we kennen de verhalen van vastgelopen wagens. Maar daarna is het genieten, vooral voor Dirk. Het is eens wat anders dan de Brusselse ring op een doordeweekse werkdag.

Namib13julizandduinenNamib13julideathvalley

Op de parking aangekomen we een praatje met een Belgisch gezin. Ze rijden net als wij met een terreinwagen, maar hebben slechts één reservewiel (heb ik al gezegd dat wij er eentje extra hebben?). Gisteren hebben ze een klapband gehad, en de garage in Sesriem had de laatste geschikte band net verkocht. Nu rijden ze dus rond zonder reservewiel. Best een risico, we hebben al meermaals wagens aan de kant zien staan met een lekke band. Zij hebben drie grote dochters, en we spreken af dat we hen proberen in te halen tijdens de beklimming van Big Daddy, de hoogste duin in de regio. Alleen gaan wij nog ontbijten voor we de beklimming starten.
Louis en Emiel hebben er zin in. We wandelen (of strompelen) over de rug van de duin in het mulle zand naar boven. De jongens willen niks liever dan onmiddellijk terug naar beneden lopen en tuimelen. Dag mag, maar kost natuurlijk energie want daarna moeten ze opnieuw naar boven tot bij ons. Gelukkig is het nog vroeg en relatief koel. Binnen enkele uren is het hier bloedheet.

Eens de Belgen ingehaald is de motivatie bij Louis en Emiel wat verdwenen. Zij lopen met Dirk naar beneden, richting Deadvlei. Ik ga nog wat hoger, naar de top. Vermoeiend, maar wat een zicht daar, onder mij zie ik zo ver ik kan zien oranjerode duinen met daartussen Deadvlei. Achter die duinen, kilometers verder, ligt de oceaan, maar die is niet te zien.

Ik blijf niet lang staan maar begin de afdaling. Ik loop in één keer naar beneden. Het gaat stijl bergaf maar het zand remt me voldoende af. Enkele minuten later sta ik bij m'n mannen aan de rand van Deadvlei. Zoals de naam het zegt is dit een opgedroogd meer, waarin de bekende vijfhonderd jaar oude dode bomen staan.
We gaan nog even verder naar Sossusvlei, waar als het hier eens om de tien jaar regent een meertje wordt gevormd in de woestijn, en dan rijden we over Sesriem verder naar Weltevrede Guest Farm, waar we onze tenten voor één nachtje opslaan. Het zwembad doet deugd, we spoelen de hitte en het zand van ons af. Al blijft dat laatste nog dagen in de oren van de jongens zitten.

Namib13julizwembad


Voor de eerste maal hebben we privé 'ablutions', een badkamertje voor ons alleen. 's Avonds stoken we een kampvuur, zelfs Louis blijft er wat langer voor op. De maan geeft zoveel licht dat we de verlichting van de campsite amper nodig hebben. Leuk gezien de dagen hier kort zijn, rond zes uur ‘s avonds is de zon verdwenen. Wanneer ik voor ik ga slapen nog naar toilet ga, springt er vlak voor mij een dier (met hoeven) verschrikt weg. Wie is nu het meest verschoten, hij of ik?

 

Echte bedden
Donderdag 14 juli 2016. Swakopmund, Namibië.

We worden wakker van onze Zwitserse buren die eerder op zijn dan wij. Wanneer ik Emiel en Louis vertel van het dier dat ik vlakbij zag zijn de jongens in een wip uit de tent. In pyjama wordt er gezocht naar verse sporen, die niet moeilijk te vinden zijn. Het moet hier nogal een antilope feestje geweest zijn vannacht, want we zien afdrukken van verschillende hoeven. We nemen foto's, hopelijk vinden we later deze vakantie een boekje met meer uitleg zodat we de dieren kunnen identificeren.
We gaan op weg, en de eerste stop is in Solitaire, niet veel meer dan een handvol huizen, maar met een echte bakkerij... en de beste appeltaart van Namibië (misschien is dat niet zo moeilijk). En het smaakt inderdaad. Louis houdt het bij versgebakken broodjes, waarvan we ineens een voorraad inslaan. Op de parking staan enkel terreinwagens met daktenten en safaribussen, dit is duidelijk een verplichte stopplaats.

Namib14juliappeltaartNamib14julizebras


We hobbelen verder over de gravel wegen door de meestal vlakke woestijn en zien zoveel wild dat Emiel vraagt of we in een park zijn. En dan, onverwacht, spotten we (eindelijk) zeven zebra's een eindje van de weg af. De dieren lopen een stuk met ons mee. We worden er euforisch van.

Namib14julikuisebpass


We moeten door twee canyons, over de Guab Pass en de Kuiseb Pass, voordat we het Naukluft Park binnen rijden. We zijn enkel op doorreis en hebben geen permit dus kunnen niet afdraaien richting drinkplaatsen maar dat is niet erg, want we zien opnieuw zebra's en verschillende soorten bokken. Het is onvoorstelbaar hoeveel gezichten de woestijn heeft. Soms oranje of geel, hier en daar wit en nu lichtgroen door de lichte begroeiing.

Iets na de middag arriveren we in Walvisbaai, een grote havenstad aan de Atlantische Oceaan. Een groter contrast is niet mogelijk, de zee na een rit door niets dan droge woestijn. We picknicken aan de oceaan met honderden flamingo's vlakbij. Locals nemen net als wij middagpauze onder de schaduwrijke bomen.
We boeken een zeesafari voor morgen. Het aanbod is bij alle bedrijfjes hetzelfde maar we kiezen voor Mola Mola dat goed aangeschreven staat in onze Bradt reisgids (geen Lonely Planet dit jaar, die viel voor Namibië wat triest uit).

Namib14juliflamingos


We rijden verder naar Swakopmund, ook aan de oceaan, waar we voor het eerst in twee weken niet kamperen. 's Nachts komt er immers dikke mist van over het water, die de hele streek onder een vochtig tapijt bedekt. We logeren in Sea Breeze Guesthouse, in een ietwat saaie buitenwijk van de stad. Bij aankomst krijgen we de meest hartelijke ontvangst van Benny en Charlot, de eigenaars. Kleinzoon Francois neemt Louis en Emiel onmiddellijk op sleeptouw, die zien we de eerste tijd niet meer terug. De beveiligde parking staat vol terreinwagens met daktenten, we zijn niet de enigen die voor enkele nachten in een echt bed kiezen.

We hebben een flat met twee slaapkamers, twee badkamers, een keuken en een zitplaats helemaal voor ons... wat voelt dat vreemd in vergelijking met onze tenten en 'shared ablutions' van de afgelopen dagen. Er is bovendien ook een goed werkende wifi verbinding, de eerste foto's kunnen eindelijk op de blog!

Vanavond koken we niet zelf maar gaan we uit eten. We trekken de outfits die het minst onder het stof hangen aan en rijden op aanraden van de gastvrouw naar restaurant Wurstbude. Dit is the place to be voor pizza, waar de jongens na twee weken braai aan toe zijn. We zitten tussen de locals die een avondje uit zijn, het is eens wat anders dan tussen kampeerders. Terug in ons guesthouse gaat Louis rechtstreeks naar bed, terwijl Emiel en Dirk zich aanpassen aan de lokale gewoontes en rugby kijken op tv.

Partners

Social Media

Houd jij van Verre reizen met kinderen? Volg, like en blijf op de hoogte!