Alleen op de wereld
Donderdag 11 juli 2016. Namibwoestijn, Namibië.

Onze dag begint met een tevergeefse reddingsactie van Emiel's boemerang. Die ligt hoog in de kameeldoornboom van ons kampeerplaatsje. Ondertussen komt het jongetje van de buren de rotsen af met beenderen van een groot dier. Geen idee van welk maar indrukwekkend is het zeker.

Voor we op weg gaan slaan we bij de lodge vlees in voor de komende dagen, het braaien is ondertussen een dagelijkse traditie. Vlakbij zien we onze eerste kudu deze vakantie, een bruin dier met witte lijnen achteraan. Louis kan weer een dier aanvinken op zijn lijstje. Emiel is benoemd tot poortenopener van dienst en moet nu bij elke gate uit de auto. En dat zijn er veel, want bij het binnen- en buitenrijden van elke kampplaats moeten we wel enkele hekken door.

AushekkenopenenNamib12julikudus

Heel ver gaan we niet vandaag, we nemen de D707 met aan de ene zijde de Namib Woestijn en aan de andere zijde het Tiras Gebergte, naar Little Hunter's Rest, de campground bij Namtib Desert Lodge. Tijdens de rit van anderhalf uur kruisen we slechts één tegenligger. De lodge ligt twaalf kilometer van de weg af, en langs de oprijlaan zien we springbokken, oryxen en rotsdassies. We moeten alweer verschillende hekken door en melden ons bij de receptie. Daar krijgen we te horen dat de campsite nog eens twee kilometer verder ligt en die rit maken Emiel, Louis en ik boven op het dak van de terreinwagen. Echt avontuur voor de jongens.

De camping ligt aan de voet van de oranjerode rotsen van het Tiras gebergte, en het uitzicht over de vlakte en verdere Namib Woestijn is ronduit onvergetelijk. We kiezen een plek met braai onder een kameeldoornboom, de andere drie kampeerders zijn slechts stipjes rondom ons. Er is geen elektriciteit en wie wil douchen moet eerst een vuurtje stoken om een uur later warm water te hebben (ik geef toe dat we dat douchen even uitstellen tot de volgende kampeerplek waar we geen moeite moeten doen voor warm water).

Namibboom

Er staat niet veel op ons programma voor de rest van de namiddag. De jongens spelen met Lego (de ridders vechten tegen de wind, die laatste wint met stip), we spelen allemaal samen gezelschapsspelletjes en we proberen aan de hand van pootafdrukken in het zand te ontdekken welk dieren hier rondlopen. Tegen het einde van de namiddag klauteren we op de rotsen een heel eind naar boven en vandaar is het uitzicht nog spectaculairder. Het is moeilijk uit te leggen, in het begin beangstigde al die ruimte en vooral de verlatenheid een beetje maar nu genieten we van de rust en zijn we eerder verbaasd wanneer we op een drukke camping terecht komen. We fotograferen de prachtige zonsondergang uitgebreid, en na het eten onder een prachtige sterrenhemel (hier zie je dat de aarde rond is) jaagt de steeds harder opkomende wind ons de tenten in.

 

Wereldsend
Dinsdag 12 juli 2016. Sesriem, Namibië.

We vonden de vorige nachten dat het winderig was, maar deze nacht sloeg alles. De wind blies zo hard dat ik bij momenten dacht dat de tenten zouden toeklappen, met ons erbij. Zelfs de jongens, die normaal gezien door alles doorslapen werden enkele keren wakker. Bij het openritsen van de tenten ontdekten we dat de stoelen in alle richtingen waren gevlogen, maar verder bleek het allemaal wel mee te vallen. 's Nachts lijkt alles erger.

Voor we vertrekken maken we een praatje met de Zuidafrikaanse buren die wel een vuurtje maken om water op te warmen voor de douche. Dapper, want het duurt minstens een uur voor dat het warm genoeg is. Het is opvallend dat geen van de locals die we tegen komen 'onze' toer doen. Inwoners van Zuid Afrika komen vooral in het zuiden van Namibië op vakantie. En reizende Namibiërs hebben we nog niet ontmoet.

Een stevige rit brengt ons naar Sesriem, aan het begin van het Namib-Naukluft Park. Vlak na ons vertrek loopt een oryx enkele honderden meters naast ons mee, indrukwekkend. Onderweg wisselen bergen en vlaktes zich af, en rijden we langs lodges of plaatsjes met tot de verbeelding sprekende namen als 'Wolwedans', 'Wereldsend' en 'Tok Tokkie', het Afrikaans blijft een fijn en bij momenten grappig taaltje.

We slapen op Sossus Oasis Campsite, en er ligt een zwembad op enkele meters van ons plaatsje. Dat moeten we delen met enkele andere kampeerders, maar niemand waagt zich in het water dus we hebben het voor ons alleen. Het water blijkt echt koud, hoewel de temperaturen nu overdag vlot boven dertig graden gaan en het ook 's nachts beduidend warmer is (maar het kan hier nog steeds net zo goed vriezen). Deze keer duiken niet enkel Louis en Emiel in het water, maar doen wij mee. Bij deze temperaturen lijkt het water aanlokkelijk, maar dat is slechts van korte duur.

Namib12julikoudzwembad

Tijdens de lunch ontdekken we een oryx die wat verder loopt te grazen. Emiel slaagt er in om het dier tot op enkele meters te naderen. Louis blijft veilig op een afstand. Wanneer de avond gevallen is en we gaan douchen genieten we vanuit de half open douche van het mooiste uitzicht ooit bij het wassen. Wel frisjes met de wind, maar je kan nu eenmaal niet alles hebben.

Social Media

Houd jij van Verre reizen met kinderen? Volg, like en blijf op de hoogte!