Op zoek naar de Big 5
Dinsdag 5 juli 2016. Keetmanshoop, Namibië.

De wekker staat een uurtje vroeger op verzoek van Emiel, want die wil extra vroeg op pad op zoek naar wild. Maar de zon is nog niet op om zes uur en de tenten opplooien in het donker zien we niet zitten dus we draaien ons nog eens om. De nacht was mild en voor het eerst waren de dubbele slaapzakken niet nodig. Het ontbijt verloopt moeilijk, de sandwiches zijn op en Louis weigert om iets te eten dat hij niet kent. Voorlopig leeft hij verder op een dieet van appels en van thuis meegebrachte wafels, maar die voorraad is niet oneindig.

Voor we het park inrijden vullen we de dieseltanken nog eens op. Zo gaat dat hier, je tankt wanneer je een tankstation tegen komt, want die zijn schaars en we willen niet ergens in the middle of nowhere stranden met een lege brandstoftank. We halen onze permit op en rijden noordwaarts door het park richting Mata Mata, aan de andere kant van het park op de grens met Namibië.

Al gauw zien we enkele wagens stil staan. We zien zelf niet onmiddellijk waarnaar er wordt gekeken en vragen wat er te zien is. Blijkt dat een twintigtal meter verder een leeuw ligt te slapen. En ja, met verrekijkers en telelens slagen we er in het dier te spotten tussen het gele gras. Sterk dat onze voorgangers het ontdekten, want voor ons zou het net zo goed een steen kunnen zijn. Meer is er tot onze teleurstelling niet te zien, tot Dirk zijn deur van de auto open doet en hard toe slaat (niet iets wat de jongens mogen nadoen!). Het mannetjesdier heft verstoord zijn kop op, een prachtig gezicht! Heel veel foto's later rijden we euforisch verder, benieuwd naar wat de dag nog brengt. En het blijft niet alleen bij de leeuw, we spotten vlakbij de weg een kudde van een tiental giraffen. Ze wandelen gracieus van boom tot boom, en wij zijn de enigen die van het zicht genieten.

NamibleeuwNamibgiraffe 

We eindigen onze dagen in dit park op een mooie manier. Hoewel we de hele dag slechts een tiental andere wagens tegen komen staan we plots in de file. Dat wijst bijna altijd op een roofdier en plots roept Emiel 'een luipaard!'. Het dier loopt enkele meters van ons parallel met de weg en heeft geen aandacht voor de stoet terreinwagens die haar enkele honderden meters volgt, voor ze verdwijnt in de bush.

De grensformaliteiten in Mata Mata zijn hilarisch, we vermoeden dat de ambtenaren blij zijn dat er af en toe iemand van deze grenspost gebruik maakt om Namibië binnen te gaan. Om te beginnen moeten we voor iedereen van ons visumformulieren invullen, en worden de paspoorten afgestempeld. Dan naar buiten om langs een andere deur opnieuw in hetzelfde lokaaltje terecht te komen, maar nu voor de documenten voor de wagen, en om wegentaks te betalen. Ondertussen wordt buiten de terreinwagen aan een stevige controle onderworpen, en wanneer alles in orde blijkt worden we door twee vriendelijke militairen welkom geheten in Namibië.

Vanaf hier is het slechts een half uurtje rijden naar Terra Rouge Guest Farm, waar we de volgende nacht door brengen. We worden ontvangen door een vriendelijke dame, kopen hout en krijgen brood want we zitten door onze voorraad heen en in Mata Mata rustkamp was de stock al uitverkocht. We beseffen dat boodschappen doen, net als de brandstof, zorgvuldig moet gepland worden.

NamibzonsondergangNamibwarmedouchewerk

We verblijven opnieuw in een bushcamp, en zijn op een koppel Zuidafrikanen de enigen op de camping vanavond. De plaatsen zijn eenvoudig, we hebben een kraantje en een braai, en wanneer we willen douchen moeten we een vuur stoken om warm water te hebben. Maar de ligging is prachtig, met zicht op de rode duinen en de avondzon kleurt de lucht typisch Afrikaans oranje. Dirk en ik eten kudusteak, de jongens impalaworst en na het eten spelen Emiel en Louis safari met de meegebrachte speelgoeddieren en -auto's, terwijl ik ons blogverhaaltje schrijf bij het vuur.

 

Reuzenspeeltuin en kokerboomwoud
Woensdag 6 juli 2016. Keetmanshoop, Namibië.

Tot teleurstelling van de jongens krijgen we geen nachtelijk bezoek van springbokken of giraffen die op het domein leven. Opnieuw onderweg spelen de jongens en ik eindeloos kwartet, terwijl Dirk geniet van het rijden door het desolate gebied. Het gaat richting Keetmanshoop, een naar lokale normen grote stad. Dat wordt tijd, we zitten door onze voedselvoorraad heen, en moeten aan cash geld zien te geraken want dikwijls kan er niet met de kaart worden betaald.

De supermarkt heeft een ruim aanbod en we vinden alles wat we nodig hebben. Bij de kassa aangekomen schrikken we ons een hoedje: de boodschappen waarmee we een dag of vier verder kunnen kosten ons meer dan vijfduizend Namibische dollar, snel omgerekend zo’n driehonderdvijftig Euro. We veronderstelden wel dat Namibië iets duurder is dan Zuid Afrika, maar hier worden we even niet goed van. Terwijl Dirk en ik hierover staan te overleggen komt een andere kassajuffrouw kijken en wat blijkt, onze vier komkommers kosten zo'n duizend NAD per stuk. Louis eet hier geen andere groente, maar deze exemplaren laten we met plezier liggen! Gelukkig is er enkel iets mis met de prijskaartjes en zo gaan we naar buiten met betaalbare komkommers en een aanvaardbare rekening.

Op de parking worden de jongens onmiddellijk geëntertaind door een aantal behoorlijk dronken daklozen. Emiel en Louis vinden het fantastisch, maar voor ons voelt het wat onwennig, zeker wanneer de mannen worden weg gestuurd door een veiligheidsagent. Een man spreekt ons aan over ons linker achterwiel, waarvan de band volgens hem wel erg plat staat. Het is de band waar wij zelf al twijfels over hadden, dus we rijden ineens door naar de bandencentrale. Daar zijn we niet de enigen met een lekke band. De bediende haalt het wiel er snel af maar de band blijkt toch niet lek te zijn. Beter zo, we gaan er van uit dat op de Namibische wegen de kans op een lekke band erg reëel is (er zijn niet voor niets twee reservewielen op onze terreinwagen) maar we stellen het moment dat we zelf een wiel moeten wisselen ergens op een zandweg, moederziel alleen, graag nog even uit. De bandenspanning wordt opnieuw verhoogd, gezien we morgen een eindje op asfalt gaan rijden.

Namib13julibandencontrole

Het gaat verder naar Quiver Tree Forest Guest Farm, een mooi gelegen camping aan het kokerboomwoud even buiten Keetmanshoop. Normaal gezien staan kokerbomen afzonderlijk in de woestijn maar hier staan er uitzonderlijk enkele tientallen bij elkaar, en dan wordt dat al gauw een woud genoemd. Ons plekje heeft een mooi uitzicht op de bomen en er is opnieuw water en elektriciteit. Samen met uitstekend sanitair kunnen we naar onze huidige normen van luxe spreken.

Na de lunch trekken we naar Giants Playground, de speeltuin van de reuzen. Hier liggen willekeurig rotsblokken op en door elkaar, alsof de reuzen er mee hebben lopen gooien. We volgen een kort bewegwijzerd pad, en de jongens kunnen zich ondertussen uitleven met klimmen op en lopen tussen de rotsen. Rond vier uur ‘s middags - we hebben ondertussen door dat er in Namibië een uur verschil is tegenover België en Zuid Afrika - zijn we terug bij de boerderij, want daar is het tijd voor het voederen van enkele tamme jachtluipaarden. Dat blijkt niet spectaculair, er komt een hele bus plaatselijke toeristen van middelbare leeftijd mee volgen zodat Emiel en Louis amper iets te zien krijgen. Maar dat laten zij niet aan hun hart komen, met een wrattenzwijn en zeker tien honden als huisdier is er voldoende alternatief dierenplezier op de farm. We raken aan de praat met een Franse familie (de eerste niet Afrikaanse toeristen die we tegen komen) die net als wij met twee (oudere) kinderen rondreizen met een 4WD met daktenten.

Terwijl Dirk de tenten opzet blijf ik met de jongens even aan de boerderij. Er is internetverbinding en zo kunnen de eerste blog posts online (op de foto's blijft het even wachten). Bovendien wil Emiel ook graag online want terwijl bij Louis de meest gestelde vraag is 'Wanneer zijn we er?' is dat bij Emiel 'Is er wifi? Kan ik op youtube?'. Terwijl de zon onder gaat en een prachtig licht werpt op de kokerbomen is er tijd voor een partijtje Afrikaans voetbal, want op slippers en met een platte bal. Elke bal die we kopen houdt het immers geen uur vol in deze rotsige omgeving. Nog tijdens het eten vraagt Louis of hij mag gaan slapen...

 

Fish River Canyon
Donderdag 7 juli 2016. Fish River Canyon, Namibië.

We slapen onrustig, want er waait een hevige wind en de tenten wiebelen de hele nacht heen en weer. Water koken voor koffie duurt erg lang omdat de wind ook in de ochtend nog niet gaan liggen is. We stoppen nog even bij de boerderij om afscheid te nemen van de honden, en dan gaan we opnieuw op weg. Eerst langs Keetmanshoop voor een tankbeurt en om geld af te halen. Ik ga een bank binnen op zoek naar een ATM, een automaat buiten vermijden we immers liefst. Twee jaar terug in Zuid Afrika is onze kaart gekopieerd aan een automaat aan de straatkant en is er op die manier enkele duizenden Euro verdwenen van onze rekening. Het geld is door de verzekering terug betaald maar dat willen we liever niet nog eens mee maken. Geld afhalen kan enkel buiten, maar ik krijg wel een veiligheidsagent mee zodat ik ongestoord kan pinnen. Niet exact wat ik bedoelde.

De eerste kilometers rijden we voor het eerst in Namibië over een asfaltbaan. Lokale tegenliggers in zware terreinwagens rijden ons tegen hoge snelheid voorbij. Opnieuw op de gravel baan verlagen we deze keer zelf de bandenspanning (alles voorhanden in onze super uitgeruste wagen). We nemen de verkeerde afslag en komen terecht op een kleine, oneffen weg, die op een bepaalde plek zelfs helemaal is weg gespoeld tijdens het regenseizoen. Het water is ondertussen al lang weg getrokken, maar de weg is nog niet hersteld en wij moeten de kant in om verder te kunnen. Namibië is te doen met een 2WD maar wij zijn tot nu toe erg blij met onze Hilux.

We rijden door een uitgestrekte woestijnvlakte met kloven en tafelbergen, en regelmatig zien we wilde struisvogels. Na een vrij korte rit komen we aan op de camping van Canyon Roadhouse. We krijgen een ruime plaats toegewezen met elektriciteit, braai en water, aan de rand van de droge rivierbedding. Die is de ideale zandbak voor de jongens en er wordt meteen gestart met de bouw van allerlei zandconstructies.

 

Tijd voor een trip naar de Fish River Canyon, in het Ai-Ais National Park. Vanuit Hobas, waar we onze permit afhalen, gaat het naar het eerste uitzichtpunt op de canyon. Het zicht is adembenemend en moeilijk te beschrijven, diep onder ons zien we de rivier meanderen. Rondom ons slechts een handvol toeristen, terwijl we bij de grootste canyon van Afrika staan. Het landschap is vergelijkbaar met de Grand Canyon maar hier geen bussen volgeladen met toeristen of helikopters die af en aan vliegen. We kunnen het amper geloven.

We rijden naar een ander uitkijkpunt, waar de vierdaagse trektocht door de honderdzestig kilometer lange canyon vertrekt, en raken aan de praat met een Belgisch gezin, ook op reis met hun kinderen. Terwijl we op vorige verre reizen met onze jongens veelal een uitzondering waren tussen meestal per twee reizende gezelschappen, zien we hier veel gezinnen met kinderen. Vooral Zuidafrikaanse families, maar af en toe dus ook Europese toeristen. We volgen de canyon tot een volgend uitkijkpunt, in 4x4 modus want het parcours is hobbelig en de weg vol rotsen. Wanneer de zon begint te zakken zijn we helemaal alleen, in het gezelschap van enkele springbokken, vossen en struisvogels.

We dineren in het restaurant van het Canyon Roadhouse. De jongens vinden het hier fantastisch want het hele domein is ingericht met sixties auto attributen. De tuin staat vol oldtimers, en met elk van die moet er op de foto gegaan worden. Ook in het restaurant staan oude wagens, de receptie is in een vrachtwagen, de bar is versierd met honderden nummerplaten (we ontdekken een Belgische) en aan de muren hangen allerhande metalen bordjes (eentje met een opschrift in verband met Kessel-Lo en eentje met iets over Zaventem). Ons tafeltje staat naast een Mercedes ziekenwagen en ook de open haard is ingebouwd in een auto.

Dirk en ik kiezen voor oryx en springbok, en Emiel en Louis delen de wildsates. Dat we daarnet die wilde dieren nog zagen rondlopen doet hun niets. Het smaakt lekker, en na het eten verdwijnen de jongens om nog meer foto's te gaan maken. Wij genieten in alle rust van een heerlijk dessert, en profiteren van het feit dat de jongens iets ouder en zelfstandiger worden, en dat we hen niet de hele tijd meer achterna moeten lopen.

Even later komen ze gierend van het lachen aangelopen. In het herentoilet hangt een foto van een naakte dame met een deurtje met het opschrift 'Pandora's box' er op. Wie het deurtje open maakt en op de bel drukt moet een rondje betalen aan iedereen in het restaurant. We testen het maar niet uit. Bij het buiten gaan ontdek ik aan een ander tafeltje een Pfizer collega. Onwerkelijk, zo aan de ander kant van de wereld, en eigenlijk ook niet wat je wil na een week kamperen in het zand.

 

Rust
Vrijdag 8 juli 2016. Ais-Ais, Namibië.

We worden wakker wanneer de zon op gaat, vroeg op en vroeg naar bed, we zijn al helemaal aangepast aan het buitenleven. Emiel en ik gaan op zoek naar iemand die een voetbal kan opblazen, en die vinden we in de werkplaats van het roadhouse. Het is eens wat anders voor de arbeider, we schuiven aan tussen de terreinwagens waarvan de bandenspanning moet aangepast worden.

We rijden tachtig kilometer zuidwaarts naar het einde van de canyon, richting camping van Ais Ais. We zijn hier niet alleen, en we kiezen een plekje weg van de drukte aan het uiteinde van de camping, tegen de rivier. Het is hier zelfs in de Afrikaanse winter tropisch warm, beschut door de bergwanden rondom. Er is een groot zwembad, met verwarmd bronwater, en daar zijn we de hele namiddag niet bij weg te slaan. Voor het eerst deze reis komt de zonnecrème uit de valies, hopelijk niet voor het laatst.

Wanneer de zon achter de bergen is verdwenen maken we een wandeling in de uitloper van de canyon. We stappen in de droge rivierbedding, door het mulle zand. De jongens krijgen maar niet genoeg van al het zand, en wij vinden het ook wel meevallen. In tegenstelling tot bij ons aan zee is het zand fijner, eerder stof en dus geen vervelend gevoel aan je voeten of in je bed. Al zit dat stof ondertussen wel overal, de meeste van onze spullen hebben nu dezelfde grijze kleur.

We keren terug naar ons plekje, tussen een jong Duits koppel (nog een beetje verweesd na de EK nederlaag van Duitsland gisteren) en een sympathiek Zuidafrikaans gezin. We krijgen een hoop tips voor onze verdere reis, en worden uitgenodigd in Stellenbosch, waar zij wonen. Terwijl we eten zien we de eerste bavianen op de bergen rondom ons. Ze maken een soort blaffend geluid, en de meest moedige komt tot op de camping naar een op dit moment verlaten tentje. De overlanders rondom ons grijpen naar katapults en stenen, en enkelen klimmen zelfs de berg op om de dieren te verjagen. Louis vindt het maar niets, hij voelt zich niet op zijn gemak en wil graag naar bed. Hoewel er geen plekje meer vrij is op de camping zijn rond negen uur ‘s avonds de meeste lichten uit en liggen de meeste van onze buren onder de wol. Enkel de Duitsers zijn nog wakker en krijgen slaande ruzie. Een beetje ongemakkelijk voor ons, dus ook wij zoeken onze tent op.

 

What’s that coming over the hill
Zaterdag 9 juli 2016. Aus, Namibië.

Wanneer Emiel zijn hoofd uit de tent steekt horen we een dame kirren: 'So sweet, can I take a picture?' Ze zijn werkelijk overal, de Aziatisch toeristen, in dit geval Koreanen. Ze komt er nog net niet zelf bij zitten voor een selfie. De jongens vinden het grappig, maar zijn verontwaardigd wanneer ze afscheid neemt met 'Bye bye babies'.

Met nog een pak goede raad van de buren gaan we op weg. Vandaag staat er een stevige trip noordwaarts op het programma. We kiezen voor de route langs de Oranjerivier, die tevens de grens met Zuid Afrika vormt. Oorspronkelijk was de weg slechts een 4x4 track maar die heeft een upgrade gehad. Waarschijnlijk niet de snelste maar wel de mooiste route, we rijden door een bergachtige omgeving, dikwijls met zicht op de rivier. In de zomer is deze weg dikwijls overspoeld door de rivier, maar nu is die op plaatsen volledig opgedroogd. We zien bavianen drinken, en spotten reigers aan de oever, maar er is geen mens te bespeuren. Wanneer we onze benen strekken bij een dam, rijden 'onze Duitsers' ons voorbij, we zijn dus toch niet de enigen die voor deze route kiezen. Even later kruisen we een motorrijder, wat moet die een hoop stof eten...

Het mijnstadje Rosh Pinah ligt op onze route en daar is het tijd voor opnieuw een Spar bezoek en een tankbeurt. Vanaf nu rijden we over asfaltweg (en zo kan er nog eens een DVD worden gekeken, want dat is moeilijk op de gravel roads waar de DVD steeds blijft haperen), langs Sperrgebied National Park. Voorlopig nog verboden zone, zoals de naam het zegt, met als oorspronkelijk doel ongewenste bezoekers weg te houden uit het diamantrijke gebied maar binnenkort een nationaal park, wanneer de gevolgen van de mijnbouw zullen verdwenen zijn.

Onze rit gaat verder naar Aus, een klein plaatsje bekend van een WOI kamp voor Duitse krijgsgevangen. We verblijven er op de Klein Aus Vista Campsite, en melden ons aan bij de receptie. Er is internetverbinding, maar foto's opladen lukt opnieuw niet. De campsite is nog eens twee kilometer verder, en ligt in een kleine vallei. We hebben een ruime plaats onder een kameeldoornboom. We zetten de tenten al op (opzetten duurt nu slechts enkele minuten, afbreken wat langer) zodat we dat straks in het donker niet meer hoeven te doen en maken ons klaar voor een wandeling in het bijhorende private park.

Namibwijdsuitzichtmet2wagensNamibwoestijnwandeling

Er is keuze uit een aantal bewegwijzerde wandeling, en wij gaan voor een hike naar een uitkijkpunt op de top van één van de omliggende rotsen, om van daar de zonsondergang mee te pikken. We zien verschillende soorten uitwerpselen van dieren, maar geen wild te zien. Misschien waait het te hard, want er staat een stevige wind. Of misschien maken we iets teveel lawaai, want Louis en Emiel zingen enthousiast 'What's that coming over the hill, het is geen monster, het is een springbok'. Op het einde moeten we ons naar de campsite haasten, want het begint al stevig te schemeren en op het donker zijn we niet voorzien.

 

Kolmanskop
Zondag 10 juli 2016. Aus, Namibië.

Na opnieuw een winderige nacht zetten we koers naar Kolmanskop, ooit een bloeiende diamantstad maar nu een spookstad, ingenomen door de woestijn. Tussen de stichting begin vorige eeuw tot wanneer de laatste familie de stad verliet in 1959, werden er miljoenen karaat aan diamant gevonden. Op het hoogtepunt van de bloei had de stad meer dan 300 inwoners, en was er een concertzaal, een school, een ziekenhuis. Enkele van de gebouwen zijn gerestaureerd maar de meeste zijn overgelaten aan het zand. Het is er bloedheet, en er waait nog steeds een strakke wind die het zand doet opwaaien. Pijnlijk! Het decor is surrealistisch, we lopen door prachtige directeurshuizen met hopen kamers, waarvan het zand de ruimten half heeft ingenomen. Het ziekenhuis is gigantisch, en het zwembad was ooit gevuld met zeewater van vijfendertig kilometer verderop maar ook daar ligt nu slechts zand.

Wanneer we verder rijden naar Lüderitz, een Duits koloniaal stadje iets verderop houdt de kleine zandstorm aan. Het zand waait over de weg die zich kilometers ver recht voor ons uitstrekt. We lopen even door Lüderitz en picknicken met zicht op de oceaan. De jongens hebben geen zin in een uitgebreid bezoek en verlangen naar het zwembad aan de lodge van onze camping. We maken rechtsomkeer, maar niet zonder onderweg halt te houden bij een drinkplaats waar dikwijls wilde paarden worden gezien. We hebben geluk, er staat een vijftal dieren te grazen. Het boeit Louis en Emiel niet erg, die zijn niet naar Namibië gekomen voor paarden.

Terwijl de jongens in het zwembad springen drinken wij een pintje op het zonovergoten terras. Het internet wil niet echt mee, geen extra verhalen op de blog dus. Maar wie klaagt daar over wanneer je in de verte de oryxen ziet passeren? Ironisch genoeg bestellen we voor vanavond ineens een braaipakket... oryx!

Terug op de campsite merken we dat de zak met houtskool is opengescheurd, en dat er sporen van een dier in het zand staan, al hebben we geen idee van welk en laat het zich verder ook niet meer zien. We richten onze plek wat anders in dan vorige nacht, in de hoop aan de wind te ontsnappen. Al is dat in onze daktenten wat moeilijk, die komen boven het schutsel tegen de wind uit.

Namib12juliverkeersbordZAbraaitijd

Terwijl Dirk voor het eten zorgt speel ik met de jongens en de Zuidafrikaanse buurkinderen de EK finale, alweer met een platte bal en met een deel van de spelers op blote voeten. De echte finale laten we tot teleurstelling van Emiel aan ons voorbij gaan. De lodge is net te ver om te voet naar toe te gaan, zeker in het donker, en gezien de tenten al uitgeklapt zijn hebben we geen zin om die opnieuw op te ruimen en er met de auto heen te rijden.

Partners

Social Media

Houd jij van Verre reizen met kinderen? Volg, like en blijf op de hoogte!