Europa, Azië, Afrika
Vrijdag 1 juli 2016. Johannesburg, Zuid Afrika.

De jongens 'brossen' vandaag een halve dag en net voor de middag brengt Tomas ons naar de luchthaven. We zijn gelukkig vroeg, want het is aanschuiven op de toegangswegen naar Zaventem. Blijkbaar wordt elke wagen individueel gescand en dat vertraagt het verkeer enorm. Gezien we in tegenstelling tot andere jaren onmiddellijk een intercontinentale vlucht nemen naar Dubai vertrekken we van een voor ons onbekende terminal. We eten iets en verdrijven de tijd met stickeren en kleuren.

We vliegen met Emirates, en elf maanden terug boekten we dus tickets over Dubai naar Johannesburg. Niet meteen de meest efficiënte route maar wel met stip de goedkoopste. Na ons avontuur vorig jaar in Brazilië waarbij we onverwacht in Sāo Paulo terecht kwamen gingen we er bij het boeken van uit dat we dat wel zouden aankunnen. We boarden voor een vlucht van een dikke zes uur, voor het eerst in lang ook een vlucht overdag. Emirates heeft een fantastisch entertainment systeem aan boord, met grote persoonlijke schermen en een uitgebreid aanbod aan muziek, films en games. Er is zelfs wifi aan boord. Zo vliegt de tijd natuurlijk voorbij en voor we het weten staan we in Dubai.

Dan volgt het moeilijkste deel van de trip, we moeten immers een dikke vier uur overbruggen in transit. Na een omwille van de lange overstap inbegrepen McDonalds installeren Emiel en Louis zich op een aantal vrije stoeltjes en beide liggen al gauw in dromenland, wat bij Dirk en mij niet lukt. Rond vier uur plaatselijke tijd zitten we opnieuw in het vliegtuig voor een iets langere vlucht. Een groot deel brengen we slapend door en de rest van de tijd wordt alweer gedood met gamen en films kijken.

In de late voormiddag landen we in Johannesburg, en even later staan we in de lange rij aan de grenscontrole. Het wachten na een zware reis eist zijn tol, de jongens ruziën met elkaar en wij hebben het geduld niet meer om daar op een rustige manier mee om te gaan. Na meer dan een uur staan we voor de vriendelijke ambtenaar die ons onmiddellijk naar de geboortebewijzen van de jongens vraagt. Om kinderhandel tegen te gaan moet je die sinds juni 2015 immers verplicht bij je hebben in Zuid Afrika wanneer je met minderjarige kinderen reist.

Sinds een last minute tripje naar het gemeentehuis van Bonheiden twee dagen voor ons vertrek hebben wij Engelstalige exemplaren in ons bezit (dan pas gezien dat de onze enkel in het Nederlands waren en dat durfden we niet te riskeren, gelukkig waren de internationale onmiddellijk beschikbaar). Nog enkele stempels, foto's en vingerafdrukken (tot spijt van de jongens enkel van volwassenen) later zijn we de grenscontrole voorbij en kunnen we onze bagage ophalen die waarschijnlijk al tientallen rondjes op de bagageband heeft gedaan. Dit jaar hebben we elk een tas, gevuld met spullen die we bij het winters kamperen denken nodig te hebben. We hebben bijvoorbeeld voor ieder van ons een slaapzak bij (bovenop diegene die in het verhuurpakket van de 4WD zit) en stapels warme kledij.

We worden opgewacht door iemand van Bushlore, de firma waarbij we onze wagen huren, en tijdens de rit naar hun kantoor liggen we al snel weer allemaal te slapen. We krijgen een uitgebreide uitleg over onze splinternieuwe Toyota Hilux, over het kampeergerief, over de daktenten en over eerste hulp bij auto rijden in Afrika. Of we veel van de info meedragen zal de komende dagen blijken.

De eerste nacht gaan we nog niet kamperen maar hebben we een huisje gehuurd bij de Rustic Deck, vlakbij Bushlore. Zo kunnen we de vermoeiende reis verwerken en ons en de auto rustig klaarmaken. Er is een zwembad, en zo gauw de jongens dat door hebben is er geen houden meer aan, er moet gezwommen worden. De omgevingstemperatuur is prima, al lopen de locals met dikke truien en winterjassen aan. Het zwemmen is toch van korte duur, het water is amper elf graden en na een bommetje of drie is het enthousiasme van Louis en Emiel wat getemperd.

Tijd om boodschappen voor de komende dagen te gaan doen dus, en dat doen we in de Spar. Het plan is om voor een paar dagen in te kopen maar dat blijkt niet evident. Geen luchtdicht verpakt vlees, amper groenten en Louis die niets van het gekochte brood ziet zitten. We zien wel wat dat de komende dagen geeft.

We zijn net voor het donker terug, en na het eten installeren we ons voor de voetbalwedstrijd Wales-België. De Zuidafrikaanse Karl VN en Jan M pronstikeren op winst voor België. Als zelfs deze neutrale toeschouwers dat doen zijn we er gerust in. Maar niets is minder waar, al zien de jongens hun favoriete team niet meer verliezen. Zij liggen al snel te slapen. En zo moeten wij komende woensdag en zondag niet op zoek naar tv.

 

Bushcamp
Zaterdag 2 juli 2016. Van Zylsrus, Zuid Afrika.

Wanneer de wekker gaat hebben we nog geen zin om op te staan. Ons huisje met keuken, twee slaapkamers, twee badkamers en een ruime zitplaats heeft slechts enkele beglazing en geen verwarming of haardvuur. Het is dus iets aangenamer in bed. Dat belooft voor wanneer we gaan kamperen. Maar we moeten er uit, want we hebben vandaag een hele rit voor de boeg, richting Kgalagadi Transfrontier National Park. Dat ligt zo’n negenhonderd kilometer van Johannesburg en van die afstand willen we zoveel mogelijk kilometers vandaag overbruggen.

Met een volle tank (of beter twee, want onze auto heeft twee tanks van tachtig liter) beginnen we aan de rit. Het gaat over prima wegen, die kaarsrecht door het landschap gaan. Hier en daar rijden we door een dorp of stadje, en wanneer we net buiten het centrum zijn van een dergelijk plaatsje worden we aan de kant gezet door een politieman. Waar we zestig mochten reden we achtenzeventig en dat gaat ons zeshonderd ZAR kosten, te betalen op het politiekantoor. We leggen uit dat we daar geen tijd voor hebben omdat we voor het donker een heel eind verder willen zijn en vragen of we niet ter plekke kunnen betalen. Dat kan maar dan krijgen we geen ontvangstbewijs. De vraag of de boete dan niet wat lager kan wordt positief beantwoord en zo kunnen we na wat onderhandelen weer verder voor de helft van het oorspronkelijke bedrag.

Veel spelletjes 'ik zie ik zie wat jij niet ziet' en 'wie het eerste lacht heeft verloren' later gaat de weg over in een gravel road. Hoewel een 4WD hier nog geen must is helpt onze Hilux met zijn hoge wielen ons wel om een comfortabele snelheid aan te houden (en zelf niet helemaal door elkaar geschud te worden). De gewone wagens die we voorbij rijden gaan immers maar aan een slakkentempo vooruit. De ervaren 4WD rijders daarentegen stuiven ons voorbij, ons daarbij achter latend in wolken van zand.
Louis is blij want sinds ik hem een tijdje terug vertelde dat Namibië één grote zandbak is wil hij niets liever dan daarheen. Het was een teleurstelling voor hem dat we eerst nog enkele nachten in Zuid Afrika zouden doorbrengen, maar nu is hij gerust gesteld. De speelgoedautootjes die mee gebracht zijn, zijn stuk voor stuk geselecteerd op zandbestendigheid, enkel jeeps en buggy’s mochten mee.

We rijden hier en daar langs private wild parken en al gauw zien we onze eerste wilde dieren, waterbuffels nota bene. We weten niet goed of ze tellen voor onze Big Five, ze staan gewoon achter een afsluiting en echt wild voelen ze niet aan. De nominatie voor eerste echt wilde dier gaat naar een wrattenzwijn, dat plots de weg komt over gelopen. En wat later zien we ook een vos. En heel wat dode soortgenoten, slachtoffers van het verkeer, hoewel het aantal tegenliggers heel erg beperkt is. Emiel doet ons wat later enkele honderden meter achteruit rijden omdat hij de volgende dieren heeft gezien... Niets minder dan een kudde doodgewone schapen.

ZAeerstekampeernacht

De zon zakt langzaam maar zeker en we hopen om voor het donker bij een thuis gekozen kampplaats te zijn. Dat lukt net, het is schemerdonker wanneer we aankomen bij de Leeupan Camp Site. De eigenares rijdt ons voor naar ons bushcamp (lees: geen elektriciteit, geen warm water), de auto wordt onder een boom geparkeerd en we zetten de daktenten op. Het duurt iets langer dan de geplande vijf minuten, maar voor een eerste keer en in het aardedonker valt het nogal mee. Het is ook ijskoud geworden nu, en de meegebrachte winterjassen, mutsen en handschoenen blijken geen overbodige luxe.

ZAberekoudZAberekoud2

We slaan voor de eerste keer aan het braaien en maken een kampvuur om ons wat warm te houden. Al zien we geen andere kampeerders, we horen ze wel. Het is zaterdagavond en dat is te merken, de 'overlanders' hebben de muziek loeihard, en er wordt stevig gedronken (aan het gebrul dat niet van leeuwen komt te horen). Wij laten het niet aan ons hart komen en kruipen op tijd in onze dubbele slaapzakken met ons thermisch ondergoed aan.

 

Gemsbok Park
Zondag 3 juli 2016. Kgalagadi Transfrontier Park, Zuid Afrika.

De nacht is berekoud, met een temperatuur net onder het vriespunt, maar geen van ons heeft daar last van gehad. Onze kampeeruitrusting heeft de test prima doorstaan, en kouder wordt het in principe niet want we gaan noordwaards (en in tegenstelling tot aan onze kant van de evenaar naar warmere streken). Maar dat is voor later deze vakantie. De buren reden tot een stuk in de nacht met hun wagens door het zand en kwamen daarbij vast te zitten - echt rustig geslapen hebben we dus niet.

's Morgens vinden we rond onze auto verse sporen van dieren, vermoedelijk jakhalzen. Gelukkig zitten we 's nachts hoog in onze tenten. Terwijl we opkramen komt de zon op en wordt het stilaan warmer. We vragen ons af of we een lekke band hebben, want één van de banden lijkt plat. Omdat we wat schuin staan en dat misschien wel de oorzaak is besluiten we het er toch maar op te wagen zonder de band te vervangen. Achteraf blijkt dat we goed gegokt hebben, de spanning van de band staat al klaar voor zandwegen.

We zetten onze weg verder voor opnieuw tweehonderd kilometer op gravel road. Louis is het rijden wat beu en vraagt letterlijk elke tien minuten of we er al zijn. Rond de middag komen we aan bij het Kgalagadi Transfrontier National Park, een wildpark in het grensgebied tussen Zuid Afrika, Namibië en Botswana. We overnachten twee maal in Twee Rivieren Restcamp, voor we naar Namibië gaan. Bij het binnengaan van het park moeten we door de Zuidafrikaanse grenscontrole (de geboortecertificaten van de jongens worden opnieuw gevraagd) en pas binnen drie dagen, wanneer we het park verlaten passeren we de grens met Namibië. We krijgen ook een permit voor het park, en die moeten we telkens we op gamedrive meenemen. Wanneer de gates om zes uur ‘s middags sluiten en je permit niet terug is komen de rangers je zoeken.

Na het kiezen van een plekje op de camping gaan we onmiddellijk op game drive. Eerst moet de druk in de banden verlaagd worden, want de komende dagen rijden we enkel over zandweggetjes. Het park heet niet voor niets ook Gemsbok Park, we zijn nog niet helemaal binnen of we zien tientallen gemsbokken. En niet enkel dat, ook hartebokken en impala's staan te grazen langs de weg. We rijden een kort stukje aan een rustig tempo om niets te missen, en zo zien we nog massa's struisvogels, gnoes en stokstaartjes. Voor een ritje van een dik uur zijn we prima gesteld, dit smaakt naar meer!

NamibstruisvogelZAGnoeNamibspringbok

's Avonds is het beduidend warmer dan gisterenavond, zo is het aangenamer braaien onder een hemel bezaaid met honderden sterren. De kampeerplaatsen zijn hier klein en dicht bij elkaar, rond een gebouwtje met sanitair (met warm water!). Anders dan de bushcamping van gisteren, maar daarom niet minder leuk.

 

Cheeta!
Maandag 4 juli 2016. Kgalagadi Transfrontier Park, Zuid Afrika.

We blijven straks nog een nachtje slapen in Twee Rivieren en dus kunnen we een deel van de kampeerspullen laten staan. Zo zijn we snel op pad voor een nieuw dagje wild spotten. Net nadat we het rustkamp verlaten hebben zien we een stoet auto's onze richting uit rijden. We vragen wat er te zien is aan de bestuurders en ze blijken een cheeta met twee jongen te volgen. Jammer genoeg krijgen wij die niet te zien, maar zo zijn de verwachtingen wel hoog gespannen. En inderdaad, enkele kilometers verderop is het voor ons ook bingo. In het gras verderop ligt een jachtluipaard met een jong.

ZAluipaard

De jongens hebben elk een kaartje gekregen waarop ze de dieren die ze spotten kunnen aanduiden. Twee jaar geleden ging dat aan Louis wat voorbij maar nu doet hij flink mee. Hij is zelfs de fanatiekste, en durft al eens 'foefelen'. Wanneer hij bijvoorbeeld een vogel ziet duidt hij gelijk welke vogel aan op zijn kaartje, om toch maar een kruisje meer te kunnen zetten.

Maar ook Emiel, die wat nauwkeuriger is, kan veel dieren aankruisen. Het is winter en krukdroog, dus de dieren komen naar de schaarse drinkplaatsen op zoek naar water, en daar zien we wildebeesten of gnoes, impala's, hartebokken en struisvogels. Er lopen regelmatig eekhoorns en stokstaartjes over de weg, en we spotten een stel vechtende gemsbokken. Al komen die hier veel voor, en ontstaat er bij ons een soort gewenning (oh, het is maar een gemsbok), om dat te zien zetten we de auto even aan de kant. Wanneer ik onder een boom een stel kuikens meen te zien die apen blijken te zijn is de hilariteit groot. Het zal me nog dagen blijven achtervolgen.

Verder ontdekken we een koppel jakhalzen en in de verte een vos. Ondertussen is het middag en tijd voor lunch op één van de voorziene stopplaatsen. Die zijn niet omheind, dus uitstappen is op eigen risico. Het is tijd om onze benen even te strekken en voor een toiletbezoek, dus we wagen het er maar op. We zijn niet alleen en op de plekjes naast ons worden de bbq's aangestoken, Zuidafrikanen grijpen elke gelegenheid aan om te braaien en dat kan want er zijn overal voorzieningen voor. Wij houden het bij broodjes.

De temperatuur is ondertussen stevig omhoog gegaan, we zitten dan ook in de woestijn met grote temperatuurschommelingen: koud 's nachts en warm overdag. De dieren zoeken de schaduw op, en veel succes hebben we niet meer. We rijden terug langs een weggetje dat op en neer door de woestijn gaat, Plopsaland is er niets bij en af en toe gaan op de achterbank de handen in de lucht. Dit nationaal wildpark is anders dan de parken die we twee jaar terug bezochten. Ruiger, geen asfalt banen en dus vooral bezoekers met 4WD voertuigen, enkel Zuidafrikanen en geen internationale toeristen, minder variatie aan dieren maar die zijn dan weer spectaculairder.

In de late namiddag zijn we terug bij Twee Rivieren. We hebben een plaatsje met elektriciteit maar onze Zuidafrikaanse stekker past niet. Ik ga hulp vragen bij de buren en die leggen onmiddellijk een kabel van hun terrein naar het onze. We doen een babbeltje en hebben het over de onveiligheid in Zuid Afrika (zij wonen bij Jo'burg in een omheinde buurt met security guards en hun dochtertje kan niet alleen de straat op) en de komende verkiezingen (ook de betere zwarte klasse wil verandering). Hoewel het niet luidop wordt gezegd merken we de tegenstelling tussen blank en zwart, het wij en zij denken is er na al die jaren bij sommigen nog niet uit. Ook Emiel merkt het op, er zijn enkel blanken op vakantie, en de zwarten moeten werken...

Social Media

Houd jij van Verre reizen met kinderen? Volg, like en blijf op de hoogte!