Magnetisch eiland
Dinsdag 4 augustus 2015. Townsville, Australië.

Het is gelukt, we zijn in Townsville, daar zijn we vanmiddag aangekomen en eerst naar het nabij gelegen Magnetic Island geweest. Gisteren hadden we een studie gemaakt van de ferry prijzen en vertrektijden. De conclusie was dat we de autoferry van half één ‘s middags moesten halen. Niet dat we de auto mee nemen, maar dat was de goedkoopste oplossing voor ons (dertig AUD verschil). Wel een ferry die minder vaak heen en weer gaat. Vandaar dus de tijdsdruk. Want drie uur rijden en toch wat rekening houden met oponthoud betekent om negen uur vertrekken. Wat op zich wel kan, alleen de autoverhuur ging pas om half negen open. We hebben het gehaald, toen we de pier opliepen werd de ferry speciaal voor ons tegengehouden. We konden op de boot betalen, want aan land was daar geen tijd meer voor.

Magnetic Island is een eiland voor de kust van Townsville dat in 1770 door James Cook werd ontdekt. Bij het voorbij varen van het eiland deed zijn kompas raar en dacht James dat het eiland magnetisch was, vandaar de naam Magnatic Island. Op diezelfde vaart voer Kapitein Cook op pinksteren langs een groot eiland; die kreeg de naam Pinkstereiland en in het Engels is dat Whitsunday Island.

De kaptein die we op Whitsunday Islands hadden was van oorsprong een Nederlander die ook op de Friese meren heeft gevaren. Volgens hem kun je daar niet in het water vallen, als je namelijk overboord valt, kom je in de boot van iemand anders terecht. Hij had jaren geleden ook Linda de Mol als gast gehad, nadat zij zich had voorgesteld vroeg hij aan haar: ‘Wat doe je voor werk?’, waarop Linda reageerde met ‘Ken je me niet?’

Op de ferry was gratis wifi en daar las ik dat het sneeuwt in Tasmanië, dat schijnt geen jaarlijkse gebeurtenis te zijn. Susan las dat er een tekort aan Nutella is, de populariteit van die chocolade is gigantisch gegroeid en de potten zijn niet meer aan te slepen. Gelukkig hebben wij nog een familie pot van één kilo in de aanbieding weten te bemachtigen.

Vandaag ben ik met Silke gaan snorkelen, een eind waden door het lage water en daarna gesnorkeld. Ze hield het aardig vol. Silke is wel onder de indruk van haaien, daar had ze het steeds over. ‘Die kunnen hier ook zijn hoor’ want, zo oreerde zij verder ‘alle zeeën zitten aan elkaar vast, dus haaien kunnen overal heen zwemmen’. Na enig nadenken kwam ze toch tot de conclusie dat wij ze vandaag niet zouden zien: ‘Maar het is hier niet diep genoeg voor haaien, dus ik denk dat ze hier niet zwemmen’. Toen ik later alleen aan het snorkelen was merkte ik dat het verhaal wel wat achter had gelaten in mijn hersenpan. Ik snorkelde niet helemaal op mijn gemak, of kwam het door het slechte zicht in het water?

Ondertussen zat Susan met de jongens en Fardau (later ook Silke) lekker te zonnen op het strand (in het gras voor Jesse), bij een bbq. Barbecues staan hier echt overal, je drukt op een knop en hop de verwarming gaat aan. Nergens voor nodig om er een muntje in te gooien. De jongens zijn later nog teruggegaan naar hun roots; boompje klimmen als slingerapen. Het was een soort van eucalyptus boom, een boom waarvan de takken naar beneden gaan, een soort van wortels… heel apart. Maar wel leuk en makkelijk om in te klimmen.

MagneticislandboomwortelsMagneticislandbomenklimmen

 

Bruce Highway
Woensdag 5 augustus 2015. Cairns, Australië.

Gisteren was een reisdag, de laatste reisdag voor ons in Australië en een reis van dik vier uur met de auto naar Cairns. We zitten iets noordelijk, namelijk Trinity Beach. De avond voor ons vertrek zijn Susan en ik bezig geweest met het zoeken naar een geschikte locatie. We hadden de Big4 geannuleerd omdat bleek dat rechtstreeks boeken goedkoper was dan via booking.com. Alleen waren we nu te laat en waren de cabins allemaal uitverkocht voor de periode die wij zochten. Na een avondje zoeken resteerde de keuze tussen kamperen of een Hotel. Kamperen bij de Big4 in Cairns omdat wij wel weer zin hebben in kamperen (de kinderen minder), de Big4 veel te bieden heeft voor Fardau en Silke (twee zwembaden, tennisbaan, waterparadijs, speelplaatsen etcetera) en het goedkoper is.

Het hotel dat we gevonden hebben is een appartement met zeezicht, meer comfort (slapen in bedden in plaats van op de grond om maar iets te noemen), we hebben controle over de temperatuur en de prijs is inclusief gebruik van wasmachine, droger (staan in de badkamer) en een eigen keuken. Nadat we op zijn best value, de kwaliteit ook op waarde hebben gezet bleek dominant dat het hotel de economisch meest voordelige oplossing is voor ons.

Aangekomen in Trinity Beach blijkt het inderdaad een schot in de roos. Zeezicht betekent hier dat we vanaf het terras (we zitten op de begane grond) veertig meter van de oceaan zitten met tussen ons en de oceaan het strand, een strookje gras, een weg voor bestemmingsverkeer, een stoep en vier meter tuin. Op het strand is ook een bbq met daarnaast een speeltuintje, we hebben vanaf het terras zicht op Fardau en Silke. Wifi is beter dan we hadden verwacht, de recensies deden minder vermoeden, hoewel opladen van foto’s mij nog niet is gelukt. Onderweg naar Trinity reden we langs de Big4. We hadden al wel gezien dat de Big4 naast de Bruce Highway lag, maar zagen nu dat de Bruce Highway een drukke vierbaans weg was geworden in Cairns. Blij dat we daar niet naast slapen in een tent.

De reis verliep voorspoedig. Ik had alle koffers opgestapeld, zodat er op de achterste bank ruimte over bleef. Fardau en Silke zaten daar met de Barbie poppen te spelen, eindelijk. We slepen al vier weken door Australië met de Barbies en gisteren hebben ze hun nut bewezen. Toen Susan vertelde ‘we zijn er over een kwartier’ was de verbazing groot ‘nu al, we zijn pas een kwartier onderweg?’. De jongens vermaken zich onderweg prima met hun telefoons, alleen Susan begint het rijden te vervelen. Het zijn steeds grote afstanden, naar Nederlandse begrippen, die wij rijden en het landschap verandert wel maar wel langzaam. We reden gisteren door de suikerschuur, de akkerbouw waar wij doorheen reden bestond louter uit rietsuiker en zo waar één bananenplantage.

 

Great Barrier Reef
Zaterdag 8 augustus 2015. Darwin, Australië.

Twee verhalen in één vandaag. We hebben de afgelopen dagen het een en ander meegemaakt en ik heb geen tijd genomen om te bloggen. Om het kort te houden, de verdere uitleg volgt, we gaan niet naar Bali. De reden is dat er vanuit Australië niet meer op Bali wordt gevolgen door Australische maatschappijen. De vulkaan Mount Raung is actiever geworden en de wind staat, voor Australië, verkeerd. Morgenvroeg vliegen we naar Singapore en daar zetten we de vakantie voort, totdat we vandaar naar Nederland vliegen.

Terug naar Cairns - we zitten nu in Darwin - en naar het Great Barrier Reef. We zijn naar Cairns gegaan om vandaar het Great Barrier Reef te bezoeken en we hadden besloten om in Cairns een boottocht te boeken. Ik ben zelf eerst bij ons hotel navraag gaan doen en met die informatie terug gegaan naar de familiekamer. Daar aangekomen kwamen we er achter dat de onze vlucht naar Bali vroegtijdig was gecanceld en we kregen een viertal opties om om te boeken.

Die mededeling sloeg in als een bom, uitzoeken waarom (de vulkaan), wat zijn de verwachtingen (Jetstar durft niets te zeggen, het weerbericht geeft aan dat de wind zo blijft tot begin volgende week) en vanuit waar kunnen we nog wel op Bali komen (alleen Virgin Austarlia en Jetstar vliegen niet en sinds gisteren Quantas Australia ook niet). Nadat we die informatie hebben verwerkt zijn Susan en ik uit wandelen gegaan en kwamen we bij de Blue Lagoon, dat is een vijvertje twee straten achter ons hotel. De borden ‘private property’ zijn door ons niet gezien dan wel volledig genegeerd, het leek immers een openbare ruimte. Daar liepen we ook langs de receptie/boekingsbureau waar we even naar binnen zijn gegaan. De dame achter de balie hielp ons, uiteindelijk kwamen we zo op een dagtocht met de Ocean Spirit uit. Die leek ons de beste prijs/kwaliteit verhouding te bieden. Uiteindelijk wisten we Fardau over te halen om mee te gaan en hebben we de tocht geboekt voor vier personen (Jesse en Folkert hadden geen zin). Middenin de nacht (om drie uur) waren Susan en ik alle twee wakker. ‘Laten we maar voor de eerste optie gaan en dat nu direct boeken anders kan dat straks niet meer’. Er dus uit en online de keuze voor vliegen naar Bali via Darwin gemaakt (twaalf uur eerder vertrekken maar even laat aankomen).

De dag op het Great Barrier Reef was één groot feest. We waren lekker op tijd, iets unieks voor een van Hes, maar gebruikelijk voor een Hutten. Een van de bemanningsleden was een Nederlandse (Claudia), dat vinden Silke en Fardau altijd leuk. Een relatief rustig tocht met de catamaran. De boot was voor de helft vol, dus veel ruimte over.

Aangekomen bij het zogenaamde outerreef gingen we vlakbij een zandplaat/eiland ten anker. Vandaar voer steeds een landingsvaartuig heen en weer tussen het eiland en de catamaran. Naast het snorkelen kon je ook met een semi sub (een halve onderzeeboot) een tocht over en langs het koraal maken. Daar zijn wij mee begonnen, daarna een vroege lunch en na de lunch met het landingsvaartuig aan ‘land’.

Vanaf het eiland kon je snorkelen. Voor Fardau en Silke hadden we lycra zwempakken gehuurd. De dames zagen er geweldig uit in hun pakjes, Silke vond het ook prachtig, ze glunderde van oor tot oor. Susan met Fardau en ik met Silke de zee in om te snorkelen. Omdat we ‘maar’ op een plek stopten, iedereen ‘natuurlijk’ verdeeld werd (snorkelen, duiken of semi sub), er ruim tijd was om te lunchen en het landingsvaartuig af en aan voer was het rustig op zee. Rustig qua snorkelaars dan, de zee zelf was dat niet.

Silke wou redelijk snel weer aan land. Zij vond het niet erg om even alleen op het eiland te zijn, ik mocht de zee weer in gaan op zoek naar Susan en Fardau. Susan afgelost, Fardau wilde er absoluut niet uit: ‘Wat denk je, nu heb ik zo’n pakje, nu blijf ik natuurlijk snorkelen’. De huur van het lycra pakje was goed besteed aan Fardau, normaal is ze binnen een minuut weer uit het water en klaagt ze over kwallen of ander ongemak, nu was ze het water niet uit te krijgen.

Op het eiland wou Silke naar de catamaran en Fardau nog wel even in het zand spelen, ik ben met Silke mee gegaan en Susan bleef bij Fardau. Bij aankomst op de catamaran bleek dat de semi sub weer uit varen ging en er was nog ruimte voor extra passagiers (er zaten vier man aan boord en er is plaats voor 28). We (Silke en ik) hadden alle twee wel zin in een tweede tochtje. De semi sub is een kleine onderzeeër (volgens mij gaat hij nooit helemaal onder) met ramen op de zijkanten, geen patrijspoorten maar echt veel glas. We varen steeds vlak langs het koraal en kunnen veel zien; ik ben niet voor niets twee keer gegaan. Susan vond het snorkelen ook geweldig en vooral Fardau heeft echt genoten, ze had er helemaal geen zin in maar was blij dat ze is mee gegaan.

De volgende dag was ik vroeg wakker en heb ik snel even gekeken hoe het met onze vluchten stond. Cairns – Darwin ging door, maar de vlucht van Darwin naar Bali was gecanceld. Toch maar naar het vliegveld gegaan en naar Darwin gevlogen. Daar hebben we een familiekamer geboekt bij het hotel naast het vliegveld. Niet nadat we eerst ruim een uur op het vliegveld hebben rondgehangen om meer informatie te krijgen over vluchten. Uiteindelijk maar een hotel geboekt via internet. Het voordeel is dat we van hier binnen vijf minuten op het vliegveld zijn, die wandeling hebben we ook meerdere keren gemaakt gisteren. Om tien uur ‘s avonds was de informatie balie van Jetstar weer bezet (niet eerder omdat de vlucht naar Bali niet door ging). Daar konden we onze vlucht naar Bali omzetten naar een vlucht naar Singapore, zonder extra kosten.

Social Media

Houd jij van Verre reizen met kinderen? Volg, like en blijf op de hoogte!