Fraser Island
Woensdag 29 juli 2015. Brisbane, Australië.

We zijn weer terug in Brisbane na een bezoek van twee nachten aan Fraser Island. Fraser Island is op papier een schiereiland, in de praktijk moet je er toch met een veerboot naar toe varen. Verder kun je op het eiland alleen met een 4x4 rondrijden over zandweggetjes en over het strand scheuren. Het strand heeft de status van highway, is 120 kilometer lang, de maximum snelheid is 80 kilometer per uur, een stuk is landingsbaan en de highway is gesloten de uren rond vloed en ’s nachts. Frazer Island wordt ook wel de zandbak voor mannen genoemd. Verder leven er op het eiland dingo’s (wilde honden) en zijn er binnenmeren.

FrazerislanddingoFrazerislandvliegtuigopstrand

De huizenruil die wij doen is er een met auto ruil, in ons geval een 4x4, dat is nu net de auto waarmee je op Fraser Island kunt rijden. Omdat deze 4x4 duidelijk als stadsauto wordt gebruikt hebben we dat zo gelaten en een auto gehuurd in Rainbow Beach. Dat is het dorpje bij de veerboot met de kortste oversteek naar Fraser Island (van Inskip Point naar Hook Point).

Ik kreeg eerst rijles van Carolyn, vooral gericht op het voorkomen van vast komen te zitten. De belangrijkste tip was om in sporen van voorgangers te rijden en als dat niet kan dan zodra je merkt dat de auto zich aan het ingraven is stoppen met vooruit proberen te rijden en naar achter gaan. Daarna in een lagere versnelling en/of in de lage giering het nog eens proberen.

Na deze leerzame les konden we weg en mocht ik achter het stuur. Op naar de veerboot op het strand, keurig door het spoor van voorgangers. De boot vaart het strand op en vandaar rij je zo de boot op. Wij waren de enige gasten die zo laat nog (één uur ‘s middags, tweeëneenhalf uur voor vloed) het eiland op gingen.

FrazerIslanderry

Meteen van de boot de eerste test; ik kwam bijna vast te zitten, terug de boot op. Goed vaart maken (momentum) en zo ploegde de auto door het strand. Redelijk snel kwam ik in sporen van voorgangers en ging het verder ‘vanzelf’. Al snel was de ‘afslag’ naar de Inland Road, een zandweg. Je mocht niet harder dan vijftig kilometer per uur,maar omdat bij dertig iedereen al door de auto stuiterde heb ik de vijtig niet gehaald. De weg eindigde op het strand en we hadden vandaar nog wel genoeg tijd om naar Dilli Village te rijden maar daarna ging de highway dicht en konden we niet over het strand naar Eurong (waar we een familiekamer hebben geboekt).

Daar begon het avontuur pas echt goed, de binnenwegen van Fraser Island, daar mag je maar dertig kilometer per uur rijden. We hadden wel een kaart mee, maar ik vraag me nog steeds af of alle wegen er wel op staan en wat er in ieder geval niet op staat is dat er eenrichtingsverkeer bestaat. Eigenlijk kun je niet echt verdwalen maar toch hadden we even wel het gevoel dat we de weg kwijt waren.

Bij eenvijfsprong, waarvan wij maar één weg in mochten, want bij de overige drie stond no-entry, stond op de borden allemaal plaatsen aan de andere kant van het eiland. We dachten dat we een afslag hadden gemist en zijn omgedraaid. Al snel kwamen we een tegenligger tegen die netjes aan de kant stopte, en die we de weg hebben gevraagd. Bleek dat we wel goed reden, zij waren ook op weg naar Eurong. Weer keren en hen achterna, zo kwamen we na twee uur rijden over Fraser Island aan in Eurong. De gidsen waren, zoals we al hadden gedacht, Nederlandse toeristen. Die hebben we later op de dag nog even gesproken. Zij waren met twee oudere zoons vier weken op vakantie, nadat ze samen hun dochter naar Sydney hadden gebracht, een reis van Sydney naar Cairns met een auto en terug vliegen.

Het avondeten bestond uit pannenkoeken voor de meiden en curry voor de rest, die curry had Susan al gemaakt in Brisbane dus het was een kwestie van opwarmen. Ook het plannen voor de trip doorgesproken, we waren van plan één nacht te blijven maar omdat we al weer om twee uur ’s middags bij de veerboot moesten zijn (in verband met vloed) had Carolyn aangeboden dat we de auto een nacht langer mochten houden als we hem maar voor negen uur ’s ochtends zouden inleveren. Dat aanbod hebben we aangenomen omdat het anders wel heel erg vliegen zou worden en we een van de hoogtepunten zouden moeten overslaan.

Ondanks dat de volgende dag er wel op tijd uit, omdat de highway ’s middags al weer vroeg werd afgesloten door het hoge water. Eerst helemaal naar het noordelijkste punt gereden en vandaar met drie stops terug naar Eurong. Het rijden op het strand was een groot feest, je moet wel goed opletten en tachtig is dan best wel hard. De wash outs (dat zijn stroompjes zoet water over het strand) moet je met lage snelheid nemen, bij de vele vissers moet je het ook wat rustiger aan doen en dan komt de landingsbaan waar je niet over mag rijden. Mij werd op het hart gedrukt dat in de zee rijden verboden is, dat zien ze direct en de zoute (witte) uitslag op het motorblok. We hebben vanaf Indian Head een walvis gezien, er liep een dingo op het strand en gezwommen (de meiden) in Eli Creek.

FrazerislandvierinzeeFrazerislandscheepswrakopstrand

Tegen lunchtijd waren we terug in Eurong, daar boodschappen gedaan voor het avondeten (we hadden niet genoeg mee voor twee nachten) en een lunchpakketje voor de lunch bij Lake Mckenzie. Over de binnenwegen rijden ging nu een stuk relaxter, meer vertrouwen in de auto en in de bewegwijzering.
Op een stuk weg draaide ik de bocht om een zag een afdaling met fikse gaten, voorzichtig naar beneden, en ja hoor een tegenligger en geen ruimte om te passeren. Dan maar terug, omdat de tegenligger een lastiger stuk had terug te rijden. Achter me zaten, zo bleek, twee ander auto’s. De eerste stond netjes aan de kant en ik kon er langs, de tegenligger ook en er was nu ruimte om elkaar te passeren. Spiegels dicht en zo dicht mogelijk tegen de boomwortel aan rijden zo kon ik net passeren. Daarna weer vrolijk verder hobbelen.

Een stukje verderop weer een tegenligger, we zagen alle twee een parkeerhaventje en gingen voor elkaar opzij; dikke lol. Al met al steeg zo het zelfvertrouwen tot boven de dertig kilometer per uur en ligt roekeloosheid op de loer. Als beheersmaatregel hield ik me keurig aan de snelheid. Die maximum snelheid is er hier voor niets; de wegen zijn smal, je kan niet ver vooruit kijken en een lange remweg door het zand (plotseling remmen betekent verlies van controle over de auto). De jongens hadden het ook door en hingen uit het raam, op zich prima, alleen de meiden wilden dat natuurlijk ook en daar zijn ze toch iets te jong voor dus moesten de jongens verder binnen blijven.

Bij Lake McKenzie was een bbq-plek afgezet om te lunchen, je mag niet op het strand lunchen in verband met dingo’s. Het water was lekker koud en zoet, Jesse durfde er ook in. Alleen had hij een immens dilemma; uit het water komen kan alleen door over het strand te lopen. Met natte voeten betekent dat een hoop zand geplakt aan het menselijk lichaam en daar houdt Jesse niet van. Na vijf minuten dralen kwam Jesse het water uit en konden we naar de lunch wandelen.

Frazerislandzwemmeninzoetwater

Na het avondeten hebben we met geleende rackets een tennistoernooitje gedaan op het tennisveld vlak bij onze kamer. Silke gedroeg zich als een heuse sportheld als ze een punt had gemaakt, ze haalde meteen high fives op uit het publiek.

De volgende dag naar huis, weer vroeg er uit om er zeker van te zijn dat we de auto voor negen uur in leveren. Dat lukte precies en daarna terug naar Brisbane. Daar wilde Silke het avondeten verzorgen en we hoefden volgens haar geen boodschappen te doen, zij kon zich wel redden met wat er in huis was. Silke was geïnspireerd door Master chef Australia die we de vorige avond hadden gezien, zij wil ook een master chef worden.

Partners

Social Media

Houd jij van Verre reizen met kinderen? Volg, like en blijf op de hoogte!