Voorwoord
Juni 2015. Nederland.

Met het schrijven van dit dagboek heb ik nooit rekening gehouden met de mogelijkheid dat meer mensen het zouden lezen. Al mijn dagboeken van onze reizen zijn geschreven om herinneringen vast te leggen voor onszelf. Daarom is dit boekje helemaal gebaseerd op mijn gevoel en mijn beleving vanuit mijn visie en mijn achtergrond. Iemand anders kan Iran of alle andere landen waarover ik wat schrijf heel anders ervaren. Ik hoop dat U dat ook op die manier zult lezen. Dat het plezier tijdens onze reis duidelijk naar voren komt, maar ook de moeilijkere momenten die je tijdens het reizen tegenkomt. Voor heel veel mensen staat Iran synoniem voor onderdrukking van vrouwen. Het dragen van de chador en Khomeini. Er moest nog meer zijn en dat wilden we zien. We hebben het gezien, de prachtige gebouwen, het landschap en bovenal de vriendelijke mensen. Dat hadden we niet verwacht. Dat wat in de media naar buitenkomt is niet het hele Iran er is meer en we hebben nog lang niet alles gezien.

 

Busje
Dinsdag 4 juni 1996. Onderweg naar Iran.

businteheran

We vertrokken (Hans, Liane en Maaike van toen negen jaar en hond Imra) met ons busje vanuit Haaksbergen naar Iran. Onze route liep via Duitsland, Zwitserland, Italië, Griekenland, Turkije naar Iran. We reden er twee weken over en hadden toen in totaal 5675 kilometer gereden. Het verhaal begint op het moment dat we de grens naar Iran over gaan.

 

Van Erzerum Turkije naar Bostan Abad (667 kilometer)
Maandag 17 juni 1996. Boston Abad, Iran.

Al met al sliepen we die nacht slecht en we waren niet al te wakker toen we de volgende ochtend aan het onrustige stuk door Turkije begonnen. Ik vond het wel spannend. Onderweg door Erzerum probeerden we nog wat brood te krijgen maar dat lukte niet, het was echt nog te vroeg. Om zes uur 's ochtends reden we weg met kriebels in de buik. Spannend, want de vorige dag waren de ‘opwekkende’ verhalen niet van de lucht geweest. Ze hadden ons die nacht echt wel door het hoofd gespookt want anders hadden we vast beter geslapen.

Gespannen zaten we naast elkaar, Maaike sliep nog wat en Hans en ik probeerden de spanning voor elkaar te verbergen maar uiteindelijk kwamen we erachter dat dat toch echt niet nodig was. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er ook tegenop zag om de komende weken de chador aan te moeten. Hoe zou ik daar mee omgaan. Nu wist ik al een tijd dat het moest als we naar Iran wilden en daar had ik geen bezwaar tegen gehad. Nu begon mij toch het gevoel te bekruipen dat ik straks mijn eigen identiteit, mijn Liane zijn, onder die zwarte tent zou moeten verbergen. Door de wetten van Iran zou ik ineens niets anders zijn dan al die andere vrouwen. Daar kreeg ik nu een beetje moeite mee, ik heb altijd mezelf willen zijn en nu moest ik onderduiken in de anonimiteit van die zwarte vrouwen massa. Maar eens kijken hoe me dat zou bevallen!

De weg was prachtig, de bergen weten ons altijd te imponeren. Ook de militairen met hun roadblocks waren weer veelvuldig aanwezig. Nog meer dan gisteren op de andere weg, maar dat is ook niet verwonderlijk met deze route. Het gaf me van de ene kant een klein beetje een beschermd gevoel als ik zo'n grote colonne zag rijden met tanks en dergelijke maar soms verdween dat beschermde gevoel direct. Ze zouden er toch niet voor niets mee rondrijden.
De grens kwam nu steeds dichterbij. Toen de grens in zicht kwam moest ik er toch echt aan geloven, de chador aan. Maar dat niet alleen, ook nog zwarte dikke sokken, een lange donkere rok, een blouse met lange mouwen en daarover de chador. En het was heerlijk weer, dan wil ik me niet verstoppen. Ik moet zeggen dat mijn humeur door de spanning niet al te zonnig was en Hans en Maaike kregen menig kattig woord naar hun hoofd geslingerd. We aten ook nog de laatste salami op. Je mocht namelijk geen varkensvlees invoeren. Daar hadden we nog zoveel van over dat de hond de buik ook aardig rond kreeg. Hup in de auto en we zouden wel zien wat het werd.

Naarmate we dichter bij de grens kwamen kreeg de omgeving ook steeds meer het uiterlijk van een dorp. De eerste controle stelde niet zo veel voor, veel gekrioel van vrouwen in het zwart die her en der rondliepen en schreeuwden, mannen die met papieren zwaaiden en dat om ons heen krioelend in een bloedhete benauwde ruimte.

Maaike werd er niet lekker van en begon over te geven in een prullenbak. Hans mompelde nog iets over het varkensvlees in de salami die Iran zo in ieder geval niet in kwam. Maaike kon er niet om lachen, ze zag lijkbleek. Ze had goed door dat het spannend was en dat wij ook niet zo goed wisten wat er zou gaan gebeuren. Toen kwam er wat onduidelijk gemompel, enige gebaren en mannen en vrouwen moesten uit elkaar. Maaike en ik moesten een grote deur door en Hans moest met de auto verder. Binnen was het nog heter en Maaike werd helemaal niet lekker, we moesten een tijd in de rij wachten en al die zwarte zwetende lijven om haar heen zorgden ervoor dat ze van haar stokje ging. Nou ik had genoeg doeken om me heen hangen om haar wat koelte toe te wuiven en in haar buideltje vond ik een vreselijke zoete kauwgom waar ik haar op liet kauwen in de hoop dat de suiker haar weer een beetje bij positieven zou brengen. Dat lukte redelijk, ondertussen was ik wat opgeschoven in de rij en kon ik onze paspoorten inleveren.

Het duurde een poos eer ik ze terugkreeg, echt lang in vergelijking met sommige andere mensen, maar ineens zag ik hoe dat kwam: er staken hier en daar wat bankbiljetten uit die paspoorten. Maar uiteindelijk kregen wij ze ook terug. Hoe die meneer achter dat ruitje nou al die vrouwen kon herkennen op die pasfoto's begreep ik echt niet want in mijn ogen zagen ze er allemaal hetzelfde uit. Maar ja hij zal het wel gewend zijn. Dan is mijn paspoort haast zoiets als de Playboy.

Maaike was nog steeds niet goed in orde. Maar we moesten nu in een andere rij staan, de rij die naar buiten ging. Even later kwam de meneer de grote deur naar buiten open doen en voor we het goed en wel wisten waren we buiten en dat was alles. Maaike en ik waren in Iran, maar waar waren Hans, Imra en de auto? Er was een buitenplaats met een bankje in de schaduw en tussen de hete pannen met rijst door kwamen we daar terecht. Van de frisse lucht kwam Maaike een beetje bij. Ik ging even een stukje rondlopen om te kijken of ik Hans ergens zag. Die vond ik gauw en Maaike en ik mochten erbij komen.
Hans had enige problemen gehad met de papieren van de auto. De auto staat namelijk op mijn naam en dat klopte dus niet met de papieren van Hans. Maar omdat Hans reed was het geen moment bij ze opgekomen dat hij niet de bezitter zou zijn. Dat ik het was vond men erg raar maar op de papieren werd gewoon Hans als eigenaar ingevuld.

Er volgde een uitgebreide bagagecontrole. Alles werd voor de dag gehaald. Vooral de grote hoeveelheid boeken trok de aandacht, ze werden goed doorgebladerd en Hans moest even uitleggen waarom er zoveel elektronicaboeken bij waren. Toen hij vertelde docent in dat vak te zijn was alles goed en ook de koffer vol met elektronica onderdelen was geen bezwaar. Ik had verwacht dat men zou denken dat we ergens een bom wilden plaatsen. Maar Maaikes schoolwerk trok ook de aandacht en ze vonden het wel knap dat zo'n klein kind dat allemaal kon. Ik kreeg steeds meer het idee dat ze onze auto voor hun plezier aan het uitpakken waren. Het is gewoon een prima baan voor nieuwsgierige mensen. Maar alles ging heel beleefd en heel voorzichtig. Wel moesten we nog even uitleggen waarom we de Koran op het dashboard hadden liggen. Ik schrijf wel ‘we’ maar eigenlijk is alles op Hans gericht omdat het in de ogen van Iraanse mannen onbeleefd is rechtstreeks tegen een vrouw te praten in het bijzijn van haar man.

Hans vertelde dat we graag wat meer van de Islam wilden weten maar dat we geen moslims waren en ook niet de intentie hadden om het te worden. De Koran die we bij ons hadden was in het Arabisch Nederlands. Dat begrepen ze en ze waardeerden onze eerlijkheid. Maar een van de mannen vroeg of we de Koran op een zodanige plaats wilden bewaren dat de hond er niet bij in de buurt kon komen. Tja een hond is in hun ogen nu eenmaal een onrein beest en daar kun je niet mee in de buurt van de Koran komen. Ik moet zeggen dat het duidelijk te merken was dat ze niets van honden moesten hebben, want ze bleven angstvallig uit de buurt van Imra. Hierna konden we alles verder inpakken, deze controle was voorbij en had geen enkel probleem of rotgevoel opgeleverd.

We mochten verder rijden. Daar aan het eind bij een slagboom was er een laatste controle en moesten we nog even met onze papieren voorbij een loket. Ook dat ging allemaal heel gemoedelijk. De man die de slagboom bediende gaf ons een paar handjes pistache nootjes en deed de boom omhoog en zo reden we Iran binnen. De grensovergang had ons tweeëneenhalf uur gekost, vele malen sneller dan we hadden verwacht.

We reden een eerste stadje binnen en onze ogen waren gericht op een bank want geld hadden we niet. Maar alles zat ondertussen al dicht. Het eerste verkeersbord kwamen we tegen en was geheel in het Perzisch geschreven. Maar omdat ze dezelfde tekens gebruiken als het Arabisch schrift kon Hans het toch lezen. We besloten door te rijden in de richting van Tabriz. We waren wel moe maar een grensstreek is meestal niet de beste plaats om ergens de nacht door te brengen.

In een dorpje onderweg gestopt om te kijken of we geld konden wisselen. We stonden nog maar nauwelijks stil of de auto was omringd door tientallen mensen. De gezichten van volwassenen en kinderen zaten tegen onze ruiten aangeplakt en staarden nieuwsgierig naar binnen. Hans stapte uit en er kwam een soort vertegenwoordiger van de hele meute naar voren. Hij sprak ook redelijk Engels en hij wist een plaats waar we geld konden wisselen. Daar gingen we naar toe en we wisselden twintig USD zodat we in ieder geval iets konden doen.

De weg viel ons heel erg mee. Hij was goed begaanbaar en we schoten lekker op. Alleen moesten we een keer tanken en we hadden totaal geen idee van de prijzen van benzine. Bij een tankstation deden we de tank half vol. Er was niemand die Engels sprak en het ging allemaal wat moeizaam. Toen we de slang weer terug hingen sprong de teller alweer op nul en de meneer van het pompstation geloofde niet dat we maar een halfvolle tank hadden. We dachten dat we betaalden voor een halve tank en toen we het omrekenden kwam dat op vier gulden. Dat was twintig cent per liter dat vonden we helemaal niet duur en opgewekt reden we verder. Maar toen we de volgende dag weer moesten tanken betaalden we voor een volle tank vier gulden vijftig. Dat hadden we de dag ervoor ook voor een volle tank betaald. De benzine kostte dus maar tien cent per liter. Daar kun je alleen maar van dromen als je woont in een land waar de benzine twee gulden vijftig per liter kost.

We bereikten zelfs nog Tabriz. Daar in de buurt moest een camping zijn. Maar we waren al ver buiten Tabriz en vlak voor we de moed op wilden geven zagen we een meertje, zo’n vijfendertig kilometer buiten Tabriz. Nog even proberen en ja hoor we konden er slapen. Het kostte in eerste instantie tien USD om te blijven slapen maar toen Hans even met de mannen had gesproken kwam het neer op 5.500 Rial wat overeen komt met twee gulden vijfenzeventig. Dat is een ander verhaal dan die tien USD. We vielen die nacht als een blok in slaap, we stonden op een bewaakte plek en dat gaf meer zekerheid en rust.

 

Eieren
Dinsdag 18 juni 1996. Bostan Abad, Iran.

Deze plek voelde aan als een hele veilige plek en we hebben dus ook een gat in de dag geslapen. Hoe groot het gat was wisten we niet want er is een tijdsverschil met Turkije maar hoeveel? Het was Turkse tijd elf uur toen we het bed uit stapten. Onwennig trok ik mijn chador aan en keek daarna maar niet meer in het spiegeltje want erg flatteus is zo'n ding nu eenmaal niet. Rustig aan de boel een beetje bekeken en toen het bed opgeruimd en naar het dichtstbijzijnde stadje voor boodschappen. Dat was zo’n vijftien kilometer verderop.

Toch wel even wennen dat boodschappen doen: als er een man bij is gaan alle vragen via de man en sta je er toch maar een beetje voor piet snot bij. Maar het boodschappen doen dat was toch wel een vrouwenzaak en daar kon ik dan ook gewoon praten, nou ja Engels verstonden ze niet en mijn Farsi is nou ook niet om over naar huis te schrijven. Je komt niet zo heel erg ver met tellen tot tien. Zo kan het je dus gebeuren dat je voor je het weet op straat staat met één kílo eieren. Die je uit wanhoop hebt gekocht omdat de man dacht dat je zes kilo wilde in plaats van zes eieren. Weet je hoeveel eieren er in één kilo gaan; ik nu wel: drieëntwintig. Eet smakelijk. Gelukkig had Maaike wel erg veel trek in pannenkoeken dus dat moest er nu dan maar van komen!

Verder op jacht naar groente en fruit was geen probleem, nu nog wat brood, melk en meel. Eindelijk dachten we meel te hebben gevonden in ‘n stoffen zakje van een pond, en ik vond het wel heel erg raar dat de man steeds naar zijn haren wees. Die van mij waren totaal niet zichtbaar dus daar kon hij moeilijk naar wijzen. Ineens ging mij een licht op, het was geen meel het was henna. Dat zouden mooie rode pannenkoeken geworden zijn! Zo werd het gewone boodschappen doen een ware belevenis en we pluisden ijverig onze reisgids van de Loney Planet na om het woord voor ‘brood’ te vinden. Toen we dat lieten zien stuurde men ons in de richting van een bakker. Maar we moesten met de auto. Nou die was bijna niet meer te zien zoveel mensen stonden eromheen. Imra blafte zich een hoedje want iedereen zat met zijn gezicht tegen haar huis aan gedrukt, Maaike vond al deze goed bedoelde nieuwsgierigheid ook niet langer leuk dus reden we richting bakker.

Uiteindelijk een half uurtje later vonden we met enorme honger een bakker. En wat voor een. Een ruimte met wat tafels en een oven en drie mannen die enorm veel plezier hadden. Zeker toen wij binnen kwamen. Een kleine smalle man kneedde het deeg, een ander rolde er een brood van en de volgende deed het in de oven. Het rook er heerlijk, de broden hadden het formaat van een uitzonderlijk grote pizza en waren ongeveer vijf centimeter dik. We kochten vier broden (veel te veel) en na enig wijzen ook een kilo meel. Daarna nog op jacht naar melk en boter. Dat lukte ook en terwijl we daar in de winkel stonden kwam opeens het bakkertje aanlopen, hij gaf ons nog geld terug want dat hadden ze twintig minuten gelden niet gehad, nou als dat niet eerlijk is dan weet ik het niet meer want het ging over een bedrag van ongeveer tien cent.

Maaike1eontbijtiran

Na dit heerlijke ochtendje winkelen terug naar de ‘camping’. Onderweg braken we steeds maar stukken van het warme brood. Het was heerlijk. Zo'n lekker brood zouden we niet meer eten in Iran. Alleen nog maar dat vieze krantenbrood. Wat dat is leg ik later nog wel uit. Eenmaal terug op ons plekje lekker geluierd, de was gedaan, pannenkoeken gebakken en ruzie gemaakt met mijn chador. Het zal wel wennen.

 

Bostan Abad-Tabriz- Khal- khal 349 km
Woensdag 19 juni 1996. Khal khal, Iran.

Zo rond een uur of elf waren we op weg naar Tabriz. Daar wilden we wat boodschappen doen. Vooral een Engelstalige kaart van Iran leek ons wel handig. Tabriz zag er erg netjes en schoon uit en leek een vrij nieuwe stad en eigenlijk niet zo heel veel anders dan een stad in bijvoorbeeld het westen van Europa. Met die uitzondering dan dat de dames hier niet zo luchtig gekleed waren als ze daar zouden zijn bij deze tropische temperaturen. Het lukte allemaal niet zo goed omdat zo'n grote stad toch wel erg onoverzichtelijk is. Het geld wisselen duurde vreselijk lang. Ik was eerst ergens naar binnen geweest maar werd van het kastje naar de muur gestuurd. Terwijl ik het idee kreeg dat ze wel konden wisselen maar het gewoon niet wilden. Toen ik op deze manier drie banken had bezocht besloot Hans maar een poging te wagen.

Maaike en ik bleven in de auto wachten, nou dat duurde meer dan een uur maar uiteindelijk had hij het voor elkaar. Een hele dikke stapel briefjes van 2000 Rial was zijn deel. Hij had het op moeten nemen met de mastercard, dat vond die man veel gemakkelijker dan de USD die we bij ons hadden. Nou geen probleem maar het duurde wel lang. De meneer van de bank gaf Hans het advies om zijn cash dollars maar gewoon op straat te wisselen, dat gaf een veel hogere koers dan bij de bank. Maar we hadden geld en konden nu dan wat boodschappen doen.

Na even zoeken vonden we een landkaart in het Farsi. Niet echt het handigste maar beter dan niets en als we er een in het Engels bij konden krijgen kon het ook nog wel eens gemakkelijk zijn bij het vragen naar de juiste weg. Plots zagen we een restaurantje waar ze coca-cola verkochten (helaas Hans zijn lijfdrank), daar maar een broodje gegeten en wat gedronken. Het was ons ontbijt terwijl het al één uur was.

Terwijl Hans en Maaike bleven zitten waagde ik me in wat winkels op zoek naar nog iets met lange mouwen voor Hans en Maaike. Nou dat was niet te vinden. Wel vond ik nog in een boekenzaak dezelfde kaart die we al hadden in het Engels, gelukkig. Ik kreeg wel het idee de man in verlegenheid te brengen door als vrouw helemaal alleen in die winkel te verschijnen. Maar daar kon ik nu eenmaal niets aan doen. Ik ging weer terug naar de auto en Hans ging op onderzoek uit. We deden het vaker om en om zodat Maaike niet alleen in de auto hoefde achter te blijven. Hij kwam terug met een lange broek, abrikozen, pistache nootjes, krant en muntjes. Met muntjes bedoel ik gewoon het muntgeld. Dat verzamelen we van ieder land waar we heen gaan. Postzegels waren niet gelukt, we besloten maar verder te rijden.

We reden nog even langs de camping omdat we de tweede nacht nog niet betaald hadden omdat we het geld er niet voor hadden. Maar de baas was er niet en niemand wist er verder iets van en ze zeiden dat we niet hoefden te betalen, oké dan niet en we reden weg in de richting van Minayeh. We wilden via de bergen naar de Zwarte Zee kust en die volgen. Het was prachtig daar in de bergen en we stopten ook regelmatig voor een dia of video. Als we stopten in de buurt van een dorpje hadden we altijd veel bekijks, maar altijd vriendelijk en ik voelde me nooit bedreigd. Alleen de hond blafte dat het een lieve lust was. Ik moet zeggen dat ik dat ook niet zo erg vond want dan wist iedereen hoe ‘gevaarlijk’ ze wel niet was. Ze is net iets groter dan een teckel. Maar toch waren de meeste mensen er erg bang voor, maar ook wel heel nieuwsgierig want een hond bij je in huis en dan nog wel zo’n kleintje, dat kennen ze hier helemaal niet. We konden haar ook regelmatig verkopen. Maar dan brak er paniek uit bij Maaike, stel je voor nee dat deden we niet, we waren allemaal veel te gek op Imra.

LianeHanslangsdewegmetbuswegdoorbergenmetlagewolken

In de bergen stegen en daalden de wegen en ze kronkelden zich in allerlei bochten omhoog en omlaag. De zon scheen en af en toe zweefden er wolken voorbij. Dat afwisselende spel tussen de wolken en de zon maakte dat we mooie dia’s konden maken. We schoten niet al te hard op, dit door de diastops en de onverharde weg. Toen kwamen we in een dorpje waarvan we dachten dat het Khal khal was maar het bleek Kivi te zijn. We reden het dorpje drie keer door maar er was geen enkele plaats waar we zouden kunnen overnachten. Noodgedwongen moesten we doorrijden naar Khal khal, dat was even doorbijten want we hadden echt geen zin meer.

Uiteindelijk bereikten we Khal khal, daar aten we eerst een vleesspies daar knapten we van op. Toen maar op zoek naar een hotel, maar nadat we een half uur hadden rondgereden hadden we nog niets gevonden. Na even vragen aan een politieagent was het gauw opgelost. We konden hem volgen naar een hotel. Nou dat hadden we alleen nooit gevonden. Het was een goed hotel maar wel een beetje duur twintig USD. Maar we hadden slaap dus we namen het maar. Imra bleef buiten in de auto slapen dat leek ons wel veilig, honden mochten ook het hotel niet in. Dat was de eerste keer in deze vakantie dat we een hotel hadden en dat was toch ook wel weer eens lekker. Al was het wel raar om Imra alleen in de auto te laten.

 

Khal Khal - Rasht 349 km
Donderdag 20 juni 1996. Rasht, Iran.

Na een goede nachtrust gingen we vlot het hotel uit en snel naar de auto om Imra te bevrijden. We waren blij elkaar te zien en Imra liet dat op haar hondenmanier duidelijk merken. We speelden even met haar en zagen toen een aangesloten tuinslang liggen. Even vragen en daar mochten we onze auto mee schoonmaken. Toen we hem wilden starten om hem dichter bij de tuinslang te rijden, deed hij het eerst niet, dat hadden we nog nooit meegemaakt. Met veel bravoure haalden we de bank omhoog en keken naar de motor, gelijk even de olie gecontroleerd. Iets anders konden we met ons lekenverstand ook niet vinden. We maakten het luchtfilter los en klopten het uit. Daar zat een heleboel stof in. Daarna de hele handel maar weer dicht en toen weer starten en hij deed het.

Na de wasbeurt reden we weg. Op zoek naar een bakker. Dat is en blijft altijd moeilijk, er zijn geen reclameborden. En als ze er al waren konden we ze toch niet lezen. Maar een taxichauffeur wilde ons wel helpen, we moesten maar achter hem aan rijden. Plots stopte hij en we moesten wachten. Even later kwam hij met een paar flappen krantenbrood te voorschijn. Met een stralend gezicht drukte hij ze in onze handen en toen we wilden betalen wilde hij dat helemaal niet hebben. Toeterend en zwaaiend ging ieder weer zijn eigen weg.

We zagen een groentekraampje en we wilden wat radijs en worteltjes kopen. Maar het was alleen maar mogelijk om een hele bundel van dat spul te kopen, daar zaten ook nog een paar bossen groene bladeren bij die ik helemaal niet thuis kon brengen. Maar we kregen een lekker ontbijt. Alleen het brood viel ons steeds tegen. Het waren dunne vellen deeg die alleen weg te krijgen waren op het moment dat ze nog warm waren. Daarna begonnen ze erg taai te worden en ging het steeds meer op papier lijken. Er zat ook weinig smaak aan. Maar vaak was dit het enige brood wat we konden krijgen. De grote pizza-achtige broden hebben we nooit meer ergens gezien.

Nadat Imra bijna gestikt was in een stuk krantenbrood reden we verder. Ik zat achter het stuur en al snel kwamen we weer in de bergen terecht. De weg werd onverhard en er kwam mist opzetten, het zicht werd slechter en slechter. Op het laatst kon ik echt niets meer zien en de weg was glibberig van de modder en werd steeds smaller. Op een gegeven moment was het zelfs zo dat de tegenligger met twee wielen helemaal tegen de schuine rand van de berg moest rijden. Ik kon dat niet want ik reed aan de kant van de afgrond en wist niet waar het bergafwaarts ging. Af en toe kwamen we wat dorpen tegen. Nou ‘dorpen’, het was meer een samenscholing van schamele huisjes die gebouwd waren uit houten platen en wat golfplaten. In die mist en later ook regen zag het er allemaal nog troostelozer uit dan het eigenlijk al was. Al met al was het een spannende weg. Ik vond hem eigenlijk een beetje te spannend, zeker met die mist. Maar we konden niet veel meer doen dan hem gewoon maar uit rijden. Het was niet de weg waar we voor gekozen hadden. We hadden het vermoeden dat we een afslag te vroeg hadden genomen. Dat leek de kaart ons te zeggen.

Na een tijdje verdween de mist en werd de weg wat breder. Eindelijk was er een ruimte waar we konden stoppen en kon Hans verder rijden. Ik ging eventjes op verhaal zitten komen van het onverwacht zware ritje. We waren gekomen waar we zijn wilden, langs de kust van de Kaspische Zee. Plotseling sloeg Hans af. Ik begreep er niets van, maar hij wilde naar het strand en hij had een bord gelezen. Ineens stonden we voor een slagboom, het bleek dat we moesten betalen om naar het strand te komen maar we begrepen er niet zoveel van en na even heen en weer praten mochten we zonder te betalen doorrijden. Via een groot park kwamen we terecht op het strand.

mannenenjongensinzeemodderbadmanopstrand

Het weer was nog steeds niet mooi en van tijd tot tijd regende het zelfs. In het park zaten vele gezinnen te picknicken. Iraniërs picknicken overal tot in de berm van de snelweg toe. Het strand was druk en er stond een lange rij huisjes die bijna allemaal bewoond waren. Er was een veranda voor waar meestal de familie thee zat te drinken of te eten. Samen met Maaike wandelde ik over het strand en ik moet zeggen dat ik wel zin had om te zwemmen al zag het weer er niet naar uit. Toen ik terug liep naar de auto was ik in gedachten al op zoek naar een plaatsje om te luieren maar we bleken een uitnodiging te hebben gekregen om thee te komen drinken bij een Iraanse familie.

Maaikeoptheevisiteinpark

Zo kwam het dat we even later op de veranda van een huisje zaten met een kopje thee. Ik mocht hier gewoon bij de mannen zitten. Het waren twee families die elkaar daar hadden ontmoet. De een was een zakenman en de andere man meen ik een dokter. Het was al snel duidelijk dat iedereen heel nieuwsgierig was. Wij naar hen en zij naar ons. In ons kikkerlandje zijn we er niet aan gewend dat alles zo heel direct aan je wordt gevraagd maar hier is dat normaal, alles wordt gevraagd. Toen ze eenmaal wisten wat we deden was de vraag naar de hoogte van ons salaris snel gesteld. Ze vonden dat we heel erg veel verdienden maar toen we vertelden wat bij ons de benzine kostte, (dat was vijfentwintig keer zoveel) toen begrepen ze het beter.
Nadat we van thee en fruit (gele meloen, watermeloen, appels, kersen) waren voorzien gingen de dames erbij zitten, wel op een afstand maar ze bekeken mij van alle kanten en ik kreeg het idee dat ik er erg raar uit zag. Maar het werd me al snel duidelijk ze vroegen me waar mijn chador vandaan kwam want zo'n raar model hadden ze nog nooit gezien. Tja ik had hem uit Almelo maar ik kreeg niet het idee dat het duidelijk was. Ik zei dat een Turkse vrouw hem in Nederland had gemaakt. Dat kon, zeiden ze maar het model was wel erg ouderwets.

Daarna legde de zakenman mij uit dat het voor een vrouw een hele goede en eerbare zaak was een chador te dragen. Dat verhoogde haar gevoel van eigenwaarde als ze niet door mannen bekeken werd. Uit respect voor haar lichaam beschermt ze het door het te bedekken. Door zich zo voor een man te verbergen behoudt de vrouw haar eigenwaarde en bezorgt ze de man een prettiger gevoel wanneer hij haar het hof maakt. Veel blijft nog een verrassing en een verleiding. Het geeft de man veel meer plezier om een vrouw op deze manier te veroveren en de zijne te maken. Later na haar huwelijk beschermt ze zichzelf maar ook andere mannen voor de verleiding en daarmee ook haar gezin. Nou ja zo kun je er altijd een draai aan geven en ik blijf erbij dat er ook wel iets in zit dat de mannen er knap gefrustreerd door raken en eigenlijk niets meer kunnen verdragen. Ik vind het geen gezonde zaak en had de chador alleen maar aan omdat ik nieuwsgierig was en naar Iran wilde. Maar uit het commentaar van de dokter begreep ik dat die er toch wat genuanceerder over dacht en het geheel accepteerde maar er zeker geen voorstander was. Hij zag het volgens mij als een noodzakelijk kwaad.

We schoven het onderwerp maar aan de kant omdat het volgens mij toch niet haalbaar was om hiermee op één lijn te komen. Verder kreeg ik het idee dat de Iraniërs onderling zich ook niet al te zeer willen uitlaten over dit onderwerp. Al met al ging de tijd wel erg snel en Maaike vermaakte zich door op het strand te voetballen. De kinderen wilden dat heel graag zodat iedereen goed kon zien dat er vreemde mensen op visite waren. Als we wilden konden we op het strand in een van de huisjes blijven slapen maar daar hadden we niet zo veel trek in.

We reden na tweeëneenhalf uur praten weg om boodschappen te doen en een slaapplaats te zoeken. We kwamen in Rasht terecht en de boodschappen waren verder geen probleem. Het weer veranderde van bewolkt naar regen en een plekje om te overnachten konden we niet vinden. We kwamen steeds weer in het centrum van Rasht terecht. In een rustig straatje besloot ik te gaan koken terwijl Hans een voorlamp verwisselde die de geest had gegeven. Dat leverde heel veel belangstelling op en dat terwijl het nog steeds regende. Op een gegeven moment kwam er zelfs een oudere man aan met een paraplu en die hield hij boven Hans terwijl hij bij scheen met een zaklamp toen Hans druk bezig was met het verwisselen van de lamp. Dat vond ik een prachtig gezicht er straalde zoveel vriendelijkheid uit. We hadden nergens om gevraagd en het gebeurde zomaar vanuit het niets. De lamp zat erin en het eten was klaar. We aten netjes onze bordjes leeg want er keken vele gezichten door de ramen naar binnen tijdens ons diner. Onze slaapplaats vonden we die avond uiteindelijk bij een benzinestation.

 

Rasht - Baladeh 230 km
Vrijdag 21 juni 1996. Baladeh, Iran.

Vanochtend hakten we de knoop door, het was nog steeds slecht weer dus besloten we naar Teheran te gaan. Dan moesten we de bergen over en daar zou het weer vast wel beter zijn. Onze auto is gewoon te klein om lang in te zitten als het slecht weer is. Daar waren we ook niet voor gekomen. Dan maar ‘n gedeelte overslaan en iets anders bekijken.

We ontbeten eerst met net iets te hard gebakken krantenbrood dus toen we het op wilden rollen brak het in stukken. Nou zie dan maar dat de honing erop blijft die je er net hebt opgesmeerd. De hond stikte bijna in een stuk brood, ik moest het achter uit haar keel plukken. We deden nog wat boodschappen en verbaasden ons over de schandalig hoge prijs van een eenvoudige thermoskan die we aan wilden schaffen voor thee onderweg. Vijenveertig gulden was niets, dan konden we beter onderweg stoppen voor thee.

Al vlug vonden we de juiste weg en we waren nog maar net de stad uit of het begon al flink te stijgen, we gingen de bergen in. Net toen we het idee kregen dat we de afslag naar Baladeh hadden gemist kwamen we hem tegen. Hij bleek zelfs verhard te zijn en goed te rijden. Dat viel mee en wonder boven wonder verscheen nu ook nog eens de zon. Het was prachtig en de wolken trokken in slierten weg en bleven weg.

We reden op ons gemak verder en maakten vele stops. De camera's knipten en snorden dat het een lieve lust was (er hangt nu een mooie vergroting boven de bank). Zo ging de weg maar door en het weer werd steeds beter. Uiteindelijk bereikten we Baladeh en een benzinestation, dat was noodzakelijk want het was nagenoeg op en we hadden op het punt gestaan om onze tien liter voorraad aan te spreken.

Even buiten Baladeh stroomde een rivier en daar vonden we een mooie beschutte plek om de nacht door te brengen. Er was niemand te zien en we schrokken ons dan ook een hoedje toen 's avonds om el uur een auto stopte en er op de deur geklopt werd. Ik moest de hond een duwtje geven, zodat ze wakker werd en even kon blaffen. Fijn zo’n waakhond! Zo vlug als ik kon schoot ik in mijn chador en schoof Hans voorzichtig de deur open nadat hij eerst even door een raampje had gekeken. Hij had een politieauto gezien en dat is meestal wel vertrouwd. Het bleek al snel doodgewone nieuwsgierigheid, een paspoort controle en een praatje over voetbal. De wedstrijd hadden we net op de radio gevolgd en Nederland had verloren. De politie leefde van harte mee en vond dat ze hadden moeten winnen. We mochten blijven staan en ze wensten ons een goede nacht.

 

Baladeh - Teheran 230 km.
Zaterdag 22 juni1996.Teheran, Iran.

Na het bezoekje van vannacht konden we niet zo goed meer slapen en daardoor werden we later wakker dan we eigenlijk in gedachten hadden. We deden het daarom maar rustig aan. Hans nam een uitgebreid bad in de rivier en ik rommelde wat rond. Ontbijten konden we niet want we hadden geen brood, maar daar waren we zo onderhand al aan gewend. Het was ons nog niet gelukt om voor een uur of elf te ontbijten. We aten vaak maar twee keer per dag, goed voor de lijn. Met die hitte was mijn behoefte aan eten tot een minimum gedaald. Al is eten toch wel belangrijk. Hans en Maaike hadden regelmatig behoefte aan een warme vooral hartige hap. De behoefte aan vocht was wel heel erg toegenomen, ik kon echt snakken naar een kop thee, zelfs met deze hitte. Ook een koel glas water was niet te versmaden.

Hans kwam fris terug uit zijn natuurbad en we stapten in de auto en reden weg. De weg bleef verhard en de omgeving was net zo mooi als de dag ervoor. Na een kilometer of veertig bereikten we de weg naar Teheran. Ik was nieuwsgierig en wilde er wel heen maar van de andere kant vond ik het ook weer jammer om de bergen uit te gaan. Maar als laatste werd ons nog een blik gegund op de Damavand van zo’n 5628 meter hoog. Het is een erg rare gewaarwording dat je aan alle kanten omgeven bent door een laag zweet, van de hitte en de lading lappen om je heen terwijl je naar de koele witte toppen van zo'n berg kijkt. Maar mooi was het wel. We hadden er niet echt door gelopen en eigenlijk hadden we dat nog wel graag gewild. Misschien iets voor een volgende keer.

Eenmaal op de grote weg rook Maaike een bakker en we vonden hem ook nog. Daar kochten we brood. Voor een flesje limonade wilden ze ons vijf keer de normale prijs laten betalen. Mooi niet dus, maar het was te proberen. Na dit ontbijt reed Hans een uurtje verder. Daarna ik nog een stuk zodat Hans zich even voor kon bereiden op de rit door Teheran. Daar leek het verkeer me nu echt een chaos en ik had totaal geen behoefte om daar te rijden.

Ongeveer tweeëneenhalf uur nadat we van onze slaapplaats vertrokken waren arriveerden we in de buitenwijken van Teheran. Hier gaf ik het stuur over aan Hans want ik waagde me er niet aan. Maar ja ik moet helaas bekennen dat kaartlezen ook niet mijn allersterkste kant is en enig richtinggevoel is me ook vreemd. En dan zonder een kaart Teheran inrijden is echt wel een dwaze gok. We wilden naar het Meli Park en dat ligt midden in het centrum. We reden wat rond en stopten een paar keer bij een scheepvaartmaatschappij voor boten naar de Emiraten maar niemand kon ons verder helpen.

Uiteindelijk waren we in het bezit van twee plattegronden van Teheran en konden we ons redelijk oriënteren. Alleen maakten die eenrichtingstraatjes het ons nogal eens moeilijk en haalden ze een streep door de door ons geplande weg en moesten we ons vaak weer helemaal opnieuw oriënteren. Enfin tweeëneenhalf uur later stonden we op de parkeerplaats van de kabelbaan en dat leek ons een prima plaats om te overnachten. We waren moe en besloten daar maar bij het restaurant te eten ofschoon dat wel erg duur zou zijn, maar nog een monsterrit op zoek naar een restaurant hadden we er niet voor over. En ik moet zeggen dat het ook wel een heel mooi gezicht is om al etende over Teheran uit te kijken.

Iran heeft met Telé Kãbîn-é Tõchãl werelds langste en hoogste kabelbaan in zijn bezit. Het omvat zeven en een halve kilometer baan en zeven stations. Het is hier meestal erg druk vooral met verliefde paartjes. Daarom is het aantal dagen dat de kabelbaan loopt teruggebracht naar twee of drie per week. Al die verliefde stelletjes gingen met de kabelbaan naar boven en er gebeurden daarboven in de bergen teveel dingen die niet goedgekeurd werden door de Koran. Dus moest dat een beetje geremd worden. Leuk was het wel om te zien hoe de jonge mensen daar aan het rondwandelen waren. Het duurde dan ook niet lang of ik was in gesprek met twee meisjes en ik heb ze wat geholpen met hun huiswerk Engels.

En weer viel me op hoe nieuwsgierig iedereen was. En een vraag die iedereen hier op de lippen brandde is of je in de VS geweest bent en of het daar werkelijk zo is als het ze verteld wordt. Nou moet ik zeggen dat ik echt niet precies weet wat ze erover verteld wordt. Maar gezien die antireclame op allerlei gebouwen en de bijhorende geschilderde bloeddruppels heb ik nou niet het idee gekregen dat het een positief verhaal zou zijn. Gelukkig was ik nog nooit in de VS geweest en hoef ik dus ook geen oordeel daarover te geven. We hadden wel het gevoel dat we hier een beetje op onze woorden moesten passen. Ik weet niet of dat terecht was maar we hebben dat wel gedaan.

Na het eten werden we even op de proef gesteld omdat we in gesprek raakten met een christen Iraniër. Dat gesprek ging behoorlijk ver en hij vertelde het een en ander hoe hij er verzeild was geraakt en wat hij ervan dacht. We weken wel af van zijn mening en lieten dat ook wel horen maar we lieten nooit het achterste van onze tong zien want dat durfden we niet helemaal. Maar het was een leuk gesprek en we genoten ervan zeker omdat we onze buik vol hadden en goed hadden gegeten. Toen we hem vroegen naar een mooi plekje voor de nacht verwees hij ons naar het Meli Park en hij probeerde ons uit te leggen hoe we daar moesten komen. Maar dat was allemaal nog niet zo gemakkelijk dus besloten we maar op de parkeerplaats te blijven. Dat lukte tot elf uur toen ging alles dicht en moesten we eraf. Direct voor de slagboom mochten we wel blijven staan. Daar brachten we de rest van de nacht door, meer wakend dan slapend.

Partners

Social Media

Houd jij van Verre reizen met kinderen? Volg, like en blijf op de hoogte!