Voorpret
Maandag 15 juli 2013. Nederland.

Het was niet de meest eenvoudige briefing waarmee het Centraal Planbureau van de Reisfamilie dit jaar het bos was ingestuurd. Ontspannen, geen ellenlange vliegreis, niet dagenlang in de auto, cultuur mag, maar niet iedere dag een kerk of een tempel, zwembad, wifi, airco, geen malariapillen en Frankrijk was ook goed, maar niet kamperen. De reisfamilie zit door de schoolgaande kinderen vast aan (inderdaad) de schoolvakanties. Na het zoveelste tweekamer flatje met onderbroken zeezicht in Portugal voor 'maar' heel veel Euro's per week, kwam toch Azië plots weer bovendrijven.

Het wordt Sri Lanka. Zal best veranderd zijn sinds 1990 toen Hans er twee weken geweest is. Vluchten zijn geregeld. Mooie route uitgestippeld. Visa binnen tien minuten rond via Internet (hoezo derde wereld?). Auto voor de aankomst. Kan alleen maar rustig worden. Toch? Of dat echt gaat lukken kunnen jullie vanaf 22 juli 2013 lezen via deze blog. Actuele Sri Lanka tips zijn van harte welkom.

 

De vijf P's van Walter
Vrijdag 19 juli 2013. Nederland.

Even een paar dagen inplannen voordat je daadwerkelijk vertrekt kan geen kwaad. Dat geldt voor een vakantie in Europa en dat geldt evenzeer of nog meer als de reis wat verder voert als de Costa Brava. Het steunpunt van de ANWB bij Lyon kan niet zo gek veel betekenen dan. Nou kom je een heel eind met een paspoort en een creditcard, maar onze gemoedsrust trekt zo'n basale voorbereiding niet. Om logistiek hoogleraar Walter Ploos van Amstel @delaatstemeter maar weer eens te citeren: Perfect Preparation Prevents Poor Performance. Wat je moet doen om vooral die eerste P in te vullen kun je elders op reisfamilie.nl lezen, vooral onder de tabs gezondheid en meenemen.

Maar het echte leven is niet perfect. En dus moeten er nog lijstjes afgewerkt worden. Batterij, iPadhoes, geheugenkaart, ereaderhoes, uv filter, cameratas, zonnebrandmiddel? Zonnebrandmiddel? Hadden we vorig jaar niet opgeschreven hoeveel dat we nodig hebben? Bever Zwerfsport (defensiepas mee, want tien procent korting), tempelsokken, horloge, bikini, broek Frank (gegroeid), etc., etc.. Die camera hebben we ook al een week, dus de handleiding van 240 bladzijden lezen we straks wel op de iPad. Of niet. Moet er nog een fles factor 30 bij? Bever, stadshart, dorpsstraat. En waarom bestaan er geen zonnebrillen voor tieners? Nou ja. Die paar dagen vooraf zijn dus nooit weg.

 

Camel crew prepare for landing
Zondag 21 juli 2013. Abu Dhabi.

We zijn onderweg. De avond van tevoren werd er verwachtingsvol te kort geslapen en bleek het lastig om online in te checken. We hebben tickets van Etihad, maar vliegen heen met KLM en Sri Lankan Airlines. Etihad vliegt pas net op Nederland en is nog niet helemaal ingewerkt zullen we maar zeggen. De webcarejongens en – meisjes van @klm werkten echter weer prima en hielpen snel en accuraat.

Gedoucht, ontbeten en om acht uur 's ochtends in de taxi naar Schiphol. We waren dus weer royaal op tijd en dus kon er gelezen en geipod worden. De vlucht met KLM naar Abu Dhabi duurt dik zes uur en was prima verzorgd. Na een paar jaar halfslachtig tussen prijsvechter en A-maatschappij hangen wordt er nu weer een keurig product geleverd. Lekker eten, voldoende drinken en een vriendelijke crew. En we zijn weer bij met Die Hard en James Bond. Het lijkt wel reclame.
'Camel crew prepare for landing'. Zo klonk het toch echt. En eigenlijk wel toepasselijk als je in de woestijn landt. Nu nog een half uurtje hangen in Terminal 1 van Abu Dhabi Airport en we mogen al weer boarden voor de vlucht naar Colombo. Wordt vervolgd.

 

Looking voor Mr. Hunts
Maandag 22 juli 2013. Hikkaduwa, Sri Lanka.

Wegkomen uit Abu Dhabi duurde langer dan gepland, hoewel de inkomende vlucht van Sri Lankan Airlines keurig op tijd was. We vertrokken één uur en twintig minuten na schematijd, met als reden: Euh... Drukte in het luchtruim. Ze zouden piloten eens een cursus liegen moeten geven, want zo schiet dat ook niet op. Het zal wel iets technisch zijn geweest, ze hebben wat dat betreft een naam laag te houden. Na de start een anderhalf uur durende maaltijdservice die wat stroefjes verliep met matig eten en vervolgens konden we proberen wat te slapen. Dat lukte maar zeer ten dele, dus ondanks een aanmerkelijk kortere reisduur kwamen we redelijk brak aan. Maar hé, we zijn wel aangekomen.

De immigratie ging vriendelijk en zeer vlot. Dat mocht ook wel, want we hadden van tevoren via internet het visum al gekocht. Ondanks deze technologische vooruitgang, moet er natuurlijk ook gewoon zo'n oud formulier, met te kleine vakjes ingevuld worden. De Nederlanders (sic) die dat niet nodig vonden werden allemaal teruggestuurd, maar wij waren na vier minuten binnen. Ook de bagage was er zeer vlot en geld was ook zo gepind. Alleen onze bestelde, Engels sprekende chauffeur was nergens te bekennen. Gelukkig hadden we zijn telefoonnummer en na drie keer bellen en met inschakeling van een local wist hij ons uiteindelijk te vinden. We waren hem straal voorbijgelopen, omdat op zijn bordje 'Mr Hunts' stond. Niemand van de reisfamilie had daar een phonetische versie van 'Hans' in herkend. Het Engels van betrokkene was dus ook nauwelijks aanwezig, maar hij reed prima en leverde ons twee uur later af in Villa Gallindawatta. Daarover morgen meer, eerst wat slaapschuld wegwerken.

 

Het huis met de stenen bron
Dinsdag 23 juli 2013. Hikkaduwa, Sri Lanka.

De familie Hunts was dus veilig afgeleverd bij Villa Gallindawatta, Singhalees voor 'Het huis met de stenen bron'. Eigendom van een Australische van Sri Lankaanse afkomst, die het gebruikt als ze op het eiland is. De rest van het jaar wordt het verhuurd, inclusief manager/kok, schoonmaker, tuinman en nachtwaker. Het is een mooi huis, met drie slaapkamers, grote woonkamer, keuken, zesduizend vierkante meter grond en een zwembad. Essentieel voor onze Marit.

We zijn redelijk Gallisch van de vlucht, dus de eerste dag wordt in ledigheid doorgebracht; slapen, relaxen, de nieuwe camera testen, beetje zwemmen en eten. Eten gaat hier een probleem worden en dan met name vanwege de heerlijke smaak en de hoeveelheden. Roshan, de kok, heeft eerst een horecamanagement- en daarna een koksopleiding gevolgd. Met vijftien jaar werkervaring in de Sri Lankaanse horeca en Grote Vaart is hij 'geschikt' om te koken. De Singhalese vegetarische maaltijd die hij maakt is verrukkelijk en ziet er schitterend uit. Keuze maken uit het menu is verder vrij simpel; er is geen menu. We mogen zeggen waar we zin in hebben en dan maakt hij het.

Onze tweede dag alhier week niet veel af van de eerste. We hebben de klok dik rondgeslapen en verder wat rond het huisje gehangen. Hans heeft mee boodschappen gedaan en een simkaart gescoord en verder rust, ontspannen en zwemmen. En pasta bolognese van Roshan.

 

Beachlife
Woensdag 24 juli 2013. Hikkaduwa, Sri Lanka.

Hikkaduwa is een van de oorspronkelijke toeristenbestemmingen van Sri Lanka. Zoals bijna alles in Azië ooit ontdekt door de hippies en een tijdlang is het goed gegaan. Maar zoals op zoveel plaatsen is ook hier de ontwikkeling doorgeslagen. De kust is dichtgebouwd met guesthouses en hotels, hoewel die over het algemeen wel laagbouw zijn. Het kan hier in het seizoen retedruk zijn, maar het seizoen loopt van november tot april, dus is het nu redelijk leeg. Sri Lanka kent drie seizoenen en moessons en formeel zitten we nu in de zuidwest moesson. In het zuidwesten. Volgens de weersvoorspelling had het vandaag geregend en geonweerd, maar de lokale Erwin Krol zit er gelukkig dik langs. Het varieert vandaag van stralend tot bewolkt, maar het is de hele dag droog.

Onze villa zit een kilometer of zo van het strand. We wandelen er heen via de buurttempel en langs de huizen van de vriendelijke locals. Vervolgens een rondje langs het bijna lege strand. Door de moesson is de zee helaas te ruw om te zwemmen of te duiken, maar Marit is niet van- en later uit de branding weg te slaan. We drinken een lime-soda, hangen wat, maken wat foto's, kortom gepast ontspannen op het strand. Terug in ons huisje speelt een deel van de familie bad piggies en zwemt de andere helft.

Na het zwemmen ontspannen we verder op de bank met Stan Getz op de stereo en daarna mogen we weer genieten van een heerlijke Singhalese maaltijd van Roshan. Starwars lll van de enorm gevulde harddisk maakt de dag compleet. Ontspanning.

20130724-200329 (320x240)

 

Komt U van den Leynbaan?
Donderdag 25 juli 2013. Hikkaduwa, Sri Lanka.

Het is wonderbaarlijk egocentrisch hoe we bepaalde plekken na een succesje meteen weten te definiëren als 'Nederlands'. Zo is New York eigenlijk nog steeds Nieuw Amsterdam en de Alpe d'Huez een Nederlandse berg. Zo ook Galle in het zuidwesten van Sri Lanka. Dat de plek gezegend was met een natuurlijk haven wisten de locals al lang; de stad bestond waarschijnlijk al voor onze (westerse) jaartelling. In 1505 ontdekten verdwaalde Portugezen per ongeluk Sri Lanka en maakten gebruik van dezelfde haven.

Maar Galle is een 'Nederlandse' stad sinds 'wij' de stad in 1640 op de Portugezen veroverden en er een tussenstop voor Indië van maakten. En uiteraard werd de stad meteen maar flink verbeterd. Het Portugese prutsfortje werd vervangen door een degelijke omwalling, die bijna vier eeuwen later nog steeds stand houdt. Zo degelijk gebouwd, dat de oude stad nauwelijks geleden heeft onder de tsunami van 2004, terwijl in het naastgelegen busstation veel mensen om het leven kwamen. De stad was zijn tijd ver vooruit met eigen riolering, die twee keer per dag werd schoongespoeld door de zee. In 1796 konden de Engelsen de stad van de Nederlanders overnemen, omdat die op dat moment thuis wat drukker waren met de Fransen.

In combinatie met jetlag kost het ochtendritueel de nodige tijd, dus het duurt tot half twaalf voordat we in de tuktuk naar Galle zitten. Het duurt zestien kilometer en een half uurtje over de kustweg voordat we afgezet worden bij de oude omwalling. Inderdaad stevig gebouwd, kan zo nog een paar eeuwen mee. Binnen de omwalling is het leuk en rustig wandelen door een grotendeels bewaard gebleven achtiende en negentiende eeuwse stad. Veel huizen zijn goed gerestaureerd en hoewel de stad commercieel goed uitgebaat wordt met hotels, guesthouses en juweliers, wordt dat wel smaakvol gedaan; het is geen Volendam. Ook de aantallen toeristen vallen mee, al is het geen 1989, toen Hans hier voor de laatste keer was. Toen was hij er als blanke helemaal in zijn eentje, omdat door de verkiezingen en het bijbehorende geweld het toerisme helemaal ingestort was.

20130726-174709 (320x239)

We wandelen. Bezoeken een driehondvijftig jaar oud Nederlands huis. Kunnen zomaar vanaf de straat in de rechtbank binnen kijken. Drinken een lime-soda en zien in de oude Hervormde Kerk dat in de tropen er ook veel mensen jong stierven. Terug in het huis is het weer zwemmen en genieten van de kookkunsten van Roshan.

 

Lords of the Rings
Zaterdag 27 juli 2013. Hikkaduwa, Sri Lanka.

Op vakantie knutselen is altijd leuk, zo is er de afgelopen jaren gezilversmid, gepotschilderd, gebatikt, parapluus beschilderd en nog wat handenarbeid. Soms worden de cursussen aangeboden en anders vraag je het vriendelijk. Mirjam en Marit hadden wel zin in zilversmeden en dus was thuis al per email contact gelegd met een juwelier. Keurig op de afgesproken tijd waren we bij de zaak, maar de broer die de afspraak had gemaakt was er niet. Geen afspraak dus, kom over drie uur maar terug. Maar Roshan wist mogelijk een alternatief. Wij dus door naar de maansteenmijn.

Van die 'enige' maansteenmijn zijn er een heleboel rondom Hikkaduwa, maar de baas van deze mijn was na een heleboel uitleg niet onwelwillend om een workshop te organiseren. En zijn complete personeel ter beschikking te stellen om advies en assistentie te verlenen. Er moesten ontwerpen worden gemaakt en na wat onderhandelingen over de prijs werd het zilver afgewogen, gesmolten, gewalst, gehamerd en figuurzaagd (we hebben ze alleen al aan zaagjes een kapitaal gekost). En met de nodige vriendelijke hulp van de experts lukte het uiteindelijk om een 'Ring van Knor' een 'Bad Piggie hanger' en een Olifantenring te maken. Een leuke, welbestede middag. En je krijgt opeens weer heel veel respect voor ouderwets vakmanschap.

20130727-183837 (320x240)

 

Beam me up, Rotty
Zondag 28 juli 2013. Hikkaduwa, Sri Lanka.

Ja, de titel van de blog is wat gezocht vandaag. Het is de laatste dag in Hikkaduwa, dus we hebben er weer een lekker stranddagje van gemaakt. Het was geheel in tegenspraak met de weerberichten vandaag stralend mooi weer. En de zon is hier zo sterk dat je ook in de schaduw verbrand. Met de E-reader in de hangmat onder het dak van de Hug Inn was het goed uit te houden. En dat gold ook voor een dutje in de palmbladeren hutjes van de Inn. Terug in Gallindawatta hebben we gezwommen, Star Trek gekeken en kookles gehad van Roshan. Een goede Rotty leren maken duurt maar een half jaar... Morgen met de trein door naar Anuradhapura.

 

Negen jaar na de tsunami
Maandag 29 juli 2013. Anuradhapura, Sri Lanka.

Vandaag vertrekken we uit Hikkaduwa. De trein gaat pas om tien uur, dus we hebben tijd om rustig te ontbijten en in te pakken. We zijn keurig om tien voor tien op het station, waar de zelfbenoemde toeristengids Saleem ons vertelt dat de trein van tien uur vandaag om 11.35 vertrekt. Althans, als er geen vertraging is.
We kopen kaartjes en installeren ons op de banken van het perron. Saleem komt gezellig bij ons zitten. Hij had al gehoord dat we Nederlanders waren, want na de tsunami van 2004 waren het Nederlanders die zijn huis herbouwden. Zijn kruk en verhoogde schoen roepen automatisch de vraag op of die ook iets met de tsunami te maken hebben? Inderdaad, die hebben alles met de tsunami te maken.

Tot Tweede Kerstdag 2004 was Saleem postbode in Hikkaduwa. Omdat het Kerst was, waren zijn vrouw en vier zoons in Kandy. Saleem was wat aan het scharrelen rond zijn huisje, dat een meter of zestig van zee lag. Op een gegeven moment hoorde hij een geluid alsof er een kudde olifanten op hol sloeg. Hij keek naar buiten en zag een aantal buurmeisjes naakt door de tuin rennen en 'that's pretty unisual for Sri Lankan women; normally they don't do that'. Het gerommel werd erger en er kwam een golf aan van zeker tien meter hoog. Saleem klemde zich vast aan een boom achter zijn huis, die afbrak, maar hij liet hem niet los. Toen het water weer terugtrok bleef Saleem achter met een zwaar verwond en bloedend rechterbeen.

Er was geen enkele officiële hulp. Familieleden zochten vooral naar hun relaties en hadden weinig oog voor de andere doden en gewonden. Een kilometer van het huis van Saleem werd een trein door het water verzwolgen, waarbij 1700 mensen omkwamen. Ook daar moesten de paar overlevenden lang op hulp wachten. Saleem wist naar een winkel te kruipen waar hij een saree kreeg om het bloeden te stelpen. Hij lag een paar dagen bij die winkel, totdat zijn vrouw en kinderen hem vonden en naar het ziekenhuis in Galle brachten.

In Galle verbleef Saleem elf maanden in het ziekenhuis. De zorg was zeer beperkt. Diverse malen werd overwogen zijn been te amputeren, maar daar had hij geen zin in. Pas nadat in Colombo een chirurg was gevonden met meer capaciteiten, kon Saleem's been met bottransplantaties gereconstrueerd worden.
Met zijn korte en stijve been kan Saleem niet langer fietsen en postbode zijn. Nu verdiend hij bij op het station van Hikkaduwa. Hij krijgt dagelijks een bedragje (één Euro tachtig) van een reisbureau en provisie op de toeristen die hij aanbrengt. Hotels betalen hem tien procent commissie. Zijn been doet af en toe nog zeer, maar toch is Saleem een gelukkig man. Zijn vrouw en zoons zijn gezond, de oudste zoons dragen bij aan het gezinsinkomen en hij heeft plezier in het contact met de toeristen. 'It could have been worse, Hans, it could have been much worse'. Op de plek van de treinramp is ter nagedachtenis een fors Boeddhabeeld geplaatst.

 

Slow train to Anuradhapura
Dinsdag 30 juli 2013. Anuradhapura, Sri Lanka.

Na het verhaal van Saleem over de tsunami, was een verhaal over onze reispijntjes verder weinig gepast. Maar die zijn er wel natuurlijk. Onze trein was maar een half uurtje te laat. We werden door Saleem naar de plek gebracht met de meeste kans op een zitplaats, maar helaas; ook die tweede klas wagon was helemaal vol. Terwijl we toch het royale bedrag van twee Euro twintig hadden betaald voor de meest luxe afdeling. Het begon dus met staan, maar Marit en Frank kregen al gauw allebei een zitplaatsje aangeboden door een vriendelijke Sri Lankaanse familie. Als er plek is voor drie op twee stoelen, dan is er ook plek voor vier. Het aardige van openbaar vervoer is toch wel het contact met de lokale bevolking.

Rond twee uur waren we in Colombo en zaten we bijna weer op de oorspronkelijke dienstregeling. Maar ja, een groot deel van het spoornet is enkel uitgevoerd, dus er moet toch gewacht worden op vertraagde tegenliggers. Voordeel was wel dat een groot deel van passagiers in Colombo uitstapten en we dus zitplaatsen voor ons vieren hadden.

Het is erg warm en het duurt, maar om zeven uur 's avonds zijn we dan toch in Anuradhapura. We worden opgepikt door Khaan van het White House Hotel. Volgens de website 'an extraordinary world fashioned for uninterrupted, luxurious peace'. Oké dan, maar dan wel met Fawlty Towers trekjes. Zo is de douche handig gemonteerd net achter de wasbak, zodat er zeker niet meer dan één persoon van de badkamer gebruik kan maken ('our spacious bathrooms include a large bathtub and a commodious counter for your comfort'). De airco valt om de vijf minuten uit en het openlucht restaurant wordt ook gebruikt als parkeerplaats. Na de luxe van Gallindawatta is het goed om te beseffen dat we toch weer in Azië zijn.

 

1840 treden op weg naar de verlichting
Woensdag 31 juli 2013. Anuradhapura, Sri Lanka.

We slapen 's morgens lekker uit en ontbijten naast een enorme SUV in het restaurant (of is het de carport waar we eten?). Als we de manager Khaan vragen of hij een proletenbak in het restaurant normaal vindt, geeft hij geen antwoord, maar meldt dat het de auto van de eigenaar van het hotel is. Ook een verklaring.

's Middags nemen we een tuktuk naar het elf kilometer verderop gelegen Mihintale. Mihintale wordt gezien als de bakermat van het Singhalese Boeddhisme. Het was op deze berg dat Koning Tissa in 247 v Chr. een ontmoeting had met Mahinda, de zoon van de Indiase keizer Ashoka. Tijdens deze ontmoeting liet koning Tissa zich tot het Boeddhisme bekeren. Overigens pas nadat hij een vrij simpel raadsel had moeten oplossen om te bepalen of hij wel slim genoeg was om Boeddhist te worden. Een soort Tell Sell test zeg maar. Mihintale groeide in korte tijd tot een grote kloosterstad.

Tegenwoordig vormen de ruïnes een bedevaartoord, dat jaarlijks door honderdduizenden gelovigen bezocht wordt. Zij beklimmen, vaak blootvoets, de 1840 granieten treden om lotusbloemen en jasmijnen te brengen naar de plek waar de ontmoeting tussen Mahinda en Tissa plaatsvond. Ook wij klimmen naar boven, zij het met schoenen aan. Die moeten boven uit, uit respect voor de heilige plek.

20130731-111526 (320x240)

Centraal staat een dagoba, waar De Ontmoeting zou hebben plaatsgevonden. Om de centrale dagoba heen zijn nog een aantal plekken die of eeuwenoud, of redelijk recent zijn. Het witte Boeddhabeeld is pas een paar jaar oud. Niet alle toppen zijn even gemakkelijk te bereiken. Rond de tempel scharrelen een aantal kalkoenen, die de volle aandacht krijgen van de reisfamilie. Net als de apenfamilies die opduiken op de weg naar beneden.

Met de tuktuk is het een dik half uur terug naar Anuradhapura. We laten ons afzetten in de New Town en eten Chinees en Italiaans bij Casserole in de nieuwe stad. En dan naar het hotel om de voeten te schrobben.

 

Dr Chamy
Donderdag 1 augustus 2013. Anuradhapura, Sri Lanka.

's Morgens komt General Manager Khaan trots vertellen dat hij de parkeertip opgevolgd heeft en dat de eigenaar van het hotel zijn auto voortaan niet meer in het restaurant parkeert. En of ik de eigenaar Dr Chamy misschien wil spreken. Dat wil ik graag en wel tijdens een rondleiding door het hotel, dat nog niet helemaal af is. Beter gezegd, op de begane grond na is er helemaal niks af. Nou ja, vier verdiepingen geraamte. Op de eerste verdieping is met spaanplaat een slaapzaal voor het personeel afgeschermd en is in een andere hoek een bakkerij gevestigd. Maar de ambities zijn er, er komen veertig kamers en op de vierde en vijfde verdieping twee penthouses met 360 graden ramen van de vloer tot aan het plafond. 'Imagine, you can stand here naked and see the whole city'. Imagine, ja.

Chamy is behoorlijk ambitieus. Op vijfentwintig jarige leeftijd kwam hij naar Anuradhapura en startte met het importeren van Chinese goederen. Wat voor goederen? 'O, just stuff'. Nu zeven jaar later bezit Chamy zes restaurants en een hotel met een min of meer functionerende begane grond. Die vooral voor cashflow moet zorgen, want voor september komt de bank niet af met een nieuwe lening. Dat er pas vijf kamers operationeel zijn remt Chamy's ambitie allerminst: 'my next hotel will have 120 rooms and two weddinghalls'. Maar de echte passie van Dr Chamy is zingen. Hij heeft zelf een eigen videoclip. Die komt er wel. En het White House Hotel komt ook af.

Als je één dagoba kent...
Een dagoba of dagobe is een Boeddhistische herdenkingsplaats, waarin resten van een heilige worden bewaard. Dat kan as zijn, maar ook een haar, een sleutelbeen of en tand. In principe moeten ze de vorm van een druppel hebben, maar er staat meestal ook een torentje op. Overal ter wereld kom je dagoba's tegen, maar de meeste natuurlijk in Azië (hèhè). In Anuradahpura staan een paar joekels van baksteen. In de oudheid waren alleen de piramides van Gizeh groter. En dat er zoveel in Anuradhapura staan is ook niet toevallig.

De oorspronkelijke, prehistorische bevolking van Sri Lanka is nooit een partij geweest voor binnenvallende Indiërs. Rond 500 voor Christus viel een Bengaalse koning Sri Lanka binnen. Het was geen massa invasie, met zevenhonderd man, maar toch lukte het om de macht over te nemen. Zijn nazaten vestigden in 380 voor Christus in Anuradhapura de hoofdstad, die dat bijna 1400 jaar blijven. Niet onder dezelfde dynastie overigens; regelmatig werd stuivertje gewisseld tussen Singhalezen, Tamils en Indiërs. Het conflict met de Tamil Tijgers heeft duidelijk oude wortels.

De stad was zorgvuldig gepland, besloeg meerdere vierkante kilometer en na de komst van het Boeddhisme naar Sri Lanka werd het ook het spirituele centrum. Er was de Indiase keizer Ashoka veel aan gelegen om Sri Lanka aan zich te binden, dus hij schonk diverse relieken aan het eiland. En die moeten ondergebracht worden in dagobes, waarvan de hoogste meer dan tachtig meter haalt.

Het schijnt dat er genoeg bakstenen inzitten om een drie meter hoge muur van Londen naar Edinburgh te bouwen. Al kun je je wel afvragen waarom je dat zou moeten willen. Er waren trouwens ook monniken die die enorme dagobes allemaal teveel van het goede vonden en ook de levensstijl van de hoofdstadmonniken veel te luxe. Ze richten een paar kilometer buiten de stad hun eigen, sobere kloosters in. Om duidelijk te maken wat ze van de luxe broeders vonden maakten ze urinoirs met daarin afbeeldingen van juwelen en edelstenen. Wel een heel letterlijke vorm van afzeiken.

Van de oude stad zijn vooral de religieuze gebouwen bewaard gebleven. We maken een rondje met een tuktuk, want een ticket a twintig Euro per persoon is maar een dag geldig. Het is behoorlijk warm met een graad of 33, dus de stenen rondom de dagoba's warmen zo hard op dat je er een ei op kunt bakken. Of je voetzoelen, want uit respect moeten de schoenen uit. De kids hebben het na dagoba nummer vier dan ook wel gehad en kapen de autorikshaw.

Dag drie maken we nog een rondje langs de bezienswaardigheden die niet onder het speciale ticket vallen. De rocktemple is een van de oudste van Sri Lanka en half in een (jawel) rots gebouwd. Daarna tukken we door naar de Bodhiboom. Volgens de overlevering zat Boeddha onder een Bodhi te mediteren toen hij tot verlichting kwam. Ashoka schonk een stekje van de originele boom aan Sri Lanka en terwijl de originele boom allang verdwenen is, houdt de nazaat in Anuradhapura het al dik tweeduizend jaar uit. De boom trekt dagelijks vele honderden pelgrims en op hoogtijdagen zelfs tienduizenden.

We wandelen in de ondergaande zon door het park, waar monniken en pelgrims met lotusbloemen onderweg zijn naar de bodhiboom. We drinken milktea bij een stalletje, waar Marit oorbellen als cadeautje krijgt van een handelaar. Goede truc, behalve als je het boek 'Influence' van Robert Cialdini (ook) gelezen hebt. Met de tuktuk terug naar de nieuwe stad, waar Marit en Frank voor de derde keer pasta carbonara eten bij Cassrole. De ouders niet, want de vorige keer vielen de andere gerechten nogal tegen. We nemen een Singhalese afhaalmaaltijd mee en eten die lekker op in het hotel. Met zijn tweeën goed gegeten voor twee Euro tachtig, inclusief bier.

 

Bus en markt
Vrijdag 2 augustus 2013. Polonnaruwa, Sri Lanka.

Recht door de wekker heen geslapen, maar toch om kwart over zeven wakker. We verplaatsen vandaag en dus moet er ingepakt worden. Om acht uur zitten we aan het ontbijt dat opnieuw met charmant onbewuste onbekwaamheid wordt gemaakt en geserveerd. Vreselijk vriendelijk personeel in het White House Hotel, maar nog net niet de Marriott standaard.

We worden door het hotelbusje naar het busstation gebracht, waar we maar vijfentwintig minuten hoeven te wachten totdat de bus naar Polonnaruwa vertrekt. Het is goed warm met 33 graden, maar waar praten we over als het in Nederland vandaag 36 graden wordt. Mooi gecoördineerd met de conducteur van de bus staat meneer Upali van het Seyara Holiday Resort ons al op te wachten. Resort is wel een weidse naam voor het guesthouse, maar het is er schoon en de eigenaar en zijn familie zijn uitermate vriendelijk en behulpzaam. Na de siësta brengt Upali ons naar Old Town, waar we een rondje lopen over de weekmarkt en een ijsje eten. Veel foto-opportunities op de markt. En daarna schandalig lekker gegeten in ons hotel. Tijdens de maaltijd zagen we op tv dat er rellen zijn geweest in Weliwerya. Gelukkig tweehonderd kilometer bij ons vandaan. Maar is toch altijd apart. Van de andere kant, wat zouden ze in Sri Lanka van project X in Haren gevonden hebben?

20130802-175001 (320x240)

 

Over ijdelheid, graffiti en historische tweets
Zaterdag 3 augustus 2013. Polonnaruwa, Sri Lanka.

Rond het jaar duizend werd Anuradhapura na dertien eeuwen hoofdstad te zijn geweest meer en meer bedreigd en werd de hoofdstad verplaatst naar het honderdtien kilometer zuidelijker gelegen Polonnaruwa. Polonnaruwa bleef veel korter de hoofdstad. De laatste koning die van 1187 tot 1196 vanuit Polonnaruwa over het hele eiland regeerde was 'Nissankamalla, de ijdele'. Nis (voor vrienden) was een Tamil-prins uit Zuid India, die trouwde met de dochter van koning Parakramabahu. Toen de koning overleed waren er veel machinaties en een paar moorden nodig om Nis aan de macht te helpen. Als vreemdeling vond Nis dat hij extra zijn best moest doen en hij werd meer Singhalees dan de Singhalezen. Zo bezocht hij als een modern politicus alle uithoeken van het eiland om te zien hoe en wat er onder zijn volk leefde. Niet dat hij zich iets van de mening van het volk aantrok; Nis beschouwde zichzelf als god, een status die veel opvolgers van hem gretig overnamen. Ook was hij ultra-orthodox religieus; monniken die te luxe leefden hadden aan hem een slechte.

Zijn bijnaam 'de ijdele' heeft Nissankamala overgehouden aan zijn neiging om overal zijn naam aan te verbinden. Nis kon geen scheet laten, of hij liet er een inscriptie van maken. Overal op het eiland zijn inscripties gevonden van de soort: 'Nis was here'. Foursquare is er niets bij. Veel vaker trouwens vind je op gebouwen gebeiteld dat Nis het had laten bouwen. Of dat daadwerkelijk ook zo was, deed er voor Nis niet toe; hij claimde met evenveel plezier de prestaties van zijn voorgangers. Een negen meter lange steen staat vol met Nis' heldendaden, waaronder de invasie en verovering van Zuid India; een bewering die ook met een korreltje zoutmijn genomen mag worden. 'Graffiti Nis' was ook geen slechte bijnaam geweest. Of @nistweet.

20130803-181655 (320x240)

We huren de tuktuk van Panchat voor een dagje ruïnes in Pollonaruwa. We starten bij het museum, waar we de toegangsprijs van zestig Euro voor ons vieren betalen. Nog niks vergeleken met de Efteling, maar wel zestig keer meer dan wat de locals betalen. Maar we klagen niet en zijn blij dat het park echt veel schoner is dan Anuradhapura.

De site is ook een stuk gevarieerder; naast de onvermijdelijke dagoba's zijn er overblijfselen van paleizen, Hindoeistische en Boeddhistische tempels en kloosters, wereldse gebouwen en een kilometers lange stadsmuur. Voor een dagoba komen Frank en Marit de tuktuk niet meer uit. Maar ze spreken al voldoende Engels om de chauffeur uit te leggen hoe religie in Nederland in elkaar zit.

Naast oude stenen komen we weer de nodige levende wezens tegen en een veertien meter hoge Boeddha, die helaas zijn hoofd kwijt is. En beeldhouwerkjes van dertien centimeter hoog. Dik zes uur in de hitte onderweg geweest en het bleef leuk en interessant. Goede dag!

 

De reisfamilie op safari. Sort of...
Zondag 4 augustus 2013. Habarana, Sri Lanka.

Na weer een geweldig ontbijtje is het tijd om in te pakken. Seyara is wel een adresje waar we langer hadden willen blijven, maar dat weet je ook niet van tevoren. Mr Upali Silva gaat ons de omgeving te laten zien. Die omgeving bestaat vooral uit tanks. En dan niet de soort waarvan Hans er nog een heleboel in de verkoop heeft staan, maar watertanks.

De servoirs of tanks vormen de buffervoorraad voor irrigatie. Het is bijna niet voor te stellen dat die met handwerk al meer dan tweeduizend jaar geleden zijn aangelegd. Nou is het ook weer niet zo'n attractie dat je er uren naar kunt kijken, maar vooruit, we moeten wat uren kapotslaan dus waarom niet lekker in windkracht vijf bij een tank. Tijd genoeg om fouragerende visarenden te fotograferen, wat nog verrekte lastig is. Je krijgt opeens respect voor al die EO en BBC natuurfotografen en -filmers.

Maar het hoogtepunt vandaag is een echte jeepsafari door het Miniriya National Park. Upali zet ons af bij het park en na weer een van de schandalige toegangsprijzen betaald te hebben begint het avontuur. Nou ja, avontuur... Er waren nog een paar 'avonturiers' die een jeep hadden gehuurd. Het was nog niet de Beekse Bergen, maar dan toch. Dan is het toch heel leuk om tien meter van tachtig á negentig olifanten te staan, die lekker hun eigen gang gaan. Ook nog nooit zoveel baby-olifantjes bij elkaar gezien. Kortom leuke dag, die afgesloten werd bij ons nieuwe hotel Joe's Habarana Village, maar daarover morgen meer.

20130804-201806 (320x240)20130804-204049 (320x240)

 

Eigenlijk is Sri Lanka 'India light'
Maandag 5 augustus 2013. Habarana, Sri Lanka.

Niet iedereen van de reisfamilie heeft even goed geslapen. Dat ligt niet direct aan Joe's Habarana Village. Het is een hartstikke nieuw hotel en omdat er gisteren een groep Fransen alle standaard kamers had bezet, kregen we zelfs een upgrade naar een deluxe kamer. Mooiste hotelkamer tot nog toe. Niet dat alles klopt, het blijft Azië. Het bubbelbad bubbelt bijvoorbeeld niet. Afzien hè? Omdat dekens ontbreken, wordt de airco later in de nacht wel eens te koud, waardoor... Nog meer afzien dus. Na het ontbijt komt een collega van het werk van Hans met zijn echtgenote langs om even te buurten. Soms is de wereld erg klein.

We nemen een tuktuk naar Dambulla, een kilometer of twintig verderop om de 'Rock Temple' te gaan bekijken. De rotstempel is uitgehakt uit een enorme brok graniet die zo'n honderdzestig meter boven het omliggende landschap uitstijgt. De oorspronkelijke tempel dateert van ongeveer 80 voor Christus. De toenmalige Singhalese koning Vattagamini werd verdreven door uit India binnenvallende Tamils. Hij verstopte zich een jaar of veertien in de grotten bij Dambulla. Hij wist uiteindelijk een leger bij elkaar te scharrelen en heroverde zijn troon. Uit dankbaarheid veranderde hij zijn toevluchtsoord in een tempel.

Oorspronkelijk was de grot eigenlijk een overhangende rots, maar met muren zijn er vijf aparte grotten van gemaakt. Onze grote vriend Nissankamalla (de ijdele, daar is 'tie weer) heeft ook het nodige bijgedragen aan de grotten. Waaronder uiteraard een beeld van zichzelf. Het is een schitterende plek en de mooiste bezienswaardigheid die we tot nog toe in Sri Lanka hebben bezocht.

Beneden komen we de familie Castermans weer tegen (toeval bestaat niet) en nemen we na een lekkere Singalese snack de tuktuk terug naar het hotel. Onze kids beginnen wel erg groot te worden, maar het past nog net met zijn vieren. Sri Lanka heeft veel van India, maar de afstanden zijn korter, het is wat minder druk en het eten is net zo lekker. India Light dus.

20130805-191755 (320x240)

 

Een leeuwenrots met 1001 treden (en zeelucht)
Dinsdag 6 augustus 2013. Habarana, Sri Lanka.

Vandaag was er tijd om eerst een beetje te relaxen en te zwemmen. Het ontbijt was prima en de kok maakte lekker Singhalees eten, naast het westerse buffet.

20130807-200944 (320x240)

's Middags was het tijd voor een bezoek aan Sigiriya, oftewel de leeuwenrots. De rots steekt tweehonderd meter boven het omliggende landschap uit. Het was dus een voor de hand liggende vluchtplaats voor Boeddhistische monniken in de beginjaren van het Boeddhisme in Sri Lanka. Vanaf de derde eeuw voor Christus zochten zij hun toevlucht in de grotten op deze tjot. Dat ging acht eeuwen goed tot de vijfde eeuw na Christus. Toen de bastaard Kassapa hoorde dat zijn vader, de koning, zijn halfbroer Mogallana had aangewezen als zijn troonopvolger, was hij niet blij. Hij regelde een leger, gooide zijn vader in het gevang en verbande Mogallana naar India. Omdat hij wel aanvoelde dat Mogallana zou terugkeren zocht hij een plek die goed te verdedigen was. Dat werd dus de Leeuwenrots. Kassapa liet de monniken reloceren naar een volgende berg en liet een paleis bouwen dat deels fort en deels lusthof was. Toen Mogallana na vijftien jaar terugkeerde met een leger huurlingen werd Kassapa overmoedig. Hij daalde af van de leeuwenrots en leidde op zijn olifant de aanval. De olifant was minder dapper en sloeg op de vlucht, waardoor Kassapa's mannen dachten dat ze terugtrokken en ook op de vlucht sloegen. Kassapa wist dat hij verloren had en pleegde zelfmoord. Na zijn overwinning gaf Mogallana Sigiriya terug aan de monniken, die er bleven tot 1150. Daarna verdween de berg in de vergetelheid.

Op zich is tweehonderd meter klimmen wel te doen, maar het is weer goed warm vandaag. We doen het rustig aan en bezoeken halverwege eerst de 'Maagden van Sigiriya'. Het zijn grotschilderingen uit de vijfde eeuw en de oudste (en enige) niet religieuze afbeeldingen die uit die tijd bewaard zijn gebleven. Het verhaal gaat da er oorspronkelijk vijfhonderd vrouwen stonden afgebeeld, die de concubines van Kassapa waren. Laten we dat maagden dus ook maar met een korreltje zout nemen. Zeker is wel dat Kassapa viel op een pront voorkomen.

Naast de trappen vormen een heleboel wespennesten een extra uitdaging. De speciale, van gaas voorziene schuilhutten beloven weinig goeds, maar we overleven het. Marit houdt ondertussen een zorgvuldige administratie bij van alle genomen treden. Het blijken er uiteindelijk 1001 te zijn. We hebben onze rijst en curry weer verdiend.

 

Er zit een kakkerlak in onze kamer
Woensdag 7 augustus 2013. Habarana, Sri Lanka.

Een heel rustige vakantiedag vandaag, met een beetje zwemmen en hangen rond het hotel. Maar dat was pas na een enerverende nacht. Ooggetuigeverslag van @mamachocola: Het is half twee 's nachts als ik nog maar eens naar de wc ga. Schuifel terug naar m'n bed. Het nachtlampje doet het niet, maar in het schijnsel van de wandlamp zie ik hem. Het is een kákkerlak!

Elke nieuwe hotelkamer, badkamer, wc, betreed ik al die vakanties in Azië met de nodige omzichtigheid. En nu. Hier. Waar je het effe echt niet verwachtte, is 'tie daar. Hij moest dood. Dat stond vast. Een waterfles werkte niet, doordat zo bleek na de tweede schrille kreet, de bodem hol was. Het dier ontsnapte rap, ik schrok geweldig. Nu werd 't stress. Ooit heb ik iets dergelijks meegemaakt met een heel dikke spin. Diens dood hielp me in een keer van mijn spinnenfobie af. Kom op! Verman je.

Terwijl tv beelden van een kakkerlakkenplaag in de Bijlmer (19.. Euh, je moet ook niet te veel willen weten) waarbij horden kakkerlakken in aaneengesloten rijen door de keukenkastjes renden. Hele huizenblokken moesten ontruimd en bespoten. Een kakkerlak is nooit alleen... Licht gestresst – nou ja licht – zoek ik een geschikt moordwapen. Converse, maatje 39, weeg ik in mijn hand. 'Een kakkerlak moet je nooit doodtrappen, want dan komen de eitjes vrij en komen er dus nog veeeel meer', gaat het door mijn hoofd. Ik draai me om. De kakkerlak is onvindbaar.

Paniek! Oh, waarom is Hans er nou niet? Straks zit ie op 't bed. Kunnen ze eigenlijk vliegen? Kevers kunnen vliegen. My god! Daar was ooit 'n Franse geweikever die net mijn kant op moest vliegen. Ik wist 't niet. Van kakkerlakken bedoel ik. Dapper keek ik achter het gordijn. Aaaaik! O nee weer een en nog groter. Nu was Marit dan toch ook wakker. Ze zag onmiddellijk dat dit menens was. Mama, die altijd alle spinnen, muggen, mieren, langpoten, dapper te lijf gaat was nu op stress. Doortastend roept ze: 'Haal papa' en dan 'laat me niet alleen'.

Nou papa zit in de kamer hiernaast, te bereiken door naar buiten te gaan. Luttele seconden later gillen we samen onze redder in nood uit zijn rem-slaap. Die dacht minstens een bende Tamils te moeten verjagen. Hij komt dan ook met lichte tred onze kamer binnen. 'O, o, jullie zullen wel erg geschrokken zijn'. Hij slaat de twee onruststokers plat... Oké. En nu slapen? Echt niet. Marit wil met Hans mee naar zijn kamer (en ik eigenlijk ook). Hans vindt dat hij niet kan blijven, want Frank is alleen. Tja...

We weten alle drie dat Hans niet met beddengoed gaat slepen of zo. En dat Marit en ik straks 'gewoon' hier moeten gaan slapen. Maar Hans wist ook dat ie echt nog niet weg mocht. Hij pakte er een stoel bij en begon te vertellen: 'De kakkerlak'. Je kent het wel, van je eigen ouders. Hij doet niks, is banger voor ons dan wij voor hem (noouuww, dat betwijfel ik), gelukkig ontbrak het 'nuttige beestjes' van mijn eigen vader, waarna Hans afsloot met 'en ze houden niet van licht'.

Aha! We worden weer strijdvaardig, nu we onze vijand beter kennen. Alle lichten gaan aan, ook buiten. En na een laatste inspectie van de kamer – ik dwing mezelf om onder het bed te kijken, waar goddank nog geen stofje ligt – met het moordwapen binnen handbereik, kruipen Marit en ik weer in bed. Ver van de zijkanten, in elkaars armen, vallen we uiteindelijk weer in slaap.

En Hans? Die heeft er niks onaardigs van gezegd. Alleen 'Ik heb het nu voorgedaan, dus kun je het volgende keer zelf'. Hmmm. Ik denk dat ik het nog niet helemaal goed heb gezien. Volgende keer?

 

Kandy House; een minder briljant verhaal
Donderdag 8 augustus 2013. Kandy, Sri Lanka.

Bussen in Azië, het blijft een belevenis. Na het ontbijt en het inpakken (altijd goed voor een achteruitbidmomentje) staan we om half elf langs de weg om een bus naar Kandy te vangen. Er zou elk uur een bus langs moeten komen, dus als het een half uur later lukt zitten we keurig op het gemiddelde. We gooien de rugzakken in de bagageruimte en persen ons zelf de bus op. Zoals altijd is het weer net het EO-programma 'Er kan nog meer bij'. Frank en Marit hebben snel een zitplaats, Hans en Mirjam staan het eerste uur of anderhalf. Maar gelukkig worden we vermaakt met de lokale hits. Slecht filmpje, maar goede impressie.

We doen bijna drie uur over vijfenzestig kilometer. Daarna komt Nimal van The Kandy House ons oppikken. The Kandy House heeft potentie, maar ook enige probleempjes. Het ligt mooi met uitzicht over het dal, maar schoon is het zeker niet. Nimal gaat aan de slag met het zwembad en probeert een betere schoonmaker voor binnen te regelen. Dat lukt vandaag niet meer, dus dit verhaal wordt morgen vervolgd. Mirjam klopt wat kussens uit en zwiept daarbij haar zelfgemaakte olifantenring het dal in. Ook eten laten bezorgen lukt maar matig. Na twee uur gaat Hans er zelf op uit om een afhaalmaaltijd en een bak ijs te regelen. Dat lukt. We hebben de hamburger, clubsandwich en roti met curry net achter de kiezen, als de bezorgsinghalees er alsnog na meer dan drie uur aankomt. Tsja dat hoeft dan ook niet meer. Kortom geen briljante start in Kandy. Kan alleen maar beter worden (hopen we).

 

Boeddha's verstandskies
Vrijdag 9 augustus 2013. Kandy, Sri Lanka.

Een uurtje later dan afgesproken verschijnt Nimal met de hulptroepen. Hij snapt dat zijn normale schoonmaker het niet gaat redden, dus hij heeft twee man uit een hotel ingehuurd om schoon te maken. Je kunt merken dat ze het vaker gedaan hebben en er zin in hebben. Stof wordt niet geveegd, maar met doeken letterlijk uit het huis geslagen. Met enige coaching en enkelvoudige opdrachten is het huis viereneenhalf uur later grondig schoongemaakt en zijn de vloeren in de pure Dettol gezet. Ondertussen haalt Nimal nieuwe vaat- en handdoeken en regelt voor de slaapkamer nieuwe gordijnen. We voelen ons opeens een stuk meer thuis. Terzijde; herinnert de Herriemenie zich de huisjes in Baarle Nassau nog? Die waren nog viezer.

Na de Cemsto-controle vertrekken we naar de Tempel van de Tand. Volgens de legende werden na het overlijden van Boeddha delen van hem van de brandstapel gered. Die delen zijn verspreid over heel Azië en vertonen veel overeenkomst met Rooms-Katholieke relikwieën. Er zijn er heel 'veul' van. Ook een tand van Boeddha werd bewaard. In de vierde eeuw voor Christus werd die tand naar Sri Lanka gesmokkeld en na een aantal omzwervingen (je vind veel ex-tempels van de tand) kwam hij in Kandy terecht. Logisch, want Kandy was een soort Gallisch dorp, da het langst weerstand bood tegen overheersers. Ook tegen de Britten hebben ze het hier nog twee eeuwen uitgehouden.

De tand is altijd bewaard in de buurt van de koning die het meeste macht had. Ook dat verklaard de extandtempels. Maar hiermee werd de tand niet alleen een religieus symbool, maar ook een symbool van de soevereiniteit van Sri Lanka. De tand zit goed opgeborgen in een gouden kistje en komt daar niet meer uit. De laatste keer dat een westerling hem gezien heeft was in 1914. Bella Woolf beschreef hem als een tand van tien centimeter lang en waarschijnlijk van een buffel. Het doet er ook niet toe; het is een mooie tempel, druk met gelovigen die bloemen komen brengen en bidden. We blijven er een paar uur.

Overal in de tempel vind je beelden en schilderingen van een haas en de maan. Nog een mooi verhaal. Voordat Boeddha Boeddha werd ging hij door een aantal reïncarnaties heen. Die zijn beschreven in de Jakata-verhalencyclus. Een van de incarnaties was een haas. Die haas kwam op een dag een oude man tegen, die vreselijke honger had en smeekte om wat eten. Er was echter niks te eten, allen maar hout en gras. De haas maakte een vuurtje van het hout en sprong er vervolgens zelf in. Die oude man was uiteraard geen oude man, maar een god: Indra. Om de haas te eren plaatste Indra een beeld van de haas in de maan. Het verhaal komt overigens over de hele wereld voor; ook de gebroeders Grimm hebben er een versie van. Wij besluiten de dag niet met haas, maar afhaalsingalees voor de ouders (één Euro veertig voor een hele zak eten) en zelfgemaakte pasta met tomatensaus voor de kids.

20130809-2047141 (320x240)

 

Going back in time, toerist in 1989
Zaterdag 10 augustus 2013. Kandy, Sri Lanka.

We hebben een rustig dagje. We hebben twee mooie boeketten gehad vanwege de schoonmaak. Marit krijgt bezoek van een tjiktjak op de bank (gillen!) en we wandelen naar Kandy. Morgen begint in Kandy de jaarlijkse Perahera; een tiendaags festival waarbij De Tand, nou ja, een replica, in een processie de stad wordt rondgedragen. De artiesten beginnen te arriveren, sommige met zwaar transport. Wij maken een shoprondje door de stad en merken dat ook de toeristen in grote getale beginnen toe te stromen. Dat was in 1989 wel anders.

20130810-191136 (320x241)

Flashback
In 1988 had Hans vanwege drukte en vacatures op het werk geen vakantie gehad. Met enige emotionele chantage lukte het om in 1989 vijfeneenhalve week verlof te regelen. Het doel was een bezoek aan Ingrid B. in Thailand, afzakken door Thailand en Maleisië en terug vanaf Singapore. Ik vloog lekker goedkoop Air Lanka, de inmiddels failliet gegane voorganger van Sri Lankan Airlines en kreeg een free stopover aangeboden op Sri Lanka. Ingrid deed vrijwilligerswerk in Thailand in de toen nog straatarme Isaan. Na een gezellige week in Tha Rae en drie weken in Thailand en Maleisië vloog ik door naar Sri Lanka. Vakantie in Azië was in die tijd echt offline. Liever gezegd; als je een telefoonlijn naar huis wilde, dan moest je die van tevoren reserveren. Ik wist bij god niet wat er in de wereld aan de hand was en dat was best lekker.

Het vliegtuig naar Sri Lanka was bijna leeg, dus gaat u maar zitten waar u wilt (business natuurlijk) en kunnen we nog wat te drinken voor u verzorgen? Licht vrolijk kwam ik om een uur of acht 's avonds aan. In Colombo gingen de meeste passagiers in transit en was ik een van de zes passagiers en de enige blanke die bij de bagageband stond. Met de taxi ging ik naar het guesthouse, dat ik dik twee maanden tevoren per brief (jawel) had gereserveerd. 'We did not expect you sir' zei de vader van de familie die het guesthouse runde. En waarom dan niet? 'Because of the situation'.

Die situatie bleek na de eerste democratische verkiezingen in twaalf jaar behoorlijk uit de hand te zijn gelopen. De politieke tak van de Tamil Tijgers was er niet aan te pas gekomen en dus waren er rellen, gevechten en aanslagen geweest in de weken dat ik in Thailand en Maleisië zat. Volgens officiële bronnen waren er 53 mensen om het leven gekomen, maar in werkelijkheid veel meer. 'But now everything is under control'. Niet eerder had ik iemand zo weinig overtuigd horen liegen.
Uiteindelijk viel het allemaal mee. Drie Duitse archeologen in Anuradhapura en een adopterend Nederlands stel waren in twaalf dagen de enige blanken die ik tegenkwam. Vanwege de dreiging stonden er overal roadblocks, waar iedereen op de bus zijn hele hebben en houden moest uitpakken. Nou ja, behalve ik; ik kreeg thee van de roadblockcommandant. In Galle kreeg ik een rondleiding met uitleg in de rechtbank. In Anuradhapura hoefde ik niet te betalen, want voor één man deden ze het ticketoffice niet open. Iedereen was extra vriendelijk en gastvrij voor die malle toerist die zomaar tijdens de 'situation' Sri Lanka bezocht. Bij de zwaarbewaakte Perahera kon ik lekker op het trottoir zitten kijken, terwijl moeders niet alleen hun eigen familie voederden, maar ook die toerist. 'De' toerist van 1989.

 

Youpidoo, we mogen weer naar een tempel toe
Zondag 11 augustus 2013. Kandy, Sri Lanka.

Slaat de tempelmoeheid nou niet eens toe? Soms wel natuurlijk, van de andere kant; als er iets niet geldt voor tempels, dan is het dat als je er een kent, je ze allemaal kent. Vandaag doen we de 'three-temple-loop', drie (jawel) vijftiende eeuwse tempels die een kilometer of dertien buiten Kandy liggen. We nemen om kwart over tien de tuktuk naar de eerste van de drie, de Embeka Tempel. Frank en Hans scoren een King Coconut, terwijl Mirjam en Marit de winkel van een houtbewerker binnenstebuiten keren.

De Embeka Tempel is van hout, met volgens het verhaal nog originele delen uit 1415. Lijkt ons stug, maar er zit mooi houtsnijwerk in. We vallen met onze neus in de boter, want om half twaalf is één van de drie dagelijkse poja, zeg maar een bidhalfuurtje. Laten we maar zeggen dat er niet heel veel geld besteed is aan de opleiding van de drie muzikanten of dat wij totaal niet in staat zijn een en ander op de juiste religieuze en muzikale waarde te beoordelen.

Geïnspireerd door het houtsnijwerk uit de tempel kopen we twee kistjes bij de eerder genoemde houtbewerker. We wandelen drieëneenhalve kilometer door een dorpje en tussen theeplantages en rijstvelden naar de Lankatilake Tempel. Het gaat redelijk kuitenbijtend heuvelop. Een van de kids gaat ervan huppelen, de ander een beetje mopperen en van geen van tweeën mogen we de foto's ervan laten zien. De Lankatilake Tempel ziet er meteen gezellig uit, met heel veel picknickende Singhalezen. Wij pakken een kopje koffie, dat zo heet is dat Frank het over zijn broek laat vallen. De aandacht voor de tempel is opeens helemaal weg.
Dat is best jammer, want hij is wel apart. Aan de linkerkant is de tempel Boeddhistisch en aan de rechterkant Hindoeistisch. Vreedzame co-existentie, die je wel vaker ziet in Sri Lanka, maar die hier wel heel dicht op elkaar is uitgevoerd.De zin om naar de volgende tempel te lopen is weg, dus we liften mee naar de derde tempel met een bus dagjesmensen uit de buurt van Colombo. Die derde tempel heeft weer meer iets Zuid Indiaas, maar staat helaas in de steigers.

We nemen een tuktuk terug naar het huis en chillen wat tot het avondeten. Ditmaal afhaal van Dinemore het Sri Lankaanse antwoord op de internationale fastfoodketens. De curry en tandoori smaakte in ieder geval een stuk beter dan de KFC van twee dagen geleden. De Colonel zou zich in zijn graf omdraaien als hij kon zien hoe vies de Kentucky Fried Chicken in Kandy is. Weten we ook weer dat we daar niet meer heen hoeven. Of eigenlijk wisten we dat al.

 

De dokter is ook timmerman, over zelfredzaamheid en traditie
Maandag 12 augustus 2013. Kandy, Sri Lanka.

Een tropisch huis heeft wel wat extra onderhoud nodig. Zo moeten 's morgens eerst de uitwerpselen van de tjitjaks uit het huis geveegd worden. Het huis waarin wij verblijven is eigendom van Simon en wordt gemanaged door Nimal. Simon werkt voor het Rode Kruis en woont in Genève, dus de druk ligt vooral bij Nimal. Simon en Nimal kennen elkaar uit de periode na de tsunami, toen beiden hulp verleenden aan de slachtoffers. Nimal blijkt naast huisbewaarder ook social worker te zijn. Hij werkt voor de Creativity Development Corporation aan empowerment en grass roots development. Voldoende vaag om nieuwsgierigheid op te wekken. 'Wat hij dan doet?'. 'Projects'.

Vandaag gingen we met Nimal op stap om twee van zijn 'projects' te bekijken. Het eerste was een water- en sanitatieproject een kilometer of vijftig van Kandy. Toen de Britten tweehonderd jaar geleden echt de macht kregen in Sri Lanka weigerden de Singhalezen voor het Empire te werken. De Britten importeerden vervolgens Tamils uit Zuid India om in de thee- en rubberplantages te werken. Officieel was het een vrije keuze; ze kwamen uit een straatarm gebied. Praktisch waren de Tamils lijfeigene van de plantagebazen. We bezoeken een gehucht met een twaalftal huizen, waar dertig families wonen. Per huisje dus twee of drie families. Tot voor kort moest al het water uit een stroompje, of een verderop gelegen bron gehaald worden; een taak die op de vrouwen neerkwam.
Zelf voor stromend water zorgen was teveel gevraagd. De Tamils werken als dagloner op de rubberplantage voor omgerekend drie Euro per dag. En als er niet gewerkt kan worden omdat het regent verdienen ze dus niets. Een waterleiding aanleggen met Australisch geld is een ding, maar het ging erom dat de gemeenschap eigenaar werd en voelde van het project. Er werd dus een coöperatie opgericht die verantwoordelijk is voor de instandhouding van de waterleiding: individuele watermeters voorkomen verspilling en zorgen voor inkomsten voor onderhoud. Kumara, het dorpshoofd leidt ons trots rond en laat en passant zien hoe je rubber uit een boom tapt. De leiding van het project is in gezamenlijke handen van Kumara namens de mannen en Lalith namens de vrouwen.

20130812-170521 (320x240)

Lalith weet goed uit te leggen wat de voordelen van het project voor de vrouwen zijn. 'We hebben veel meer tijd, want we hoeven geen water meer te halen. Koken is gemakkelijker en gezonder met water rechtstreeks in de keuken. En met het water in de toiletten, die ook bij het project horen kunnen vrouwen zich beter verzorgen. Het geeft ons waardigheid'.

Onderweg naar het volgende project komen we kokosnoten oogstende mannen tegen. Gevaarlijk werk; ze klimmen met alleen een touwtje om de voeten vijftien meter of meer een palmboom in. We krijgen gratis en voor niks heerlijke kokosnoten te drinken en te eten aangeboden. We worden telkens weer blij verrast door de vriendelijkheid en gastvrijheid van de Sri Lankanen.

Ons tweede bezoek is aan Podi Appuhami, een traditionele genezer. Singhalese geneeskunst (Ayurveda) is al duizenden jaren oud. Sri Lanka claimt het land te zijn met de eerste ziekenhuizen ter wereld. Hoewel de westerse geneeskunst onder invloed van de Engelsen jarenlang gepromoot werd, is er sinds de jaren zeventig weer meer aandacht voor natuurgeneeskunde. Er is zelfs een ministerie voor traditionele medicijnen.

Naast deze geïnstitutionaliseerde aanpak van de oude geneeskundige kennis, wordt het beroep van natuurgenezer al honderden jaren doorgegeven van vader op zoon. 'Ik kan aan de manier waarop iemand aan komt lopen zien door wat voor soort slang hij gebeten is, bij een westers ziekenhuis moeten ze de slang zien om te weten welk tegengif nodig is' zegt Podi. Ook voor botbreuken ben je hier aan het goede adres, wel zo handig met al die kokosnoten oogstende palmboomklimmers. Gisteren heeft Podi nog zes botbreuken gezet en twee slangenbeten behandeld met aftreksels van zelf geoogste kruiden.

Naast kruiden krijgt de patiënt ook metafysisch advies om met de hogere machten weer in balans te komen en te blijven. Het is goedkoper en vaak sneller om door een natuurgenezer geholpen te worden. En als de patiënt niet kan betalen, dan wordt hij gratis geholpen. Podi geniet van het respect dat hij in de gemeenschap krijgt. Maar van respect alleen kun je niet leven, dus hij is ook timmerman. Ook zijn oudste zoon is timmerman. Eerst moest die niet veel van de natuurgeneeskunde hebben, maar hij krijgt nu belangstelling voor het vak en wil in de voetsporen van zijn vader treden. Projectmatig wordt nu ook getracht de kunst in stand te houden door het organiseren van cursussen buiten familieverband en het bevorderen van biodiversiteit. Om kruiden te gebruiken moeten ze er natuurlijk wel zijn en een monocultuur van thee of rubber helpt dan niet echt.

Na de uitleg krijgen we thee en versnaperingen aan de eettafel van de familie. Die niet mee eet 'want dat hoort zo'. We krijgen betelnoot te proeven. Het aanbod om een plant mee te nemen die goed is tegen botbreuken en nog wat kwalen wijzen we maar af; die is hier lokaal waarschijnlijk veel beter te gebruiken.

 

Stilte voor Perahera
Dinsdag 13 augustus 2013. Kandy, Sri Lanka.

Na het intensieve dagje projecten gisteren slaapt de reisfamilie vandaag eerst eens goed uit. Hans gaat met een lokale taxichauffeur de stad in om een plekje te zoeken om vanavond de Perahera te bekijken. De processie wordt volgens eeuwenoude rituelen uitgevoerd en volgens vast routes door de stad gehouden. Deze eerste avonden trekt de processie twintig- tot dertigduizend kijkers. Die moeten op één kilometer route worden ondergebracht, dus reken maar uit. Je kunt er voor niks naar toe, maar dan moet je een uur of drie, vier van tevoren op de stoep gaan zitten. Naast plekken op de officiële tribunes voor negentig USD worden restaurants en winkels ook omgebouwd tot tribune. In lege panden zelfs tien rijen diep, maar of je dan nog iets ziet? Er worden geen concessies gedaan zoals het aanpassen of verlengen van de route, dus persen maar, al zijn de laatste dag de processie en route wel langer. Er worden dan ook meer dan een miljoen mensen verwacht.

Terwijl de artiesten komen aanlopen vind Hans een plek op de tweede verdieping van het Midland-restaurant tegen een prijs die, laten we zeggen, in lijn is met wat je verder in dit land aan toegangsprijzen betaald. Het is een schimmige handel, met tussenpersonen die de restauranteigenaar weer betalen. De overheid profiteert vrolijk mee, want per kijker op een stoel rekent het stadsbestuur duizend Roepies (zes Euro). De Perahera is laat afgelopen; het verslag volgt morgen.

20130814-120406 (178x240)20130814-120406 (320x241)

 

Olifanten, priesters, vuur en heel veel dansers
Woensdag 14 augustus 2013. Kandy, Sri Lanka.

Een Perahera is een processie. Perahera's worden overal in Sri Lanka gehouden, maar die van Kandy is absoluut de grootse. Er wordt gezegd dat het ook een van de grootse festivals in Azië is en dat zou zomaar kunnen. Al vlakken we natuurlijk ook het Wax Candle Festival in Thailand niet uit. Er worden al Perahera's gehouden sinds de derde eeuw voor Christus. Oorspronkelijk waren het Hindufeesten om de vier devalees (tempels) te eren. De 'moderne' Kandy Esala Perahera is gestart in 1775. Zoals eerder gemeld werd de tand van Boeddha gezien als het teken van soevereiniteit van de Singhalese vorsten. De vorst zelf beschouwde de tand weer als persoonlijk bezit, waar hij af en toe eens lekker naar ging zitten kijken. Om het volk ook de kans te gunnen een blik op de tand te werpen (nou ja, het tandenkistje), besloot Kirti Sri Rajasinghe de tand in processie door de straten te laten voeren. De optocht heeft nog steeds Hindutrekken, maar is meer en meer geannexeerd door de Boeddhisten, een proces dat zich de laatste jaren steeds nadrukkelijker voltrekt. Kon je twintig jaar geleden nog kijken met een biertje in de hand, nu wordt er geen alcohol meer verkocht.

Wij zijn een uur of drie voor de start van de Perahera in het centrum. Dan zitten er al vrij veel mensen op de stoep om een plaatsje zeker te stellen. Hoe verder in de periode van tien dagen, hoe uitgebreider de processie wordt en hoe eerder mensen al een plekje reserveren. De laatste dag worden er een miljoen mensen verwacht en zitten er om acht uur 's morgens al mensen op het trottoir.

Wij hebben gereserveerde plekken en zitten op de eerste rij van de tweede verdieping van het Midland Restaurant met een prima uitzicht. Voordat we gaan zitten tekenen Marit en Frank strips in het kantoortje van het restaurant. Hans gaat socializen met wat politieofficieren en komt erachter dat tijdens de Perahera achtduizend agenten worden ingezet. Om twintig over zeven 's avonds, de astrologisch beste tijd van deze dag wordt er een kanon afgevuurd en start de Perahera. Een kwartiertje later is hij bij onze plek.

De Perahera wordt aangekondigd met knallende zweepslagen, gevolgd door jongleurs, die enge dingen doen met vuur. Vuur is toch wel een thema: de processie wordt traditioneel verlicht door vuurkorven gevuld met kokosnoten en kerosine. Dat is niet zonder risico: het Rode Kruis is dik aanwezig. Soms gaat het echt mis: in 1959 stapte een olifant op een brandende kool en sloeg op hol. In de paniek kwamen twintig mensen om het leven en werden er honderden gewond.

De olifanten gedragen zich vandaag keurig. Er zijn er zeker zestig, afgewisseld met een paar duizend dansers en trommelaars. De processie trekt twee uur langs en verveeld geen moment. De dansgroepen studeren ieder jaar een eigen, nieuwe routine in. Per groep heb je ook verschillende dansen. De trommelaars zorgen voor een opzwepend ritme en de dansers moeten redelijk kapot zijn aan het einde van de avond. De olifanten lopen daar rustig tussendoor, al dan niet uitgerust met LED-verlichting. Er zijn erbij die hun kop vrolijk meebewegen op de maat van de muziek. Na dik twee uur wordt het spektakel afgesloten met de drie grootste olifanten, waarvan de middelste de (replica) tandenkist draagt. Geweldige en indrukwekkende avond.

 

Frank en Marit op de catwalk
Donderdag 15 augustus 2013. Kandy, Sri Lanka.

Na het bezoek van Raj en Margret gaan we naar het Thee-museum een kilometer of vier zuid van Kandy. Het is een oude theefabriek, die keurig gerestaureerd is en vervolgens omgebouwd tot (inderdaad) museum. We krijgen een privérondleiding van een vriendelijke Singhalese. Thee is een relatief jonge bedrijfstak in Sri Lanka. Tot 1870-1875 werd er vooral koffie verbouwd. De koffieplantages werden echter aangetast door ziektes en het was koffieboer James Taylor die naar Darjeeling in India trok en de thee naar Sri Lanka haalde.

James Taylor mag dan de thee naar Sri Lanka hebben gehaald, het was Sir Thomas Lipton die Sri Lanka qua thee op de wereldkaart zette. Lipton een ondernemend baasje. Op veertien jarige leeftijd vertrok hij naar de VS waar hij vijf jaar op een boerderij werkte. Na terugkeer in 1871 begon hij kruidenierswinkel in Glasgow. Met aardige publiciteitsstunts wist hij zijn bedrijf snel uit te breiden. Zo liet hij varkens door de straten lopen met een bord op de rug met daarop: 'Mijn heerlijke Ierse bacon is op we gaan naar Lipton's'. In 1880 bezat hij twintig winkels, in 1890 meer dan driehonderd.

In 1889 ging Lipton stunten met thee. Hij verkocht die voor een derde van de gangbare prijs. Binnen twee jaar verkocht hij vijf miljoen kilo thee. Op weg naar Australië in 1890 stopte hij in Sri Lanka en kocht vijf failliete theeplantages. Op die manier wist hij de tussenhandel uit te schakelen en door slimme marketing en eigen verpakkingen (ook nieuw voor die tijd) wist hij in Engeland en de koloniën het grootste theemerk te worden. Dat hij daarmee de lekkerdere Chinese thee uit de markt stootte boeide hem weinig. Het verklaart wel de voorkeur van de Engelsen voor de minder subtiele Ceylonthee, die vervolgens met een sloot melk gedronken moet worden.

Wat minder handig was, was dat Lipton in het Verenigd Koninkrijk de thee alleen in zijn eigen winkels verkocht. Met de opkomst van andere supermarkten en theemerken verdween Lipton nagenoeg uit Engeland. Da's des te opmerkelijker, omdat Lipton in Azië nog steeds marktleider is. Kijk, zo leer je weer eens wat. Een catwalk werd dus gebruikt om maandelijks het dak van de theefabriek te inspecteren. En tegenwoordig lopen modellen over de catwalk, of je kunt er een spannende wandeling over maken in het theemuseum in Kandy.

 

Maar waar is Titus nou
Zaterdag 17 augustus 2013. Negombo, Sri Lanka.

We hadden een busje gehuurd voor de reis van Kandy naar Negombo. Dachten we. Maar als er om tien uur niks komt, gaat Hans erop uit om een andere bus te regelen. Dat soort dingen lukt altijd in Azië, dus om elf uur zitten we in een taxibusje naar Negombo. Het is maar honderd kilometer, maar we weten inmiddels dat we blij mogen zijn als we vijfendertig kilometer per uur halen.

Even na twee uur zijn we bij ons laatste adresje: de Airport Villa, die inderdaad op een minuut of vijf van de luchthaven ligt. We anticiperen alvast op het vertrek; we moeten om twee uur 's nachts naar het vliegveld. De villa is mooi luxe en ondanks de nabijheid van de aanvliegroute lekker rustig. Er vliegen ook niet overdreven veel vliegtuigen op Colombo, met nog geen drie vertrekkende vluchten per uur is het snel op.

We relaxen wat bij het zwembad en eten 's avonds pizza en paper dosa bij het multicuisine restaurant Sasha. Als we terug zijn bij het huisje, komt de eigenaar nog even langs om kennis te maken. Mr Malraj heeft het huis laten bouwen om er te gaan wonen na zijn pensioen en in de tussentijd verhuurt hij het. Mr Malraj is in goede doen; als directeur van de afdelingen betaaltv en de telefoongids van Sri Lanka Telecom zit hij qua inkomen duidelijk ver boven het Sri Lankaanse gemiddelde. De oppasser/schoonmaker van het huis moet het met vijf Euro per dag doen.

20130817-114841 (320x239)

Op vrijdag slapen we dik uit en pakken de bus naar Colombo. Ook weer een mijl op zeven. We zijn op zoeknaar wat cadeautje en een mooie metalen doos om kruiden in op te slaan. Die moeten ze hebben bij Titus. We stappen uit in Pettah, het oude commerciele centrum van Colombo. We worden wat van het kastje naar de muur gestuurd en komen terecht bij het Nederlands Museum. Ondergebracht in een vierhonderd jaar oud huis is het de entreeprijs niet echt waard, maar wel even rustig uit de hete en vieze smog van Pettah. We kopen een broodje bij Sriyani, dat niet alleen een bakker, maar ook drie verdiepingen restaurant blijkt te zijn. We eten lekkere massala dossa en roti. Daarna verkennen we de buurt nog wat meer en stuiten uiteindelijk toch op Titus dus.

Titus is een kruising tussen de Blokker en Xenos, met een assortiment dat ongeveer veertig keer kleiner is dan onze huishoudzaken. Ze hebben wel kruidensets in afgrijselijk roze plastic. Maar dat gaat hem dus niet worden. Mr Malraj heeft beloofd om ons op te pikken. Onderweg bezoeken we nog een Hindoeistische tempel, waar priesters uiterst authentiek gekleed met hun mobiele telefoon zitten te spelen.

We worden opgepikt bij de clocktower. Gebouwd in opdracht van de vrouw van de Engelse gouverneur, die het helemaal gehad had met het Oosterse begrip van tijd. Een ding is zeker: in haar doelstelling hier verandering in aan te brengen is ze niet geslaagd. Mr Malraj voelt zich speciaal verantwoordelijk voor ons welbevinden, omdat de houseboy dit weekend zijn tweemaandelijks verlof heeft. We gaan dus eerst mee een kopje thee bij hem thuis drinken, halen pizza bij Domino's en drinken daarna nog een biertje in onze villa. Geen culturele hoogtepunten vandaag, maar de dag goed doorgekomen.

 

'Zolang we maar niet neerstorten vindt ik alles best'
Zondag 18 augustus 2013. Nederland.

De eerste dikke helft van onze laatste dag in Sri Lanka brengen we in gepaste ledigheid door. We slapen uit en maken maximaal gebruik van het zwembad. Na de lunch gaan we op zoek naar sporen van de Nederlandse aanwezigheid in Negombo. Een poort is ongeveer het enige spoor van die aanwezigheid. Als je onder de poort door nog vijf meter doorloopt zit je in de gevangenis van Negombo. Lijkt me sowieso al geen pretje, maar op het strand honderd meter verderop wordt vis gedroogd en dat ruikt als.... in de tropen in de open lucht gedroogde vis. Een ander overblijfsel van de Nederlanders zijn kanalen. Aangelegd om specerijen efficiënt naar de haven van Negombo te vervoeren, worden ze meer dan drie eeuwen later nog steeds onderhouden en gebruikt.

Wat verder opvalt in deze omgeving is een enorme hoeveelheid katholieke kerken. Die zijn overgebleven uit de Portugese tijd. In grote getale werd de bevolking in deze omgeving bekeerd. Deels waarschijnlijk niet erg lastig, want de katholieke heiligencultuur sluit goed aan bij het veelgodendom van de Hindoes. Naast een nieuw geloof kregen de bekeerlingen ook een nieuwe naam. Waarschijnlijk de reden dat nog steeds heel veel Singhalezen Da Silva heten, al zijn ze inmiddels allang weer Boeddhist.

20130818-191235 (181x240)20130818-192455 (180x240)

We vliegen op het onchristelijke uur van half vijf 's ochtends. We moeten om een uur of twee op het vliegveld zijn, dus na drie uurtjes slaap staan we om één uur al weer op. Mr Malraj komt om ons naar het vliegveld brengen, dat maar vijf minuten verderop ligt. Inchecken gaat met een slakkegang, maar na een uur is het gelukt en drinken we nog een iced coffee in de vertrekhal. De vlucht met Etihad naar Abu Dhabi is bijna een uur vertraagd. De stoelen zijn echter comfortabel en er zijn hele grote tv-schermen. Maar zoals Marit opmerkt: 'Zolang we maar niet neerstorten, vind ik alles best'.

Etihad mag dan de maatschappij van Abu Dhabi zijn, er werken natuurlijk geen Abu Dhabiaanse vrouwen aan boord. De crew bestaat uit een divers samengesteld internationaal gezelschap, waarbij de Natasha's en Yulyia's de boventoon voeren. En zoals een oud spreekwoord luidt: 'You can take the girl out of Aeroflot, but you cannot take Aeroflot out of the girl'. Maar ze doen hun best.

Met meer dan een uur vertraging komen we aan in Abu Dhabi, waar we met versnelde pas van terminal 1 naar 3 verplaatsen. De club uit Sri Lanka zit als laatste op het vliegtuig naar Amsterdam, dat met een half uurtje vertraging vertrekt. Eten en service worden verzorgd door een vooral West Europese bemanning en zijn beiden beter dan op de eerdere vlucht. Hoewel ze bij onderzoeken hoog scoren in first class, heeft Etihad nog een hele weg te gaan, voordat ze op het economyclass niveau van de Zuidoost Aziatische maatschappijen zitten. Precies volgens schema komen we om twintig voor drie 's middags uur aan in Amsterdam. Vijf kwartier later zijn we weer thuis.

Partners

Social Media

Houd jij van Verre reizen met kinderen? Volg, like en blijf op de hoogte!