Motermuizen
Maandag 15 juli 2013. Mandalay, Birma.

Vandaag gaat het gebeuren, we gaan een motorcycle tour maken! Alle drie achterop bij een motormannetje. Ik had begin dit jaar al contact gelegd met hen (via Elles die al eerder deze tocht gemaakt heeft), en heb hier enorm naar uitgekeken. Na het ontbijt zorgen we dat we op tijd klaar staan, want om negen uur worden we opgehaald. Hla Myo, Khaing Gyi en Mayko gaan ons rondrijden in en vooral buiten Mandalay. Gisteren is Hla Myo (spreek uit Lamyou) al naar ons hotel gekomen om de dag samen met ons door te nemen. We hebben gekozen voor enkele highlights in combinatie met onbekendere plekken die ook heel bijzonder zijn, maar waar bijna niemand heen gaat.

We krijgen zeer ouderwetse helmen op, niet zo sexy maar goed, veiligheid voor alles! Lianne gaat achterop bij Hla Myo, Michel gaat bij Khaing Gyi, en Ruben springt achterop bij Mayko, die pas een jaar of twaalf-dertien lijkt maar toch al achttien jaar oud is. Mayko is een hippe vogel, oorbelletje in, en strakke skinny jeans. De andere mannen dragen longhi's (lange dunne Birmese rokken, van voren bijeen geknoopt) en een overhemd.

Eerst toeren we naar de Mahamuni Paya, een zeer belangrijke tempel met een zeer belangrijke Boeddha. De mensen komen hier op een soort van bedevaart. Ze beplakken het beeld met blaadjes 'goldleaf', flinterdunne plakjes goud. Het originele Boeddhabeeld is door al die plakjes goud in de loop der tijd dan ook flink in omvang toegenomen. Alleen de mannen mogen dichtbij de Boeddha komen en de goudblaadjes plakken, de vrouwen dienen op een meter of tien afstand te blijven en mogen alleen maar kijken. Het is enkel goud wat hier blinkt, het is indrukwekkend en mooi. Het ruikt sterk naar jasmijn, omdat er behalve goud ook bloemen (vooral jasmijn maar ook lotusbloemen) worden geofferd aan de Boeddha. Overal worden ook marmeren Boeddhabeelden te koop aangeboden en gouden eenden en parasolletjes van blinkend metaal voor boven op een stupa.

We rijden verder door de marmerstraat, en hier zien we hoe de Boeddhabeelden worden gemaakt, uit grote blokken wit marmer. Alles gaat met de hand, de mannen vijlen en hakken, de vrouwen schuren en polijsten tot de beelden glad zijn en klaar voor de verkoop. Het slijpen van het marmer doet veel wit poeder vrijkomen, en naast de mannen die aan het werk zijn, is eigenlijk heel de straat inclusief de bomen voorzien van een laagje wit slijpsel. It's a winter-wonder land! In een winkeltje zien we hoe ze tapijten borduren. Allerlei motieven die met piepkleine glaskraaltjes geborduurd worden op een groter geheel. Met de hand en met het blote oog! Het is een heel minuscuul priegelwerk maar het resultaat mag er wezen!

Dan steken we de Ayeyarwady rivier over, we rijden over de nieuw brede stalen brug. De rivier is erg breed, het duurt een tijdje voor we aan de overkant zijn, in Sagaing. Hier bezoeken we eerst een klooster het Myasahyar Kyauk. We komen hier met een speciaal doel, rond een uur of tien krijgen de monniken hier hun laatste maaltijd van de dag, de (vroege) lunch. Na twaalf uur 's middags mogen monniken niets meer eten. Als we aankomen is het uitdelen van het eten al in volle gang. De monniken komen aanlopen in een hele lange rij, netjes achter elkaar, bedelnap in de hand. Bij de ingang gaan de slippers netjes in een rij, en stappen ze naar binnen. Ze krijgen allemaal een schep witte gekookte rijst in hun nap en gaan naar binnen. De oudste en belangrijkste monniken gaan voorop, de jongere en allerkleinsten achteraan. In de eetzaal zitten ze aan lange tafels te eten. Deze maaltijd wordt aan de monniken geschonken door een mevrouw die vijftig is geworden. Haar verjaardag viert ze hier, door het schenken van een maaltijd aan de monniken.

mandalay-269 (320x240)

Als de monniken klaar zijn met eten komen ze één voor één weer naar buiten. De hoofdmonnik komt naar buiten en nodigt ons allemaal uit voor de lunch binnen. De tafels worden opnieuw gedekt, en daar zitten we dan in het klooster met de oudere monniken, de familie van de vijftigjarige vrouw en mensen uit de buurt te eten. De tafels zijn laag, je moet op de grond zitten. Het is niet alleen rijst, er zijn bijgerechten van een soort soep, gebakken kip en vis, groenten en enkele pittige gerechten. Het is gezellig, het eten is heerlijk en ook de motorrijders eten mee. Wij zijn de enige buitenlanders in dit klooster, en dat maakt het een unieke belevenis. Er komt ook nog een soort van dessert; mango salade, en een soepje van kokosmelk met fruit, stukjes brood en krentjes erin. Smaakt stukken beter dan het klinkt!

We krijgen nog een rondleiding door het klooster, en zien waar de monniken leven en slapen. Er hangt een hele rij monnikenpijen te drogen aan de waslijn. Bij een prachtige stupa stoppen we. Deze is redelijk nieuw, zo'n twintig jaar oud pas en erg kleurrijk. Ook staan er Boeddhabeelden uit heel Zuidoost Azië. Als je goed kijkt zie je dat ze allemaal anders zijn qua stijl.

Dan is het tijd voor een drankje in een theehuis. We zitten hier goed, en we praten volop met de mannen. De jongste, Mayko spreekt helaas geen Engels, maar Hla Myo en Khaing Gyi zeker wel, en ze zijn geïnteresseerd in ons leven, en wij in het hunne. Allerlei onderwerpen passeren de revue, over onze banen, hoe ze motorrijders zijn geworden. Over het leven thuis, hun vrouwen en kinderen, de vriendinnen van Mayko. Zo komen we te weten dat je hier gemakkelijk aan de anticonceptiepil kunt komen. Je hebt alleen een handtekening van je man hiervoor nodig! Sex voor het huwelijk is 'impossible' zo vertellen ze. Engels hebben ze zichzelf geleerd, door met toeristen te praten. Op school leren ze wel Engels, maar het wordt verkeerd uitgesproken, dus verkeerd aangeleerd.

Tijd voor Sagaing Hill. Vele traptreden omhoog, met een dakje erboven, leiden naar de top van Sagaing Hill. Een monnik zit 'live' gebeden voor te lezen in een microfoon, het geluid staat erg hard zoals bij de meeste tempels hier. Hoe dichterbij we komen, hoe harder dus. Na een half uurtje zweten bereiken we de top. Het uitzicht is werkelijk prachtig! Je ziet de Ayeyarwady rivier, twee bruggen en heel in de verte ook Mandalay en Mandalay Hill. Er staan ook verrekijkers en er zijn veel winkeltjes met kitsch. Als je naar beneden kijkt zie je overal tussen de bomen grotere en kleinere stupa'tjes. Bovenop de top bevindt zich de Soon U Ponya Shin Paya. Een gouden stupa uit 1312 met verschillende gebouwtjes met Boeddha's er omheen. Bij een bepaalde Boeddha, waar die monnik zit voor te lezen in de microfoon, worden grote manden met bananen en flessen water geofferd. Is dit soms een banana-Boeddha? En wat doen ze met al die bananen die overblijven? Hla Myo vertelt dat het eten wat overblijft wordt verdeeld onder de armen. Geen verspilling dus, gelukkig maar! Er leven momenteel zo'n zesduizend monniken en nonnen in Sagaing, en daarmee is het een spirituele plek waar mensen heengaan om te mediteren als ze te gestrest zijn.

We gaan weer terug de rivier over, richting Amarapura. We stoppen langs de rivier om te zien hoe hier (illegaal) teak wordt verhandeld. De mensen leven en werken langs het water, we zien zand in grote manden over smalle planken vanaf een boot een vrachtwagen ingaan. Hard werken, weinig verdienen! We lopen wat door een klein dorp waar weinig buitenlanders komen. De mensen leven hier zeer eenvoudig, en weven lappen aan grote weefgetouwen. We mogen gerust een kijkje komen nemen! En we zien hier een half ingestort teakhouten klooster, zo scheef als wat, er wonen nog twee oude monniken in. Dan gaan we richting U-Bein bridge, gelegen aan het Taungthaman meer. Eerst gaan we wat drinken en een snack eten van gefrituurde garnaaltjes, kleine visjes, mais en een soort gefrituurde komkommers. Idee van onze gidsen, en erg lekker!

Rond een uur of vijf lopen we langs de Kyauktawgyi Paya naar de brug. De oude teakhouten brug van U-Bein, is een hele bekende plek, en een van de meest gefotografeerde plekken van Birma. De brug is twaalfhonderd meter lang en bestaat uit teakhouten palen. Onderweg is er ook veel te zien, zoals vissers die in het (ondiepe) meer staan te hengelen, vrouwen die de was doen, kwakende eenden en grazende buffels op een klein stukje land. Hele volksstammen zitten bij het vallen van de avond te vissen in het ondiepe meer.

Aan het einde van het meer is een klein dorpje, hier bezoeken we een schooltje. Een stuk of zeven kinderen krijgen hier bijles van een juf. Ze zitten braaf aan tafeltjes te schrijven of zinnen op te dreunen. De juf ligt er zeer relaxt bij in een ligstoel en corrigeert soms wat. Met bootman nr 41 varen we terug. Het is een oud baasje, dat zeer vriendelijk blijft lachen. Hij roeit de houten boot staand. Zo nu en dan moet hij even bukken om de boot leeg te scheppen want die maakt water.

mandalay-511 (320x240)mandalay-531 (320x240)

De zonsondergang is magisch! Eindelijk helder weer en een goede zonsondergang. Dit nodigt uit tot het maken van vele opnames! Het is een prachtig gezicht als je de mensen, de monniken, de fietsers in het tegenlicht ziet voortbewegen op de brug vanaf het water! Ondertussen is het bijna zeven uur en aanvaarden we de terugtocht op de brommers. Het is pikdonker als we bij het hotel arriveren. We nemen afscheid van onze bijzondere gidsen, we hebben echt een topdag gehad!
Iedereen die naar Mandalay komt zou een tourtje met deze mensen moeten maken, ze verdienen het gewoon en brengen je naar echt hele bijzondere plekken, en dat voor slechts twaalfduizend Kyat per persoon (tien Euro), een spotprijs. 's Avonds lopen we naar het V-Café voor een hamburger met frietjes. Een goede afsluiting van een superdag!

 

Stadsjungle
Dinsdag 16 juli 2013. Mandalay, Birma.


Na zo'n tweeëneenhalve week Birma is er een zekere tempelmoeheid ingetreden. Het plan was om vandaag met de boot naar Mingun te gaan, maar na zo'n vermoeiende en fantastische dag als gisteren hebben we onze plannen bijgesteld. We gaan er een relaxt dagje Mandalay van maken, beetje shoppen, beetje zwemmen. Toch is er nog één ding wat we graag willen doen, en dat is een weeshuis bezoeken. In Bagan hebben we via Ans en Geert het adres gekregen van The Golden House, waar zo'n honderddertig (wees)kinderen verblijven.

Na de cycloon Nargis in 2008 zijn deze kinderen dakloos geworden en werden ze naar opvangkampen gebracht. De dingen die daar gebeurden waren niet pluis, kinderhandelaren, prostitutie etc. Een aantal van deze kinderen zijn door de stichting meegenomen naar Mandalay, ze wonen hier nu in het Golden House, krijgen eten, een slaapplek en onderwijs. Ze kunnen in het huis blijven wonen tot ze twintig jaar zijn. Het adres van dit tehuis kregen we via een meisje dat hier vrijwilligerswerk doet, ze was ook in Bagan.

Eerst naar een bank om nog wat Euro's te wisselen. De koers is iets gedaald ten opzichte van vorige week. In het kleine bankgebouw werken achttien personeelsleden. Er zijn er ongeveer drie bezig met iets te doen, de rest 'hangt' een beetje rond, of is bezig de mobiel te checken. Ongelofelijk toch weer hoe inefficiënt de mensen hier werken. Is dit een overblijfsel van het militaire regime, dat er geen werkeloosheid heerst of zo?

Dan op pad naar het weeshuis, het is ongeveer een dik half uur lopen. Maar het opgegeven adres blijkt niet te bestaan! Niemand kent The Golden House, we vragen de weg bij een apotheek, bij iemand op straat en bij de verkeerspolitie. Die laatste waagt er nog een telefoontje aan, maar helaas, adres onbekend. Daar staan we dan met onze tas met zeep, tandenborstels en shampoo uit het hotel. Jammer maar helaas dus.

De weg terug doen we eveneens lopend, er zijn bijna geen taxi's in deze buurt. Later blijkt het weeshuis zich helemaal aan de andere kant van de stad te bevinden, maar dan zijn we al zoveel verloren uren verder dat we ons naar het Diamond Shopping Plaza laten brengen. Wat een contrast, een heel ander Mandalay.
Het shoppingcenter doet niet onder voor een westers warenhuis, met allemaal kleine luxe winkeltjes. Een crèmepje kost hier al snel een euro of vijftien, welke Birmees kan dat nu betalen. We zien dan ook meer kijkers dan kopers. Op de bovenste verdieping is een Taiwanees restaurant, Formosa. Het ziet er heel trendy uit, en het heeft een uitgebreide menukaart. Er zit veel upperclass jeugd binnen, je ziet het aan de moderne kleding die ze dragen. Michel besteld een curry met rijst en een ei, Ruben en Lianne een muffin-wafel met ijs en fruit. Al het eten overtreft onze verwachtingen. Het is heerlijk en ziet er ook heel aantrekkelijk uit. Helemaal onderin het shoppingcenter is een hele moderne supermarkt, te vergelijken met de supermarché's in Frankrijk. Werkelijk van alles is hier te koop! Er is ook een reisbureau van Air Asia, en hier komen we er achter dat er ook een free shuttle naar het vliegveld gaat voor Air Asia gasten. Helemaal top dus! Daar gaan we morgen zeker gebruik van maken, want de bus vertrekt niet zo ver van het hotel. We lopen het hele eind terug, zo'n vijfenveertig tot zestig minuten te voet. Het is ondertussen flink heet en zonnig geworden.

Verder doen we niet heel veel meer, een beetje hangen in het hotel, wat internetten en het zwembad lonkt. 's Avonds eten we bij het V-Café. Heerlijk Europees eten, wel een beetje duur, maar goed, als afsluiter van onze laatste avond in Myanmar is het helemaal niet verkeerd. Ze hebben ook Tiger bier uit de tap!

mandalay-616 (320x240)

Partners

Social Media

Houd jij van Verre reizen met kinderen? Volg, like en blijf op de hoogte!