Kamelentocht over het strand van BroomeEls en Klaas met kleine kinderen per camper door Australië
26 februari - 3 augustus 2009

Wij kunnen er maar geen genoeg van krijgen. Zelfs niet nadat we tijdens de afgelopen winters acht maanden door Zuidoost Azië reisden. Daarom vliegen Klaas, Els, Jente (5) en Imme (3) weer naar Bangkok, het startpunt van onze reis. We trekken door Thailand, rijden met een campertje door Australië, doen aan Indonesisch eilandhoppen en keren via Maleisië weer terug in Thailand. Hier lees je de verhalen over Australië: van Perth naar Darwin.

Door Klaas van Dijk en Els den Butter


Jarig in Oz
Donderdag 2 april 2009. Perth, Australië.

Het is doodstil in de straten van Perth als we daar na de lange reisdag om 22.30 uur aankomen. De meest afgelegen hoofdstad ter wereld, zo omschrijft de stad zichzelf. Nu, de hoofdstedelijke pretentie wordt op dit tijdstip niet waargemaakt. Het bijbehorende leven ontbreekt, tenminste in het deel waar onze taxichauffeur ons naar toe brengt. Jasjes aan want de 19 graden die de thermometer aangeeft is een flink stuk lager dan waar we de afgelopen weken aan gewend zijn geraakt.

No vacancies staat in rode neonletters bij de ingang van het appartementencomplex waar wij voor twee nachten een self containing one bedroom apartment hebben gereserveerd. De lobby is donker, op slot en er is geen teken van leven te bespeuren. Enigszins vertwijfeld pakken we de bagage uit de taxi. Ook de taxichauffeur laat ons niet graag zo achter, merken we. Er zijn hier geen mensen op straat en er rijden geen auto's. Onze telefoons zijn nog niet voorzien van een Australische simkaart, dus bellen kunnen we nog niet.

Gelukkig komt er via de intercom wel reactie. In een bakje naast de deur ligt een sleutel voor ons klaar. We zijn onderdak. Nu nog eten en drinken. De Australische overheid staat de invoer van veel levensmiddelen niet toe. Voor de zekerheid hebben wij ons helemaal ontdaan van al ons eten en drinken. Ondanks de voorzorgsmaatregel worden we bij de douane lang opgehouden bij het onderzoeken van de bagage. Jente heeft honger, wij hebben trek in een biertje om onze aankomst in dit nieuwe werelddeel te vieren. Na flink zoeken kan Jente's honger gestild. Een benzinepomp heeft een winkel waar Klaas brood, boter, kaas en melk vindt. Biertjes verkopen ze niet en ook de Irish Pub die bezig is haar deuren te sluiten (het is 23.00!) heeft geen license for take away. Nog even geen toost op Australië.

Jente en Imme doorstaan deze lange reisdag met verve. Een medepassagier vraagt, na het landen op Perth Airport of onze kinderen al veel vliegervaring hebben. Ze gedragen zich so well, vindt hij. Heerlijk dat soort complimenten. En dat alleen voor de vijf uur durende vlucht van Singapore naar Perth. Hij weet niet dat ze er al een halve dag reizen op hadden zitten.

De reis begint deze ochtend namelijk al om 7.00 uur als we in Bangkok in de taxi stappen. We hebben krap gerekend, merken we op het vliegveld. Met de final call rennen we het vliegtuig van Jetstar in, die ons naar Singapore gaat brengen. De ruim twee uur durende vlucht is prima te doen. Op Singapore moeten we van terminal drie naar de Budget Terminal. Eerst met de onbemande skytrain (leuk!) naar terminal twee, dan na een flinke wandeling afzakken naar de kelder waar een shuttle bus ons vervoert naar de terminal waar Tiger Airways vandaan vertrekt. De drie wachturen tussen beide vluchten worden zo lekker gevuld. Onze kinderen reageren altijd goed op ‘in beweging blijven’ en korte ritjes in verschillende vervoersmiddelen achter elkaar. Als er in een hoekje van de Budget Terminal ook nog een glijbaanhuisje en een wipkip blijken te staan, is het helemaal goed. Met groot enthousiasme rennen ze er op af. Met moeite krijgen we ze zover dat ze nog iets eten.

Singapore, Budget TerminalGlijbaan en wipkip, altijd feest!Een vliegtuig met een tijger!

Het laatste moeilijke uurtje bij de customs zijn beide meiden nog nauwelijks in het gareel te houden. We kunnen het ze niet kwalijk nemen na zo'n lange reisdag waarin ze zich zo goed gedragen hebben. Maar lastig is het wel als wijzelf ondertussen streng ondervraagd worden. In de taxi naar ons eerste onderkomen in Australië valt Imme eindelijk in slaap. Jente niet, daarvoor heeft ze te weinig gegeten. Na twee boterhammen met oude kaas en lekkere melk is ook zij snel onder zeil.

De volgende dag verkennen we Perth. Niet te lang want het slaaptekort van de afgelopen nacht wreekt zich. Vooral het lontje van Imme is kort. We drinken wat op een terrasje, vernieuwen onze simkaart, kopen wereldstekkers en doen nog wat noodzakelijke aankopen. Nog even bij het postkantoor langs om de nieuwste wifi abonnementen te onderzoeken en dan is de batterij van Imme duidelijk leeg. Snel naar bed voor een middagdutje.

Perth, levend standbeeld (lijkt amsterdam wel!)PerthChic, schoon, blauwe lucht: Perth

De temperatuur overdag is heerlijk. Ruim 25 graden met een lekker windje. De lucht is felblauw en voelt schoon, net als de straten en de keurig ingerichte winkels. De mensen op straat zijn netjes, formeel, een beetje chic zelfs, gekleed. Het is even wennen allemaal. De tegenstelling met Azië is groot, hoewel we op straat juist veel Aziaten zien. Indiërs denken wij, die tot de best gekleden behoren. Maar ook hoofddoeken ontbreken niet en verraden de herkomst uit het islamitische deel van Azië.

Ook in Australië ruziën Jente en Imme om een plekje in de buggy. Als er gerend of geklauterd kan worden, kunnen ze beide kilometers aan. Zodra we over vlak terrein ergens naar toe lopen, wil Imme wat Jente wil. Lopen dus. Als Jente de lege plek in de kinderwagen ontwaart, gaat ze snel zitten en dan wil Imme dat ook. Soms lossen ze het op door dan maar samen in de wagen te gaan zitten. Vaker ontaart het in ruzie. Wanneer we naar de rivier lopen hebben we weer zo’n situatie. ‘Kijk zeemeeuwen!’ roepen we, om ze af te leiden. ‘Ga er maar één vangen’. Gelijk rennen ze op de grote groep witte vogels af die op het grasveld voor de rivier zijn neergestreken. Tot hun verbazing reageren de beesten niet door tien meter voor aankomst luid krijsend op te vliegen. Het geren gaat over in lopen en op een paar meter afstand blijven ze ineens bedremmeld staan. We komen dichterbij en doen de ontdekking. Het zijn geen zeemeeuwen maar… witte papagaaien. Er zullen nog veel meer papagaaien volgen in Australië maar deze eerste confrontatie midden in de stad is een leuke verrassing.

Zeemeeuwen pakken...Verrassing! Papegaaien...De groeten van ons

In de stad kopen Klaas en Jente stiekem verjaarskaarten en in ons appartementje sturen we Els weg voor een lange badbeurt om de verjaarstekeningen en tegoedbonnen te maken. De volgende ochtend blazen we ballonnen en leggen de presentjes klaar. ‘Lang zal ze leven’, ‘Drie violen en een trommel en een fluit…’ en ‘Happy birthday...’.

Straks  kunnen we ons campertje oppikken. Een mooi cadeau om de dag te beginnen en ons nieuwe avontuur op wielen te starten.


On the road
Zondag 5 april 2009. Geraldton, West Australië.

Ons huisje op vier wielenAls we met de taxi aan komen rijden bij het KEA depot zien we hem al staan. Ons huis op wielen voor de komende veertig dagen. Een VW-busje. Precies het model dat we uitgezocht hebben. Dus geen gratis upgrade waarvoor we vrezen. We hebben bewust voor een kleine campervan gekozen vanwege de wendbaarheid en het dieselverbruik. Dus op een gratis vervangend groter model moterhome zitten we niet te wachten. Toen we in Nederland zelf KEA benaderden was ons model al niet meer beschikbaar voor deze periode op dit traject. De Nederlandse organisatie Dutch Down Under (inmiddels failliet) kon hem nog wel regelen en nog een stuk goedkoper ook.

Het kost even tijd voor al de bestelde en niet bestelde (toch maar een navigatiesysteem) spullen in de camper zijn aangebracht en de technische uitleg is afgerond. Het rondhangen op het kantoor doet de stemming van de meiden geen goed. Als we daarna ook nog eens uitgebreid boodschappen moeten doen, worden ze klierig en luisteren ze slecht. Gelukkig hebben we al besloten deze eerste dag maar een klein stukje te gaan rijden. Fremantle, een stadje twintig kilometer ten zuiden van Perth hebben we uitgezocht om de eerste nachten in de camper door te brengen. De Big4 camping daar hebben we gekozen vanwege de wifi die er op hun website wordt aangeboden. In bijna alle weblogs over Australië wordt genoemd dat het in dit continent lastig is om online te raken zonder bibliotheken te bezoeken (gratis internet) of dure abonnementen aan te gaan.

Omdat het KEA depot ten zuidoosten van Perth ligt, voeren de eerste kilometers ons gelukkig niet terug door de stad. Het is wennen, een grotere bak dan we gewend zijn, links rijden en een automaat. Bij nader inzien is die laatste wel makkelijk, want schakelen met links zou vast nog meer verwarring opleveren. Gelukkig komen we de eerste dertig kilometer door zonder brokken te maken en dan kan het kamperen echt van start gaan.

Het is fris en winderig op onze eerste kampeerplek. Eerst snijden we de taart aan die we gekocht hebben voor Els' verjaardag. Na een half uurtje rennen, kruipen de meiden hongerig naar binnen. Jente vindt het 'bedjestijd'. Het is vier uur in de middag maar de verlokking van het dakbedje is nog groter dan haar trek in eten. We hebben haar bij het ophalen van de camper een blik gegund op haar en Imme's slaapplek voor de komende veertig dagen. Een vernuftig systeem. Eenmaal in stilstand kunnen we ons dak schuin verhogen. Daarna kunnen we vanuit het schuine dak een plank naar beneden trekken en ontstaat er een ruimte waar een volwassen persoon van maximaal tachtig kilo kan slapen. Of twee kindjes! Het daktentje blijkt een doorslaand succes. De kinderen vinden het geweldig en doen hun best om niet zoveel te keten dat we ze uit elkaar moeten halen. Wij hebben er onder voldoende leefruimte om de avonden niet gedwongen buiten door te hoeven brengen. De dagen erna ontdekken we nog veel meer mogelijkheden die deze camper biedt. Voor het naar bed gaan krijgen ze natuurlijk nog te eten en wachten we tot het echt donker is voor ze naar boven mogen klimmen. De eerste nacht liggen ze vroeg op bed. Imme wordt nog wel een aantal keren in paniek wakker maar is snel te troosten. De volgende nacht wil ze dolgraag weer in de lucht slapen.

Voor het eerst deze reis gaan we echt naar het strand. De camping ligt op een kleine kilometer van een heerlijk strand. De wandeling door de duinen, het verkoelende windje. Het is een heerlijke bijna Nederlandse zomerdag. Alleen is de lucht nog blauwer, de zee veel helderder, het strand veel leger. Zonder zonnebrand verbrand je snel in Australië. Een waarschuwing die we ter harte nemen. Maar goed ook want in het uur dat we blijven, verkleuren we flink. De meiden vinden het geweldig. In hun nakie rennen ze de zee in en uit, graven badjes, zoeken schelpen. De volgende keer smeren we ze flink in om langer te kunnen blijven.

Strand bij FremantleBlauwer dan blauw

Ledge Point is onze volgende stop. Een one night stand, zo omschrijven mede-Australiëgangers Don en Natasja het. Oftewel een plek waar we maar één nacht zullen blijven. Wij zullen dit vaker moeten doen omdat we net als de meeste Australiëgangers, een flinke afstand willen overbruggen. Op de weg er naar toe passeren we Yanchep National Park. We stoppen er om de koala's te bekijken. Imme en Jente willen deze graag zien maar zijn net als wij niet echt onder de indruk. Om 12.00 en 15.30 uur is het deze weekenddag tijd voor koala talk. Wij bekijken ze om 13.00 en dat is duidelijk niet hun meest actieve uur. Als Imme later niet meer op hun naam kan komen, heeft ze het over 'die slapende dieren'. Meer indruk maakt de ene kangoeroe die ineens voor de kinderwagen van Imme langsspringt. We zien hem in een flits en dan is hij weer verdwenen. We zullen nog veel vaker kangoeroes zien, maar net als met de papagaaien in Perth is juist het onverwachte van de ontmoeting erg leuk.

KnuffelkoalaYanchep National ParkPapegaaitje leef je nog?

Meer kangoeroes treffen we op de route van Ledgepoint naar Geraldton. Maar dan wel dode aangereden kangoeroes. Wat een grote beesten zijn het toch, daar wil je niet nog een keer over heen rijden. Gelukkig is de weg leeg genoeg om ze te kunnen ontwijken. Wij hebben bedacht dat we gaan ontbijten bij de Pinnacle Desert, een woud van rechtopstaande rotsen in de duinen cq woestijn bij Cervantes waar we met de auto door het mulle zand de Pinnacle drive rijden. Een prachtig plekje waar de meiden verstoppertje doen en lekker met zand spelen. Vandaag en morgen stellen we hun uithoudingsvermogen op de proef. We gaan flink kilometers rijden en een leuke stop onderweg is daarbij heel welkom.

Kijk mama, ik ben groot!De 'Pinnacle Desert'De Pinnacles bedwongen


Dolfijnen en een vliegenplaag op Monkey Mia
Donderdag 9 april 2009. Carnavon, West Australië, Australië.

Drukte in Monkey Mia bij het voeren van de dolfijnenPasen is in aantocht. Vorig jaar in Thailand was die aan onze aandacht ontsnapt en realiseerden we ons pas op de dag zelf dat het een bijzondere dag was. Dit jaar worden we er lang van tevoren aan herinnerd. De schoolvakanties beginnen hier in Australië officieel pas na de pasen, maar wij merken in de week er aan voorafgaand al een toegenomen drukte. Een aantal plekken die we willen bezoeken zijn al volgeboekt. Voor de paasdagen zelf boeken we daarom maar snel een plekje in Exmouth. De Australiërs zelf zijn ook dol op kamperen en trekken er in hun vrije tijd massaal op uit. Het Ningaloo Reef is een populaire bestemming en Exmouth is de plek van waaruit je dit snorkelparadijs gaat ontdekken.

Monkey Mia is ook reeds volgeboekt. Tenminste volgens het online booking systeem. Als we bellen blijkt er voor één nachtje nog een plekje voor onze camper te zijn. Een geïmproviseerd plekje, blijkt als we er in de loop van de middag arriveren. Op de parkeerplek van de bussen is nog ruimte en een stopcontact die we kunnen gebruiken. Eenmaal ter plekke blijken we ook voor de volgende dag iets te kunnen tegelen.

We beloven Jente al maanden dat we deze plek, waar elke ochtend de dolfijnen massaal aan 'land' komen, zullen bezoeken. 'Dolfijnen kussen' staat hoog op haar verlanglijstje. Dat kan hier waarschijnlijk nog niet, maar desalnietemin wil ze er wel dolgraag naar toe. We kunnen het haar niet aandoen deze plek over te slaan al zien we wel wat op tegen de drukte.

De drukte valt mee al is de campsite behoorlijk bevolkt. Wat niet meevalt is dat we belaagd worden door miljoenen vliegen. Zodra we de deur van ons campertje open doen komen ze in hordes op ons af. Ze kruipen overal op en in, maar het meest hinderlijke is dat ze het vooral op oren, ogen, mond en neus hebben voorzien. Om twee uur 's middags als wij aankomen, is het daarnaast flink heet. Drieëndertig graden in de schaduw en op ons zonovergoten beschutte plekje uit de wind waarschijnlijk nog veel heter. We grijpen zo snel als we kunnen onze zwemspullen en vluchten gelijk naar het zwembad. Onder water heb je in ieder geval geen last van de vliegen en de hitte.

Opluchting: de vliegen verdwijnen als het avond wordtOp de camping zien we veel mensen met een imkermasker voor. Het ziet er niet uit en we beweren stellig dat we ons daar niet toe zullen verlagen. Drie gekwelde uren later holt Els naar de winkel en even later zitten ook wij met zo'n debiel maskertje over ons hoofd. Het is een beetje benauwd maar wat een opluchting om even van die kwelgeesten af te zijn. Imme en Jente hebben minder last. Flink in beweging blijven, zoals zij doen is een goede remedie. Zodra de duisternis invalt, is het gelukkig gedaan met de vliegen. De eerste echte zwoele nacht staat voor de deur.

De dolfijnenshow is inmiddels behoorlijk vercommercialiseerd. Toch blijft het leuk de dieren van zo dichtbij aan het strand te zien. Onze meiden behoren helaas niet tot de uitverkorenen die een visje mogen voeren. Later op de dag zien we de beesten terugkeren naar een ander plekje, vlak bij de plaats waar we liggen te zonnen. De Australische mevrouw in wiens partytent we een schaduwplekje hebben gevonden, vertelt dat ze hier al 25 jaar komt. Vroeger gaven zij ook vis aan de dolfijnen. Inmiddels is dat recht voorbehouden aan de medewerkers van het National Park. Overtreding: vierduizend Aussie dollars.

Toch lief, die dolfijnenEmoe bij de camperSpelen bij de pelikanen

Naast de dolfijnen lopen er op de campsite ook emoe's rond. Ze pikken een restant brood van onze tafel en zijn daarna regelmatig bij ons campertje aan het bedelen. De kartelrandjes in hun snavel zien er scherp uit en hun kopjes komen steeds gevaarlijk dichtbij. De pelikanen aan het strand hebben we liever. Ze zijn niet schuw maar houden toch net wat meer afstand.

Op weg naar vliegvrij CanarvonDe vliegenplaag is extreem, zo vinden gelukkig ook de Ausie's. Wij hadden in de voorbereiding van dit deel van de reis al gelezen over de hinder die ze kunnen veroorzaken. In Perth werden we al gewaarschuwd: 'If you find them here, they are sure up there north'. Wij knijpen 'm. Als dit is wat we de komende weken kunnen verwachten, willen we niet in Australië blijven. Zelfs op het strand worden we belaagd, pas als je een aantal meters in zee gaat, zijn de ergste hordes verdwenen. Gelukkig is de plaag plaatselijk. Als we de volgende dag doorrijden naar Carnavon staat daar een lekker windje van zee die de kwelgeesten goeddeels doet verdwijnen. We halen opgelucht adem en stoppen de imkermaskers weer onderin de tas. Morgen rijden we door naar Exmouth waar we de feestdagen gaan doorbrengen. Prettige paasdagen allemaal.

Over ons huisje op wielen

Ons campervannetje voldoet tot nu toe goed aan onze verwachtingen. Een aantal dingen dragen daartoe bij. Allereerst is het daktentje in het uit te klappen plafond een doorslaand succes. Toen wij de plaatjes zagen vroegen we ons af of het zou lukken de beide meiden daarin te laten slapen. Nu, dolgraag en ze slapen er tot nu toe goed. Eenmaal in slaap kunnen wij er onder prima een avond doorbrengen en hebben voldoende ruimte om te bewegen. De luifel is een extra waar we niet op gerekend hadden. De (sateliet)tv/dvd-speler is daarnaast ook van onschatbare waarde. Uitklapbaar uit het plafond dus niet bereikbaar voor grijpgrage Imme. Prima beeld voor de dvd's, de televisie blijkt wat lastiger. Jammer dat de tv/dvd niet meer werkt zodra je de sleutel in het contact steekt. Lekkere zachte bedden, 's ochtends thee en koffie uit de waterkoker en geroosterde broodjes uit het broodrooster. En een grote koelkast waar we makkelijk voor twee dagen eten in kwijt kunnen.

Een andere aangename verrassing is de warmwaterkraan die echt werkt. Dus ook de buitendouche, die we nog niet echt hebben gebruikt, geeft een warme straal. Een negatief punt is dat de bus alleen airco heeft als hij rijdt. Voor middagdutjes is het binnen snel te heet en ook voor de nachten is het boven snel warm. De bijgeleverde ventilator/kachel levert daarvoor wel enig verkoeling.

De camper rijdt gemakkelijk en is wendbaar. De beloofde ruime parkeerplaatsen bij de supermarkten troffen wij rond Perth niet. De overvolle parkings boden wel plaats aan ons minibusje, met een moterhome hadden we regelmatig klem gezeten. De automatische versnelling is handig omdat je anders met links zou moeten schakelen. Tegenvaller is wel het dieselverbruik. Eén op vijftien zoals op de website vermeld wordt, klopt niet. Minder dan één op tien is wat wij nu meten. Gelukkig is brandstof hier een stuk goedkoper dan in Nederland zodat de extra uitgaven hiervoor wel weer mee vallen.


Finding Nemo
Maandag 13 april 2009. Exmouth, West Australië, Australië.

Eerste paasdag is wasdag bij ons. Een rondhangdagje op de campsite. Na een dagje strand zijn delen van onze lichaam, ondanks factor 30, gevaarlijk rood verkleurd. Je wordt niet voor niks gewaarschuwd voor de kracht van de zon in dit deel van de wereld. Veel Australische kinderen dragen voor het strand uv beschermende kleding. Met zonnebaden bij Mauritius Bay, waar clothing optional is, vragen we natuurlijk ook wel een beetje om moeilijkheden. Maar heerlijk is het wel. Er staan flinke golven en er gelden waarschuwingen voor de stroming. Gelukkig valt het mee. Eenmaal door de branding kom je snel in rustiger water. Dit is ook de plek waar we de eerste snorkelaars zien.

Onderweg naar ExmouthNatuurlijke UV bescherming

Het Ningaloo Reef is het West Australische alternatief voor het wereldberoemde Great Barrier Reef van Oost Australië. Kleiner, minder divers qua vissen en koraal, maar wel veel dichter aan de kust. En rond deze tijd kun je tijdens georganiseerde tripjes zwemmen met de grootste vissen ter wereld: de walvishaai. Dat zijn we niet van plan. Het koraal en de vissen zijn gemakkelijk vanaf het strand zwemmend te bereiken. Maar zonder duikbrillen en snorkels komen we daar de eerste dag nog niet aan toe. Zelfs bij Turquoise Bay, dé plek om vanaf land te snorkelen, wordt geen uitrusting verhuurd. Jente is wel wat ongeduldig. We hebben haar 'Nemo zien', als attractie voor deze plek voorgespiegeld. Op de plaatjes bij het strand zien we dat je hier inderdaad de clownfish kunt vinden. Ze zal toch even moeten wachten. Maar die blauwe zee, het strand, heerlijke temperaturen met een stevig windje en de spannende golven zijn voorlopig ook voldoende.

Voor we het Cape Range National Park, waar de mooie strandjes te vinden zijn, verlaten, kijken we nog even op de Lakeside Beach. Volgens onze informatie de plek waar families met kleine kinderen naar toe gaan. Om vier uur 's middags als wij er aankomen, vinden we dat niet terug. Het strand is al bijna leeg. Het is eb, dus de meiden kunnen even hun laatste restje energie kwijt op de rotsen op het strand. Verlekkerd kijken we naar de zeven gelukkigen die hier ook voor de nacht een plekje hebben gereserveerd. Bij een aantal strandjes is een basic campsite ingericht. Een toilet en zoet water uit grote tanks, dat zijn de faciliteiten. Maar wel prachtige plekjes vlak aan het water. Nu met Pasen allemaal volgeboekt natuurlijk. Voor we wegrijden zien we kangoeroes tevoorschijn komen. Als alle dagjes mensen vertrokken zijn, zullen dat er waarschijnlijk nog veel meer worden.

Klimmen op de rotsenLakeside BayKanga was here

Op de camping hebben de bejaarden niet meer de overhand. We ontdekken dat camping in Australië veel soorten aanhangers kent. Alle leeftijden en alle luxe gradaties treffen we inmiddels aan. Wicked en Backpacker Campers (oude busjes omgetoverd tot campertje) met veelal jonge stelletjes. Vaders met zonen in tenten met een koelbox die dagelijks gevuld wordt met ijs. Hele families met hun 4WD met caravan of rijdende uitklapbare keuken. Sommige families lijken de complete huisraad van thuis meegenomen te hebben of komen in een vrachtwagen omgebouwd tot supercamper aanzetten. Aanhangwagens waaruit een koelkast en een grote staande ventilator worden uitgeladen. Boten met giga grote motoren op de trailers.

Op de camping worden Imme en Jente uitgenodigd om eieren te komen zoeken. Onze buurman heeft voor z'n eigen kinderen rond de tent paasverrassingen verstopt. Een deel van de chocoladesuprises belanden in de magen van onze meiden. Leuk. Ook 's avonds wordt het leuk. De inmiddels volgepakte campsites zijn in het donker een prachtige plek om door heen te dwalen. Overal lichtjes. Jente en Imme scharrelen met hun nieuwe Zuid Afrikaanse vriendin Tori overal tussendoor. Met hun glow in the dark sticks in roze en groen kunnen we ze goed volgen. Wij leggen onze kinderen tegen acht uur op bed. Andere kinderen zien we zeker tot tien uur rondhangen. En dat is gelijk de tijd dat bijna iedereen ineens naar bed lijkt te gaan. Iedere avond verdwijnt het leven plots rond die tijd.

Tweede paasdag gaan we echt snorkkelen. Bij de duikwinkel van de camping huren we voor ons zelf duikbrillen en zwemvliezen. Voor kinderen hebben ze geen uitrusting in de verhuur. Wel te koop, dus we verlaten de winkel met een mooie paarse kinderduikbril met snorkel voor Jente. Gelukkig is sinds kort paars ook haar lievelingskleur. Imme wil natuurlijk ook, maar voor driejarigen is nog geen uitrusting te krijgen. Gelukkig neemt ze genoegen met het oude duikbrilletje van Jente. Veel kan ze er niet mee, maar ze loopt er trots als een pauw de zee mee in.

Helemaal trotsMoe van het snorkelenAls extraatje, de mooie lucht op tweede paasdag

Jente maakt zich de techniek van het snorkelen snel eigen al gaat dit gepaard met het binnenkrijgen van flink wat zeewater. Ze wil dolgraag en raakt snel gefascineerd van de vissen die ze ziet. Groot klein en in allerlei kleuren. Om beurten gaan we met haar mee tot ze na de zoveelste slok water begint te kokhalzen en gal spuugt. Voor ons het sein dat het genoeg is geweest. Voor Jente niet, zij heeft nog steeds Nemo niet gezien. In de auto terug bedenkt ze zich hardop dat ze zeker vissen had gezien die Nemo heetten. Ze hadden wat andere kleuren dan de Nemo van de film maar hebben zeker dezelfde naam.

Morgen trekken we het binnenland in. Ons bescheiden outback avontuur. We willen proberen in één dag over te steken naar Tom Price. Een lange rit zonder campings onderweg.


Zwemmen in de Weano gorge
Vrijdag 17 april 2009. Port Hedland, West Australië, Australië.

Op de camping in Tom Price bestaat het welkomstcomité uit drie schattige kangoeroes. Ze eten wortel en tomaat uit de handen van onze meiden. Ook de papegaaien zijn zo tam dat ze stukjes brood uit de hand komen pikken. Wel een beetje eng die grote kromme snavels! Een welverdiende beloning na een lange dag rijden. De bijna zeshonderd kilometer die we hebben afgelegd is ook wel het maximum, besluiten we. Er zullen nog een paar dagen komen dat we flink kilometers moeten maken en het is bemoedigend te zien dat Jente en Imme goed reageren op een hele dag in de auto.

Skippy aaienZo schattigOok papegaaien blijven leuk

De route naar Tom Price gaat eerst langs de weg die we eerder hebben afgelegd. De rode steenheuvels die we overal om ons heen zien, hadden we in eerste instantie de Red Pinnacles gedoopt. Pas later begrepen we dat het termietenheuvels zijn. Als we het schiereiland waar Exmouth op ligt achter ons laten, zien we ze niet meer tot in het Karijini National Park. Op de verlaten alternative route terug naar de Coastal Highway wacht ons nog wel andere verrassing. Een flink uit de kluiten gewassen leguaan ligt midden op de weg. Van kop tot staart zeker twee meter schatten we. Samen met een medetoerist weten we hem te bewegen de weg te verlaten. Heel dicht durven we niet bij hem te komen. Z 'n klauwen zien er erg gevaarlijk uit.

TermietennestRoadblock...We blijven op gepaste afstand

Wij vinden autorijden allebei erg leuk en kunnen genieten van lange lege wegen zoals je hier veel ziet. Het voelt als in de road movies, een gevoel van oneindigheid en vrijheid. Als je niet van autorijden houdt, is West Australië minder geschikt. De afstanden zijn zo groot dat je wel verplicht bent lange stukken te rijden. Jente en Imme reageren over het algemeen goed op het zitten op de achterbank. Met de gameboys binnen handbereik gaan de eerste 250 kilometer veelal in goede harmonie. Daarna beginnen ze zich wat te vervelen en gaan elkaar plagen. Ideaal is wel als we dan een stop kunnen doen met een leuke attractie voor hen. Daarna kunnen ze wel weer wat extra kilometers aan.

Tom Price is niet een interessante stad maar wel de enige in de omgeving van het Karijini National Park. Daar willen we naar toe. De eerste dag dalen we af naar de Weano kloof. Vliegenmaskers mee want ook hier is het weer raak. Je kunt hier fantastisch mooie rondwandelingen door de gorges maken. De routes zijn in kleuren gemarkeerd. Roze voor de makkelijke wandelingen, groen voor de iets pittiger tot aan rood voor mensen die een brevet voor klimmen en abseilen hebben. Wij lopen een stuk roze over vlak terrein, dalen af op de groene en stuiten dan beneden op een stuk blauw. Blijkbaar betekent dat zwemmen want de mensen die passeren gaan stuk voor stuk tot hun hoofd in het water. Gelukkig hebben we zwemkleding bij ons want het is een heerlijk plekje om in het water te spelen. Imme en Jente hebben weinig oog voor de fantastische locatie van hun nieuwste zwemparadijs. Maar water blijft water en als het dan nog stroomt ook is het altijd bingo.

De Weano GorgeMét lullig vliegennetjeHet mooiste zwembad ter wereld

Een pittige autorit brengt ons aan het eind van de middag naar de Dales camping. Een van de twee campings in het park. Een toilet is de enige voorziening. Geen water, geen licht, geen electriciteit. Wel mooie plekjes, compleet met een grote waakspin tussen de bomen. De camphost geeft ons nog een wijze raad mee. 'Laat 's nachts niets buiten de auto liggen, de dingo's gaan er mee op de loop. Vooral schoenen, daar zijn ze dol op'.

Jente vindt onze nieuwste kampeerplek wel oké. Dit is echt kamperen hé, zegt ze als we in het pikkedonker met een kaarsje aan tafel eten. Ze heeft duidelijk in de gaten dat dit anders is als onze vorige overnachtingsplekken. De standaardvraag waar de speeltuin en het zwembad zijn blijven dan ook achterwege. Het is voor haar blijkbaar automatisch duidelijk dat je die hier niet kunt verwachten. Leuk dat ze zo mee kan genieten van iets wat voor ons ook als avontuur aanvoelt. Met het donker verdwijnen de vliegen en komen de muggen en ander vliegend, springend en kruipend ongedierte. Helden als we zijn, wachten we nog tien minuten buiten tot de kindjes slapen en kruipen daarna snel naar binnen. Dingo's zien we niet en de slippers die Els buiten heeft laten liggen, staan de volgende dag nog keurig op hun plek.

In het Karijini National ParkSpin eet sprinkhaan

De volgende dag komt onze buitendouche goed van pas. Het rode stof zit tot diep in onze poriën. En niet alleen daar. Het zal nog een tijd duren voor we het uit onze kleren, bagage en alle verborgen hoekjes van de auto zijn kwijtgeraakt. De accu staat in het rood maar de dvd speler doet het nog steeds en geeft de meiden afleiding als wij de wagen gereed maken voor de verdere reis. We zijn nog steeds erg content met ons zelfvoorzienend campertje.

Voor we onze reis voortzetten naar Port Hedland gaan we nog naar de Dales kloof en de Fortescue Falls Ook hier kan je naar beneden en zwemmen in de poel onder de waterval. Om half negen 's ochtends als wij er zijn is het daar nog te fris voor en we bekijken dit prachtige plekje alleen van boven. Het is niet de Grand Canyon, maar we zijn zeker onder de indruk van het natuurspektakel dat we zo kunnen bekijken.

In het Karijini national ParkHeel hoog, bibberende knietjesGeen last van hoogtevrees

Port Hedland is weer terug in de bewoonde wereld. Onderweg zien we de giga lange treinen die de ijzererts vervoeren van Newman naar de grote haven hier. De roadtrains op de weg hebben hier voor het eerst de maximaal toegestane vier aanhangers. Even diep ademhalen voor je de veertig meter lange gevaartes gaat inhalen.

De camping in Port Hedland heeft weer een speeltuinEn de lucht is prachtig

Over drie dagen hopen we in Broome aan te komen. Na Exmouth de volgende plaats waar we weer wat langer willen blijven. Voorlopig ook de laatste plek aan de kust. Vandaar trekken we weer het binnenland in, op weg naar de Nothern Territory.


Naar de haaien
Maandag 20 april 2009. Broome, West Australië, Australië.

'Rij driehonderdtweeendertig kilometer, sla dan links af', geeft ons navigatiesysteem aan. We hebben besloten de lange rit van Port Hedland naar Broome te onderbreken met een overnachting op Eighty Mile Beach. Anders had de inspreekdame kunnen gebieden om vijfhonderdzeventig kilometers rechtdoor te rijden op de Great Northern Highway. De enige afslagen die we tegenkomen op deze weg zijn onverharde wegen. Dirt roads die we met deze camper alleen mogen gebruiken als het om 'toegangswegen' gaat. De tien kilometer naar de camping op Eighty Mile Beach is zo'n toegangsweg. Rode gravel zandwegen met heel veel ribbels die er voor zorgen dat alles schudt en beeft. Tenminste, als je voorzichtig probeert te rijden. Flink gas geven blijkt de betere optie. 'Joehoe!' horen we van de achterbank als we weer een heuvel passeren. De meiden vinden het wel leuk.

Dirt RoadEighty Mile Beach - campingAan water geen gebrek

Eighty Mile Beach is prachtig. Oer Hollands zandstrand. 'Europeanen zwemmen er wel eens', vertelt de Nederlands-Australische mevrouw die we op de camping ontmoeten. Australiërs laten het wel uit hun hoofd, vanwege de kwallen en de haaien. Zij gaan liever vissen in deze zee. We zien het ook terug op de camping. Heel veel hengels en ... heel veel quads. Zo'n voertuig lijkt hier tot de basisuitrusting van de hengelaar te behoren. De echtgenoot van de Nederlands-Australische mevrouw zien we een uur later ook terug keren op zo'n voertuig. Met een zwierige bocht parkeert hij z'n speelgoed onder de luifel van de flink uit de kluiten gewassen tent/caravan combinatie. Geen vraag wat daar vanavond op tafel staat.

Schelpen zoekenOp het strand genieten wij van de verkoelende zeebries, de mooie schelpen en het heldere water. Strand zover het oog reikt. Een door een hengelaar achtergelaten vissenkop gebruiken we als markering voor onze schoenen en de kleding van de meisjes. We kunnen hen toch moeilijk verbieden bij deze temperaturen een beetje verkoeling bij het water te zoeken. Als we na afloop de vissenkop nog eens beter bekijken, herkennen we de bek en de grijze kleur. Een haaienkop is het, een babyhaai waarschijnlijk. Dan kijk je toch even anders naar het water als je bedenkt dat z'n ouders er nog rondzwemmen.

In Broome komen we terecht op een schaduwrijke camping. Geen luxe bij de temperaturen waar we inmiddels mee te maken hebben. Het voelt gelijk goed deze stad. Hier gaan we voorlopig wel even blijven.

Paarlen en kamelen
Zondag 26 april 2009. Broome, West Australië, Australië.

In Broome blijven we net als veel andere reizigers langer hangen dan gepland. Vier dagen breiden zich uit naar een week. Jente en Imme gedijen goed op het even 'pas op de plaats maken'. Imme doet voor het eerst sinds weken weer eens wat middagdutjes. Haar stemming wordt er merkbaar milder van. Jente verrast ons door de massages die ze ons plots wil geven. Het is al bijna twee maanden geleden dat ze die zelf heeft ondergaan. De gebaartjes, de Engelse woordjes, de bijbehorende rituelen als voeten wassen en de wai als bedankje. Ze heeft het merkbaar gedetailleerd opgeslagen want haar imitatie is perfect.

De moeder van Els is de grote sponsor van onze reizen. Ze is dol op parels en wij zitten in een parelcentrum bij uitstek. Hoogste tijd om op pareljacht te gaan, denken wij daarom. Broome dankt z'n bestaan aan het voorkomen van de grootste parels ter wereld. Vroeger werden die door duikers uit de wateren rond Broome naar boven gehaald. Inmiddels zorgt een pearlfarm voor de productie die nu geen mensenlevens meer kost. Wij zijn druk doende om een bezoek aan deze parelboerderij te regelen als we een bericht van haar krijgen. 'Koop geen parels in Australië, in Indonesië zijn ze veel goedkoper'. Oké, dat komt goed uit.

Het is groen, vier zuignappoten en bruine oogjes... Rara wat is het?Twee poten en een lange kromme snavel. Rara wat is het?

Om bij de 'boerderij' te komen moet je namelijk een kleine twintig kilometer over een dirt road rijden, geschikt voor een 4WD. We twijfelen nog even of we het begrip 'toegangsweg' ook voor deze route zullen laten gelden zodat we er met de eigen campervan naar toe kunnen gaan. Het alternatief is een georganiseerde excursie waarbij je vanaf de camping gehaald en gebracht wordt. Net als alle georganiseerde excursies in Australië niet een goedkoop alternatief. Dat is in Indonesië waarschijnlijk een stuk voordeliger te regelen.

In het noorden van Australië lopen we erg aan tegen de beperkingen van onze 2WD. Voor een eventuele volgende Australië reis gaan we het huren van een 4WD serieuzer overwegen. In Port Hedland ontmoetten we een Zwitsers gezin met twee kinderen in de leeftijd van de onze. Ze hadden flink moeten zoeken voor ze een jeep met torenhoge opbouw gevonden hadden die slaapplaats bood aan alle vier. Bijna aan het eind van hun reis meldden ze trots meer dan drieduizend kilometer over onverharde wegen te hebben gereden. Dan kom je toch op andere, avontuurlijker plekken.

Voor de Kimberley, het gebied waar we nu de rand van raken, heb je echt een 4WD nodig. Wij krijgen weinig mee van de prachtige dingen die je hier kunt zien. Voor de prijs van een dagtrip het gebied in, kunnen we in Zuidoost Azië  gerust een week leven. Dat is het ons toch niet waard.

Wat we niet overslaan is de beroemde Camelwalk on Cable Beach. Eigenlijk hoor je deze met zonsondergang te doen. De zonsondergangen die we zien, zijn inderdaad prachtig maar wel rijkelijk laat voor Imme. Gelukkig wordt er ook een zonsopgang alternatief aangeboden. Jente en Imme zijn beide op hun eigen manier een beetje zenuwachtig voor de rit. We hebben ze er goed op voorbereid maar vooral Imme kan de uitleg in woorden nog niet goed plaatsen. Als we naar de duinopgang lopen waar we onze rit zullen starten fantaseert ze er lustig op los. 'En dan vliegt de kameel over het water en springt van tsjieuw...' horen we haar zeggen. Jente vraagt zich ondertussen af of we dan op de bulten van de beesten moeten zitten of juist er tussen in. Bij aankomst ontdekt ze niet gelijk de ene bult van de kameel. Die zit verstopt onder de aanhechtingen van de zadels die aan beide zijden van de bult zijn bevestigd.

Veel op een kameelRandy en ik

Als we aankomen ligt er een rij van negen kamelen voor ons klaar. Mooie rode dekjes die hen onderscheiden van de concurrent die blauwe dekjes gebruikt. Wij worden met z'n vieren op één kameel geplaatst. Niet zo maar één. Randy is een extra sterke en extra snelle kameel. Vijfenvijftig kilometer per uur kan hij halen, zegt z'n begeleider. Nou dat doet hij niet tijdens deze rit. Hij sjokt mee met de karavaan maar toont wel z'n karakter door niet met z'n kop in de zon te willen lopen als dat voor de foto toch wel goed uit zou komen. Jente en Imme vinden het prachtig, zeker als ze na afloop ‘onze Randy’ nog wortel mogen voeren.

Cable Beach rekent zichzelf tot één van de vijf mooiste stranden ter wereld. Het brede witte zandstrand is mooi maar persoonlijk vallen we toch meer voor de kleine palmenstrandjes van Zuidoost Azië. Jente gaat veel liever naar het zwembad. Ze heeft het duiken geleerd en kan de snorkel van haar duikbril van anderhalve meter diepte weer omhoog halen. Ze is nauwelijks te remmen in het onderwater zwemmen tot haar ogen plots erg pijn gaan doen. Ze gilt het uit en kan even geen daglicht meer verdragen. Ook Imme begint een echt waterratje te worden. We mogen haar hoog in de lucht gooien, zodat ze koppie onder gaat, en met haar hoofd onder water zwemt ze dan weer naar ons terug. ‘Kijk eens wat ik kan…’ Op het strand komen we deze week veel minder dan we verwacht hadden in deze laatste badplaats die we in Australië aandoen.

Jump!Twee in de zeeHet rotsgedeelte van Cable Beach

In het begin van deze week hebben we ons door de life guards van deze West Australische tegenhanger van Sydney's Bondi Beach op de vingers laten tikken vanwege (dreigende) vervuiling. Bij gebrek aan drenkelingen werpen de stoere mannen en vrouwen zich op als milieubeschermers, lijkt het. Wij voelen ons als vaker in Australië wel wat betutteld hierdoor. We ruimen echt onze rommel zelf op, al is het niet altijd direct. De laatste 'stinger' is volgens het aankondigingsbord op het strand vorig jaar oktober voor het laatst gesignaleerd. Wij nemen de gok om bij volgende strandbezoeken buiten het zicht van de lifeguards te zonnen en te baden.

Broome zelf lijkt uitgestorven. Dat kan liggen aan het tijdstip dat wij de stad bezoeken. Om half zes als wij er doorheen lopen, zijn alle winkels dicht en de restaurants serveren pas diner vanaf zes uur. Het alomgeprezen Chinatown blijkt een blok golfplaten gebouwen. Het Chinese karakter herkennen wij er niet in terug. Er zijn restaurantjes en een beergarden waar je wellicht nachtleven kunt verwachten. De levendigheid die de beschrijving in de Lonely Planet suggereert valt ons erg tegen. Het is ook nog vroeg in het seizoen en in de avond. De wet T shirt contest is al wel begonnen, maar ja, pas om 23.30 uur, dus dat redden we niet.

Wachten op zonsondergangBijna, bijna, bijna...En weg is-tie

Nog één dagje besluiten we na deze week. Daarna gaan we echt door naar Fitzroy Crossing, Hall's Creek en Kununurra. Op weg naar de Northern Territory.


Kamperen aan het krokodillenmeer
Woensdag 29 april 2009. Kununurra, West Australië, Australië.

De laatste dag in Broome maken we nog een bijzonder verschijnsel mee. We hebben nog geen regen gehad sinds we in Australië zijn. Toch merken wij ook duidelijk het verschil. ‘It's the end of the wet’, geeft de mevrouw van de receptie als verklaring. We hebben heerlijk geslapen in deze, voor het eerst sinds twee weken koele nacht. Ook de andere campinggasten lijken met meer energie de dag te beginnen. April hoort hier in het noorden nog tot het natte seizoen, vanaf mei begint pas the dry, het beste seizoen voor het noorden van Australië. Koelere nachten en gematigder temperaturen overdag. Van de ene dag op de andere. Wij zijn er erg blij mee. Van reizigers die van noord naar zuid reizen kregen we steeds te horen dat Darwin ontzettend heet en vochtig is. We krijgen goede hoop dat het beter is als wij er over een paar weken aankomen.

Onze laatste stranddag in BroomeOnze laatste dag in Broome brengen we door aan het strand. We kiezen voor een strandje aan de andere kant van de rotsen om de overijverige lifeguards te vermijden. Om bij dit strandje te komen, moeten we vanwege het hoge water eerst een stukje over rotsen klimmen. Op het strand mogen de meiden weer rennen. Sandalen uit, en lekker met de voeten door het water. Imme struikelt en valt met kleren en al in een golf. Gelukkig kan ze er zelf ook om lachen. Als we net onze handdoeken neerleggen komt een van de weinige andere strandgasten op ons afgerend. Hij wijst op het water en roept net een haai gezien te hebben. Hij is er van overtuigd dat het geen dolfijn was. Wij zien inderdaad een grote vis door het water schuiven, maar herkennen er geen enkele soort in. Maar helemaal gerust zijn we er niet op, dus we gaan niet verder dan onze enkels het water in, de omgeving goed in de gaten houdend. Honderd meter verder zien we een badgast vrij diep het water in zwemmen. Als Klaas hem de waarschuwing overbrengt, haalt hij zijn schouders op: hij komt hier al viereenhalf jaar en heeft nog nooit een haai gezien. Vanwege de hitte geloven we hem graag, en als we ook andere zonaanbidders het water in zien gaan, kiezen ook wij voor afkoeling in de zee. We doen flink wat kleur op, maar helemaal ontspannen is het niet.

We zijn weer onderweg. Na acht dagen stilstaan gaat Klaas spontaan weer aan de rechterkant van de weg rijden. We waren er al voor gewaarschuwd, vroeg of laat overkomt je dat een keer. Ook de meiden hebben er weer zin in, merken we. Ze hoeven geen afscheid te nemen van vriendjes en vriendinnetjes op de camping. Ondanks de talrijke kinderen op de camping in Broome maken ze nauwelijks contact. Ze spelen met elkaar (en maken ruzie met elkaar) en tonen weinig interesse in de andere (blonde) kindjes in het zwembad of speeltuin. Opvallend, want wij dachten juist dat dat één van de voordelen van Australië zou zijn. Het pakt anders uit.

Fitzroy Crossing is de eerste stop onderweg naar de grens van West Australié. Onderweg zien we de bordjes naar Cape Leveque, Tunnel Creek en de Wyndjana Gorge. Allemaal plekken die we graag hadden willen zien, maar met ons busje onbereikbaar zijn. We zullen toch nog een keer naar Australië moeten om het andere deel langs de onverharde wegen te ontdekken.

Bij de Geiki GorgeNet niet bij de Geiki GorgeFitzroy River

De Geiki Gorge is wel over een verharde weg te bereiken. Na een nacht op de prachtige Fitzroy River Lodge camping (waar ’s avonds laat een kudde koeien langs ons campertje schuifelt) gaan we er in de ochtend op goed geluk naar toe. De kloof is het best vanuit de boot te bekijken. Een goede optie lijkt ons, aangezien de meiden het niet zo op wandelen hebben. Ondanks de dry ligt de temperatuur om half elf ’s ochtends als wij er aankomen, al flink boven de dertig graden. Er ligt inderdaad een open boot klaar maar stuurlui of überhaupt andere mensen zijn in geen velden of wegen te bekennen. Op een bord wordt een twee uur durende boottocht aangekondigd. Na het zien van de boot besluiten we daar niet op te wachten. Twee uur in de brandende zon lijkt ons niet fijn. We vluchten snel onze bus weer in waar de airco z'n werk doet.

Het (voormalig) goudzoekersstadje Hall's Creek zijn we de afgelopen dagen spontaan Hell's Creek gaan noemen. What’s in a name? We stoppen er om de lange tocht naar Kunururra in tweeën te splitsen. Op een stoffig industrieterrein vinden we het vervallen caravanpark. Een alternatief hebben we niet. Snel weg hier.

Net als in Fitzroy Crossing zien we ook hier weer grote groepen Aboriginals rondhangen rond de supermarkt. Sinds Broome zijn ze prominent aanwezig en verschijnen er tegelijk overal in winkels en restaurants dresscodes. Hemdjes verboden, schoeisel verplicht. Ook het kopen van alcohol wordt steeds lastiger. De bottle shops mogen pas vanaf 14.00 uur sterke drank verkopen. Wijn in kartonnen dozen is sinds Broome helemaal verboden. Het lijkt de ongemakkelijke mix te tekenen die de Australiërs en de Aboriginals vormen. Alcoholisme is een bekend probleem onder de Aboriginals. De Australische reactie van regeltjes, ver- en geboden opleggen lijkt echter eerder de onmacht bloot te leggen, dan een effectief wapen tegen het probleem te zijn. Van de zijlijn vanwaar wij het bekijken voelt het ongemakkelijk.

De laatste vierhonderd kilometer naar de grensplaats Kununurra rijden we in één ochtend. Een prachtige tocht. We rijden door de bergen, langs rivieren, zien Baobab-bomen, bijzondere vogels én en dikke slang op de weg. Voor de meiden blijkt drie dagen achter elkaar in de auto wel de limiet. Samen op de achterbank hebben ze over het algemeen veel plezier maar zo'n derde dag in een rij beginnen ze ruzie te maken, elkaar te plagen en is er meer gegil dan gebruikelijk. Tijd om weer een rustdag in te plannen en de camping aan het meer bij Kunururra lijkt een prima plek om dat te doen. Maar niet te dicht bij het water spelen want... er zitten krokodillen.

OnderwegUitzicht vanuit de camper

Terwijl Els foto's van de omgeving maakt ziet ze vlak voor haar neus een exemplaar van ruim twee meter lang zwemmen. Braaf komt hij naar de kant, op een paar meter afstand van onze kampeerplek en laat zich door de aanwezige kampgasten fotograferen. Hij schijnt een regelmatig terugkerende gast te zijn, horen we. Het is een zoetwaterkrokodil; in principe onschuldig als hij met rust gelaten wordt. Hm, als we zijn tanden zien zijn we toch blij dat we niet in een tentje aan de waterkant slapen, maar hoog en droog in ons campertje. Imme en Jente zijn minder onder de indruk dan we verwachtten. Ze komen even kijken, maar een paar minuten later zitten ze al weer voor de laptop waar Nemo hen in de ban houdt. Je kunt hier een bootje huren voor een tochtje over het meer. We overwegen het, maar twijfelen toch na het zien van onze eerste freshie.

Zoals een krokodil door het water hoort te 'sluipen'. 't Is een Freshie, dus onschuldig...Zeggen ze....


Zwemmen in de jungle
Zondag 3 mei 2009. Katharine, Northern Territory, Australië.

De Bungle Bungle Range, miljoenen jaar oude rotsformaties met mooie kleuren, hebben we tijdens de trip naar Kununurra rechts laten liggen. Vanuit Kununurra kun je dit gemis nog goed maken door een scenic flight te boeken bij een van de vele aanbieders. Wij lezen in een gidsje over een mini Bungle Bungle vlak bij de stad. Een prachtig alternatief blijkt, zeker met kinderen in de leeftijd van de onze.

Een paar honderd meter uit het centrum van Kununurra ligt Hidden Valley. Het doet zijn naam eer aan. Ons navigatiesysteem stuurt ons het industrieterrein op en laat ons daar rondjes draaien. Gelukkig wijzen ouderwetse bordjes ons de weg want zelf hebben we geen idee waar we naar toe moeten. De paar heuvels aan de rand van het stadje zien we wel maar lijkt ons niet de plek waar de mini Bungle Bungle te vinden is. Toch wel, blijkt als we de borden volgen en in een prachtige kloof terecht komen. De meiden vinden het geweldig. Ze rennen door het riet en klimmen even later als berggeiten omhoog. Het gebiedje beslaat misschien een vierkante kilometer en heeft precies de schaal die onze meiden spannend en avontuurlijk vinden.

Hidden Valleymini Bungle BungleKijk eens hoe sterk...

's Avonds eten we in een oud gemaal, nu omgetoverd tot eetgelegenheid. Het is het eerste smaakvolle restaurant dat we sinds lange tijd gezien hebben. In de verte doet het denken aan cafe-restaurant Amsterdam in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Alleen is de omgeving waarin deze staat vele malen mooier. We zien het licht van de sterren en een beginnend maantje weerspiegeld in het vlakke water van het meer. In het licht van de schijnwerpers zien we duizenden vissen zwemmen. Els denkt er ook een minihaai te zien rondzwemmen. 'Krokodillen zijn er ook, soms wel dertig', vertelt het Duitse meisje dat ons bedient. ‘De ogen van de (onschuldige) Freshies lichten geel op, die van de gevaarlijke Salties rood’. We krijgen van haar een sterke zaklamp om de omgeving af te zoeken. Jente en Imme vinden dit feestje in het donker reuze spannend. Jammer genoeg vinden we hier geen oplichtende oogjes. Die zien we wel terug op de camping.  George ligt blijkbaar ook 's nachts op een paar meter van onze camper.

Na ruim vier weken passeren we zaterdag eindelijk de grens. Het geeft aan hoe enorm groot de staat West Australië wel niet is. We hebben duizenden kilometers afgelegd, zijn verschillende klimaatzones gepasseerd en zijn nodig toe aan het verzetten van de klok. In de Northern Territory is het anderhalf uur later en dat past een stuk beter bij de tijden van zonsop- en ondergang. Vooral Imme wordt naar ons idee steeds vroeger wakker, de afgelopen dagen. Logisch, bedenken we nu we ons realiseren dat het aan de grens al om half vijf West Australische tijd licht (en donker) wordt.

De grens naar het Northern TerritoryDe Australische kraanvogel

De mogelijke overnachtingsplekken op de route naar Katharine zien er niet erg aantrekkelijk uit. Het zijn de kampeerplekken in de middle of nowhere achter de benzinestations zoals je die hier veel ziet. Goed om op terug te kunnen vallen als je echt niet verder wil of kan. Echt aantrekkelijk zien ze er echter zelden uit. Vroeg in de middag hebben wij nog het alternatief om door te rijden. Om de sluimerende ruzies op de achterbank voor te zijn, plaatsen we Jente (illegaal) op de voorstoel en gaat één van ons bij Imme op de achterbank. De formule werkt. We leggen in een dag ruim vijfhonderd kilometer af zonder wanklank.

Onze komst blijft niet onopgemerkt in het ‘straatje’ van het caravanpark in Katharine waar we terechtkomen. De gemiddelde leeftijd ligt er ver boven de 65, veel gasten zijn niet goed ter been of lijken anderszins met de gezondheid te worstelen. Die komen natuurlijk voor de hotsprings die op loopafstand van het park liggen, bedenken we. Onze verwachtingen zijn niet al te hoog gespannen als we de volgende dag toch ook zelf een kijkje gaan nemen. We verwachten kuuroordtaferelen, maar de hotspring blijkt een topattractie waar menig pretpark in Nederland zijn vingers bij af zou likken. (Met rolstoeltoegang, dat wel.) De kreek die vanuit de hotspring naar de rivier stroomt is een junglezwemparadijs, compleet met stroomversnelling, waterval en een watertemperatuur van 32 graden. Heerlijk en de meiden zijn veel later dan gepland met moeite weer uit het water te krijgen.

De Hotsprings van KatherineOok een beetje eng

We hebben nog een week voor we onze camper in moeten leveren. Als we de informatie die op ons afkomt opnemen, ontdekken we dat we te weinig tijd hebben om alle dingen te doen die ons leuk lijken. De Northern Territory heeft veel meer interessants te bieden dan we verwachtten. Het zuidelijk gelegen Mataranka valt af. Geen grote hotsprings of Barra vissen voeren. Jammer. We gaan wel naar de Cuta Cuta grotten en rijden morgen alvast naar de camping vlak bij de Katherine kloof. Dit is de grote trekpleister van deze omgeving en natuurlijk ook onze voornaamste reden om hier te zijn.


Natuurschoon en ander leed...
Woensdag 6 mei 2009, Nitmiluk National Park, Northern Territory, Australië.

Nu we de overtocht naar de Northern Territory hebben gemaakt zijn de lange afstanden verleden tijd. Ons einddoel Darwin komt in zicht. Nog een paar honderd kilometer en we kunnen er zijn. Een beetje jammer vinden we dat ook wel. We zijn toch wat verslaafd geraakt aan flinke afstanden overbruggen. We maken nog een omweg door het Kakadu National Park en verlengen de afstand op die manier met een paar honderd kilometer. Maar eerst brengen we nog een paar dagen door in de Katherine regio.

Vanuit Katherine rijden we eerst een klein stukje naar het zuiden naar het Nitmiluk National Park om de Cuta Cuta grotten te bezoeken voor we bij de camping naast de Katherine kloof neerstrijken. Een grappige camping waar rond schemering de Wallabies rondhuppen, veelkleurige papegaaien van boom naar boom snerken en vliegende vossen (groot uitgevallen vleermuizen) de nacht inluiden. De grot valt een beetje tegen. Geen zichtbaar stromend water door de grot, geen Aboriginal tekeningen op de muur, de vleermuizen houden zich doodstil en ook de slangen die in de grot schijnen te wonen laten zich niet zien. Waarschijnlijk is een bezoek aan de uitgang rond zonsondergang leuker. Dan kun je de bats die zich veel dieper in de grot schuilhouden, zien uitzwermen.

Cutta Cutta CavesBuiten de cavesOnderonsje

De boottocht door de Katherine kloof is daarentegen wel zeker een hoogtepunt van onze reis door Australië. We doen de twee uur durende tocht door twee van de kloven. Gelukkig is de trip opgedeeld in twee delen. Halverwege moet je overstappen op een andere boot vanwege rotsen in het water. De wandeling langs de oever, klimmend over rotsen noemt Jente na afloop gelijk het leukste deel. Een welkome onderbreking want twee uur achter elkaar op een boot waar je niet kan rondlopen is met onze meiden vaak geen pretje. Van de aangekondigde freshies en salties zien we alleen de eerste. Een jong en een volwassen exemplaar. Van de veel grotere en gevaarlijker saltie-krokodil geen spoor.

Katherine kloofEven met mama...Katherine kloof

De Edith Falls is de volgende pleisterplaats. We kamperen aan de voet van de kleine waterval met bijbehorend meertje waar we gelijk een duik in nemen. Het schijnt veilig te zijn, ondanks de waarschuwingen voor krokodillen. Het is erg rustig aan het eind van de middag als de meeste dagjesmensen al weer vertrokken zijn. De volgende dag vroeg zijn we de hordes voor als we gelijk vanuit de camping de anderhalf-uur-durende klim naar het bovengelegen volgende meertje en bijbehorende waterval maken. De meiden houden zich kranig en rennen, klimmen en klauteren van markering naar markering. De waterval boven is een heuse beloning, het meertje er onder is mooi maar vanwege de glibberige rotsen wat lastiger om in te zwemmen. Op de terugweg loopt het minder soepel. Jente en Imme gaan allebei een keer onderuit en willen daarna eigenlijk niet verder. Gelukkig hebben we nog voldoende prinsessen- en Winnie de Poe pleisters in voorraad. Voor Jente is het de start van een niet te stoppen huilbui.

De waterval vanuit de verteEn dan gaan we zo, en dan wieieie... dan zwemmenBij de grote waterval

Jente is de laatste dagen vaker uit haar hum. Ze kan slechter omgaan met tegenslagen, heeft allerlei ongelukjes en ruziet meer met haar zusje. We weten niet goed duidelijk te krijgen wat er aan de hand is. Ze lijkt een beetje reismoe. Heimwee zoals tijdens de vorige reis is het deze keer niet. Het scheelt dat ze nu ook met Imme ‘op niveau’ kan praten. Ze lijkt eerder het buitenleven een beetje zat te raken. Ze is bang voor kikkers in het toilet (zoals eerder het geval was) en andere beestjes die haar belagen. Als we haar een keuze voorleggen wat te doen, wil ze geen krokodillen zien of zwemmen in het zwembad. Ze wil kleuren, knutselen of een filmpje kijken. Dat lijkt haar wel een goed plan. Het liefst aan een stevige tafel zonder wind. In Indonesië is dat weer beter te regelen.

Filmpje kijken...papegaaiPapegaai


Zoem, zoem...
Zaterdag 9 mei 2009. Darwin, Northern Territory, Australië.

We racen veel sneller dan gepland door het Kakadu National Park. Opgejaagd door de mieren, de vliegen en de muggen. Over een paar maanden zullen we ons de krokodillen, de dingo's en de Jabiru's herinneren. Voor nu zijn het de kleine kruipers, zoemers en prikkers die onze aandacht opslokken. We hullen ons in insecticide nevelen, smeren vele procenten deet en branden spiralen. Het helpt een beetje maar het blijft kriebelen en prikken. Vooral Imme is de pineut. Na twee nachten Kakadu tellen we meer dan honderd muggenbulten op haar lijf.

De wetlands (moerasland) van de KakaduDe Wetlands van Kakadu vormen een groot contrast met wat we tot nu toe van Australië hebben gezien. Ineens is groen de overheersende kleur en is water overvloedig aanwezig. We overnachten bij Cooinda, Yellow Waters. Vanuit hier kun je boottochten maken door het moerasgebied. Vogels spotten is de voornaamste attractie maar ook de zoutwaterkrokodillen zijn hier aanwezig. We boeken een tour in de hoop eindelijk dit gevreesde dier in de vrije natuur aan te treffen. Later in de Kakadu komen we de Jumping Crocodile tegen bij de Mary River. De Loney Planet plaatst kanttekeningen bij de diervriendelijkheid van deze attractie maar laat tussen de regels door wel merken dat je hier het echte werk kunt zien. Krokodillen die anderhalve meter omhoog springen om de kip te pakken die als lokaas wordt gebruikt.

Als Imme op bed ligt en Els en Jente aan het douchen zijn hoort Klaas achter de auto ineens een knal. Een hond heeft onze bal te pakken en daar z'n tanden in gezet. Het beest schrikt niet van de zaklamp die hem ineens beschijnt en komt nog even snuffelen aan de afwas voor hij zich terugtrekt met een deel van de kapotte bal nog in z'n bek. Er is iets raars met deze hond, hij kwispelt niet met zijn staart en kijkt feller uit zijn ogen. Geen halsband, no pets allowed. En dan valt het kwartje. Een dingo! Al eerder in het Karijini National park werden we voor deze wolfshonden gewaarschuwd. Jente en Imme zijn de volgende dag diep onder de indruk als we ze een restant van hun bal laten zien en vertellen wat er is gebeurd.

De boottocht door de Wetlands is anderhalf uur zonder onderbreking. Jente wil geen boottocht want die heeft ze al gehad. De trip is vooral voor 'vogelaars' leuk. De ranger achter het stuur legt de boot regelmatig stil om weer een bijzonder exemplaar goed voor de camera's van alle bootgasten te krijgen. Onze meiden vervelen zich een beetje en spelen in het gangpad. Als Imme zich stoot en het uitgilt van de pijn krijgen we een vermaning. De ranger suggereert door de microfoon dat de mensen om ons heen wel last van ons zullen hebben. We zijn diep beledigd. Boze blikken om ons heen hebben wij niet gezien en we zijn daar zeker wel gevoelig voor. Gelukkig zien we tijdens de trip ook eindelijk de zoutwaterkrokodil. Dat maakt weer wat goed.

Moerasland in het Kakadu NPJabiru in de boomEn eindelijk... een echte gevaarlijke zoutwaterkrokodil in het wild

Hoewel we al voor twee nachten hebben betaald besluiten we na één nacht toch door te rijden naar Jabiru om boodschappen te doen en de tocht daarna te vervolgen naar Ubirr. De Aboriginal rotstekeningen daar zijn leuk om gezien te hebben. De omgeving waarin ze liggen is echter minstens zo indrukwekkend. Jente en Imme vinden het geweldig om al klauterend de gele pijltjes te volgen die naar de top leiden. Boven op de rots hebben we een prachtig 360-graden-panorama uitzicht. Imme: ‘We zijn het hoogste van de wereld!’. De grens tussen wetland en bushland is haarscherp.

Aboriginal Art bij UbirrKlimmen en klauteren, dat blijft leukHet hoogste van de wereld!

De Kakadu is drooggelegd. Niet voor water maar voor alcohol. Alcohol restrictions apply, meldt onze kaart voor de plaatsen die we passeren. In het café waar we 's middags een broodje eten serveren ze alleen frisdranken. Gelukkig wordt in het Aurora Kakadu resort waar we aan het eind van de dag neerstrijken een uitzondering gemaakt voor toeristen. We zijn nog niet verlost van de muggen maar kunnen wel weer een zo’n ijskoud tapbiertje op het terras bestellen.

Dag kangoeroes, dag krokodillen...
Dinsdag 12 mei 2009, Darwin, Nortern Territory, Australië.

Wat is het heerlijk om na zes weken buitenleven weer tapijt onder de voeten te voelen, de koelte van de airco te ondergaan en zeeën van woonruimte tot onze beschikking te hebben. Het appartement dat we voor de laatste twee dagen Darwin hebben geboekt is ver boven onze stand. Voor de honderdvijftig euro die we hier per nacht betalen kun je in Thailand een week in een hotel verblijven. Maar wat is het genieten. Het contrast met de afgelopen veertig dagen kan ook bijna niet groter. Geen gekriebel van insecten meer, niet de klamme uren na het invallen van de duisternis maar vooral eindelijk weer eens echt helemaal schoon worden. We zien tot onze schrik dat het badwater waar Imme en Jente een uurtje in gespeeld hebben lichtbruin verkleurd is. Het fijne rode stof van de laatste vier weken is diep in onze huid gaan zitten.

Het is de week van de Arafura Games als wij aankomen in Darwin. Dit Pacific-Aziatische sportevenement met paralympisch zusje wordt één maal in de twee jaar georganiseerd. Op het Howard Spring Caravan Park waar wij de eerste nachten doorbrengen zien we al opvallend veel rolstoelers en groepen sporters in hetzelfde tuniek. Ook in de stad zien we grote groepen sportievelingen ronddwalen. Natuurlijk moeten al deze bezoekers ook ondergebracht worden.

Als wij op zoek gaan naar een onderkomen voor de laatste twee nachten in de stad merken we wat dit voor ons betekent. Tot onze schrik zijn alle hotels in het middensegment volgeboekt. Wat rest zijn dure appartementen en goedkope backpacker kamers. Als we proberen die laatste te reserveren krijgen we te horen dat we de volgende dag om elf uur nog wel eens mogen bellen en wie weet is er dan wel wat vrij... Niet echt een optie voor ons, dus met de nodige tegenzin boeken we dan maar een duur appartement. Met de Zuidoost Aziatische wetenschap in ons achterhoofd dat je voor het extra geld alleen dikkere handdoeken en meer knipmesbediening krijgt, kloppen we maandag bij de receptie van Mantra on the Esplanade aan.

Uitzicht op zee...Onze tegenzin verdwijnt als sneeuw voor de zon als we zien waar we terecht zijn gekomen. Voor de extra dollars krijgen we hier wel meer ruimte en meer voorzieningen. Een soort Centerparks huisje staat tot onze beschikking met alle voorzieningen die erbij horen, maar dan in een flatgebouw met een ruim terras met uitzicht op zee. Heerlijk, we genieten er met volle teugen van. En niet alleen wij, ook de meiden vinden het geweldig. Het brede televisiescherm met Nickelodeon tv, de bank om lekker op te hangen en natuurlijk de badkuip. Imme reageert het sterkst op de verandering van haar woonomgeving. 'Ik geloof dat ik wel een beetje dorst heb', horen we haar opeens heel lief zeggen. Dat is wel andere koek dan het 'Ik wil water!!!', waar we de afgelopen weken aan gewend zijn geraakt.

Wij vinden Darwin verrassend leuk. Na alle kleine plaatsen en het vele niets van de afgelopen weken ervaren we het ook als een echte grote stad. Maar wel een relaxte stad waar rustig gereden wordt, mensen op straat flaneren en veel leuke terrasjes te vinden zijn. Om elf uur in de ochtend als wij er voor het eerst door heen lopen zit iedereen al wel achter een glas bier. Wij houden het op dit tijdstip van de dag toch nog liever bij een kopje thee en koffie maar doen later in de middag natuurlijk wel gezellig mee.

Na zeseenhalfduizend kilometer is het tijd om afscheid van ons huis op wielen te nemen. Maar voor die tijd wacht ons de klus van het schoonmaken. Het rode stof is niet alleen in onze huid gekropen maar ook  in ieder hoekje, spleetje en kiertje van de wagen. De meiden vinden het prachtig en 'helpen' enthousiast mee. Ook als de auto weer vrolijk staat te glimmen wil Imme iedere keer weer met haar spons en spuitbus er op af. We moeten haar echt letterlijk tegenhouden om niet weer opnieuw te hoeven beginnen. Als we de auto inleveren bij het KEA depot wacht daar nog een verrassing voor Jente. Jente's juf heeft een tas gestuurd met daarop afgebeeld een foto van haar klas. De grote enveloppe ligt al klaar op het bureau als we binnen komen. Jente is erg verbaasd en blijft vragen waarom ze een cadeautje krijgt van die 'geneer'. Als ze terug in het hotel het pakje mag uitpakken straalt ze van oor tot oor.

Blinkend schoon wordt-ieJuf Janneke, bedankt!

Tussen het poetsen door bezoeken we de zondagse Mindil Market bij het gelijknamige strand. De toeristenmarkt is leuk en heeft een aantal springkussens en glijbanen als kindervermaak. Ondanks de warmte springen en vallen Jente en Imme tot het zweet in straaltjes van hun rug loopt. We weten ze pas te stoppen met oer-Hollands lokaas: Poffertjes. Jawel, er staat een hele echte poffertjeskraam compleet met molen en klederdrachtbeschildering op de markt. Weliswaar staan er uitsluitend Aziaten in de kraam maar www.poffertje.com.au bakt Hollandse kwaliteit. De Aboriginal didgeridoo speler voor de kraam doet goede zaken dankzij de aanloop van de poffertjes eters. Of is het andersom?

Spring-glijkussen op de MindilmarketDidgeridoo-spelerpoffertjes!

Zonder eigen vervoer moeten we het vermaak de laatste dagen dichterbij zoeken. Doctors Gully ligt op loopafstand van ons appartement dus dat is een prima optie. Dit is de plek waar je met je voeten in het water de vissen kan voeren en aaien. Een paar uur per dag tijdens hoog water komen de vissen massaal naar deze plek waar ze al sinds jaar en dag gevoerd worden. Net als het dolfijnen aaien op Monkey Mia is er wel wat een toeristenspektakel van gemaakt maar onze meiden vinden het nog steeds leuk. Twee broodjes mag je per keer pakken en Imme rent heel hard op en neer omdat ze bang is dat de vissen anders honger zullen houden. Leuk.

Honger als een visBijten ze?

Ons Australië avontuur nadert z'n eind. We hebben het hier prima naar ons zin gehad. Australië is heel veel leuker dan we van tevoren hadden gedacht. Toch kijken we zeker uit naar het Aziatische vervolg van onze reis. Morgen vliegen we door naar Bali waar we twee weken in de watten gelegd worden door Expeditie Kroost en Co. We hebben er ontzettend veel zin in.

Vervolg reis in Indonesië

Social Media

Houd jij van Verre reizen met kinderen? Volg, like en blijf op de hoogte!