Irene en Ron reizen met tweeling en camper drie maanden door Oceanië (Australië)
4 januari-maart 2012

Hun campervakantie op Sardinië beviel zo goed, dat het Irene en Ron naar meer smaakte. En omdat ze toch nog niet aan school gebonden zijn, trekken ze in de koude wintermaanden samen met hun dochters Lena en Vera (beiden 3) drie maanden door Australië en Nieuw Zeeland. Een mooi vooruitzicht!

Door Irene van Hasselt


Naar Australië
Maandag 13 februari 2012. Sydney, Australië.

We hebben inmiddels onze eerste dag Australië – of liever Sydney – achter de rug, en we kijken er moe maar voldaan op terug.

Gisteren kwamen we iets verlaat aan op de luchthaven van Sydney (omdat de landing iets vertraagd werd in verband met een storm, waar we verder weinig van gemerkt hebben). We bleken overigens aan de goede kant van het toestel te zitten, en konden de Harbour Bridge en Opera House goed zien liggen.

p1010124-klein

De eerste Australiërs waar we mee te maken kregen, waren niet bepaald vriendelijk. De bagage kwam wel verrassend snel, wat prettig was. Ron was te eerlijk geweest bij het invullen van de formulieren over goederen die we het land mee in brachten. Hierdoor werden we langs een wat angstaanjagende balie geleid waar mensen stonden met handschoenen en in witte jassen, die klaar stonden om ons fruit en de (nog vacuüm verpakte) salami, die we de dag ervoor van mede-toeristen op de camping kregen, in te nemen. Bij de gratie van de, haar taak zeer ernstig nemende, dame daar mocht ik de meiden elk nog een halve banaan geven, om te voorkomen dat die in de vuilcontainer belandde. Het kwam allemaal tamelijk overdreven op me over. We hebben vandaag nog lekkere appeltjes en kaas uit Nieuw Zeeland gegeten, die ze niet te pakken hebben gekregen, en heb met spijt aan de salami gedacht en me afgevraagd, welke luchthaven-medewerker die nu thuis aan het verorberen was.

We kochten kaartjes voor een shuttlebus naar ons hotel. Die rit bleek nog een hele ervaring, anders dan je zou verwachten van een eerste rit in een land als Australië. De chauffeur bleek Aziatisch van afkomst en het Engels niet goed meester. Hij zei nors, dat onze meiden, voor wie we geen kaartje hadden hoeven kopen, geen eigen stoel mochten hebben (terwijl er best plekken in de bus vrij waren); goed begin! We hebben de meiden later stiekem toch naast ons op een stoel gezet, want zo’n meisje op schoot is best warm, zeker als het in de bus, net als buiten, best warm en vochtig is.

Meneer de chauffeur bleek heel hortend op te trekken/pompend gas te geven (of de automaat was defect), met een enorme vaart over drempels te rijden (terwijl er een bagagekarretje achter de bus zat) en heel wat keren bijna aanrijdingen te veroorzaken. We zijn na ons vertrek nog twee keer terug gekomen op de luchthaven (!) omdat zich nog nieuwe passagiers aandienden. Hij bracht ons wel waar we zijn moesten, en onze bagage ook. Al met al een goede afloop. Helaas heb ik retourkaartjes gekocht, dus mogelijk mogen we over een paar dagen hetzelfde nogmaals meemaken (als de chauffeur dan nog niet ontslagen is).

We waren blij met de plek waar we afgezet werden; het Quality Cambridge Hotel in Riley Street. De ligging blijkt best gunstig, op loopafstand van het centrum, en vlakbij een supermarkt. Gisteren hadden we dat nog niet zo door, maar de eerste indrukken van het hotel waren goed. We kregen een kamer met dubbel tweepersoons bed aangeboden (terwijl door onze reisagent een kamer met opnieuw maar één bed, net als in Kuala Lumpur, geboekt was).

Er is twee uur tijdsverschil met Nieuw Zeeland, en de reis had nog best veel tijd gekost. Al met al kwamen we pas laat in het hotel aan en was het eigenlijk al lang bedtijd voor de meiden. Toch moest er eigenlijk nog wel wat eten in. Ik ben op goed geluk de hort op gegaan en heb een pizzeria gevonden. Met mijn duffe hoofd koos ik twee pizza’s die achteraf bij de meiden niet erg in de smaak vielen. Stom van mij. Ron heeft nog noedels voor hen gefabriceerd op de hotelkamer. Handig is, dat we een dompelaar mee hebben en er hier een waterkoker en koelkast is. Zo kunnen we toch nog wat ‘kamperen’ op deze kamer.

2427-klein

Binnen een uur was onze kamer totaal ‘gemetamorfoost’ in een complete chaos. Met drie enorme bagagetassen en vier stuks handbagage die grotendeels leeggehaald waren om dingen te vinden die moeilijk te vinden waren omdat er bij het inpakken niet bepaald enige logica gehanteerd was (door mij). Ron en ik beseften, dat het geen doen zou zijn, om de meiden vier nachten lang in een bed naast het onze te laten slapen. Ron’s laatste energie ging op aan het (samen met mij) verplaatsen van één van de matrassen naar een eethoekje dat gelukkig ook nog aan onze kamer vast zit. Daar hebben de meiden nu hun eigen slaaphoek. Daarna ben ik nog zo’n twee uur bezig geweest om enige orde in de chaos te brengen. Handig is, dat we het extra bed nu kunnen gebruiken voor onze bagage, zodat we ook nog leef- en woonruimte hebben.

Vannacht goed geslapen, de hele nacht met de airconditioning aan. Het is hier duidelijk warmer (en benauwder) dan in Nieuw Zeeland! Ron had vanmorgen zijn energie hervonden en de meiden waren ook weer goed te pas. Op naar de ontbijtzaal. Altijd leuk, ontbijten in een hotel; zo ook deze keer. De meiden aten opvallend goed (Lena ontbijt sowieso al weken heel goed, dat was thuis wel anders!); de rozijnenbroodjes uit de ‘broodgrill’ vielen vooral erg in de smaak.

Eerste prioriteit na het ontbijt was het kopen van luiers. Daar waren we geheel doorheen (en Lena heeft ze, helaas, nog altijd nodig overdag; Vera alleen nog ’s nachts). Dat probleem bleek gelukkig snel op te lossen.

Zonder veel verdere informatie ingewonnen en gelezen te hebben, vertrokken we richting centrum/ ferry en zoo (dat was me wel duidelijk geworden bij het ‘inlezen’ in Nederland, dat dát een must is in Sydney voor elke toerist). We zijn langs meerdere parken, een groot museum, een prachtig oud ziekenhuis, een mooie kerk en de bibliotheek naar de haven gelopen, waar we kaartjes kochten voor de ferry die ons naar de Toranga Zoo zou brengen. De ferry voer vrij dicht langs het Opera House dat ons eigenlijk wat tegenviel. Inmiddels hadden we er al zoveel (mooie) foto’s van gezien, dat het nu maar klein en erg vergeeld leek (in mijn herinnering van al die foto’s was ‘ie’ heel wit).

2306-klein

Bij de zoo zijn we met een kabelbaantje naar boven gegaan. Leuk om onder ons olifanten te kunnen zien lopen! Bij de ingang bleek al snel een vogelshow te beginnen waar we graag naar toe wilden, dus het was meteen al rennen en vliegen om dat te halen (lastig verplaatsen in die dierentuin, die op een steile heuvel is gebouwd, waardoor je afhankelijk bent van trappen/ roltrappen/ liften/ rolstoelpaden… met twee meisjes in moeilijk te besturen buggy’s). Onze moeite werd wel beloond: we zaten meteen bij het hoogtepunt van de dag. Een indrukwekkend goed georganiseerde show, waarbij vogels, waaronder een enorme condor, een mooie witte uil, een buizerd en havik, kakatoes, luidruchtige zwarte vogels met rode staart en vele duiven heel goed getimed hun kunstjes lieten zien. Erg bijzonder! En dat ook nog eens, met de skyline van Sydney op de achtergrond.

2374-klein

Daarna zijn we nog bij een informatief praatje over chimpansees en een zeeleeuwenshow geweest. Tussendoor uiteraard nog de nodige andere dieren gezien. Hoogtepunt voor de meiden was ongetwijfeld het water-speelgebied, waar ze konden pootje baden (wat al heel snel niet voldoende was voor Vera die al haar kleren uit begon te trekken. Haar onderbroek wilde ze ook uitdoen maar dat vonden we wat te gortig worden; gevolg was wel, dat die zeiknat werd). Er waren nog meer kindjes en grappig genoeg hadden zowel Vera als Lena heel snel aansluiting met elk een ander meisje. Erg leuk om te zien, hoe snel dat ging. Om de zoveel tijd begon er een soort geiser te spuiten wat steeds veel hilariteit veroorzaakte. Het was moeilijk, de meiden daar weg te krijgen… de belofte dat ze frietjes zouden krijgen deed wonderen. Helaas bleken zij (en wij) nog even op die frietjes te moeten wachten, want vreemd genoeg gooiden ze daar om drie uur al de horeca gelegenheden dicht (terwijl het park pas om 16.30 uur dicht ging). Met honger uiteindelijk de ferry weer bereikt die ons weer terug- en naar een hamburgertent bracht. De maagvulling bracht de stemming er weer in, waarna we besloten de afstand tot het hotel opnieuw lopend af te leggen. Dit keer via de botanische tuinen en het Hyde Park, in plaats van erlangs. Leuk was het om te zien, hoeveel er gesport werd in die parken. Hele gymklasjes waren daar bezig. Al met al een goede eerste dag dus.

Het weer was aanvankelijk wat drukkend maar zonnig, later bewolkt met wat onweer en wat druppels regen, waardoor het toch lekker afkoelde. Ik zag gisteren op de luchthaven, dat het hier de hele week al erg wisselvallig is geweest.

De meiden zijn een paar keer uit de buggy’s gerold vandaag door stommiteiten van hun ouders en/of domme pech. Gevaarlijke dingen, die buggy’s! Maar toch ook wel erg handig, zonder die dingen hadden we ‘vandaag’ niet kunnen doen. Vandaag werd Ron zelfs nog door een mede-toerist met een klein kind op zijn arm aangesproken, met de vraag waar hij ook zo’n buggy kon kopen… Bij de Lidl dus…

2277-klein

Stadsverkenning
Dinsdag 14 februari 2012. Sydney, Australië.

We hebben weer flink wat afgewandeld vandaag. We begonnen met een bezoekje aan het ANZAC Memorial, een pompeus gebouw (dat me deed denken aan het voortrekkersmonument in Pretoria), dat met name de deelnemers aan de Eerste Wereldoorlog herdacht, maar meteen ook de actuelere oorlogen belichtte in de expositie binnen. We wilden onze benen wat sparen en namen daar de metro richting Harbour Bridge. We besloten meteen, dat dat niet voor herhaling vatbaar was. Het was een hele toer om zonder roltrap of lift beneden te komen, met meiden en buggy’s. Verder maakte de trein zelf een oude en wat vieze indruk.

2478-klein

We zijn de wijk The Rocks (gerestaureerde oude huizen, gered van de sloop) even in gelopen, omdat we het te nat vonden om de brug op te gaan. Na de regen zijn we alsnog aan de wandeling over de Harbour Bridge begonnen. Ik had gedacht, dat dat heel mooi zou zijn, maar eigenlijk viel het een beetje tegen. Het was er nogal lawaaierig door het verkeer dat er vlak langs raasde, en er was duidelijk erg veel moeite gedaan om zelfmoord te voorkomen, door erg veel prikkeldraad en stevige hekwerken te plaatsen, waardoor het mooie er wel een beetje af was. Hoe dan ook, hadden we nog steeds wel een mooi uitzicht op de haven en het Opera gebouw.

Aan de overkant hebben de meiden even kunnen spelen in een speeltuintje, samen met een jongens-schoolklas die daar één minuut na ons heen kwam gerend. We kwamen langs een olympisch zwembad op weg naar het Lunapark; een pretpark, dat helaas gesloten bleek. Inmiddels was de zon goed doorgebroken en werd het warm.

2510-klein

We liepen verder langs een baaitje met jachten en later langs dure appartementen aan het water, tot we bij een opstappunt van de ferry kwamen (Mc Mahons Point). Daar konden we richting Darling Harbour varen, met het Maritiem Museum, waar Ron graag heen wilde. Het bleek inderdaad de moeite waard. We zijn samen door een onderzeeër gekropen, waar maar liefst 68 bemanningsleden in konden. Ongelofelijk, als je de kleine ruimte zag. Verder hebben we een replica van een VOC-schip (Duyfken) bekeken, en een groot oorlogsschip, dat overigens enkel voor opleidingen gebruikt is. In het museum zelf hebben we een bijzondere ‘watervoorstelling’(‘Aqua, a journey into the world of water’) bijgewoond, met water installaties, visuele effecten en een 360 graden projectie. Moeilijk uit te leggen, maar bijzonder! Via Chinatown zijn we teruggelopen naar ons hotel. In Chinatown hebben we uiteraard ook nog gegeten. Die kans lieten we natuurlijk niet liggen. De meiden waren duidelijk moe (ik ook trouwens). Minder momentje: Lena kreeg het voor elkaar, de hele tafel, inclusief twee flinke flessen met sojasaus en een bak met zout of suiker om te laten kiepen, waardoor het een flinke bende werd…

p1010165-klein

Nota bene bij het hotel om de hoek bleek nog een klein speeltuintje te zitten (speeltuintjes liggen hier duidelijk niet voor het oprapen), waar de meiden toch nog energie voor op konden brengen. Toen was het weer mooi geweest en hadden we er weer een goede dag Sydney op zitten. Nog één dag te gaan hier. Ik begin benieuwd te raken naar het ‘platteland’ hier, en naar wat Australië ons nog meer te bieden heeft.

Zelf gedaan! Als wij ons bezeren door ons eigen toedoen dan krijgen we geen medelijden van onze meiden. Het commentaar luidt dan steevast: ‘Zelf gedaan!’. Daar kunnen we het dan mee doen…

 

Alarm
Woensdag 15 februari 2012. Sydney, Australië.

We hadden prachtig weer vandaag, van begin tot eind strakblauwe lucht. We hebben een vrij beperkt programma ‘afgewerkt’, want de meiden waren duidelijk moe en niet voor een lange volle dag in de stemming. We begonnen wat later en hielden eerder op.

We zijn naar een grote overdekte markt bij Chinatown geweest (Paddy’s Market) waar we wat fruit en T-shirts kochten (voor de meiden toch maar met een Dora- in plaats van een Australia-print erop!). Daar dichtbij zat het Powerhouse Museum, dat leuk zou zijn maar waar we verder niet zo goed van wisten wat het ons zou brengen.

Het was er in ieder geval lekker koel, wat niet gek was tijdens de warmste uren van de dag. Er bleek in ieder geval een leuke speeltuin te zijn en een expositie over een populaire groep die kindermuziek maakt (Wiggles), waar ik eerder nog nooit van gehoord had. Dit vonden de meiden leuk en daar ging het dan ook nog goed. Daarna kwamen er afdelingen die voor ons leuk/ interessant waren, maar dat trokken de meiden niet meer. We besloten maar te gaan.

In het Tumbalong Park bij Darling Harbour bleek een super mooie plek voor de meiden te zijn, met waterspeelparadijs, speeltuin en ijsjes. Dáár bleken ze toch een flinke portie energie te hebben. Vooral Vera ging weer helemaal ‘los’. Ze vond het geweldig om bovenop een fontein te gaan staan. Op een gegeven moment deed ze haar onderbroek uit en was daarmee de enige in de wijde omtrek, dus die hebben we haar toch maar weer aan gedaan. Ze leek echt niet te begrijpen, waar dát nou voor nodig was. Wij eigenlijk ook niet, maar ja.

2625-kleinp1010251-klein

Inmiddels liep de middag toch alweer aardig op zijn eind en zijn we terug naar het hotel gegaan. Ik heb in de straten bij het hotel eten bij elkaar gesprokkeld en dat hebben we op een kleedje op onze kamer opgegeten. Was gezellig.

Morgenochtend vertrekken we weer richting luchthaven. Dit keer voor een binnenlandse vlucht, naar Adelaide. Morgen ‘krijgen’ we onze nieuwe camper al. Dat zal wel even wennen worden, omdat hij vrij klein is en geen toilet heeft maar wél een luifel, ‘buitenboord-gasfornuis’ en 4 wheel drive! Ben benieuwd!

Tjonge, vers van de pers: Zojuist hebben we even ervaren waar het écht om draait in ons leven! Ineens zaten we met onze meiden nog in slaapzak, met knuffel en speen op de stoep van het hotel, zelf op blote voeten. Er was een (brand-)alarm wat erg beangstigend overkwam. Binnen mum van tijd liepen wij in het trappenhuis (vanaf de negende verdieping). Heel snel waren er twee brandweerauto’s en bleek het loos alarm. Maar toch. Ineens zijn al die spullen op onze kamer niet belangrijk meer. Gek toch…


2737-klein

Krappe behuizing
Vrijdag 17 februari 2012. Kangaroo Island, Australië.

We hebben ‘onze’ nieuwe camper en zijn hard bezig om er aan te wennen, en dat valt niet mee. Hij is vooral erg klein en we missen kleine (en grotere!) handigheidjes, die er best in zouden hebben gepast, maar die de camperbouwer blijkbaar niet nodig vond. Zo is er geen enkel haakje waar we iets aan op kunnen hangen, en bestaat de enige –best ruime- kast onder de gootsteen uit één grote kale ruimte, dus zonder planken of lades. Op deze manier hebben we er dus vrijwel niets aan, tenzij we een stellage maken met kartonnen dozen of zo. Tamelijk onbenullig. Verder hebben we gisteren getekend voor een schone camper. Nou, dat is ‘ie’ niet bepaald. Hij is duidelijk in de outback geweest waar héél veel rood stof was, en dat komen we dus werkelijk overal tegen. Kortom: het was geen liefde op het eerste gezicht. Daar staat tegenover, dat het auto-gedeelte lekker modern en nieuw is, dat de meiden daar lekker dichtbij (achter) ons zitten, en dat hij goed rijdt (en waarschijnlijk zuiniger is dan ons bakbeest in Nieuw Zeeland).

Gisteren zijn we naar Adelaide gevlogen vanuit Sydney. De shuttle die we besteld hadden kwam redelijk op tijd, in de vorm van een busje zónder aanhanger dit keer. Hij werd bestuurd door een andere chauffeur, maar ook deze maakte geen erg vriendelijke indruk. Hij was van mening, dat we te veel bagage bij ons hadden, en dat we daar extra voor hadden moeten betalen. Hij noemde een bedrag van tien Australische Dollar. Toen Ron hem dat gaf werd hij wat vriendelijker, en mochten we toch mee.

Het inchecken verliep vlotjes. De vlucht eveneens (vreemd: we kregen bij aankomst in Adelaide te horen dat er een hálf uur tijdsverschil met Sydney was), de bagage kwam ook heel snel. Helaas bleek Apollo (de camperverhuurder) geen transport te regelen (in tegenstelling tot United in Nieuw Zeeland), waardoor we een taxi moesten nemen. We pasten met onze bagage niet in een gewone taxi. Er moest een stationcar voor opgeroepen worden.

2683-kleinp1010260-klein

We kwamen gelukkig nog op tijd bij Apollo (ze zouden om half vijf sluiten) en werden daar goed ontvangen (er werd meteen een tekenfilm opgezet voor onze meiden en er was speelgoed). Bij bestudering van de camper bleek hij géén luifel te hebben terwijl we daar wel op gerekend hadden. Blijkbaar is dit één van de eerste auto’s van deze uitvoering (vierpersoons 4WD outback camper) en die hebben dat dus niet. Dat het een soort prototype is, blijkt uit wel meer (zie hierboven), alhoewel ik niet weet, of de nieuwere modellen wél haakjes en plankjes in hun kast hebben.

Om toch een soort luifel (in zogenaamde ‘Gijzen-uitvoering’) te kunnen maken zijn we een paar honderd meter verderop een heel grote winkel in gedoken, om een zeil, bamboestokken (de tentstokken waren uitverkocht), touw en haringen te kopen. Láten ze daar nou een heel mooie speeltuin hebben met prachtige veelkleurige glijbanen (en super mooie kleine winkelkarretjes). De meiden waren er bijna niet weg te krijgen.

Daarna bleek hun energie wel ongeveer op, wat natuurlijk ook niet verwonderlijk was na een dag met zoveel nieuwe ervaringen voor hen (alhoewel vliegen voor hen inmiddels al ‘gewoon’ lijkt te worden; zo vroeg Lena op een gegeven moment, wanneer het eten zou komen, maar daar deden ze niet aan op zo’n korte binnenlandse vlucht, tenzij we daar flink voor betaalden). Zij konden het eten in het Indiase restaurant dat we langs de weg vonden niet erg waarderen (in tegenstelling tot Ron en ik; heerlijk!). Toen we daarna óók nog boodschappen in de supermarkt daarnaast gingen doen was Vera ineens zó moe, dat ze alleen nog maar kon huilen en zelfs geen toetje meer wilde.

Ze vielen allebei als een blok in slaap en we hebben hen later (vrijwel slapend) in hun nieuwe bed gelegd. Dat nieuwe bed stond in Aldinga, op een parkeerplaats bij het strand daar. Dat terwijl wild kamperen hier in Australië formeel verboden is (maar vaak wel gedoogd wordt). We waren keurig naar de camping in Christies Beach gereden maar kwamen daar zo laat aan, dat de receptie gesloten was en de slagboom niet open ging. Gelijk maar illegaal gedaan dus.

We hadden de puf niet meer, om al onze spullen te herorganiseren. Het maken van een bed was al een hele klus. We hebben besloten, om de meiden boven te laten slapen, en daar ook onze tassen te laten staan. Wij slapen beneden op het bed dat overdag deels bank is. Het bed neemt het gehele vloeroppervlak beneden in beslag, waardoor we niet meer bij de (vrijwel zinloze) benedenkast en de koelkast kunnen, en je halsbrekende toeren uit moet halen om überhaupt de camper nog uit te komen. Dat laatste zal helaas ook ’s nachts moeten gaan gebeuren, omdat we geen toilet hebben in dit ding. Ik heb dan ook weer ‘wild’ moeten plassen gisteren en vanmorgen en ik heb opnieuw geconstateerd, dat ik het vreselijk vind. Ik krijg het niet voor elkaar, om droge voeten te houden (wat ik voel omdat ik Teva’s aan heb) door mijn gespetter. Ik zou natuurlijk in hoog gras kunnen gaan ‘zitten’ om dat probleem te ondervangen, maar er schijnen zich hier in Australië in hoog gras nog wel eens gevaarlijke dieren op te houden, zoals slangen. Vind ik toch niet zo’n prettig idee, om me daarin te begeven, zeker niet in het donker; daarbij zitten daar ook vast meer vliegende steek-beesten. Ik zal heel wat openbare toiletten gaan bezoeken de komende weken. Had ik maar een plasgootje meegenomen… (of hoe heet zo’n ding?). Wellicht ga ik eens een nog aan te schaffen trechter proberen.

De eerste nacht was geen groot succes. Deels vanwege de wind (geluid, geklapper van het zeil van ons ‘dak’, geschud van de camper), deels vanwege onze illegale plek, deels vanwege enkele auto’s die ondanks het nachtelijke tijdstip toch ook naar die afgelegen plek kwamen en deels vanwege de vrij krappe slaapplek met de gladde slaapzakken die steeds afgleden.

Vandaag weer mooi weer. Wel veel wind. We hebben buiten ontbeten; ging prima. We moeten bijna wel. Binnen blijken we geen tafel te hebben (wat ook anders is dan ik mij kan herinneren van het plattegrondje dat ik bij het boeken heb gezien).

We zijn zuidwaarts gaan rijden, richting Cape Jervis, het vertrekpunt van de ferry naar Kangaroo Island. Al vrij snel leek het, of we de bewoonde wereld achter ons lieten en naar het eind van de wereld reden. Wat een kale, dorre, gele landschappen trokken voorbij. We zagen schapen door een kaal land lopen, met wat dorre grassprietjes. Ze zagen er tamelijk ondervoed uit. Ik vraag me af, of dat hier rond deze tijd van het jaar normaal is, of dat het met de uitzonderlijke warmte te maken heeft, die hier een maand geleden aan de orde was. Dat zal ik nog eens gaan vragen.

Al rijdend belde ik Sealink, de rederij met veerboten van en naar Kangaroo Island, en reserveerde een boot voor drie uur ‘s middags. Iets beter geïnformeerd had ik niet naar waarheid gezegd dat onze meiden drie waren, maar had ze voor ‘bijna drie’ door laten gaan, want dat had veel geld gescheeld (tot nu toe hebben we echter heel veel mazzel gehad; vrijwel altijd kunnen onze meiden gratis mee en naar binnen…). Als we vannacht zouden overnachten op de camping in Penneshaw zouden we flinke korting krijgen op de (dure) overtocht, dus op die camping staan we nu, 200 meter van de aankomstplek.

We realiseerden ons, dat we nog verdere boodschappen nodig hadden voor onze dagen op Kangaroo Island en begonnen ons wat zorgen te maken, want het leek er niet op dat we nog een flinke winkel zouden gaan vinden. Maar dat gebeurde gelukkig toch nog, en wel in Yankalilla, waar we dus flink insloegen. Daarna een speeltuin gezocht en gevonden. Daar kreeg ik de kans om wat orde in de camper aan te brengen, waardoor we nu toch een beetje uit de voeten kunnen en ook nog spullen kunnen terugvinden.

Eenmaal op de boot werd omgeroepen, dat het op zee tamelijk ‘rocky’ zou worden en werd mensen die daar gevoelig voor zijn (Ron!) aangeraden om achterin de boot te gaan zitten. Dat advies hebben we snel opgevolgd. We namen ook nog snel anti-reisziekte-pillen in, maar achteraf had dat waarschijnlijk niet zoveel zin (had twee uur van te voren gemoeten!). Het werd inderdaad ‘rocky’ maar we hebben de (vrij korte, 45 minuten) boottrip goed doorstaan, en de meiden vonden dat gedein alleen maar mooi.

2704-klein

Eenmaal aangekomen zijn we niet gelijk naar de camping gereden maar hebben we nog een tochtje over deze hoek van het eiland gemaakt. Al vrij snel hield de verharde weg op en stond er een bordje ‘Only 4WD’. Dat was wel even leuk… laten we nou een 4WD hebben! Meteen uitgeprobeerd dus, en dat ging goed. Mooie weg tussen mooie bomen door, ik denk eucalyptusbomen. We zijn nog bij een riviertje geweest (waar de meiden stokken in gooiden) en op een mooi strand (waar ze meteen hun schoenen uit wilden doen wat niet mocht van ons, omdat we niet goed wisten of dat wel verstandig was). Ron heeft inmiddels navraag gedaan hier op de camping. Het schijnt, dat je hier veilig de zee in kan zonder risico’s te lopen. Verder zijn er wel gevaarlijke spinnen en slangen maar die zullen wij normaal gesproken niet tegenkomen. Goed, morgen mogen die schoentjes dus alsnog uit.

De meiden hebben zich vanavond vlakbij de camping prima vermaakt op de betonnen hellingen die daar liggen voor fietsers en skaters (die er vanavond niet waren). Zij gebruikten de hellingen als glijbaan en werden daarbij heel vies, en hun eerder nog mooi witte broekjes, genaaid door oma Gijzen ook… Inmiddels liggen zij te slapen en is ons bed ook alweer zo goed als klaar. Het begint te wennen hier. Toch wel leuk…

 

Toch nog een ijsje
Zaterdag 18 februari 2012. West Bay, Kangaroo Island, Australië.

De dag van vandaag levert geen groots succesverhaal op. Het was een dag van rijden en weinig zien. Op het moment dat we wel iets wilden zien bleek dat óf te duur óf niet mogelijk óf niet in de smaak te vallen bij de meiden. Het feit dat het hier kaal en woest is wordt door onze buren op de camping, die uit Melbourne komen, fantastisch gevonden. Juíst omdat het nog niet bedorven is. Mogelijk kunnen wij het achteraf, als we de Zuidoostkust van Australië gezien hebben, pas op waarde schatten. Nu vinden we het wel heel ‘anders’ dan wat we tot nu toe gezien hebben, en dat is bijzonder, maar het heeft ook iets bijna bedreigends, omdat het zo ‘ongastvrij’ is voor levende wezens, inclusief mensen. Erg mooi kunnen we het nog niet vinden.

Vanmorgen op de camping hebben de meiden zich nog een hele tijd vermaakt op de betonnen hellingen en bij de fitnesstoestellen. Toen Vera haar teen stootte en ‘bloed had’ was Lena aandoenlijk zorgzaam. Toen ze ná de pleister weer terug wilden naar de ‘speeltuin’ en dat Vera moeilijk afging, kwamen ze sámen terug, heel lief. De oplossing bleek te zijn dat Vera haar pijnlijke voet in een (groter) klompje van Lena stopte, en Lena één (kleiner) klompje van Vera aan had.

We vertrokken naar het westen. Toen begon de ‘ellende’. Een uitzichtpunt bleek slechts te bereiken via een lange trap, die lieten we schieten omdat we dat niet zagen zitten met onze meiden. We namen al snel de afslag vanaf de ‘grote’ weg naar een kortere route, die over onverharde wegen voerde. Ik zag een aantal meertjes tussen de bomen door die er nogal bizar uit zagen: één met allerlei witte dingen, waarschijnlijk zoutkolommen of vogels, één met heel veel dode kleine boompjes. Helaas was het niet goed te zien/ te bereiken vanaf de weg.

We reden naar Seal Bay, een must see een stuk van de hoofdweg af. Aldaar aangekomen bleken we een fikse toegangsprijs te moeten betalen om met een gids tussen de zeeleeuwen door te kunnen lopen. Voor een iets minder fikse (maar nog altijd hoge) prijs konden we over een vlonder naar een uitzichtpunt lopen, van waar we de zeeleeuwen zouden kunnen zien liggen. Dat wilden we op zich wel, maar hadden geen zin om daar flink voor te moeten betalen. We besloten te vertrekken.

Om toch niet helemaal voor niets daar naartoe gereden te zijn, bedachten we, dat we wel even naar het strand konden gaan dat daar vlakbij lag. Daar dachten de meiden anders over. Ze gaven duidelijk te kennen niet naar de zee/ het strand te willen. Het leverde twee snotterende en huilende, later bijna hysterische meisjes op, toen met name Ron het plan toch doorzette tegen hun zin. Resultaat: een groot fiasco. We hebben uiteindelijk in de schaduw van de camper op een zeil onze broodjes opgegeten en vertrokken maar weer. Ik had verwacht, dat de meiden daarna als een blok in slaap zouden vallen maar niets was minder waar: ze hadden weer de grootste pret samen. Niet eens zo heel erg veel verder (na Vivonne Bay) reden we naar een rotspunt in zee, Point Ellen. Daar wilde Lena best wel een stuk lopen en had goede zin. Vera was wat minder tot lopen te bewegen.

We reden daarna door nog meer eentonig landschap: droge grond, struiken, bosjes, bomen, een enkele brievenbus, verder niets. Oh ja, we hebben ook nog kangoeroes gezien (dode maar ook levende), en we zagen een paar grote hagedisachtigen met een lange staart, waarschijnlijk leguanen, over de weg kruipen. Als je dan na zo’n twintig kilometer bij een bord met ‘Koala Walk’ komt, ben je haast wel verplicht om af te slaan. Dat deden we dus. Er was een visitors centre waar niemand achter de balie stond en er hing een affiche waarop stond dat er een rondleiding met een gids was geweest om twee uur (heetste moment van de dag!). Tja, toen gingen we maar weer.

De meiden wilden graag een speeltuin. Die is op dit kale eiland moeilijk te vinden, maar we deden een poging door bij een camping (waar ook koala’s te zien zouden zijn) even rond te kijken. Geen speeltuin, koala of ander levend wezen te bekennen. Toen we net voor vijf uur bij het Visitors Centre van Flinders Chase National Park kwamen, hadden we de moed al bijna opgegeven dat onze dag nog goed zou worden. We stonden op de parkeerplaats oog in oog met een kleine kangoeroe, die helemaal niet bang leek. De dames achter de balie bleken aardig en behulpzaam. We besloten naar de (via hen te boeken) camping bij West Bay te gaan, die nog ruim twintig kilometer verder lag. We konden er ook nog een ijsje kopen voor de meiden.

2746-klein2770-klein

We staan hier op een rustig plekje in het zand, op een heel kleine camping met enkel een paar toiletten (zonder water), vlakbij het strand. Vreemd genoeg wilden de meiden nu wél met hun voeten lekker in het zand en Vera ook in het water, terwijl daar vanmiddag absoluut geen sprake van was. Het was er heerlijk; het zand nog warm van de zon van vandaag, de temperatuur erg aangenaam.

Morgen wordt vast een goede dag. We moeten zorgen, niet net op het heetste moment van de dag veel van de meiden te vragen (zoals vandaag). We zouden eens wat vroeger op kunnen staan bijvoorbeeld, maar ik vrees, dat dat weer moeilijk gaat worden. Om tien uur waren de meiden nog klaarwakker en ik ben ook niet bepaald een ochtendmens (en maak het ’s avonds vaak te laat).

 

Geen haast om weg te komen
Zondag 19 februari 2012. Western River Cove, Kangaroo Island, Australië.

Vandaag was een goede dag. Zeker vergeleken met gisteren. Het was niet zo zonnig/ warm vandaag en dat was eigenlijk heel erg prettig. We hebben een goede strandervaring gehad, de meiden liepen heel aardig en we hebben fur seals (bont zeehonden) gezien. We staan nu op een simpele camping aan de Noordkust, bij Western River Cove, een mooie plek.

Vanmorgen was het een beetje lastig ontbijten in het mulle zand waarop we kampeerden. Onze campingtafel stond heel wiebelig, alles dat op de grond viel (en dat gebeurt nogal eens) was meteen héél vies, en de meiden waren dat ook alweer snel. Vooral Vera heeft daar een handje van, onze kleine grote viespeuk. De kampeerstoelen die meegeleverd zijn zijn te groot voor onze meiden. Eigenlijk hebben ze er tijdens het eten niets aan. We moeten nog op zoek naar een goede stevige kartonnen doos of een krat, zodat zij op het treeplankje van de camper kunnen zitten, met een eigen tafeltje vóór zich (afgekeken van opa en oma ‘Caravan’!).

2840-klein2814-klein

Zodra Lena er lucht van kreeg dat we van plan waren om opnieuw naar het strand bij de camping te gaan, begon ze al te piepen dat ze niet wilde (Vera had er vandaag wel zin in). Onder voorwaarde dat ze niet hoefde te lopen en dat ze niet nat zou worden liet ze zich uiteindelijk toch meevoeren (op de schouders van Ron). Op het strand bleef ze aanvankelijk als een bang (en heerlijk aanhankelijk) vogeltje tegen mij aanhangen. Langzaam aan ontdooide ze wat, en toen Ron en Vera bezig waren om een flinke paal verticaal in de branding te plaatsen móést ze ineens ook meedoen en ging ze helemaal los. Leuk om te zien hoeveel lol ze later had en helemaal niet bang meer leek.

Na deze positieve strandervaring zijn we naar Admirals Arch gereden, zo’n 35 kilometer verderop, aan de Zuidkust. Ik reed eens, voor de verandering. Dat was nodig, omdat we gisteren een conversatie opvingen tussen de meiden die erop neerkwam, dat papa goed kon sturen en mama niet (mama zou alleen in de ‘blauwe auto’ kunnen rijden; daar hebben we er thuis twee van… het is trouwens ook opvallend, dat de meiden het hier niet vaak over ‘thuis’ hebben, maar steeds vragen, wanneer we weer naar de ‘blauwe auto’ terug gaan!). Het was even wennen, omdat het een automaat betreft. Het ging 34,9 kilometer goed, ik vond het prettig om op de onverharde weg met vierwielaandrijving te rijden. Dat voelde een stuk ‘steviger’ dan met tweewielaandrijving. Op het allerlaatste moment deed ik een poging de koppeling in te trappen (die er niet was) waardoor we heel hard remden en de meiden voorover ‘klapten’ waardoor Vera wakker werd. Lena sliep gewoon door…

2869-klein

Admiral’s Arch was leuk. Het is een gebied dat gratis te bezoeken is (mits je een dagkaart hebt gekocht voor het National Park, die wij automatisch hadden omdat wij er gekampeerd hadden) waar zogenaamde fur seals leven. Ik had de indruk, dat er ook sea lions tussen zaten, want die zagen er veel gladder en donkerder uit, maar het kan zijn dat dat fur seals waren die net uit zee kwamen waardoor hun vacht nat was. Ik heb er dan ook absoluut geen verstand van. Hoe dan ook; we hebben er heel wat gezien, en er waren er ook veel actief in zee.

We konden met een houten vlonder afdalen naar een natuurlijke boog, met een soort stalactieten aan de rand. Daar werden we ingehaald door een buslading Aziatische studenten. De vrouwelijke helft leek onze meiden een grotere attractie te vinden dan al die fur seals bij elkaar en kiekten er flink op los. Aanleiding voor ons, om er maar weer eens vandoor te gaan. De meiden begonnen wat te sputteren toen ze de houten vlonder en trappen ook weer óp moesten, maar toen we ‘we maken een kringetje van een jongen en drie meisjes’ gingen zingen en uitvoeren, al lopend en buigend, kwamen we toch nog boven zonder hen te hoeven dragen. We zijn nog even naar de Remarkable Rocks gereden daar vlakbij, die ik van een afstandje heb kunnen zien. We zijn er maar niet meer helemaal heengelopen, dat werd teveel van het goede. Remarkable (opmerkelijk) waren ze inderdaad wel.

Bij het Flinders Chase Visitor Centre hebben de meiden nog in een zandbak gespeeld (we hadden de dag ervoor gezien dat ze daar naar fossielen konden graven met een dig kit en dat klonk wel leuk). Toen ik daar een informatiebord bestudeerde, realiseerde ik mij dat de kleine kangoeroe die we daar gisteren zagen, waarschijnlijk een walibi was.

Daarna hebben we de ‘oversteek’ gemaakt naar de Noordkust, na eerst nog wat dure diesel ingeslagen te hebben. De meiden bleven klaarwakker, verbazend genoeg. De onverharde weg naar Western River Cove bleek erg mooi, met name aan het eind, toen deze flink begon te dalen, en een paar poelen met veel kangoeroes, gele heuvels en een riviertje liet zien.

2923-klein

We konden nog via een voetgangersbrug de rivier oversteken en naar een mooi baaitje lopen, met veel meeuwen op mooie puntige en oranje gekleurde rotsen. We betalen hier slechts vijf AUD (zo’n vier Euro) per nacht, en hebben daarvoor een prima vlakke plek, picknicktafels onder een overkapping met uitzicht op de baai, water uit een regen-opslagsilo, gratis gebruik van een gasbarbeque (ik heb hamburgertjes gemaakt van ons restje gehakt; je moet wat als je geen worsten bij je hebt) en toiletten. Niet slecht.

Kangaroo Island begint me te bevallen. Ik voel de neiging, geen haast te hebben hier weg te komen, maar er wacht nog veel meer op ons. Morgen moet toch maar onze laatste hele dag worden hier, anders zijn we hier te veel tijd kwijt. Ik verwacht dat het weer een mooie dag gaat worden. Er wachten nog veel mooie plekjes op ons, waaronder een plek waar je met je 4WD auto op het strand mag rijden en een wildlife park in Parndana met tamme kangoeroes dat voor onze meiden erg leuk zou moeten zijn.

 

Eerste zwemles
Maandag 20 februari 2012. Brownlow (Kingscote), Kangaroo Island, Australië.

We hebben vandaag een lange maar geslaagde dag gehad. Het weer was tamelijk vreemd, met een harde wind, zo nu en dan wat regen afgewisseld door zon. Vanavond deed de wind er nog een schepje bovenop. Het zou me niet verbazen, als er nu ten noorden van hier een orkaan raast en dit een staartje is?! De meteorologen weten het vast, wij zijn hier totaal onwetend.

Vanmorgen weer gegeten op ons mooie rustige plekje onder het afdak op de camping. Toen we zo’n beetje klaar waren om te vertrekken kwamen er twee bussen aanrijden met de groep Aziatische studenten die we gisteren ook al tegengekomen waren. Die kwamen snorkelen in de baai. Heel vreemd, ineens zo’n luidruchtige en foto’s (van onze meiden) makende groep op een tot daarvóór zo rustige plek. Ze veroorzaakten in ieder geval, dat wij besloten dáár niet meer naar het strand te gaan. We vertrokken richting Snelling Beach, een strand iets ten westen. Een prachtig strand, waar we met de meiden een heuse strandwandeling maakten. We waren zo stom hen niet meteen hun broeken uit te doen, dus die waren even later zeiknat. Ron overwoog nog even om te gaan zwemmen (er waren mensen aan het snorkelen) maar stelde dat nog even uit. Van uitstel komt nog al eens afstel, zo ook nu. Ron kon het niet laten, om even via het strand te rijden, zogenaamd om te keren. De meiden keken hun ogen uit, toen we ineens langs de branding reden. Onze 4WD bleek geen moeite te hebben met het best droge mulle zand.

3024-klein

Daarop volgde een bezoek aan Stokes Bay (weer een stuk verderop), wat een heel avontuur was. Het strand daar viel te bereiken via een spannende tocht tussen grote rotsen door. Het strand zelf bevatte een deel dat helemaal omzoomd was door een rij met stenen, waardoor er geen branding was. Een prachtige plek dus voor de eerste zwemles voor onze meiden. Beiden hadden er zin in en het was heel leuk. We hebben ook nog lekker gerend en tikkertje gedaan. Ron is even kopje onder gegaan maar echt zwemmen kon daar niet in verband met een gevaarlijke onderstroom (waarvoor gewaarschuwd werd middels borden).

Na al dat water en zand werd het tijd om naar het Parndana Wildlife Park te gaan, dat centraal op het eiland ligt. Het is een park waar onder andere ‘zielige dieren’ leven die het in de vrije natuur niet redden. Met name de kangoeroes zijn er erg tam. En dat hebben we gezien. Ze wilden heel graag (gekocht) voer uit de handjes van Lena en Vera eten, en geaaid worden. Erg leuk! Het leverde natuurlijk de ultieme ‘Australië-foto’s’ op! Verder waren er koala’s die net werden gevoerd met takken met vers blad (van de ‘gum-tree’?) toen wij daar waren. We mochten in hun hok en konden ze aaien. Toch wel erg bijzonder. Wat een dikke vacht hebben die beesten, en dat in zo’n warm land! Er waren nog veel meer dieren, waaronder walibi’s, een wombat, emoes, veel roofvogels en zelfs een krokodil.

3076-klein3099-klein

Na het bezoek aan de ‘dierentuin’ zoals Vera het noemde vonden we het wel weer mooi geweest. Alleen moesten er nog inkopen gedaan, getankt, gegeten en een slaapplekje gezocht worden. De eerste drie genoemde dingen vonden plaats in Kingscote. Ron bakte pannenkoeken (op de draagbare gasbrander die bij de camper hoort) onder een overkapping bij de plaatselijke speeltuin aan zee. Er vlogen veel pelikanen boven ons, die de harde wind blijkbaar zeer konden waarderen. Een mooi gezicht. We spraken er nog twee Duitsers die er ook hun avondmaaltijd bereidden. Zij waren sinds een week gestrand op het eiland door een defecte auto waarvoor de materialen van het vaste land moesten komen.

De slaapplek werd gevonden: een camping onder Kingscote, in Brownlow. Hier moest nog een was gedaan worden (kleine meisjes en wat kleren). Lekker om hier weer eens te kunnen douchen. Morgen hopen we om half twaalf de veerboot terug te kunnen nemen naar het vasteland, als de wind zich een beetje gedraagt tenminste. Het lijkt me in ieder geval verstandig dit keer wél op tijd de antireisziekte-pillen in te nemen.


Navigatie
Dinsdag 21 februari 2012. Norton Summit, Australië.

We zijn weer op het vasteland, en de overgang hebben we zeer bewust meegemaakt. Zowel Ron als ik werden zeeziek onderweg, en Vera waarschijnlijk ook een beetje. Het werd een lange overtocht, hoewel het toch maar 45 minuten duurde. Gelukkig hebben we wel alles binnen weten te houden, maar leuk was het zeker niet. Via de oostkant van het Fleurieu Peninsula zijn we naar de Adelaide Hills ten oosten van Adelaide gereden, een mooi heuvelgebied (prachtig fietsgebied voor de mensen uit Adelaide, we hebben heel mooie afdalingen gezien!). Hier staan we nu ‘wild’ op een heel mooi rustig plekje.

Vanmorgen werden we dus wakker op de camping in Brownlow, waar de was, die we gisteravond laat nog met de hand (we vonden de wasmachines er veel te duur) en dus zonder centrifuge gedaan hadden, alweer droog bleek (we zien hier veel stickers hangen in toiletgebouwen waar gevraagd wordt het water spaarzaam te gebruiken, omdat we ons in de droogste staat van het droogste continent van de wereld bevinden).

We kwamen mooi op tijd aan bij de ferry in Penneshaw (zo’n 45 minuten rijden). Ron had mooi op tijd zijn anti-reisziekte-pil in genomen en de zee zag er tamelijk kalm uit (het waaide veel minder hard dan gisteren), dus ik ging optimistisch voor in de veerboot zitten, waar je een panoramisch uitzicht hebt. We zaten er vlakbij een barretje waar ik wat te drinken en eten haalde. Inmiddels waren we de haven uit en op zee. Al snel voelde het helemaal niet goed om daar bij die bar te staan en ik ben maar snel op mijn plek naar de horizon gaan kijken. Ron was al naar een stoel achterin de boot vertrokken. Ik volgde hem snel. De meiden moesten hun weg zelf naar ons vinden maar dat ging hen goed af.

Toen begon het aftellen en naar de horizon kijken. Vera lag stil op de grond en zag er ook maar bleekjes uit. Ze gaf op een gegeven moment aan dat ze naar de wc moest maar dat kon op dat moment echt even niet, dus ze heeft het op moeten houden (wat haar prima lukte). Het naar de horizon kijken hielp goed en ik begon me langzaam iets beter te voelen. De meiden hebben het laatste kwartier elk op één van mijn knieën gezeten. Samen staarden wij naar buiten. Met Ron ging het wat minder goed maar ook hij herstelde (traag). Ik heb heel wat keren op mijn horloge gekeken en was erg blij toen de zee rustiger werd en we aankwamen in Cape Jervis. Geen boten meer voor ons voorlopig!

2990-klein3132-klein

Een beetje bijgekomen, zijn we naar Victor Harbor (plaats aan de oostkant van het Fleurieu Peninsula) gereden. Daar belandden we bij de plaatselijke Mc Donald’s in de hoop daar het blog bij te kunnen werken met de gratis wifi die ze aanboden. De meiden vonden het geen straf omdat er weer een leuke speeltuin was. De internetverbinding bleek echter hopeloos traag en meerdere keren weg te vallen, dus jullie zullen nog even langer moeten wachten op ons laatste nieuws.

Vanuit Victor Harbor zijn we naar het noorden gekropen. De kaart die ik had (horend bij de camper) en waarmee ik dus moest navigeren had een schaal van bijna 1: 2.000.000 en dat was hopeloos. Het navigeren gaat me normaal redelijk af (ik ben alleen nog wel eens te laat met mijn aanwijzingen, waardoor we moeten keren om alsnog een afslag te nemen), maar nu reden we frustrerend genoeg een paar keer fout. In een visitors centre in Mc Laren Vale (waar we helemaal niet hadden willen zijn, maar het was toch wel leuk; midden in een wijngebied) kon ik een paar kaarten bemachtigen die ons de komende dagen zullen helpen. We zullen nog eens een echt goede wegenkaart moeten kopen, maar die zijn we nog niet tegengekomen.

Via wat omwegen zijn we toch in de Adelaide Hills terechtgekomen, waar we een indruk van hebben gekregen door door leuke plaatsjes te rijden en via kronkelige smalle heuvelende weggetjes te rijden (Ron, nog altijd niet geheel hersteld van zijn zeeziekte, merkte op het gevoel te krijgen door de Ardennen te rijden).

We kwamen door Hahnsdorf, een Duitse nederzetting, en dat was zelfs tijdens ons korte bezoek (we reden door de hoofdstraat) te zien: we zagen meerdere Duitse merken voorbij komen, van o.a. bier en sandalen. We zijn naar de top van Mount Lofty gereden, een puist in het landschap van waar je een goed uitzicht krijgt op Adelaide, dat er niet ver vandaan ligt. Toen ik wat hoogbouw zag liggen in de verte en daaruit opmaakte dat dat het centrum van Adelaide moest zijn (dat we nog helemaal niet gezien hadden en dat we van plan waren links te laten liggen), bekroop me het gevoel dat ik daar toch nog wel heel graag even naar toe wilde.

Na Mount Lofty kwamen we terecht in Summertown, waar we opnieuw een speeltuin met picknicktafels en openbare barbeque troffen. Erg handig! We gebruikten er weer ons eigen losse gastoestel, voor een éénpans bonenschotel dit keer en voor de verandering (normaal eten we ongeveer om en om pasta en rijst, afgewisseld met take aways). De slaapplek vonden we vandaag naast een heel rustige weg, op een mooi punt met uitzicht op een dal met klein meertje. Dat wordt waarschijnlijk prima slapen hier.

Het plan, om morgen door te rijden naar de Flinders Ranges is vanavond gewijzigd in: tóch nog een indruk van Adelaide proberen te krijgen en daarna een poging wagen om de helft van de afstand tot de Flinders Ranges (totaal zo’n 460 kilometer) af te leggen. Niet zo logisch, om nú pas te bedenken dat we alsnog naar Adelaide gaan (we hadden er vandaag veel sneller en via grotere wegen heen kunnen rijden!)… maar we hebben wel een heel mooie landelijke route gehad vandaag, én we kamperen nu ‘wild’. Die kustweg door allerlei voorsteden kenden we al van de eerste dag hier, en die was niet bepaald mooi. Ron denkt er vast het zijne van, maar ik heb hem er niet over gehoord. Morgen gaat ‘ie’ vast alsnog protesteren, als hij geen parkeerplek kan vinden in de stad.


Adelaide
Woensdag 22 februari 2012. Quorn, Australië.

Vandaag was een dag vol contrasten: een ontbijt op een heel mooi plekje in de natuur onder bomen met veel vogels, daarna een stedelijk bezoek (aan Adelaide), waarna we het kale droge Australië binnen gingen, op weg naar de Flinders Ranges.

Vanmorgen zijn we wakker geworden op ons mooie plekje naast de weg, met uitzicht op een klein dal met een meertje onder ons, met heel veel bomen om ons heen en heel veel vogels. Wat een kakafonie, met voor ons nog tamelijk vreemde vogelgeluiden. Het werd een heel bijzonder ontbijt op die manier. Een ‘bush camping’ kan waarschijnlijk niet tippen aan ons plekje daar.

3168-klein

Daarna hoefden we eigenlijk alleen maar de berg af te rijden, om het centrum van Adelaide te bereiken. Het kostte wat moeite om de camper geparkeerd te krijgen, en Ron liet inderdaad niet onbetuigd dat hij dat niet bepaald leuk vond (understatement). Uiteindelijk vonden we een plekje bij de botanische tuinen. Daar vlakbij ligt de universiteit en waarschijnlijk was het introductieweek of zoiets dergelijks. We zagen overal kraampjes voor studenten met informatie, en heel veel groene ballonnen. We zijn de stad in gelopen (waarbij de buggy’s weer goed van pas kwamen) en kwamen in de grootste winkelstraat (voetgangersgebied), waar meerdere straatmuzikanten actief waren en waar we nog een mooie oude passage vonden. We liepen naar Victoria Square waar een grote overdekte markt was met vooral etenswaren. We kwamen er met wat lekkere broodjes, banaantjes én een zogenaamd leren riem – made in China – naar buiten (ik heb beide riemen die in mijn Perry-sport-afritsbroeken zaten op een camping en in de camper in Nieuw Zeeland achtergelaten).

Met een tram zijn we een paar haltes gereisd (gratis!) naar dezelfde winkelstraat. Op zich al een hele belevenis voor onze meiden. Daarna zijn we langs de State Library gelopen, waar Vera geplast heeft en waar ik het gratis internet had kunnen gebruiken maar dat kwam niet erg uit op dat moment. Daarna liepen we langs dé Art Gallery van Adelaide. Het deed pijn om daar langs te lopen. Ik was er graag even in gegaan, maar een speeltuin was hetgene dat we nodig hadden op dat moment. Een speeltuin was niet voorhanden op korte afstand vandaar dat we besloten om Adelaide te verlaten.

3188-klein3210-klein

We reden de stad uit en al snel was het overal vlak en kaal. Binnen vijf minuten lag Lena te slapen. We kwamen langs meerdere roze meren met witte randen, waarschijnlijk zoutmeren, die toch niet aangelegd- maar natuurlijk leken.

In Port Pirie zijn we uiteindelijk langer geweest dan in Adelaide. De meiden vermaakten zich opperbest in een supermooie speeltuin. Ik deed boodschappen, we aten er take-aways (de meiden Mc Donald’s en wij van een Indiër) en de camper werd weer volgegooid met diesel.

Daarna zijn we nog verder gereisd richting Flinder Ranges National Park (zo’n 400 kilometer van Adelaide af gelegen). We overwogen even te gaan overnachten in het Mount Remarkable National Park waar we langs kwamen, maar we besloten toch verder door te rijden. De afstand was te lang om nog even in het donker af te leggen. Daarbij waren zowel Ron als ik moe. Toen Vera moest plassen en we haar dat lieten doen in het donker, voelde ik ineens van alles over mijn voeten lopen. Een heel enge gewaarwording als je niet kunt zien wat het is! Uiteindelijk waren het waarschijnlijk een soort zandvlooien of kleine vliegjes. Het waren in ieder geval geen mieren (zag ik toen ik weer in de auto gestapt was). We ‘strandden’ net boven Quorn naast een onverharde weg, net van de hoofdweg af. Een heel rustig plekje onder een pikzwarte hemel met héél veel sterren. Vast een heel goed slaapplekje.


Opdringerige kangoeroes
Donderdag 23 februari 2012. Flinders Ranges NP, Australië.

Tjonge, wat is het hier warm. Strak blauwe lucht en een temperatuur van tegen de veertig graden. Gelukkig hadden we wel wat wind vanmiddag, anders was het helemaal niet te harden geweest. Daarbij konden we verkoeling vinden in het zwembadje. Heel prettig. Van een rit in het gebied is het niet meer gekomen, wellicht morgen nog.

Vanmorgen ontbeten op ons rustige plekje. Er kwam één auto voorbij die een flinke stofwolk veroorzaakte. Ik pakte onze ontbijttafel op en zette hem achter de camper, maar de wind bleek het stof de goede kant op te blazen dus mijn actie was niet nodig geweest.

Veel meer dan ontbijten was er niet te doen, dus zijn we daarna maar naar de Flinders Ranges gereden. Een mooie en niet te lange rit. We zagen heuvelruggen opdoemen aan de verre horizon en reden er uiteindelijk tussendoor.

3235-klein3255-klein

Bij aankomst bij het Visitor Centre bleek het park grotendeels gesloten omdat niet-inheemse dieren zoals geiten er momenteel afgeschoten worden! Tja, daar ben je dan bijna 400 kilometer voor komen rijden! Uiteindelijk heeft het ons programma vandaag niet echt beïnvloed. We waren toch al niet van plan om het hele park te gaan bekijken. Vandaag mochten we hier nog wandelen, morgen zou dat niet meer mogen.

We hebben de camper geparkeerd op de camping en zijn tegen twaalf uur gaan wandelen met de meiden in de rugdragers. Uiteraard niet het meest ideale tijdstip om te gaan lopen maar we schatten in dat het later op de dag nog heter zou worden.

We liepen bijna drie kilometer grotendeels door een bos dus in de schaduw en het waaide wat, dus het was te doen. Daarna volgde een klim over een rots naar een top waar we een uitzicht hadden op de Wilpena Pound, een ring van roodbruine rotsen, waar ik eerlijk gezegd wat meer van verwacht had. Het is duidelijk dat alles dat niet vlak is al als heel bijzonder ervaren wordt in Australië. Misschien niet helemaal waar, maar zo komt het wel een beetje op me over. Het kwam misschien ook door de twintig kilogram op mijn rug en de hitte dat ik wel een iets grotere beloning verwacht had. De wandeling was in totaal zo’n zeven kilometer (dezelfde weg terug als heen).

3295-klein

Terug bij de camper was ik niet veel meer waard. De meiden en Ron trokken het beter. We sleepten ons naar het zwembadje dat bij het ‘resort’ hoort en waar wij ook gebruik van mogen maken. Dat was heerlijk verkoelend! Na een half uur hadden we het zelfs koud. Ongelofelijk.

We overwogen nog even om alsnog een rit te gaan maken, maar besloten op de camping te blijven. Er kwamen veel vogels af op de chips kruimels rond onze tafel. Ron gebruikte een camping bbq voor de inmiddels ingeslagen worsten en er kwamen kangoeroes op de geur af. Ze kwamen zo opdringerig dichtbij dat hij ze weg moest jagen. Later vanavond gingen ze er vandoor met de camping-plattegrond. We moeten alles maar goed binnenzetten vannacht, want we krijgen ongetwijfeld bezoekers.

3322-klein

Morgen gaan we mogelijk alsnog een tochtje maken hier. We mogen door een bepaalde kloof rijden als we maar niet uit de auto gaan (vanwege de jacht). Daarna gaan we richting Broken Hill, de échte outback waar het mogelijk nog warmer is en waar mogelijk nog meer vliegen zitten. Ik denk niet, dat ons bezoek daar lang zal duren. Toch is het wel even leuk om een idee van de outback te krijgen, voor we ons naar de kust begeven waar we dan niet meer vandaan zullen komen tot aan Sydney (uitgaande van het reisschema dat ik van Australia Campers kreeg, waar we ons toch grotendeels aan willen gaan houden, met nog wel een uitstapje naar Canberra en de Blue Mountains bij Sydney, als de tijd dat toelaat).


Outback avonturen
Zaterdag 25 februari 2012. Broken Hill, Australië.

We hebben twee warme ‘outback-dagen’ achter de rug. Gisteren hebben we het Flinders Ranges National Park bekeken wat zeker de moeite waard was. Daarna hebben we de afstand tot Broken Hill (zo’n 500 kilometer) grotendeels afgelegd. We sliepen minder dan honderd kilometer van Broken Hill op een parkeerplaats voor vrachtwagens. Het was erg warm en helemaal niet erg om een groot deel van de dag in de auto (met airconditioning) te zitten.

Vandaag hebben we de resterende afstand tot Broken Hill overbrugd, en de stad verkend. Het was (zeker later op de dag) minder warm dan gisteren, met wat wolken. Vanavond op de camping was het heerlijk, een zwoele zomeravond met een verfrissend windje. Genieten!

Gisteren had ik een korte nacht achter de rug toen ik opstond. Ik had een paar uur in het café bij het zwembad van het Wilpena Pound Resort (waar we op de camping stonden) gezeten. Ik kon daar internetten en eens in een ‘normale’ houding aan een tafel aan mijn reisverslag werken. Er werd leuke muziek gedraaid en vrijwel alle andere barklanten zaten buiten bij het zwembad, dus daar had ik geen last van. De barman zat met één klant aan de bar ervaringen met relaties en alcohol uit te wisselen, wel interessant om daar flarden van op te vangen. Al met al geen slechte plek, dus. Toen ik er tegen middernacht wegging, lagen er nog altijd kangoeroes naast het zwembad, die nat werden door de sproeiers die daar aan stonden. Met mijn hoofdlampje liep ik het pikkedonker van het bos in, waar de camping was. Ik verwachtte om mij heen overal rode ogen te zien die mij aankeken maar dat gebeurde niet. Wel hoorde ik één dier het bos in vluchten. Ik was zo druk bezig geweest, dat ik daarna nog een hele tijd wakker lag in de warme benauwde camper.

Bij het ontbijt kregen we weer bezoek van een kangoeroe. De meiden hadden de dag ervoor gezien hoe Ron haar vriendje wegjoeg en voorbeeld deed volgen: als volleerde kangoeroe-verjagers renden ze, zwaaiend met stokken en schreeuwend, op de kangoeroe af die zich daar inderdaad door weg liet jagen. Even later deden ze hetzelfde bij een groep vogels, wat weer wat overdreven was. Voor kleine beestjes en insecten zijn ze nog altijd niet bang. Even later zaten ze met zand en stokken te spelen (en heel vies te worden) bij een kraan. Ik was er zelf wat vies van want het krioelde er van de mieren en er zwermden allerlei vliegen en bijen rond. De meiden waren er niet van onder de indruk. Van vliegen hadden we daar al wel last, maar dat zou nog veel erger worden later op de dag.

We gingen nog een rondrit maken door het National Park, uiteraard over wegen waar dat mocht (die niet afgesloten waren in verband met de jacht op feral animals). Het bleek erg de moeite waard. We reden over een onverharde weg door de Brachina Kloof en die was mooi. Er waren informatieborden geplaatst die geologische informatie gaven. Er bleek een hele verscheidenheid aan gesteentes, van verschillende ouderdom, aanwezig. Terug op de verharde weg (de ‘straat’ volgens onze meiden) reden we terug naar het Zuiden, richting Hawker. We namen nog een scenic route die ook onverhard was. Halverwege hebben we ergens gegeten. Het was er erg warm maar het waaide wat het draaglijker maakte. De wind was heel erg warm en varieerde erg in sterkte, het was duidelijk erg thermisch. Onderweg zagen we meerdere dust devils (cycloontjes die stof mee omhoog nemen).

3390-klein

Daarna ving de reis aan richting Broken Hill, de plaats die ontstaan is in the middle of nowhere (net over de grens van de staat South Australia, in New South Wales) bij een mijn die zilver, lood en zink leverde en nog steeds in geringe mate levert. In Hawker zochten we een speeltuin voor de meiden. Het was bittere noodzaak dat deze in de schaduw lag want het was werkelijk bloedheet. Daardoor vielen twee speeltuinen af. Uiteindelijk hebben ze even in een speeltuin bij de lagere school gespeeld, maar eigenlijk was ook dat geen doen. Als troost kregen ze toen elk een ijsje. Die ijsjes smolten als een gek door de warme wind die er overheen blies. Eén grote kliederboel dus, maar de meiden waren helemaal tevreden. Wij dus ook!

Daarna ving de lange reis aan. Eerst naar het Zuiden, later (vanaf Peterborough) naar het Noordoosten. Jammer dat ze geen directe weg aangelegd hebben, had veel kilometers (en diesel) gescheeld. Over diesel gesproken: de auto is heel wat minder zuinig dan we hoopten. Vandaag merkte Ron op, dat hij de afgelopen dagen een trieste één op zes heeft gelopen, met weliswaar relatief hoge snelheid en airco aan, maar toch!

De meiden sliepen een deel van de rit, maar we hebben toch ook heel wat kinderliedjes aan moeten horen, waar ze steeds om verzochten. Onlangs gingen ze nog helemaal uit hun dak bij ‘James’, maar nu wilden ze ‘écht’ (dat woord wordt momenteel te pas en te onpas gebruikt) ‘babyliedjes’ horen. Buiten was niet al te veel te zien. Lange rechte wegen, grotendeels vlak terrein met wat struiken. Op een gegeven moment (ik zat voor de verandering eens achter het stuur) reden we door een zeer droog terrein waarvan het zand een dieprode kleur had. Pal aan de weg zag ik schapen staan tussen een paar dorre struiken (waar leven die beesten van?!), die door het stof een deels rode vacht hadden. Daar stond de laagstaande zon op te schijnen. Erg mooi! Daar had ik graag even een foto van gemaakt, maar ik reed er met honderd kilometer per uur langs. Het beeld staat nog wel op mijn netvlies en wordt steeds mooier!

We kwamen heel wat road trains tegen, een truck met oplegger en aanhanger. Daarnaast zagen we ook nog een paar heel erg lange treinen voorbijkomen. De weg werd over lange afstanden geflankeerd door houten palen die op kruisen leken, voor de telefoonleiding, die er erg gedateerd uit zagen, met porseleinen isolatoren (geleend uit Ron’s vocabulaire). Zelfs nu zagen we flood ways aangekondigd worden (die zagen we vooral veel op Kangaroo Island en in de Flinders Ranges): stukken van de weg die soms onder water staan als het hard geregend heeft, met een dieptemeter ernaast, twee meter hoog. Moeilijk voor te stellen dat het hier zo nat kan zijn nu het hier zo droog en heet is.

p1010305-klein

De (ver van elkaar gelegen) plaatsjes aan de A32 waar we doorheen kwamen werden steeds kleiner. Ze bestonden uit niet veel meer dan een hotel en bar. We stopten in een gehucht met de naam Manna Hill, dit keer zelfs met speeltuin naast een hotel, openbaar toilet en stationsgebouw. We kookten, aten en speelden er, naast een grote caravan met generator (die helaas aanstond) met een eigenaar die daar zou gaan slapen.

Na zonsondergang zijn we nog een klein uur gaan rijden. Helaas raakten de meiden niet onder de indruk van de sterrenhemel buiten en bleven erg druk. Op een parkeerplaats voor road trains stopten we. Ik wees de meiden er de Melkweg, voor we de camper in vluchtten vanwege de vele vliegen daar. Het was er dusdanig heet, dat de energie ontbrak om ook nog maar iets te doen toen het noodzakelijke werk gedaan was (meiden in bed leggen en eigen bed maken). Eenmaal wat afgekoeld zocht ik nog op de tast naar mijn hoofdlampje maar kon dat niet vinden (niet dat we geen lampen hebben in de camper). Ben toen maar gaan slapen. Er bleven road-trains langskomen langs deze duidelijke hoofdweg, wat steeds een enorme herrie en schokgolf veroorzaakte in de verder rustige nacht.

De volgende ochtend was ik voor de verandering eens vóór de zonsopkomst wakker (één minuut). Terwijl ik op mijn buik uit het raampje keek zag ik de zon in razend tempo opkomen. Een nieuwe dag was geboren. Ron waagde zich als eerste buiten en werd gelijk flink belaagd door vliegen. Al snel was duidelijk, dat buiten ontbijten geen optie was. Zo kwam het dat we voor het eerst en mogelijk ook wel voor het laatst binnen aten, met de campingtafel tussen bank en aanrechtje. Het paste en ging, maar daar is ook wel alles mee gezegd. Wel handig voor noodgevallen, zoals deze. Het vliegtuig van Ron is daar ter plekke helaas gesneuveld (zonder dat het één keer in het Australische luchtruim gevlogen heeft). Het waaide van de motorkap waarbij een essentieel onderdeel brak. Erg jammer!

Ons restten nog een kleine honderd kilometers tot Broken Hill. Daar aangekomen was onze eerste indruk, dat deze plaats veel groter was dan we hadden verwacht, na al die honderden kilometers kale vlakte. Opvallend was ook de enorme omvang van de begraafplaats (waar heel veel omgekomen mijnwerkers begraven liggen, begrepen we later). De meisjes vroegen of we ‘ijsjes gingen zoeken’. Dat hebben we ontkend, maar hen er voor later op de dag wel één beloofd. We zijn naar een camping gereden en konden bij de receptie peren (in appelvorm en ook wat harder dan wij ze kennen) pakken. Die wilden we wel! We hebben er onze was in de wasmachine gestopt. 27 minuten later zou die klaar zijn (!), dus daar konden we wel even op wachten in de schaduw van de camper. De meiden vermaakten zich met de sproeier op het gras, enige verkoeling was welkom.

p1010312-klein

Even later reden we Broken Hill in, waar de straatnamen afgeleid zijn van allerlei gesteenten en mineralen. De hoofdstraat heet Argent Street. We reden al langs het Palace Hotel, dat voorkomt in mijn favoriete film: Priscilla, Queen of the Desert. De Lonely Planet beloofde ons een heel scala aan veelzijdige attracties. Het was duidelijk dat je je als toerist in Broken Hill goed kunt vermaken.

Ons eerste doel was de luchthaven (dankzij de Lonely Planet), net iets buiten het centrum, waar een vestiging van de Flying Doctors gelegen was. Er was een bezoekerscentrum waar we een rondleiding kregen langs het kantoor waar de telefoontjes op werkdagen ontvangen worden (omdat het zaterdag was nam de dokter thuis de telefoon aan) en langs de vliegtuigen in de hangar. We kregen een film te zien en konden een expositie bekijken. Het sprak allemaal erg tot de verbeelding en ik voelde kriebels, beseffende dat het erg leuk had kunnen zijn om daar een tijd als arts werkzaam te zijn. We kochten daarna de souvenirshop bijna leeg, de meiden mochten zelf een T-shirt kiezen; het werd een knal-oranje met kangoeroe.

3462-klein

Waar ik de Lonely Planet wat minder dankbaar voor ben is een plaats binnen de ‘top 3’ van het ‘Silver City Mint & Art Centre’; een chocoladefabriek, juwelen- (en nog heel veel troep) shop en het grootste canvas met acrylverf ter wereld. Dat laatste had mijn interesse gewekt. We moesten best een flinke toegangsprijs betalen. Dat hadden we achteraf gezien beter niet kunnen doen. Het doek was tamelijk lelijk/kitsch/’fout’. Daar hebben ze hier een mooi woord voor: ‘tacky’. Zonde.

Er pal naast bleek een supermarkt te zijn en daar kochten we onder andere een verzameling ijsjes (deze camper is zo waar uitgerust met een klein vriesvakje dat het goed doet, daar maken we graag gebruik van).

Nog iets verder op was het Sturt Park met een mooie speeltuin in de schaduw (middels een soort overkapping van tentdoek). Na het beloofde ijsje konden de meiden daar hun gang gaan onder toeziend oog van Ron. Ik kon er in de tussentijd (half uurtje) even op uit. Ik ben naar de Regional Art Gallery gegaan dat in een mooi oud pand gevestigd is. De tentoonstelling viel wat tegen maar het was wel even lekker kunst op te snuiven. Op de weg terug naar de speeltuin ben ik nog even bij het Palace Hotel langsgegaan. Het zou vol zitten met wandschilderingen (wist ik uit het boek van Bill Bryson). Toen ik met mijn neus tegen de (dichte) voordeur gedrukt stond, kwam er een klusjesman naar me toe met de sleutel. Hij zei dat ik wel even naar binnen mocht om de wandschilderingen van ‘Mario’ te bekijken. Leuk!

Inmiddels lonkte het zwembad op de camping wel, maar we zijn nog even bij de ‘Line of Lode’ geweest, bovenop de ‘zilverberg’ die tegen het centrum van de stad ligt, met daarop een gedenkplaats voor 800 mijnwerkers die in de loop van de tijd in de mijn gestorven zijn. Bijzonder was het feit, dat de doodsoorzaak er per individu ook bij vermeld stond, zoals ‘te vroeg uit lift gestapt’, ‘door voertuig overreden’, ‘door elektrocutie’, maar ook ‘hartaanval’. We hadden er ook nog een heel mooi uitzicht over de stad.

Na dit alles zijn we naar de camping gereden, waar we met de meiden naar het zwembad gegaan zijn. Leuk om samen met hen in het voor hen te diepe zwembad te zijn. Gezellig om continu een meisje vast te mogen houden in het water. We kwamen er lekker verfrist uit.

p1010341-klein

De temperatuur was inmiddels heerlijk en we kregen er een lekker windje bij. Met onze voeten in het groene gras rond de camper (dankzij het vele sproeien) hebben we heerlijk gegeten. De meiden maakten dankbaar gebruik van het gras door van een lichte helling af te rollen. Ik stak er geen stokje voor, ze moesten toch nog in bad (ze hadden hier elk een kinderbad tot hun beschikking, waar ze graag in wilden). Einde van een mooie dag in de outback!


Zilvermijnen
Zondag 26 februari 2012. Wentworth, Australië.

De ‘wilde outback’ lijken we nu achter ons gelaten te hebben, maar het ‘vliegenprobleem’ zijn we nog niet kwijt, helaas. Ik word momenteel continu afgeleid door vliegjes en mugjes die over het beeldscherm kruipen, het enige licht in de camper op dit moment. Die moet ik dan even dooddrukken, waardoor dit verslag vast veel tijd gaat kosten.

We waren vandaag nog een groot deel van de dag in Broken Hill en omgeving, en zijn pas in de loop van de middag af gaan zakken richting Zuiden. We zitten nu zo’n 35 kilometer boven Mildura, dat blijkbaar een bezoek waard is, maar we vonden het niet nodig er op een camping te gaan staan.

Vanmorgen hebben we lekker rustig aan gedaan op de camping. De meiden sliepen uit, Ron trok baantjes in het zwembad en ik maakte foto’s van de zonsopkomst en typte nog wat. Het warmde snel op en vooral Vera leek daar last van te hebben. Ze was tamelijk huilerig op het moment van vertrek en bleef herhalen dat ze naar het zwembad en ijsjes wilde.

3629-klein

We reden richting Silverton, een klein mijnstadje, zo’n 25 kilometer van Broken Hill, dat nu zo goed als verlaten is. Vóór Silverton namen we een afslag naar de ‘Day Dream Mine’, een mijn bestaande uit tunnels die met de hand uitgehakt zijn in het verleden. Ron informeerde, of onze meiden mee zouden kunnen met de rondleiding van een uur. Er werd gezegd, dat dat geen probleem zou zijn. De meiden leken daar anders over te denken en waren nogal huilerig. Dat voorspelde niet veel goeds. Een koekje hielp iets…

Het eerste deel van de rondleiding vond buiten plaats, onder de brandende zon. De meiden moesten gedragen worden en Lena piepte wat, waardoor ik wat op afstand moest blijven en de uitleg grotendeels miste. Ik kreeg later de indruk, dat ik er niet veel aan gemist heb. De gids was niet bepaald een groot licht en gaf elke informatie op een wat stoere, ongenuanceerde manier. Toen het onderdeel ‘afdaling in grot met helm en hoofdlamp’ aanbrak hield ik mijn hart vast vanwege de staat waarin onze meiden verkeerden. Al snel bleek echter, dat de spanning en uitdaging hen weer een nieuwe dosis energie gaf en ze werkten goed mee. Steile afdalingen en beklimmingen deden ze goed, en dat was maar goed ook, want hen daar dragen zou geen doen geweest zijn (daarvoor waren sommige stukken van de tunnels te smal). Wel rolden een paar keer hun helmen naar beneden, waardoor zelfs een keer een hoofdlampje uit elkaar viel en de batterijen rond rolden. We hebben de gids wat extra werk gegeven. Op één plek was nog zilvererts in de rots te zien. Bijzonder om dat eens op die manier te zien. Het moet een heel zwaar leven geweest zijn voor de mannen daar, dat werd wel duidelijk (maar dat was me eigenlijk ook al wel duidelijk van te voren).

p1010386-klein

Na dat bezoek vielen de meiden terug in hun ‘huil-modus’ en vielen in de auto snel in slaap. We reden door Silverton, dat niet al te veel voorstelde en de enige plek die vooraf onze (lees Ron’s) interesse had gewekt bleek dicht: het Mad Max Museum (film Mad Max II werd hier opgenomen). Iets verderop was een uitzichtpunt over de Mundi Mundi vlakte: plat en kaal, met heel mooie wolkenpartijen erboven.

Terug in Broken Hill zijn we nog naar de Living Desert gereden. Een heuvel met daarop het Sculpture Symposium: twaalf kunstwerken door kunstenaars uit de hele wereld (ter plekke) uit rotsen gemaakt. Vanaf de heuvel had je een prachtig uitzicht over de vlakte rondom. Het moet een prachtige plek zijn bij zonsondergang.

De meiden waren inmiddels weer wakker en konden zich nog even uitleven in een andere (overspannen) speeltuin, voor we Broken Hill achter ons lieten en naar het Zuiden reden. Ik verliet Broken Hill met enige weemoed. Het was een prettige plek met veel mogelijkheden. Ik had graag nog wat meer ‘kunst-plekken’ bezocht waar er legio van waren.

De afstand tot onze volgende bestemming, Mildura, was zo’n kleine 300 kilometer. De weg er naar toe (Silver City Highway) bleek nog heel wat meer verlaten dan de weg tussen Peterborough en Broken Hill (waar veel road trains reden, een spoorlijn naast lag en we door meerdere dorpjes kwamen). Hier niets van dat al. We zagen een bord met een kangoeroe erop, met de tekst ‘next 120 kms’. We reden langs een paar parkeerplaatsen met een picknickbank, zagen een paar meren (mat groen uitgeslagen) en geiten en schapen. En dat was het wel zo’n beetje.

p1010393-klein

Het slapen had de meiden duidelijk goed gedaan, want ze waren de hele reis zeer goed gemutst en ze hadden veel pret met elkaar. De laatste ‘etappe’ lieten ze elkaar plaatjes in toeristische folders zien, van dingen die we volgens hen al gezien hadden (vooral speeltuinen en zwembaden), maar dat kon toch niet het geval zijn. We aten op een heel hete plek, toch maar weer in de camper, vanwege de vliegen. Het was een heel simpele maar toch wel smakelijke maaltijd: knakworsten en doperwtjes uit blik, aardappelpuree uit een zakje en tomaat en olijven erbij. Daarna zijn we nog een stuk doorgereden tot na zonsondergang. Het werd duidelijk minder ‘outback’. De grond was bewerkt, we zagen hier en daar wat landbouwvoertuigen op het land en we zagen ergens dat een groep schapen bij elkaar gedreven werd door een hond en twee mannen op quads.

Nu staan we op een parkeerplaats bij oranje zandduinen die heel oud zijn. We konden hen nog net zien voor het écht donker werd. Morgen maar eens verder kijken. Wentworth zelf schijnt nog leuk te zijn. Het ligt op een kruispunt van twee rivieren (moeilijk voor te stellen, we hebben nog geen rivier gezien!). Daarna zullen we de staat Victoria binnen gaan, met Mildura net over de grens. Daar zullen we nog een deel van de dag doorbrengen, waarna we nog naar het Grampians National Park willen rijden, dat niet al te ver meer van de kust (en de beroemde Great Ocean Road naar Melbourne) af ligt.

Vanavond kwam Vera nog terug op de ‘mijn’ die we bezocht hadden en het moment, dat we onze hoofdlampjes uit deden en het kaarsje dat nog brandde uitgeblazen werd (waarna het uiteraard pikdonker was). Lena begon daarna iets te piepen, maar dat was meteen weer over toen de lampjes weer aan mochten. Het had blijkbaar erg veel indruk gemaakt.


Oranje zandduinen
Maandag 27 februari 2012. Horsham, Australië.

Vandaag zijn we, na bezoekjes aan Wentworth en Mildura, verder naar het Zuiden afgezakt, over een tamelijk saaie weg door, zoals het leek, de graanschuur van Australië: enorm grote graanvelden. De meiden hebben maar liefst in drie speeltuinen gespeeld, ze hebben kennisgemaakt met een jukebox en poolbiljart, en aten dit keer wél goed mee van het take-away-eten.

Het was erg benauwd vannacht, later ging het enorm hard waaien. Vanmorgen waren er erg veel wolken en het was drukkend warm. Ik zag zelfs even een regenboog vanuit de camper. Kort daarvoor was ik naar buiten gegaan om een foto te maken van de zonsopkomst, maar buiten hield ik het niet lang vol. Ik werd opnieuw belaagd door vliegen. Dit keer de ‘normale’ niet-stekende van thuis, maar toch wel erg hinderlijk. Desondanks hebben we ons toch even op de oranje zandduinen gewaagd, wat toch wel erg leuk was. De meiden vonden het leuk naar boven te klimmen en naar beneden te rennen (en zand over mijn camera te gooien; bedankt, Vera!).

3661-klein

We reden naar Wentworth dat niet veel voor leek te stellen. Ron haalde lekkere cornflakes-koeken bij de bakker. Daar zagen we twee mannen door de straat lopen die zo uit een andere eeuw gestapt leken te zijn. Grote stevige mannen, met gegroefd gelaat, baard en breedgerande hoed op; zo stel ik mij de settlers van destijds voor. We gingen even kijken bij het punt waar de Murray- en Darling-rivieren (de twee grootste rivieren van Australië) bij elkaar komen. Op plaatjes in folders ziet dat punt er interessant uit, met gelig en heel helder blauw water dat in elkaar overstroomt. Vandaag waren het twee tamelijk saaie groenige rivieren; niet al te indrukwekkend. Het niveau van het water was wel opvallend hoog, maar dat schijnt te komen door een stuwdam iets verder.

Even verderop reden we over een brug en daarmee de staat Victoria in. Al snel reden we door een gebied waar druiven en ander fruit geteeld werden. We zagen betonnen bakken met schoepraderen voor de irrigatie. Opvallend was, dat de druivenplanten tegen de zon beschermd werden door wit plastic, tamelijk bewerkelijk! Het kwam allemaal erg gecultiveerd over. Wat een overgang na de ‘outback’ van daarvoor!

Zo’n dertig kilometer verder reden we Mildura binnen. Mildura is een tamelijk grote stad aan de Murray rivier. De rivier hebben we gezien, naast een aantal boten en een stuwdam. De meeste tijd in Mildura hebben we doorgebracht in een enorm mooie en grote speeltuin, die uitgerust was voor kinderen in rolstoel. Bijzonder! Er bleken ook douches te zijn in het ‘toiletgebouw’ dat erbij stond, waar Ron en ik dankbaar gebruik van maakten. We hadden de meiden verteld dat we ook nog naar een supermarkt zouden gaan. Lena herinnerde ons daar aan en leek wat ongerust toen we die op onze weg Mildura-uit niet konden vinden. Erg aandoenlijk. We verzekerden haar, dat we die supermarkt ergens anders nog wel tegen zouden komen.

We begonnen aan onze –opnieuw- lange reis naar het Zuiden. Ik had even de indruk gekregen, dat het ‘gecultiveerde landschap’ zou duren tot aan de kust, maar daar had ik me toch in vergist. Regio Mildura is een eiland in de ‘wildernis’. Echt ‘wild’ waren de vlaktes die we doorkruisten niet, want het waren enorme graanvelden die recent gemaaid waren waarschijnlijk, waardoor het hoog droog gras leek. Er was meestal een brede berm met bomen en struiken, waardoor het er toch ‘wild’ uit zag.

We hebben nogal wat regen gehad onderweg! Voor de verandering… We hadden er geen last van, en het koelde daardoor lekker af. Om de reis te breken zijn we in Lascelles even gestopt. Een ‘gespotte’ art gallery bleek niet veel soeps, wat ons bij het plaatselijke hotel bracht, waar een vrouw achter de bar stond en twee stoere mannen bier stonden te drinken. Die mannen waren snel verdwenen toen wij met onze meiden met Dora-T-shirtjes, kralenkettingen en rode klompjes binnenkwamen. We hebben er een warme snack gegeten, de jukebox in werking gekregen en met de meiden ge-poolbiljart. Erg leuk! Buiten bleek de regen weer verdwenen en vervolgden we onze reis.

p1010436-klein

De meiden hebben een groot deel van de tweede helft van de rit geslapen. Ik ook, trouwens… Ik heb erg grote bewondering voor de chauffeurs van die road trains die urenlang over kaarsrechte saaie wegen moeten rijden, vaak ook nog in de zon. Er staan wel opvallend veel borden aan de kant van de weg die waarschuwen voor slaperigheid in de auto en oproepen tot powernaps, dus het gaat waarschijnlijk ook wel eens fout.

In Horsham vonden we een Aldi (!) die nog een kwartier open was; daar hebben we efficiënt boodschappen gedaan. Lena was helemaal opgelucht dat we een supermarkt gevonden hadden en liep heel vrolijk hulpvaardig te zijn; ze liep parmantig met een kartonnen doos te zeulen. We bestelden een familiepizza en een portie pasta en liepen in de tussentijd naar de speeltuin die om de hoek lag. Picknicktafels ontbraken ook daar niet, dus het was een ideale plek voor onze maaltijd, zónder vliegen dit keer; een verademing!

Inmiddels staan we aan de kant van een rustige weg, nog zo’n zestig kilometer van het Grampians National Park af. Hopelijk hebben we morgen redelijk weer en kunnen we daar wat gaan wandelen. We willen op een camping gaan staan die een speeltuin en zwembad zou hebben. Klinkt aantrekkelijk.


Boemerang schilderen
Dinsdag 28 februari 2012. Halls Gap, Australië.

Vandaag hebben we een lekker rustig dagje gehad. We konden zo waar weer eens buiten ontbijten. Er liepen enkel heel grote mieren rond, die ons gelukkig met rust lieten. Het was aanvankelijk bewolkt, later toch zonnig, met een aangename temperatuur van plus minus 25 graden. Heerlijk.

We zijn vanaf onze ‘slaapplek’ naar Halls Gap gereden, over een mooie bochtige weg, langs meerdere toeristische plekken zoals uitzichtpunten en watervallen. We hadden op dat moment nog niet door, dat we langs de voornaamste attracties van het park reden. We wilden eerst even informatie inwinnen bij het bezoekerscentrum in Halls Gap. We stopten bij één plek die de mogelijkheid bood naar een uitzichtpunt te lopen via een ‘rolstoelpad’. Dat werden in ons geval buggy’s, want de meiden maakten weinig aanstalten tot lopen. We hadden tijdens de wandeling uitzicht op een mooi meer, en uiteindelijk op een bebost dal en rotsen.

Eenmaal in Halls Gap ging Ron gelijk naar de speeltuin met de meiden. Die hadden het daar de hele ochtend al over (bij elke auto die langskwam vroegen ze of die ook een speeltuin ging zoeken). Ik ging naar het bezoekerscentrum. Een deel van de wegen in het park is nog afgesloten omdat ruim een jaar geleden enorme regenval en storm heeft geleid tot flinke schade aan wegen en bruggen. Men is nog altijd niet klaar om de schade te herstellen.

We reden even langs een camping die leuk zou zijn voor kleine kinderen, met springkussen en zwembad. Die zag er prima uit, dus daar hebben we ons gelijk maar aangemeld (Big4; Parkgate Resort). Daarna zijn we naar een cultureel en kunstcentrum (‘Brambuk’) gereden, twee kilometer onder Halls Gap. Daar was onder andere informatie over de trieste geschiedenis van aboriginals te krijgen, én de meiden konden daar (tegen betaling) een boemerang beschilderen.

Het was de bedoeling, dat ze met dunne stokjes stipjes en streepjes op de boemerang zouden maken. Er werd bij gezegd dat het niet makkelijk zou zijn om de (acryl)verf uit kleding te krijgen. Toen ik vroeg of er mogelijk schorten waren ter bescherming van de kleding, was het antwoord ontkennend, maar met de ‘stokjesmethode’ zou dat ook niet nodig zijn. Onze meiden en hun schildertechniek kennende, hebben we hen maar ‘uitgepeld’ tot op hun onderbroek en luier. Dat was maar goed ook. Zij ruilden de ‘stokjesmethode’ snel in voor de ‘vingerverfmethode’ en hun armen en buiken kwam aardig onder de verf te zitten. Het leverde twee mooie boemerangs op, een leuk souvenir.

Daar vlakbij lag een groot stuwmeer (Lake Bellfield); daar hebben we even een broodje gegeten, voor we naar de camping reden. De rest van de dag hebben we genoten van de faciliteiten van de camping: zwembad, springkussen (of liever: springeiland; lekker groot!), familiebádkamer en barbeque. Ons diner werd muzikaal omlijst door cookaburra’s (?!), vogels die als een stel apen klinken. Eén exemplaar scheerde een paar keer heel laag over onze tafel. Hij (of zij) leek in zijn vlucht eten van ons bord te willen pikken.

Vanavond gaan Ron en ik een (hier gehuurde) dvd bekijken op onze laptop… en het is niet eens vrijdagavond.


Grampians National Park
Woensdag 29 februari 2012. Hawkesdale, Australië.

Vandaag was weer een lekker dagje. Vanmorgen rustig aan gedaan op de camping, vanmiddag nog wat bekeken en gewandeld in het Grampians National Park, waar Lena werd ‘overvallen’ door een kookaburra en aan het eind van de middag zijn we naar het Zuiden gereden. Morgen hopen we de zee weer eens te zien. Vannacht slapen we in Hawkesdale, of all places. Het staat niet eens in de Lonely Planet…

Het was een mooie film die Ron en ik zagen gisteravond (en begin van de nacht): ‘The bucket list’, met Jack Nicholson en Morgan Freeman. Aanrader! We hebben veel lol van onze notebook met externe dvdbrander/ -lezer. De meiden kijken er ook hun filmpjes op voor het slapen gaan (alleen op een camping, wanneer we aangesloten zitten op het net, anders raakt de accu van het notebook te snel leeg; ik gebruik hem immers ook voor het typen van dit verslag en het opslaan van de foto’s).

Vanmorgen hebben we rustig aan gedaan. Het was zelfs wat fris, dat waren we niet meer gewend, om een trui aan te trekken! Na het ontbijt ging ik met de meiden op het luchtkussen spelen en later ging Ron met hen tennissen, met gehuurde rackets en bal! Het was hun eerste echte tenniservaring. In Liempde hadden ze alleen nog maar ‘droog getennist’. Ik kon op dat moment mooi even het blog bijwerken en de mail lezen, tijdens een heel duur internet- half uurtje (toegang tot internet is op de meeste campings wel mogelijk maar tamelijk prijzig; het kan meestal op twee manieren: door een kaart te kopen met een aanmeldcode of door aanmelding via internet met creditcard-betaling; vanochtend kostte het me zes AUD is bijna vijf Euro voor een half uur).

Officieel was de uitchecktijd tien uur. Tot nu toe zijn we nog nooit voor tienen van een camping weg gegaan, maar nu maakten we het blijkbaar iets te bont. Om kwart over twaalf kwam een medewerker van de camping vragen of we nog van plan waren weg te gaan omdat onze plek gereserveerd was. Toen zetten we er toch maar eens de sokken in.

We reden de weg op waarlangs we gisteren naar Halls Gap afgedaald waren (de bochtige weg) en gingen naar een mooi uitzichtpunt (Boroka Lookout) over de vallei waarin Halls Gap ligt. Het was er koud en winderig, maar het uitzicht was toch zeer de moeite waard. Via een ‘4WD-only-weg’ konden we doorsteken naar de parkeerplaats van de Mac Kenzie watervallen. Zoals overal in het Grampians National Park waren ook hier de meeste boomstammen zwart geblakerd. Er heeft een heel forse brand in het park gewoed, ik meen in 2006, maar de meeste bomen leven desondanks nog. Wat een overlevingskracht! Een boom versperde ons op een gegeven moment de weg. Hij was niet zo dik, maar Ron en ik kregen hem niet versleept. We konden hem wel wat verschuiven waardoor een groter deel van de boom plat op de grond lag. Ik heb hem in die positie gehouden met mijn voet, terwijl Ron met de auto over de boom reed, pal langs mij. De meiden keken hun ogen uit!

3746-klein

We zijn (met de meiden aanvankelijk in de rugdragers) over een tamelijk steil pad met flink hoge traptreden afgedaald naar de watervallen. Toen de trappen eenmaal kwamen wilden de meiden zelf lopen en dat ging prima! Ze zijn daarna onderaan de watervallen met onze hulp van rots op rots gesprongen. Aan de overkant hadden we een mooi uitzicht, en na al onze inspanning hadden we wel een koekje verdiend. Het betrof de laatste grote cornflake-koek uit Wentworth. In een boom boven ons zaten een paar kookaburra’s en plots vloog er één rechtstreeks op de koek af die Lena in haar hand had en griste deze weg. Het gebeurde ontzettend snel. Lena schrok zich een ongeluk en begon te huilen (misschien ook wel omdat ze nu haar koek kwijt was). De kookaburra deelde de koek met een collega op de rots voor de waterval. Hij werd de rest van de dag door Vera het ‘stoute, stoute vogeltje’ genoemd. Ze was zo lief een stuk van haar koek aan Lena af te staan. De terugweg naar de camper legden de meiden ook grotendeels zelf af (en het waren écht grote stappen die ze moesten zetten op die trap!). Hoe moeilijker, hoe liever het hen is; lopen kunnen ze wel, als ze maar willen!

3801-klein1010510-klein

We troffen nog een Australisch echtpaar dat op de camping vlakbij ons had gestaan. Ze hadden recent een camper gekocht en waren nu begonnen aan hun lange ontdekkingstocht door Australië. Ze noemden zichzelf ‘grey nomads’. Ze adviseerden ons, nog een andere wandeling te doen (vanaf het ‘Wonderland carpark’), door een ravijn en een smalle doorgang, tot op een uitzichtpunt. Er zou ‘completely different scenery’ te zien zijn. Die hele tocht zagen we niet zitten, maar we waren toch nieuwsgierig geworden en zijn er op de terugweg naar Halls Gap even langsgereden. We hebben een indruk van de scenery’gekregen (inderdaad meer rotsen; moet een mooie wandeling zijn, als je niet twee peuters bij je hebt!).

Inmiddels was het al vijf uur en tijd om de Grampians weer te verlaten. We reden over een bergrug naar Dunkeld aan de Zuidkant van de Grampians. De meiden hebben daar weinig van meegekregen want waren in dromenland. In Hawkesdale vond Ron een park met speeltuin, toiletten en picknicktafels. Dit werd onze eet- en slaapplek.

Morgen gaan we de zee weer zien! Ik zie er naar uit. Ik hoop dat het weer redelijk is. Het kan aan de Great Ocean Road flink regenen en mistig zijn, heb ik vanavond gelezen.


Great Ocean Road
Vrijdag 2 maart 2012. Port Campbell NP, Australië.

We zitten momenteel ‘aan’ de Great Ocean Road, op een camping met koala’s, kookaburra’s en papegaaien. Het weer is tamelijk onstuimig: veel wind en vrij fris. Ik had het vanavond zelfs even koud. Dat had ik een kleine week geleden toch niet kunnen denken! In Broken Hill (een paar dagen geleden nog heet en gortdroog) schijnt het inmiddels enorm geregend te hebben. Het is blijkbaar raar weer in Australië.

Gisterochtend werden we wakker in Hawkesdale, dat écht niets voorstelde (we waren er doorheen gereden voor ik het goed en wel doorhad). We reden verder naar de kust en brachten een bezoekje aan het Tower Hill Reserve, gelegen in een oude krater. Er zou veel wildlife zitten en er zouden mooie wandelingen te maken zijn. De locatie was bijzonder, de rest viel wat tegen. Het leek erop, dat het reservaat wat verwaarloosd was. We maakten een wandeling naar een top van waar je een 360 graden- uitzicht zou moeten hebben. Die 360 graden waren duidelijk beperkt door vele bomen die het uitzicht belemmerden.

Later maakten we nog een wandeling over een vlonder door wetlands. we konden het water en de bijbehorende vogels niet zien door de enorme hoeveelheid aan riet die er stond. We zagen op een gegeven moment een heel klein zwart slangetje op de vlonder liggen, en Ron zag naast de vlonder een flinke bruin gevlekte slang. Beangstigend, omdat vrijwel alle slangen in Australië erg gevaarlijk zijn. Naast dit wildlife’ zagen we welgeteld één emoe (soort struisvogel) en één dood konijn (er hingen bordjes dat er konijnengif was gestrooid). We vonden het tijd worden om maar eens te vertrekken.

In Warrnambool zijn we naar een supermarkt geweest. In de winter kun je er – als je geluk hebt – walvissen in zee zien, maar omdat het geen winter is, hebben we Warrnambool verder maar gelaten voor wat het was en is.

Het werd tijd, om eens te gaan bekijken wat de Great Ocean Road voor ons in petto had. De kustlijn aan de Westkant (wij rijden ‘De Road’ van West naar Oost) bestaat uit steile kliffen en veel ‘losse delen’ in het water, doordat zachter gesteente door de zee weggeslagen is. Dat konden we meteen al goed zien, bij het eerste en bijna het beste viewpoint waar we stopten. Bij een volgende parkeermogelijkheid konden we met een trap het strand op. Daar maakten we gebruik van. Dat was achteraf gezien ook wel verstandig, want daarna kwamen er niet veel mogelijkheden meer. Weer verderop waren een boog-rots en een ‘grot’ van rots te bekijken.

3911-klein

Inmiddels schoot de dag al aardig op. In Port Campbell vonden we een mooie, opnieuw zeer complete speeltuin (met toiletten, picknicktafels en bbq, compleet met aanrecht en heet water kraan). Een ideale plek om te koken en eten dus.

Het werd later en later en we hadden nog steeds geen ‘slaapplekje’ gevonden. Aan de Great Ocean Road wild kamperen wordt waarschijnlijk niet door velen gedaan. Het is waarschijnlijk ook niet helemaal de bedoeling, maar we voelden er toch weinig voor om op dat tijdstip alsnog naar een camping te gaan. We besloten een ‘wilde plek’ te gaan zoeken. We zagen direct aan de weg steeds bordjes met een tentje met een rode streep erdoor. We besloten ons geluk in het ‘binnenland’ te beproeven. We kwamen terecht in het Port Campbell National Park, op een 4WD-track. Het was inmiddels donker. De weg was smal en werd steeds smaller. De takken schuurden aan twee kanten langs de auto. Het pad bestond uit twee rijsporen en het gras in de middenberm was vrij hoog. De weg klom en daalde ook nog flink. We begonnen ons af te vragen, of het wel verstandig was geweest er aan te beginnen, maar teruggaan (keren) was geen optie. Eén keer zagen we een vos aan de kant van de weg; meer wildlife hebben we niet gezien. Uiteindelijk vonden we een open en vlakke plek. Dat werd ons ‘slaapplekje’. We hebben er heerlijk geslapen, en er is die nacht hooguit een possum, maar geen verkeer langsgekomen.


Twaalf Apostelen
Vrijdag 2 maart 2012. Kennett River, Australië.

Vanmorgen stonden we op met zon. Onze slaapplek bleek ook een prima ontbijtplek, we zaten zo ongeveer op de ‘weg’. Het pad bleek na ons vertrek bij een weiland uit te komen en daar pal langs te lopen. De kwaliteit werd er niet bepaald beter op. Niet al te lang daarna kwamen we (gelukkig) weer bij een grotere weg uit, die ons direct naar de parkeerplaats van de ‘Twaalf Apostelen’ voerde, waar we ook wilden zijn op dat moment. De ‘Twaalf Apostelen’ zijn de hoofdattractie van de Great Ocean Road: een aantal rotsen in zee, waarvan niet helemaal duidelijk is of het er ook echt twaalf zijn, maar in ieder geval zijn er vanaf het uitzichtpunt maar zeven te zien. Hoe dan ook, het was erg mooi, zeker ook vanwege de zon die we op dat moment (nog) hadden.

3968-klein3990-klein

Later op de dag ging het harder waaien en werd het bewolkt. We zijn verder gereden. Een groot deel van de weg voerde door het beboste en ‘beheuvelde’ binnenland. Op zoek naar een geschikte lunchplek reden we richting Kaap Otway (Zuidelijkste punt), waar een vuurtoren te zien zou zijn. Die bleek te zien te zijn tegen (forse) betaling. Daar hadden we niet zo veel zin in. Een poging om hem via een wandeling naar een uitzichtpunt alsnog te zien strandde, omdat andere wandelaars ons vertelden dat er verderop een boom over de weg lag waar we niet zonder schrammen langs zouden kunnen komen. Jammer, maar helaas. Neemt niet weg, dat we er lekker even een pauze hebben gehad op de parkeerplaats, en we in de mooie bomen onderweg veel koalaberen hebben gezien.

Om niet opnieuw pas laat op een slaapplek aan te komen, reden we in de loop van de middag de camping bij Kennett River op. Een camping, met slechts een klein speeltuintje, maar met veel koalaberen, eenden en papegaaien (en een paar kookaburra’s). Toevallig waren er net een paar mensen de vogels aan het voeren toen we arriveerden, waardoor het één grote vogelbende was. Lena en Vera hadden meerdere keren te maken met een papegaai die op hun hoofd landde. Dat was natuurlijk schrikken (die vogels leken die blonde koppies het fijnst te vinden, ik heb geen ‘last’ van hen gehad).

4070-klein

De meiden waren de rest van de middag en avond niet meer van de camping weg te krijgen. Er waren veel andere kindjes om naar te kijken en een beetje mee te spelen (één Canadees jongetje was erg populair, vooral omdat hij een loopfiets had; op een gegeven moment renden beide meiden schreeuwend achter hem aan; hij leek het wel leuk te vinden, dat vrouwelijke ‘gevolg’). Ron maakte een schommel met behulp van een touw, twee stokken en een boom. Die had een grote aantrekkingskracht op andere kinderen, waardoor we heel wat aanloop hadden.

Ron is zo waar even gaan hardlopen. De laatste keer was inmiddels een paar jaar geleden. Het ging best goed. Bijzonder, dat dat weer kan. Ik ben ook nog even een wandelingetje gaan maken, waarbij ik de zee en de rivier van wat dichterbij ben gaan bekijken.

Vanavond hebben we kunnen skypen met de opa’s en oma’s en de meiden zijn in bad geweest (bij gebrek aan officieel kinderbadje dit keer in de kledingwasbakken; de beheerder had zelf de suggestie gedaan, dus het mocht…).

Morgen gaan we richting Melbourne. Er wordt slechter weer, met regen, voorspeld voor de komende dagen. Hopelijk valt dat mee. Aan de andere kant is een stad met regen niet de slechtste plek om te zijn. We zien het wel. We maken er wel wat van!


Stadsverkenningen
Zondag 4 maart 2012. Melbourne, Australië.

Gisteren was een regendag. ’s Nachts begon het al flink te regenen en dat bleef het vrijwel de hele dag doen. Uiteraard heeft dat onze dag beïnvloed. We waren blij met onze geïmproviseerde luifel van zeil en bamboestokken, zodat we toch buiten konden ontbijten. Ron merkte op dat hij het idee had in een grote volière te zitten. Lena had het ineens helemaal niet meer op al die vogels om haar heen. Ze wilde in de auto zitten, liefst met de deuren potdicht, maar uiteindelijk liet ze toch toe dat het raampje een beetje openstond. Door die kier wilde ze nog wel stukjes brood gooien naar de eenden, maar daarmee hield het ook wel op.

Volgens plan vertrokken we richting Melbourne. We hebben nog afscheid van de Great Ocean Road kunnen nemen door een wandelingetje te maken bij een vuurtoren (Split Point). We hadden daar een mooi uitzicht op de woeste zee en roodbruine rotsen. Het was op dat moment droog. De zandweg naar de parkeerplaats was dat niet, waardoor de auto erg vuil was geworden, maar dat spoelde er later op de dag wel weer af.

4171-klein4176-klein

Er was ons geadviseerd (door Australia Campers) om bij Queenscliff de veerboot naar Sorrento te nemen, waardoor we een lelijke snelweg zouden vermijden en een mooie aanrijroute zouden hebben naar Melbourne (via de oostkant, om een baai, langs kindvriendelijke stranden, etc.). Omdat het regende vonden we de extra kilometers en de dure veerboot de moeite niet waard, vandaar dat we de ‘lelijke versie’ kozen.

Omdat ik niet wist waar de ons geadviseerde camping lag, leek het me verstandig, om vóór Melbourne een toeristeninformatiecentrum te bezoeken. Ik koos voor de plaats Corio, waar er volgens mijn kaart één zou moeten zijn. Corio werd een belevenis. We reden er fout en de hele plaats voelde ‘fout’, met lelijke verwaarloosde huizen en ‘foute’ mensen op straat. Twee keer vroeg Ron de weg aan mensen en beide keren bekroop me even het gevoel dat we problemen met hen zouden kunnen krijgen gezien hun uiterlijk, maar beide keren kregen we heel hulpvaardig antwoord met de laatste keer (twee mannen met een capuchon ver over hun gezicht getrokken) ook nog de toevoeging: ‘Have a good one’. Uiteindelijk bleek de toeristeninformatie (definitief) gesloten en de toiletten ernaast op slot. Inmiddels had ik het adres van de camping in een folder gevonden en was ons hele Corio-avontuur niet nodig geweest. Ach, je moet wat als het regent.

Eind van de middag kwamen we op de camping in het Noorden van Melbourne aan. We kwamen op een sappig en drassig groen grasveldje te staan, naast een stel Nederlanders met hun baby, en naast een kletsnat speeltuintje. Nat of niet, de meiden wilden daar wel even spelen. We hebben de dag leuk beëindigd in de ‘spa’ van de camping, een verwarmde grote whirlpool bij het zwembad. De watertemperatuur was heerlijk. De meiden durfden nu ook na wat oefening weer zonder onze handen vast te houden in het water te springen. Daarna zijn ze ook nog even in een kinderbadje van de familiebadkamer geweest.

1010616-klein1010612-klein

Vandaag was het weer stukken beter. Vanmorgen regende het nog in de vorm van buien, later werd het zonnig. We zijn vrij rustig opgestart op de camping. Pas tegen elf uur vertrokken we richting tram. Dat bleek nog een heel stuk lopen te zijn (op zondag rijdt de bus niet die een halte heeft tegenover de camping). De tram zelf deed er ook best lang over om naar het centrum te rijden, maar dat vonden de meiden niet erg. Zij vonden het erg leuk om te gymnastieken (hangen) aan de beugels voor staande passagiers.

We kwamen aan in het centrum van de stad. Daar ging er wat mis bij het uitstappen. Ik stond al buiten met de buggy’s, toen de deuren voor me dicht gingen en Ron met de meiden in de tram achterbleef! De tram stopte niet veel verder opnieuw, dus we waren snel herenigd.

We zijn door een paar drukke winkelstraten gelopen, waar de winkels gewoon open bleken. Een straatmuzikant was interessant. Hij zong, speelde gitaar, mondharmonica en slagwerk met beide voeten, en het klonk nog goed ook. We liepen door twee mooie oude winkelgalerijen. Op zoek naar een toilet kwamen we uit bij het station van Flinders Street, een prachtig gebouw. Daar tegenover zat een museum waar we een toilet vonden. Daarna hebben we onze broodjes opgegeten op de trappen ervoor, waar een street entertainer onvermoeibaar bezig was het publiek, inclusief ons, te vermaken. Ik meende gelezen te hebben dat in het museum wat leuks te doen was voor de meiden. Achteraf bleek het gegaan te zijn om een plek in de botanische tuinen met dezelfde naam! Hoe dan ook: het museum hád een plek waar de meiden even lekker hun gang konden gaan. Het gaf mij de mogelijkheid om in zeer korte tijd het museum even door te lopen en wat kunst op te snuiven.

Daarna hebben we een tram genomen met de bedoeling om naar een grote overdekte markt (Victoria Markets) te gaan. Dáár zijn we nooit aangekomen. Wél zijn we nog even bij de moderne Docklands geweest: een boulevard bij een jachthaven, waar op dat moment ‘gepimpte’ Amerikaanse auto’s uit de jaren vijftig en zestig te zien waren.

1010625-klein4189-klein

Een volgende tram nam een andere richting dan ik aanvankelijk dacht, waardoor we even later weer in het centrum stonden. Jammer maar helaas. Toen besloten we maar gehoor te geven aan onze hongerige magen en eten te gaan zoeken. Dat eten vonden we. We aten heerlijke voorgerechten in Chinatown in een prima restaurant: dumplings, loempia’s, vegetarische pasteitjes en een ui-pannenkoek. Daarna liepen we verder richting Little Italy aan Lygon Street, via een (nu) rustige universiteitsstraat. Even later leken we inderdaad in Italië te lopen, een vreemde gewaarwording! We kozen een restaurant uit met een leuk terras. We aten er heerlijke pasta. Daarna kregen de meiden nog een ijsje en toen was het feest voorbij.

We zijn langs het moderne Imax Theater en Melbourne Museum naar de tramhalte gelopen. We hadden het geluk dat we daar niet op de tram hoefden te wachten. De terugreis verliep vlot. Tijdens de wandeling van de tramhalte naar de camping konden we nog rijpe vijgen plukken die boven een schutting uit kwamen. De meiden bleken bij terugkomst op de camping zelfs nog wat energie over te hebben voor de speeltuin, maar daarna was de koek op en vielen ze als een blok in slaap.

Morgen willen we met de auto nog richting centrum rijden, in de hoop de auto daar te kunnen parkeren en nog iets van de stad ónder de rivier te zien (die rivier die de stad door midden snijdt hebben we vandaag nog niet eens gezien, wat tamelijk stom is, want Federation Square, waar we lunchten, ligt er pal naast!). Mocht dat niet lukken, dan laten we de enorme stad Melbourne voor wat het is en gaan we het rustigere Australië verder verkennen.

Terugkerend onderwerp van gesprek tussen onze meiden deze vakantie:
Hun vriendinnen op het kinderdagverblijf, namelijk Demi van Lena en Julia van Vera. Aandoenlijk maar ook wat sneu. Het is de vraag, of die vriendschappen nog erg innig zullen zijn, na de afwezigheid van onze meiden gedurende maar liefst drie maanden. We zullen het zien… De eventuele teleurstelling zal aan de andere kant waarschijnlijk slechts van korte duur zijn.


Winkelwagen
Maandag 5 maart 2012. Fish Creek, Australië.

We staan nu niet eens ‘wild’ maar ‘geciviliseerd’ op een parkeerplaats in het plaatsje Fish Creek, bij een openbaar toilet gebouw, aan de doorgaande weg. We doen dus niet eens meer ons best om niet gezien te worden. Tot nu toe hebben we geen problemen gekregen met onze overnachtingen buiten campings om. Dan maken wij het ons zelf ook niet moeilijker dan nodig.

Vandaag is het gelukt om onze campervan (zo noemen ze onze auto hier) in Melbourne geparkeerd te krijgen, en nog wat meer van de stad te zien. Ik heb er een goed gevoel aan overgehouden en ja, ik denk dat het wel een mooie/ leuke stad is. Gisteren wist ik dat nog niet, aan het einde van de dag.

Ron had gisteren op de camping bedongen dat we later dan tien uur mochten vertrekken, en dat was maar goed ook. We kwamen opnieuw niet op tijd weg. De meiden deden weer hun ‘striptease-act’ in de speeltuin: ze gaan steeds vaker erg makkelijk uit de kleren, met luier (Lena) en al. In vrijwel elke speeltuin moeten al heel snel schoenen en sokken uit, als er water of wat zand bij komt kijken komen de overige kledingstukken aan bod.

Eenmaal vertrokken reden we op basis van een niet al te beste kaart met héél kleine lettertjes richting centrum van Melbourne. Best spannend. Toch kun je er (in tegenstelling tot in Eindhoven) niet erg verdwalen, want het stratenplan heeft veel weg van een schaakbord: recht toe recht aan. Lekker makkelijk. Het ging verrassend goed, en Ron kon het goed hebben vandaag. Wellicht went het rijden in de stad, of heeft hij besloten zich er niet langer over op te winden.

We wilden naar het Sport Museum bij de MCG (Melbourne Cricket Ground, het plaatselijke cricketstadion, met Olympische proporties). We konden daar pal tegenover parkeren. Het museum bleek een verzameling van sportieve ‘relikwieën’ te zijn. De fiets van Cadel Evans waarop hij vorig jaar de Tour won stond er in een vitrine; een zwempak van Ian Thorpe hing er ook. De meeste aandacht ging uit naar rugby en cricket. De motorsport werd totaal niet genoemd, tot verbazing van Ron. Er waren films, ‘shows’ met zogenaamde monologen door sporters die in een ruimte geprojecteerd werden. Daarnaast was er een (kinder)afdeling waar door de bezoekers zelf gesport kon worden. Ron was er bijna niet weg te krijgen.

4235-klein4269-klein

Na dat bezoek zijn we nog richting centrum gelopen om mijn nieuwsgierigheid naar de rivier te bevredigen. Dat lukte. We hebben ons brood op een bankje aan de rivier opgegeten, en zijn daarna nog richting Federation Square gelopen, wat een mooi zicht op de skyline van de stad gaf, met de rivier (Yarra) ervoor. De meiden hebben nog in een ‘kunst-speeltuin’ (versierd met door kinderen beschilderde panelen) gespeeld. Via een enorme voetgangersloopbrug over het brede spooremplacement en langs een grote oppervlakte aan tennisvelden met nog meer enorme sportcomplexen aan de horizon zijn we weer teruggelopen naar onze auto.

We konden meteen een tolweg op, maar die wilden we liever vermijden (dat betalen van tol verloopt wat ingewikkeld, via een betaling per creditcard of bij een postkantoor). Daardoor hebben we nog wat meer van Melbourne kunnen zien, het deel ten zuiden van de rivier. Ik heb ergens gelezen dat dat deel chiquer is, en die indruk maakte het inderdaad ook. De straten zagen er verzorgder uit, de huizen groter. Op de plek waar de M1 weer gratis werd doken we erop.

De stad en voorsteden eenmaal uit, werd de omgeving al vrij snel weer landelijk. Dat gaf een prettig gevoel: de stad was leuk, maar hem (/haar?) verlaten ook! We deden boodschappen in Cranbourne, en vonden ruim zeventig kilometer verderop een mooie speeltuin in het plaatsje Loch, dat aan de South Gippsland Highway ligt (die groter klinkt dan hij is; een prettige, rustige en mooie weg). We aten in Loch. Daarna zijn we nog een uurtje doorgereden tot het donker was.

Inmiddels zitten we aan een nog kleinere weg, richting het Wilsons Promontory National Park. Daar gaan we morgen eens kijken. Het schijnt er mooi te zijn, met een mooie kustlijn, tam ‘wildlife’ en wandelmogelijkheden. De weersberichten voor de komende week zijn goed. Hooguit morgen kan er nog wat regen vallen (vandaag was het weer overigens prima; alleen in Loch had het geregend, merkten we aan het gras en de glijbaan). We gaan het zien.

Vanavond vroeg ik de meiden weer eens, wat ze het leukst hadden gevonden vandaag. Lena antwoordde: ‘Boodschappen doen; met papa rondjes rijden in het winkelkarretje’. Het wordt weer eens bevestigd: voor hén hoef je niet naar de andere kant van de wereld te reizen, maar dat wisten we natuurlijk al.


Spelen in de branding
Dinsdag 6 maart 2012. Wilsons Promontory NP, Australië.

We zijn op een mooie plek beland. Dit National Park heeft het laatste decennium nogal wat meegemaakt. Twee flinke branden en flinke regen- en stormschade. Desondanks is dat wat we hebben kunnen zien erg de moeite waard. Het weer was aanvankelijk wat wisselvallig, met een paar buitjes. Later werd het beter (droog met stapelwolken, dus ook zon). Op weg hier naar toe zagen we een paar kangoeroes en een emoe. Hier aangekomen hebben we op het strand (waarschijnlijk) een kleine schorpioen, veel meeuwen, enkele kookaburra’s en een possum in het toiletgebouw gezien.

4352-klein4301-klein

We werden wakker in Fish Creek, waar het ’s ochtends heel wat drukker is dan ’s nachts. Omdat we pal tegenover een bushalte en een lagere school stonden, was het er een drukte van belang. Nadat Ron de auto een kwartslag gedraaid had hadden we toch wat privacy achter de auto en konden we rustig ontbijten.

Na het ontbijt hoefden we nog maar een korte afstand te rijden tot de ingang van het National Park. Daar lazen we in de informatiefolder dat een flink deel van de wegen gesloten was in verband met schade door overstromingen in maart 2011. Er bleef voor ons echter meer dan genoeg over voor de 24 uur die we verwachtten te blijven.

Op weg naar het enige dorpje Tidal River zijn we bij Darby River gestopt en naar het strand gewandeld. Het bleek een strand met veel stenen, met de monding van de rivier daarbij, naast een steile wand van (schijnbaar) zand, dat er erg kwetsbaar uit zag. Het was een mooie plek om even te zijn. De meiden vonden het leuk om stenen in de rivier te gooien. Toen we een beestje zagen dat wij, leken, voor een schorpioen aan zagen, vonden we toch maar dat ze daarmee moesten stoppen (achteraf bedachten we, dat het waarschijnlijk een onschuldig rivierkreeftje was). Bij de parkeerplaats stond een bord dat foto’s toonde van schade van een jaar geleden; de brug waar we net daarvoor over heen gereden waren is toen deels verzakt, waardoor honderden mensen in Tidal River van de buitenwereld afgesloten waren en via de lucht opgehaald moesten worden. Het kan hier qua weer flink te keer gaan blijkbaar. Het is hier trouwens verdacht groen; het regent hier vast vaak en veel, in ieder geval dit jaar!

In Tidal River bleek een kampeerplek met elektriciteitsaansluiting twee keer zo duur als een plek zonder, dus de keus was snel gemaakt. (In Melbourne hadden we ook al een plek zonder. De auto zelf en het campergedeelte hebben de stroomaansluiting niet nodig, als we in een toiletgebouw een stopcontact kunnen gebruiken om wat dingen op te laden is dat voldoende). We kozen een mooie plek vlakbij zee.

4365-klein4378-klein

We zijn naar het strand en de zee toe gelopen in de loop van de middag. Op het strand kreeg een groep kinderen, waarschijnlijk een schoolklas, les in bodysurfen in de best wel wilde branding (weer eens wat anders dan een dagje naar de Apenheul!). De meiden vonden de schepjes even leuk, maar de zee trok toch meer. Hangend aan onze armen vonden ze de branding geweldig en het ‘aftel-ritueel’ (aftellen van tien tot nul, dit keer betrof het tien golven) moest er uiteindelijk aan te pas komen om hen er weer weg te krijgen.

We hadden inmiddels trek gekregen in de boterhammen die we bij ons hadden, maar terug bij onze tassen bleken ze verdwenen. Ik weet toch zeker, dat ik de brooddoos volgepropt met zeker zeven á acht boterhammen in de tas had achtergelaten, maar het enige dat restte was een lege brooddoos met kapotte deksel en heel veel vogelpootjes in het zand! Ongelofelijk, wat een brutaliteit en brute kracht van die, waarschijnlijk, meeuwen.

Terug op de camping troffen we in het toiletgebouw een flink beest aan met grote dikke zwarte staart, flinke klauwen en een lief koppie, waarvan we even niet wisten wat het was. Een vreemde gewaarwording. Waarschijnlijk betreft het een possum, maar helemaal zeker weten we het nog steeds niet. We hebben die beesten tot nu toe slechts dood en vaak plat aan de kant van de weg aangetroffen. Er één in levende lijve tegenkomen is toch een heel andere ervaring. De meiden kregen een wasbeurt in een kleine badkuip in het verder nogal primitieve toiletgebouw, én opnieuw een zelf gefabriceerde schommel in een boom.

1010697-klein

Vóór het eten zijn we nog even naar de Tidal rivier gelopen, waar een mooie brug overheen loopt vanaf de camping. Het bleek een prachtige plek, met een mooi bos met kookaburra’s en een vader met twee dochters die aan het vissen waren, wat onze meiden erg interessant vonden. Al met al was het een mooie dag. Morgen gaan we nog wat meer bekijken hier en rijden daarna toch maar weer verder.


Regenwoud
Donderdag 8 maart 2012. Lakes Entrance, Australië.

Momenteel zit het tegen met het weer. We hebben (weer) een regendag gehad, en nu vinden we het niet leuk meer, zeker omdat de berichten voor de komende dagen ook maar zo zo zijn. Het gunstige weerbericht dat ik een paar dagen geleden in Melbourne zag, gold (helaas!) blijkbaar niet voor deze regio, Gippsland, ten oosten van Melbourne.

Gisteren hebben we nog een heel mooie ochtend en begin van de middag gehad in het ‘Prom’, zoals het park genoemd wordt. Aan het eind van de middag reden we richting de onverharde Grand Ridge Road ten noorden van Foster. Daar reden we een wolk in en begon het te regenen. Het is eigenlijk niet meer opgehouden, tot we vanmorgen weer daalden en de wolk uit reden.

We hebben nog wel een wandelingetje door een mooi oud regenwoud gemaakt in het Tarra Bulga National Park, en de Tarra Waterval gezien. Eenmaal van de ‘berg’ af was het aanvankelijk nog droog, maar in de middag begon het te regenen en die regen werd steeds erger. Er schijnt een front vanuit het Oosten naar het Westen te trekken. Gunstig is dus wel, dat we niet met de regen mee rijden.

We staan nu op een camping aan zee, die we wel kunnen horen, maar nog niet gezien hebben. De zee wordt aan het gezicht onttrokken door een duinenrij die weer achter een binnenzee ligt. Op zich goed zwemwater dus hier, maar het weer is er niet naar.

Gisterochtend waaide het flink, maar verder was het best aardig weer. We zijn met de meiden nog over het strand naar de monding van de Tidal River gelopen. Het was er mooi. Het rivierwater was erg helder en stroomde flink (erg leuk om daar stokken in te gooien!).

4395-klein4417-klein

Iets ten noorden van de camping zijn we nog op twee stranden, Squeaky Beach en Picnic Bay, geweest. Op Squeaky (schijnt zo te heten omdat het zand daar een dergelijk geluid maakt!) Beach aten we een broodje achter enorme oranje rotsen. Er waren kapers op de kust: twee meeuwen (wellicht herinnerden zij zich onze broodjes van de dag ervoor nog). In een iets minder bewaakt moment ging er één met een broodje pindakaas vandoor, dat Ron nota bene in zijn hand had! Een tweede poging om iets weg te grissen mislukte, maar het is duidelijk, dat het brutale dieven zijn.

Met de meiden in de rugdragers zijn we de twee kilometer langs de kust naar Picnic Bay gewandeld (en terug). Een mooi afwisselend wandelingetje. Al met al heb ik het idee dat we een redelijke indruk van het ‘Prom’ hebben gekregen. Het is er mooi.

We zijn naar Foster gereden en hebben daar een bezoek gebracht aan de bakker en speeltuin. Richard Haze van Australia Campers adviseerde mij in het informatieve telefoongesprek van een uur, dat bij de camperhuur inbegrepen zat, om de Grand Ridge Road van Gippsland te rijden. Navraag in het ‘Prom’ maakte duidelijk, dat we daar niet meer ver vandaan zaten.

Vanuit Foster zijn we noordwaarts gereden, in plaats van de meer voor de hand liggende kustroute te pakken. Al snel begon de weg te klimmen en voerde langs mooie gele heuveltjes. De eigenlijke Grand Ridge Road is grotendeels onverhard en loopt door bossen met veel varens en zeer hoge dunne eucalyptusbomen. Er wordt bosbouw bedreven. We zagen kale hellingen en waarschuwingen dat ‘logging-trucks’ dezelfde smalle weg ook gebruikten. We zijn erg blij, dat we zo’n truck niet tegenkwamen toen wij er reden!

4444-klein

Het begon te regenen waardoor de sfeer bijna mystiek werd en wel leek te passen bij de omgeving van regenwoud. De regen maakte het niet erg aantrekkelijk om te stoppen en de meiden sliepen, dus we reden nog maar even door. We kwamen uit bij het Tarra Bulga National Park, waar we niet mochten overnachten, maar we vonden een prima plekje aan de overkant van de parkeerplaats bij het visitor’s centre. Buiten konden we absoluut niet zijn, dus hebben we het binnen gezellig gemaakt. Het bovenbed werd een mooie speelplek voor de meiden. Uiteindelijk lagen we er met ons viertjes te puzzelen. Heel gezellig. We hebben binnen gegeten en dat ging goed, en het was nog lekker ook. Al met al een prima avond.

Vanmorgen sloeg de stemming wat om. De nacht was al geen beste geweest, omdat het tamelijk koud was. Toen de meiden allebei inclusief nachtkleding en slaapzakken nat bleken te zijn door overgelopen (te kleine!) luiers begon ik het minder leuk te vinden. Die slaapzakken wassen en droog krijgen is met dit weer geen doen (vandaag heb ik grotere luiers gekocht, hopelijk gaat het vannacht goed, want daarna is de voorraad droog slaap-spul op!).

Ondanks de aanhoudende regen hebben we nog wel een wandelingetje gemaakt door het bijzondere oerbos van het National Park, van en naar een hangbrug, van waar je bovenop de grote varens kijkt. Het was een mooi bos met bomen die duizenden jaren (!) oud zijn (las Ron op één van de informatieborden). De meiden stapten dapper rond, met hun laarsjes en poncho’s aan, die vonden het allemaal prima. Zo lang er maar riviertjes en stokken zijn die daarin gegooid kunnen worden is het goed.

We daalden af via de Tarra Valley Road, een smalle maar gelukkig geasfalteerde weg (na al die regen leek een onverharde weg ons niet zo’n pretje meer). We hebben de Tarra Waterval gezien, die flink groot was, wat natuurlijk niet verwonderlijk is na en tijdens al die regen.

In Yarram vonden we een speeltuin die nog droog was bij aankomst. De meiden konden er lekker hun gang gaan en ik deed boodschappen. De regen haalde ons daar in, en bleef ons de rest van de dag lastig vallen. Alles was grauw, grijs en erg nat. Het landschap waar we doorheen reden via de rechte en tamelijk saaie Princes Highway werd er door het weer niet mooier op. De neiging om stukjes om te rijden naar The Ninety Mile Beach en het Gippsland Lakes Coastal Park bleef uit.

1010750-klein

In Lake Entrance, een flink en niet al te mooi dorp, lieten wij ons anker vallen op de huidige camping. De brochure beloofde dat we van een overdekt zwembad gebruik konden maken en dat zagen we wel zitten. De eigenaar van de camping dacht dat het zwembad (aan de andere kant van het dorp gelegen) zeker tot negen uur open zou zijn. We besloten eerst pannenkoeken te gaan bakken en de dag leuk te besluiten met een bezoek aan het zwembad. Iets over half acht arriveerden we daar. Het zwembad bleek bijna te gaan sluiten. De meiden konden maar niet begrijpen dat ze niet mochten zwemmen en hun nieuwe tweede zwembandje (vanmiddag gekocht!) niet uit mochten proberen en waren even ontroostbaar. Op de camping kwam het bij een filmpje op de laptop weer goed.

Morgenochtend gaan we dus alsnog zwemmen. Onze verdere plannen zullen we aan moeten passen aan het weer. Mocht het aan de Oostkust beter weer zijn dan hier, dan is het verstandiger, deze Zuidkust maar voor gezien te laten. Het mooie natuurpark Croajingolong valt waarschijnlijk niet te bezoeken omdat daar enkel ‘mooi-weer-wegen’ liggen, die na al deze regen niet begaanbaar zullen zijn. Jammer, maar helaas.


Pelikanen
Vrijdag 9 maart 2012. Cape Conran Coastal Park, Australië.

Hoe anders zag de wereld er vandaag letterlijk en figuurlijk uit! Het was een dag van opluchting en genieten. Gelukkig hadden de weervoorspellers het gisteren mis en pakte het vandaag goed uit, en de vooruitzichten luiden nu, dat er de komende dagen weliswaar nog wat buien kunnen vallen, maar dat is heel wat anders dan continue grijsheid en nattigheid. Het lelijke dorp Lakes Entrance van gisteren bleek vandaag best mooi (vooral de directe omgeving, met rivier, zee en strand).

Vanmorgen móesten we natuurlijk wel naar het zwembad; dat was het eerste waar de meiden na het wakker worden over begonnen. Omdat het mooi weer aan het worden was en onduidelijk was of dat de hele dag zo zou blijven, voelde het raar om een zwembad in te duiken, maar achteraf was het erg leuk en geslaagd.

Het zwembad werd goed gebruikt op het moment dat wij er waren. Groepen volwassenen en groepjes kinderen die les kregen wisselden elkaar af. Opvallend was, dat in de lessen het zwemmen met een zwemvest een vast onderdeel leek te zijn. Dat zou in Nederland ook zo gek nog niet zijn, met al ‘ons’ water. Er was een verwarmd kinderbad met een ideale diepte voor ons. Verder was er een 25 meter bad waar Ron zijn baantjes kon trekken, en een sauna, waar ik (uiteraard nadat Ron uitgezwommen was) even gebruik van maakte. De meiden konden al goed drijven en trappelen/ vooruit komen, met hun bandjes om. Ze genoten enorm, ik zag vier glimoogjes. Na dit feest kwam er nog meer moois. We vonden een speeltuin aan de rand van het dorp, waar onze natte spullen mooi even droog konden waaien, en we even konden lunchen (en spelen natuurlijk).

p1010088-klein4516-klein

Daarna waren we van plan het dorp te verlaten, maar dat viel niet mee. Een uitzichtpunt bleek interessant. Daarna zag ik meerdere pelikanen vlakbij een parkeerplaats staan die ik wel even van dichtbij wilde zien. Ze bleken bij een ‘vis-schoonmaak-plek’ te staan, waar toevallig net mensen gebruik van kwamen maken. Dat leverde een boel spektakel op; mooi om te zien. Wat een grote beesten zijn dat!

Halverwege het dorp, op weg naar de uitgang, slechts honderd meter van de camping waar we overnachtten, stopten we toch opnieuw, omdat de voetgangersbrug over de ‘binnenzee’ naar het strand aan de échte zee toch ook wel heel aantrekkelijk leek. De meiden waren zo waar nog te porren daar overheen te lopen en vonden de branding die daar achter lag opnieuw erg geweldig. Terug bij de camper kregen ze een ijsje (van onze diepvries voorraad) en mochten ze mee-eten van de ‘fish & chips’ die ik er kocht. Ook kregen ze elk een mooi schepnet. Nu maar zien, of we daar nog lol van kunnen hebben de laatste dagen die ons hier resten.

Kortom: het dorp had heel wat te bieden, en voelde vandaag ‘goed’ aan, terwijl het gisteren een troosteloze plek leek. Aan het begin van het dorp stond een bord met een luchtfoto van het dorp (genomen op een zonnige dag) met een tekst ter verwelkoming. Dat zonnige oord van de foto leek gisteren gemeen onbereikbaar, terwijl het vandaag toch bleek te bestaan.

Pas tegen half zes uur reden we uiteindelijk het dorp uit. We realiseerden ons, dat we dat zonder camper nooit hadden kunnen doen. Met een camper zijn dat soort acties geen probleem. Fijn, die vrijheid!

Het plan was om bij Orbost de afslag naar Marlo te nemen, een plaatsje aan zee, van waar een weg pal langs de kust naar Cape Conran leidt. Onderweg naar Orbost zagen we heel wat water. Rivieren waren onnatuurlijk breed, met oevers van aflopend gras en we zagen ondergelopen weilanden. In Orbost bleek de weg naar Marlo die we hadden willen nemen afgesloten, ongetwijfeld ook vanwege wateroverlast, want er staan een meertje en riviertjes langs die weg op de kaart.

4545-klein

We besloten toch naar Cape Conran te rijden, via een directe toegangsweg vanaf de hoofdweg. Zo kwamen we hier terecht, in een langgerekte natuurcamping in een bos aan zee. Er bleken vuurplekken te zijn bij de plaatsen en daar moesten we natuurlijk wat mee doen. Het leek een onmogelijke opgave om een mooi knappend vuurtje te verkrijgen met het natte hout hier, maar we konden het niet laten om een poging te wagen. Die poging slaagde! Mede dankzij de meiden die takjes en blaadjes op het vuur gooiden. We konden uiteindelijk bij het vuur eten. Dat eten werd wel een latertje en de uiteindelijke slaaptijd van de meiden ook. We zullen morgen wel niet vroeg uit de veren zijn, maar ach, het is vakantie, en ook nog eens weekend, dus wat maakt het uit.

1010797-klein1010818-klein


Beestjes
Zaterdag 10 maart 2012. Mallacoota, Australië.

We staan nu op een camping in Mallacoota, een plaatsje bij een ‘inlet’, een soort baai met een heel nauwe en ondiepe ingang. Vanmorgen hebben we het Cape Conran Coastal Park wat verder verkend. We kwamen tot de conclusie, dat het echte ‘bush-kamperen’ niet echt ‘ons ding’ is. Dit keer waren het de geel-zwarte vliegende kevers, wespen en teken die ons begonnen te irriteren, waardoor we ons er niet meer op ons gemak voelden. Het was de voornaamste reden, dat we vandaag de mogelijkheid om het Croajingolong National Park in te gaan lieten lopen. We hebben nu gekozen voor een plek met wat meer comfort en zónder ‘enge beesten’.

Rond middernacht zijn Ron en ik nog even naar het strand gelopen, bij volle maan. Het was een mooi gezicht, die branding in het maanlicht, en de harde schaduwen van onszelf op het strand. Wat een licht!

Vanmorgen was de lucht aanvankelijk grijs, maar het klaarde al snel op en de rest van de dag hebben we zon gehad. Lena zei, dat ze niet buiten wilde eten. Dat zei ze gisteravond ook, maar toen weten we het aan het donker. Waarschijnlijk had ook zij het niet zo op al die ‘beestjes’. Dat buiten eten deden we toch maar.

Na het ontbijt zijn we naar het strand gelopen, dat te bereiken was via een pad dat vanaf de camping omlaag liep. Het strand lag vol met grote dotten waterplanten. Op sommige plekken bleken heel veel garnaaltjes in het zand te zitten en Ron en de meiden gingen de garnaaltjes ‘vangen’ door als goudzoekers zand met de schepnetjes te zeven. Weer terug bij de camper konden we niet lekker rustig zitten door wespen die laag bij de grond- en geel-zwarte kevers die hoger in de lucht rondvlogen. Wat opgelucht verlieten we onze overnachtingsstek.

4573-klein4586-klein

Iets verderop liepen we nog even over een paar trappen langs de kust, nadat we over wat rotsen geklauterd waren waar de zee erg dichtbij kwam. Omdat we niet wisten of het eb of vloed was (of we nog zonder al te veel problemen terug zouden kunnen komen) hebben we dat wandelingetje maar kort gehouden. Op de terugweg vond ik een teek in Lena’s haar (die daar nog op zoek was naar een lekker plekje). Het was een grote, veel groter dan die ik ken uit Nederland. Later liep er ook nog één op mijn T-shirt. Op de camping had ik informatie zien hangen dat aan de Oostkust teken voorkomen die verlammingen kunnen veroorzaken. Na het zien van die teken begon het overal bij mij te kriebelen.

Daarna zijn we over een onverharde weg gaan rijden richting een kloof die mooi zou zijn. De weg was best goed, enkele slechte plekken uitgezonderd. Op één plek lag een heel brede (en mogelijk diepe) plas; Ron nam een andere route, die ook een plas bleek te bevatten, die diep bleek te zijn. De auto schudde flink door elkaar en we hoorden in de rijderscabine ons servies door elkaar schudden. Ons servies blijkt deels door de camper gelanceerd te zijn (vanuit de serviesbak met klep). Die lancering is door een kom en mok niet overleefd.

De kloof hadden we bijna gemist, want deze was nauwelijks aangegeven, maar doordat er wel een parkeerplaatsje gemaakt was stopten we toch op tijd. Met de teken in ons achterhoofd hebben we onszelf goed aangekleed en de meiden in de rugdragers gehesen, toen we het pad zagen dat voor ons lag (smal en nogal overwoekerd). De ‘gorge’ viel wat tegen; het was meer een (momenteel goed gevulde) rivierbedding met een stukje rotswand erachter. De rivier schuimde erg, wat wel een erg mooi gezicht was: wit schuim op zwart water, net kunst!

4609-klein

Terug op de grote weg, de Princes Highway, kregen we de kans om het Croajingolong in te gaan, via onverharde wegen. Met name de Thurra River (camping) was ons geadviseerd. We besloten de kans te laten lopen. Graag was ik er even langsgereden om te kijken of het wat was, maar dat was niet bepaald een optie: de onverharde weg er naar toe was ruim veertig kilometers lang.

In Mallacoota (te bereiken via een ‘normale’ weg), kwamen we terecht op deze enorme en vrij drukke camping. We konden na aankomst nog even heerlijk in de zon zitten. We staan op een plek bij de speeltuin. De meiden hebben daar al veel lol van gehad vanmiddag en vanavond. Ze speelden aan het eind samen met vijf oudere Engels sprekende kinderen en hadden de grootste pret. Leuk om te zien (en horen).

We hebben een was gedraaid maar of we die morgenochtend droog mee kunnen nemen? Hij hangt aan de waslijn maar wordt daar momenteel slechts natter dan droger door de condens. Het is geen Broken Hill hier!

Morgen maar eens kijken wat we hier kunnen doen. Ron zou wel een surfles bij willen wonen of enkel een surfboard willen huren. Mogelijk kunnen we hier ook nog een boot huren en het meer verkennen.

 

Boottocht over het meer
Zondag 11 maart 2012. Mallacoota, Australië.

We zijn vandaag voor de verandering eens een dag niet verkast. Vanmorgen stonden we op onder een strakblauwe hemel en het was windstil. Heerlijk gewoon. Al snel kreeg ik het gevoel, dat ik nog niet weg wilde. Ron ging akkoord. We hebben het meer verkend met een bootje, zijn bij een strand en rivier geweest en zijn vanavond lekker uit eten geweest. Het was een geslaagde dag.

Bij de ‘werf’ aan de rand van de camping huurden we een boot met buitenboordmotor, waarmee we het meer op konden varen. De meiden kregen een reddingsvest aan. Vooral Lena vond het in het begin allemaal wel wat spannend, maar al snel begon ook zij het leuk te vinden. Het begin was voor Ron ook even spannend, omdat het meer bij het dorp en de uitloop naar zee erg ondiep is. We moesten de vaargeul niet verlaten en niet verdwalen, maar dat deden we ook niet.

4670-klein4644-klein

Het meer bleek best groot en onze boot kon niet al te hard. Al snel werd duidelijk dat we niet het hele meer met al zijn uithoeken konden verkennen. We kozen uiteindelijk voor de nauwere stukken van het meer, waardoor we de oevers van dichtbij konden zien (en we voor ons gevoel harder vooruit gingen dan midden op het meer). We vonden het leuk om bij een aanlegsteiger even aan te leggen. Dat betekende wel, dat ik aan het roer moest zitten bij het aanleggen (want ik ben niet zo’n held in het op de kant stappen en afhouden, is eerder al gebleken).

Ik zat al een tijd aan het roer, dus ik was er al wel aan gewend, maar aanleggen was toch een andere zaak. Zoals eerder ook al duidelijk is geworden, kan ik op het moment dat het er op aan komt, heel domme en onlogische dingen doen met boten, waardoor zij rare dingen gaan doen die achteraf niet de bedoeling waren. Zo ook nu weer: in plaats van rustig richting steiger te blijven varen gaf ik op het laatste moment gas en ramden we de steiger met onze boeg. Door de klap viel Lena van het bankje op de grond. De boot en steiger kwamen ongehavend uit de strijd en de meiden met de schrik vrij, maar mijn boten-zelfvertrouwen is er (opnieuw) niet groter op geworden. Wat me bezielde op dat moment kan ik niet meer terughalen. Ik wilde iets anders doen dan ik deed in ieder geval.

Toen we weer weg wilden varen, liepen een paar mannen spontaan mee om ons te helpen om weg te komen. Heel aardig. Eén van hen liet op zijn camera een foto zien van de aanlegsteiger, zoals die er drie dagen geleden uit zag: ondergelopen, enkel de bovenkanten van de paaltjes aan weerszijden waren nog te zien. We hoorden ook, dat de visvangst momenteel erg matig is, doordat de zoutwatervissen verdrongen worden door het vele zoete rivierwater. Op de terugweg naar Mallacoota kwam er een pelikaan over vliegen. Wat een machtige vogels zijn dat. Prachtig om te zien.

Terug in Mallacoota zijn we even naar een supermarkt geweest waar het brood bijna uitverkocht en het restant veel te duur was. We zitten nu dus even zonder. Hmm dat worden waarschijnlijk pannenkoeken bij het ontbijt morgen. Geen straf!

We reden naar een strand dat aangeduid was als ‘familiestrand’. De zee zag er daar tamelijk onstuimig uit, en de rivier die daar de zee in stroomde, schuimde flink en had een grote snelheid. Ook hier was duidelijk meer water dan gebruikelijk was. Lena sliep inmiddels in de auto, maar Vera absoluut niet. Die wilde graag de zee in en vissen vangen met haar schepnetje. Ze kwam goed aan haar trekken.

4690-klein4709-klein

Op zoek naar een eetgelegenheid besloten we een bord te volgen dat melding maakte van een ‘family bistro’ bij een golfbaan. Op die golfbaan zagen we meteen al heel veel kangoeroes, die zich er erg thuis leken te voelen. De menukaart zag er veel belovend uit, en iemand van het personeel kwam een praatje met ons maken ter verwelkoming wat leuk overkwam. De keuken was nog niet open (zou half zes opengaan), dus we moesten nog even een half uurtje overbruggen. We zijn naar een strandopgang (eigenlijk –afgang) gereden en hebben daar ons ‘restaurant toilet’ gemaakt. We kleedden ons net even netter aan. Dat was wel grappig, zo op die parkeerplaats.

We waren de eerste gasten in het restaurant. In een ander deel van de ruimte zaten nog wel luidruchtige golfers de prestaties van de dag te bespreken. Het meubilair zag er uit als een afgedankte kantoorinventaris, die voor een prikkie opgekocht was. De meiden wilden graag in een kinderstoel met eigen blad, waar ze eigenlijk veel te groot voor waren, maar zo’n bureaustoel was ook niet echt een optie, dus het was wel een goede oplossing. Tegenvaller was, dat de ‘catch of the day’ niet gevangen was door het vele water, en dat de ingevroren vis inmiddels ook op was. Met enige moeite koos ik voor een Indiase garnalensoep met noedels, Ron had meteen al een flinke steak gekozen. Het eten was heerlijk!

Het liep na ons aardig vol; we leken op de ‘place to be’ terechtgekomen te zijn. Grappig was, dat de directe buren van de camping er ook binnenkwamen. Onze kinderen hebben er nog samen gespeeld, op het gazon dat afliep naar een hek, waar achter kangoeroes ons in de gaten hielden. Het was een leuke avond. Terug op de camping was het al donker, en douche-/melk-/tandenpoets-tijd.

Morgen vertrekken we richting Eden, aan de Oostkust. We hebben vanavond besloten, een deel van de kust daarboven over te slaan, en via de ‘Snowy Mountains Highway’ naar Canberra te rijden. De hoofdstad van Australië, met in ieder geval een heel groot oorlogsmuseum dat de moeite waard moet zijn (waar vooral Ron in geïnteresseerd is). Maar zien hoe ver we komen morgen.

Nog zo’n tien dagen te gaan, voor we weer vertrekken richting Nederland. 21 maart vliegen we vanaf Sydney, 22 maart hopen we weer (via Kuala Lumpur, zonder stopover dit keer) in Nederland aan te komen. We kunnen nu dus bijna gaan aftellen. Ik heb er (nog) geen moeite mee, dat onze reis ten einde loopt. Wellicht (en waarschijnlijk) komt dat nog. Het was en is een mooie tijd, maar het is ook wel lekker om weer naar huis te gaan en weer in ons eigen bed te kunnen slapen. Het zal fijn zijn om onze familie, vrienden en collega’s weer te zien. De meiden zullen weer met plezier naar hun kinderdagverblijf en peuterspeelzaal gaan, en blij zijn dat ze weer in de ‘blauwe auto’ mogen zitten. Het is mooi geweest, en we hopen nog een heel mooie afsluiting van onze reis te krijgen, maar het zal ook fijn zijn, om weer thuis te komen.


Surfen
Maandag 12 maart 2012. Tathra, Australië.

Gisteravond constateerde Ron dat Cooma voor vandaag een haalbare bestemming zou zijn, misschien zelfs Canberra. We zitten nu zo’n honderd kilometer boven Mallacoota. Cooma en Canberra zijn respectievelijk nog zo’n 125 en 240 kilometer van hier verwijderd. Wat ging er mis? Niets. Ron heeft enkele uren op een surfboard gestaan, of liever daar deed hij pogingen toe.

Vanmorgen begon de dag grijs, en dat bleef ‘ie’ ook, maar het is droog gebleven, met een aangename temperatuur. Het ontbijt bestond uit de gebruikelijke cornflakes en brood (door Ron vers gehaald). Toch geen pannenkoeken dus. We verlieten de prettige camping in Mallacoota, waar het een grote uittocht was na het lange weekend (vandaag was het een feestdag, waar we verder niets van gemerkt hebben).

Er moesten weer de nodige kinderliedjes (via de cd-speler) aan te pas komen om Eden te kunnen bereiken, slechts 85 kilometer verder. We passeerden onderweg de grens tussen de staten Victoria en New South Wales. In Eden aten we onze boterhammen op een mooie plek met picknickbanken aan zee. Daarna reden we er nog even rond om nog verder een indruk te krijgen. Naast het strand bleek Eden ook nog een baai te hebben, een walvissenmuseum en een heus uitzichtpunt. Het maakte eerlijk gezegd niet veel indruk allemaal, maar de grijze lucht werkte ook niet mee.

Op weg naar Merimbula, de volgende grote strandplaats, kwamen we nog langs Pambula. Het strand en de zee waren makkelijk bereikbaar én er was een groep surfers actief. De golven leken ‘vriendelijk’ en bruikbaar. Er lag een general store vlakbij die surfplanken en wetsuits bleek te verhuren. Ron wilde nog steeds een keer op zo’n plank staan en nu deed de mogelijkheid zich voor. Hij greep zijn kans. Binnen de kortste keren had hij een wetsuit aan en een stoere surfplank onder zijn arm en weg was hij.

1020045-klein

Zo kwam het, dat ik ineens een middag de meiden alleen onder mijn hoede had en na drie uur was bij mij de pijp leeg! We maakten gebruik (en misschien ook wel wat misbruik) van de camping (met apart kindersanitair gebouw) die pal naast de general store en het strand lag. De meiden hebben kennisgemaakt met minigolf, maar vonden het na een kwartier wel weer welletjes. Gelukkig waren er ook nog een springkussen en een speeltuin. De speeltuin vonden ze blijkbaar nog geen vijf minuten leuk, want toen ik er terugkwam (na even iets gehaald te hebben uit de camper) was ik hen kwijt. Het duurde even voor ik ze weer gevonden had. Ze liepen gezellig saampjes richting de kangoeroes, die in grote getale op de camping aanwezig waren. We zagen ook nog twee grote zwart-gele vogels, die we nog niet eerder gezien hadden. Uiteraard gingen we ook nog even bij Ron kijken, die het voor een absolute beginner helemaal zo slecht nog niet deed op die plank. Hij had er ook nog lol in. Gelukkig maar.

De middag was al voorbij toen we Pambula verlieten. We hadden er natuurlijk kunnen blijven maar daar hadden we niet zoveel zin in. In Merimbula vonden we een mooie speeltuin aan het meer (ze hebben er ook nog een rivier en zee). We aten en speelden er. Er vlakbij had ik een ideale overnachtingsplek gezien, met toiletten, picknickbanken, bbq’s (voor ons niet zo relevant) én een mooi uitzicht (geschonken door de plaatselijke Rotary Club), maar daar bleken we niet te mogen staan. Dat bleek ook te gelden voor een plek iets verderop aan zee.

Inmiddels was het best wel heel donker. Met de meiden op schoot, onder het mom van ‘we gaan even een slaapplekje zoeken’ hebben we nog zo’n 25 kilometer gereden voor we uiteindelijk dit plekje vonden aan de kant van de vrij rustige weg naar Tathra. We zijn heel wat zijweggetjes in gereden, maar overal bleken toch weer huizen te staan. Het is hier duidelijk dichter bevolkt dan we van Australië gewend waren tot nu toe. Morgen gaan we het binnenland in. Weer wat anders na al die zee en kust. Ben benieuwd!

Vooral Lena begint ‘getekend’ te raken door het harde leven hier. Ze heeft een paar dagen geleden een plekje van haar pink opengehaald toen ze omlaag viel langs een waslijn (in de camper). Het geneest maar langzaam en ze wil er (terecht) continu een pleister op. Ze heeft heel wat blauwe plekken op haar scheenbenen. Ze struikelt nogal veel. Vanmiddag viel ze opnieuw hard op haar knieën, wat beiderzijds schrammen opleverde. Ze heeft muggenbulten op haar rechter wang en armen. Toch is het een harde. Ze klaagt niet snel, huilt pas wanneer het écht pijn doet.

Vera heeft een tijd lang een voortand gehad die wat los zat nadat ze een keer voorover viel en mijn handrug raakte. Ook zij heeft muggenbulten waar ze graag iedere avond even wat zalf op wil. Haar haar ziet er van achteren vaak uit als een vogelnestje, en ze heeft bijna altijd vieze handen omdat ze het liefst in de grond wroet. Beide meiden worden al weer lekker blond (coupe soleil) door de zon, en hebben zongebruinde wangen. Staat hen goed!

 1020058-klein1020058


Geen Snowy Mountains
Dinsdag 13 maart 2012. Cooma, Australië.

De dag kreeg een bijzondere wending, toen in Bega bleek dat de weg naar Cooma afgesloten was door een landslide ten gevolge van de regenval. Ik begreep, dat een deel van Brown Mountain naar beneden was gekomen en de weg mee had genomen. De weg zou enkele maanden afgesloten blijven, daar konden we niet op wachten. We waren dus genoodzaakt, een andere route te kiezen. We besloten toch maar weer terug naar het Zuiden te rijden (waar we vandaan kwamen). Om wat kilometers af te snijden en een andere route te rijden kozen we voor kleine onverharde wegen. Het werd een mooie maar vrij lange rit.

4755-klein

De ‘vrij rustige’ weg van gisteren bleek vanmorgen om half zeven toch vrij druk. De spits begint hier blijkbaar vroeg (wat overeenkomt met onze waarneming, dat het op campings na half elf doodstil is en horecagelegenheden ook ruim voor middernacht sluiten).

We werden wakker van het verkeer en bleven dat ook. De meiden sliepen nog, toen Ron achter het stuur kroop en de auto naar Tathra reed. We kwamen terecht bij een speeltuin aan het strand, met uiteraard ook weer sanitair (inclusief douches!) en picknicktafels. Een prima plek voor ons ontbijt. Uiteindelijk bleven we er de hele ochtend. Ik maakte meteen na aankomst een korte strandwandeling en later zijn we ook nog gevieren het strand op en de zee in geweest. Het was een prettige plek.

Tegen de middag vertrokken we en reden het binnenland in. In Bega stond naast de uitvalsweg een informatiebord dat meldde dat de Snowy Mountains Highway afgesloten was, en dat was net de weg die we van plan waren te nemen. Bij het toeristenbureau informeerde ik voorzichtig hoe lang die afsluiting zou duren, in de hoop dat we er later vandaag nog langs zouden kunnen. Laconiek werd opgemerkt dat het maar liefst twee tot drie maanden zou duren voor de weg weer open zou gaan. Omrijden betekent in Australië al gauw veel extra kilometers maken. Wij zouden er ook niet aan ontkomen.

De weg waar we uiteindelijk op terecht kwamen was onverhard maar grotendeels best goed (tussen Candelo, Cathcart en Bibbenluke). Er zaten echter ook een paar stukken bij, die iets weg hadden van een rivierbedding, met uitgesleten sleuven in de lengterichting met veel stenen erin. Daar had de regen duidelijk (ook) huisgehouden. We klommen flink en reden door een bos, en langs een mooie kreek waar rotsen in lagen en varens langs stonden. Ondanks het feit dat we geen goede kaart hadden reden we gelukkig goed en hebben uiteindelijk heel wat kilometers afgesneden (maar er wel vrij lang over gedaan). De meiden sliepen het grootste deel van de rit na Bega. Wanneer we door een diepe kuil reden (die Ron te laat zag) ging er hooguit één oog even open, daarna werd er weer geslapen.

Nu staan we op een mooie rest area aan de kant van de weg, langs een rivier, waar we tijdens ons ‘diner’ uitzicht hadden op de heuvels/bergen waar de zon achter weg zakte (probeer maar eens zo’n plekje op een camping te krijgen!). De meiden vermaakten zich onder andere met koprollen van het glooiende net gemaaide grasveld. Er staan hier meer auto’s die hier vannacht zullen blijven staan, in een kleinere uitvoering dan de onze: verbouwde busjes, die hier ook veel verhuurd worden (in Nieuw Zeeland trouwens ook). Er is nu al zeker een uur lang een Nederlandse jongen aan het telefoneren. Als we ons best doen kunnen we hem letterlijk volgen. Dat is iets minder, maar verder is het hier prima. Hij zal vannacht wel stil zijn, neem ik aan.

Morgen in principe naar Canberra, mits de natuur geen rare dingen doet in de tussentijd, en dat zou zomaar kunnen. We zijn immers in Australië…

4800-klein


De ladies room
Woensdag 14 maart 2012. Canberra, Australië.

Vanmorgen werden we wakker op onze mooie gratis plek langs de highway. Er hing mist in het dal en het gras waar de meiden gisteravond nog in koprolden was erg nat door de dauw. Toen we vertrokken stond alleen het busje van de andere Nederlanders er nog. Die hadden zeker te lang doorgebeld…

4810-klein

Op weg naar Canberra kwamen we langs een vliegveldje voor modelvliegtuigen (realiseerden we ons pas goed en wel toen we er al ver voorbij waren), waar een heel stel leden aanwezig was. Het kostte wat moeite daar weer terug te komen, maar het lukte. Ron knoopte een praatje aan en kreeg de nodige informatie. De vereniging bestaat uit maar liefst tachtig leden (daar kan de club in Lennisheuvel niet aan tippen), er mag niet hoger dan 120 meter gevlogen worden in verband met de luchthaven in de buurt (waardoor lier-aangedreven (zweef)vliegtuigen er niet kunnen vliegen). Er wordt dan ook enkel met gemotoriseerde vliegtuigjes gevlogen. Het was leuk om die vliegtuigen in actie te zien, en er gewoon even te zijn. Het was opvallend, hoe goed ze het er voor elkaar hadden, met clubgebouwtje, bezoekersveldje, informatieborden, geplaveide airstrips, etc.

In Canberra zelf reden we rechtstreeks naar het Australian War Memorial. Uit het boek van Bill Bryson hadden we inmiddels begrepen, dat Canberra op een groot park lijkt en bestaat uit zeer ver uit elkaar gelegen attracties met hectares aan groen, ruimte en een groot kunstmatig aangelegd meer er tussen. Die stad durfden we wel aan. Het Memorial was makkelijk te vinden en eigenlijk niet te missen. Het torende uit boven ‘Anzac Parade’, een heel brede kaarsrechte boulevard die niet zou misstaan in Moskou of Peking, duidelijk aangelegd voor militaire parades. Het deed vreemd formeel en statig aan, heel anders dan de rest van het Australië dat we tot nu toe gezien hebben.

Bij de ingang kregen we te horen dat we twee dagen nodig zouden hebben om alles te zien, terwijl we er zo’n twee uur voor uit wilden trekken. Ik ben meteen met de meiden naar een aparte kinderafdeling gegaan zodat Ron alleen rond kon kijken. De meiden konden daar in een heuse helikopter zitten en in een nagebootste onderzeeër rondlopen (leuk geprobeerd, maar die echte in Sydney was heel wat mooier en minder ruim!). Ron bezocht een deel van de expositie en had er inderdaad nog wel heel wat meer tijd door kunnen brengen. Samen bezochten we de grote koepel met het graf van de onbekende soldaat.

Na inderdaad zo’n twee uur reden we richting National Gallery of Australia aan de andere kant van het meer. Ook hier konden we de auto pal naast het museum gratis parkeren. We bezochten er samen de beeldentuin waarna ik even een half uur alleen door het museum ‘mocht’ lopen. Ik heb het hele museum in dat halve uur gezien. Ik heb er lekker gewandeld en zeer uiteenlopende kunst opgesnoven.

De meiden waren inmiddels best moe en nat (na hun spel bij de fontein van het museum) en vies (na het eten van een ijsje). Ze vielen allebei in slaap toen we het kleine stukje naar het centrum reden (waar we de auto ook weer makkelijk en opnieuw gratis kwijt konden, wat een verademing!). We voelden ons wat schuldig, toen we hen wakker maakten en in de buggy’s hesen, om een restaurantje te gaan zoeken. Toch leken ze het ons niet kwalijk te nemen en ze waren al snel weer goed gemutst. Super meiden! We vonden een restaurant waar we heerlijk gegeten hebben. De meiden hebben er met stokjes gegeten en konden met name het toetje erg waarderen: banaan in een krokant jasje, met kokos ijs en honing-kaneelsaus.

4855-klein

Terug bij de camper was het donker geworden. We moesten nog op zoek naar een camping. Ik had wel een adres én een kaart waar dat adres op stond, maar het vínden van de camping viel nog niet mee. We zijn gewend, dat campings met bordjes aangegeven worden, maar niets van dat al in dit geval. Zelfs toen we honderd meter van de camping af waren leek het nog of het gewoon niet kon kloppen. Dat deed het toch wel.

We bezetten een lege plek (we namen niet eens de moeite om te kijken of de receptie open was: álles sluit hier in Australië op voor ons gevoel onlogisch vroege tijden), waarna we meteen met de meiden gingen douchen. Een familiebadkamer of kinderbadje ontbrak dit keer. Ik stelde voor om samen in een invaliden doucheruimte bij de vrouwen te gaan douchen, voor het gemak (we hebben maar één fles babyshampoo). Uiteindelijk douchte Ron in het hokje ernaast, met Vera. Dit keer was ik voor de verandering eens eerder klaar en vertrok met Lena richting camper. Toen Ron met Vera vertrok veroorzaakte zijn verschijning een rolberoerte bij een moeder van een zestien jarig meisje die zich er op dat moment ook bevonden. Deze dame maakte er een enorm punt van. Toen Ron weer terug was bij de camper kon ik zien dat er een paar vrouwen bij het toiletgebouw stonden die naar onze camper wezen.

Even later werd er op onze ‘deur’ geklopt en stond er een tamelijk stevige man voor onze neus die ons kwam vertellen dat er geklaagd was over mannelijke aanwezigheid in ‘the ladies room’, en dat dat een ‘big no no’ was. Het was ons niet helemaal duidelijk of deze man nou bij de camping hoorde of bij de achterban van de opgewonden dame. Hoe dan ook: om verdere problemen te voorkomen heeft Ron het boetekleed aangetrokken en zijn excuses gemaakt. We zullen ons verder keurig gedragen morgenochtend om geen verdere schande over ons af te roepen en onze reputatie hoog te houden. Ahum…


Prettige stad
Donderdag 15 maart 2012. Batemans Bay, Ausralië.

Vandaag waren we nog een tijdje in Canberra, waarna we af gingen dalen naar de kust. Dat bleek heel letterlijk het geval: we hadden blijkbaar stiekem heel wat meters geklommen. We verwachtten de zee nog wel te zien vandaag, maar we hebben al eerder ons anker laten vallen bij een camping die er aantrekkelijk uit zag, gelegen aan een meer.

Vanmorgen werden we normaal begroet door de andere campinggasten om ons heen, gelukkig maar. Toch hadden we niet veel zin om lang te blijven, want er bleken veel vliegen (en een paar wespen) te zitten en er was niets voor de meiden te doen. We wilden naar het Australian Institute of Sport (AIS), een soort Papendal, waar om tien uur een rondleiding zou beginnen. Enig haastwerk bracht ons op tijd daar.

We werden rondgeleid door een hockeyster, die er zelf ook woonde. Eerst konden we zelf wat ‘sporten’ in een oefenzaaltje, waarna we allerlei sportfaciliteiten te zien kregen, waaronder het zwembad, de turnzaal en fitnessruimte. In deze laatste zaal waren vele sporters aanwezig, leuk om te zien. Er werden meerdere champions aangewezen, maar de namen (en gezichten) zeiden ons niets. Ook hebben we een paar volleyballers in actie gezien. Het was leuk om er geweest te zijn. Tijdens de Olympische Spelen in Londen zullen we de verrichtingen van Australië met andere ogen bekijken. Het is duidelijk, dat er veel (belasting)geld naar sport gaat in Australië, veel meer dan in Nederland.

Hierna bedacht ik dat het misschien nog leuk zou zijn om naar een glasblazerij en expositieruimte te gaan, voor we Canberra achter ons zouden laten. Op weg daarheen kwamen we weer langs het War Memorial. Omdat het zo binnen handbereik lag (en gratis toegankelijk was) hebben we daar nog een uurtje rondgelopen, dit keer ‘gesplitst’, Ron en ik elk met een meisje. Dat ging best goed. Lena bleek een paar steentjes in haar hand te hebben en had bedacht, dat deze in ‘het water’ gegooid moesten worden. Het reflecterende water tussen de lange gangen met namen van de gevallenen voor de grote koepel. Ik heb haar dat laten doen, en haar daarna nog een paar muntjes gegeven die ze er in mocht gooien. Er lag al een flinke verzameling.

Na dit tweede bezoek aan het oorlogsmuseum zijn we alsnog naar de glaswerkplaats gegaan. Helaas hadden de glasblazers een middag vrij genomen, maar het gebouw (gevestigd in een oude energiecentrale) was toch leuk om te zien. De kleine expositie van grote glazen voorwerpen die op brokken sneeuw leken was ook de moeite waard. Na dit alles vonden we dat we genoeg van Canberra hadden gezien, en we concludeerden dat het een prettige ruim opgezette stad is. Het is een ideale plek voor fietsers. Er zijn erg veel fietspaden en we zagen zelfs stadsbussen met fietsrekken voorop, waar fietsen van reizigers op vervoerd werden.

We begonnen aan de rit naar het Oosten, de kust. Onderweg kwamen we nog door Bungendore, dat een erg leuk plaatsje bleek te zijn. Ron vond er in een enorme tweedehands boekwinkel een dikke pil geschreven in 1989 die handelt over conflicten in de wereld. Niet bepaald opwekkende materie, maar wel zeer informatief. Er bleken verder allerlei galerieën en kunstwinkels te zitten. We bezochten nog een enorme galerie van houten (kunst)voorwerpen, mooi maar (voor ons) onbetaalbaar.

En verder gingen we weer. Het was een mooie rit door de Dividing Ranges, met flinke steile bochtige afdalingen en vergezichten over een vallei vol met bomen. Toen we langs deze camping reden besloten we te blijven. Het zag er mooi uit en we hadden geen zin om het weer heel laat te maken (en weer in het donker naar een moeilijk te vinden slaapplek te zoeken). De meiden konden zich hier lekker nog even uitleven in de (overdekte!) speeltuin en op de springkussens.

Morgenochtend hopen we nog even van het zwembad gebruik te kunnen maken, mits het weer dat toelaat. Vandaag hadden we prachtig weer met witte stapelwolken. Het leek warmer (en wat benauwder) dan gisteren. Wellicht dat er weer regen aan komt?


Pebbly Beach
Vrijdag 16 maart 2012. Lake Conjola, Australië.

Vanmorgen was het prachtig weer. Het meer glinsterde aanlokkelijk tussen de bomen door, en het was al vrij snel warm. We móesten natuurlijk nog even gebruik maken van de twee prachtige zwembaden op de camping. Dat hebben we uiteindelijk uitgebreid gedaan. Er was een ondiep bad met prettig ruwe bodem en vele ‘waterattracties’, naast een dieper bad dat ook een plek bevatte waar de meiden zelf het bad uit konden lopen. Vera is heel stoer achter een heuse waterval langs gelopen. Lena vond dat wat te eng en nat. Na het zwembad maakten we nog gebruik van het prachtige kindersanitair. Uiteindelijk vertrokken we pas na twaalf uur van deze mooie Big 4 camping.

Al snel waren we aan de kust en daarmee ook dichtbij het Murramarang National Park (dat eigenlijk ons reisdoel van gisteren was). We hadden nog geen slaapplek nodig maar waren wel nieuwsgierig naar wat dit park ons te bieden had. We besloten richting Pebbly Beach te rijden en zo kwam het, dat we een uur na schoon in de auto gekropen te zijn, alweer op weg waren naar het strand (waar we zeker weer vies zouden gaan worden). Het bleek een goede beslissing, want het was er erg mooi. Er grensde een grassig terrein aan het strand (bezaaid met kangoeroekeutels). De kust verderop bestond uit rotsen met bos, en de bomen zaten vol met allerlei soorten papegaaiachtige vogels. We hadden alsnog lol van onze luifel als bescherming tegen de zon (waar we hem aanvankelijk voor gekocht hadden, maar tot nu toe hadden we hem alleen tegen de regen gebruikt). Ron groef een enorm diep gat waar de meiden geheel in pasten. Zij vonden het leuk om emmertjes met zeewater te vullen en dat water in het gat te gooien, en om zandtaartjes te bakken. Zo kun je je best een tijd vermaken op zo’n mooi strand. Het was er fijn.

4899-klein4906-klein

We reden weer terug naar de Princes Highway door het mooie bos waar we opnieuw de enorm dunne en lange stammetjes van gum trees zagen, die in grote getale tussen de dikkere exemplaren staan. Het was maar zo’n dertig kilometer naar Ulladulla, waar ik een toeristeninformatie bezocht. Ik kreeg opnieuw uitgebreide informatie en kaarten mee; daar zijn ze hier heel gul en goed in (in Nieuw-Zeeland ook trouwens). Ook deden we er boodschappen.

4931-klein

Toen we de supermarkt uit kwamen bleek het weer omgeslagen te zijn en begon het flink te regenen (en wat te onweren). We hadden net ijsjes gekocht en de meiden er één beloofd, dus daar kwamen we niet omheen. Die hebben ze in de auto op moeten eten vanwege de regen. Gelukkig verliep dat zonder al te veel geknoei en gedrup, ook daarin boeken ze vorderingen!

Het aanvankelijke plan om een speeltuin te zoeken waar we zouden kunnen koken pasten we aan: we gingen een camping zoeken die niet al te ver weg was. Die vonden we zo’n twintig kilometer verderop. Het bleek opnieuw een Big 4 camping te zijn. We schaamden ons een beetje. Ron maakte de vergelijking met Mc Donald’s: het is er prima maar toch voelt het wat verkeerd om er heen te gaan. Van mij had het ook geen twee nachten achter elkaar gehoeven, maar het kwam nu eenmaal zo uit.

Dit keer hielden de mensen bij de receptie zich helaas aan de regels (waarbij kinderen boven de twee als ‘persoon’ gelden en de volle mep mee moeten betalen), waardoor we nu ineens flink duur uit waren, zo’n veertig Euro moesten we betalen. Eerder zijn we (blijkbaar) veel gematst; we hoefden dan helemaal niet, of slechts voor één kind te betalen.

1020126-klein

Er kwam een enorm dreigende lucht aan en er kwam ook even flink wat wind voorbij, maar de echte storm (die volgens onze buurman verwacht werd) trok aan ons voorbij. Het begon later wel weer te regenen. Het zeil dat ’s middags nog dienst deed tegen de zon, werd nu weer als luifel gebruikt tegen de regen.

Nu maar zien, hoe de rest van onze dagen in Australië er uit gaan zien, qua weer en qua bestemmingen. De laatste dagen komen we steeds een stuk minder ver dan ik me van te voren voorgenomen heb, maar echt een probleem is dat niet. Sydney is niet zo heel ver meer. Wel willen we nog de Blue Mountains in, waar we ook nog een paar dagen voor moeten reserveren. Nog twee dagen kust, en twee dagen Blue Mountains, verwacht ik nu. En dan is het al woensdag, de dag waarop ons vliegtuig naar ‘huis’ vertrekt. Het gaat nu écht heel snel!


Herfstkleuren
Zaterdag 17 maart 2012. Yerrinbool, Australië.

Die twee dagen kust die ik gisteren nog verwachtte is een halve dag geworden. Het weer was er niet echt naar, nog veel langer aan de kust te blijven, en we zouden toch al vrij snel in de drukkere stedelijke gebieden onder Sydney terecht gekomen zijn. Vandaar dat we het binnenland ingegaan zijn, richting Blue Mountains. Het werd daardoor een afwisselende dag.

Vanmorgen was het een natte boel op de camping. We begrepen dat de camping een week geleden zelfs helemaal blank gestaan had. We stonden gelukkig wat hoog, maar naast onze plek lag een greppel en die was vannacht veranderd in een sloot. Prompt kwamen er een heleboel eendjes zwemmen; gezellig! De meiden vonden het natuurlijk geweldig om flink in de plassen te rotzooien. De gestreepte broeken, die toch al in de was mochten, werden nóg veel viezer. We kregen een kangoeroe op bezoek die wat opdringerig werd en een campingstoel naar zijn hoofd geslingerd kreeg. Hij leek er niet erg van onder de indruk. Er kwamen ook nog een boel papegaaien (weer andere dan we eerder zagen) en een paar pelikanen langs. Het was er een hele beestenbende. Verder was er niet zo bijster veel te beleven. Na het ontbijt zijn we dan ook maar weer vertrokken.

4950-klein4984-klein

We zijn nog even een kijkje gaan nemen bij Jervis Bay. We wilden een rondwandelingetje maken boven Hyams Beach maar vreemd genoeg liep het pad in werkelijkheid anders dan op de kaart. Daardoor werd onze wandeling niet bepaald een rondwandeling, maar een wandeling bestaande uit twee stukken vanaf de parkeerplaats, respectievelijk in het bos en op het strand. Aan het eind van het strand liep een kreek uit in zee. De stroming was daar flink sterk merkten we, toen we er doorheen waadden naar de overkant. De meiden waren niet echt gemotiveerd om te lopen. Ze leken vrij moe, en vielen inderdaad later in de auto allebei in slaap.

In Nowra bezocht ik weer een toeristeninformatie omdat de keus gemaakt moest worden of we daar al het binnenland in zouden gaan, of nog verder langs de kust zouden rijden. Het weerbericht voor de komende week was tamelijk eentonig: bewolking en wisselend kans op regen, met lagere temperaturen dan de afgelopen week (nog wel boven de twintig graden). We besloten het binnenland in te rijden, richting Kangaroo Valley.

Al snel werd er een uitzichtpunt aangekondigd (Canbewarra Lookout). Om daar te komen moesten we al flink klimmen, en aan het eind nog een heel smal en bochtig weggetje in rijden. Het was er flink nat en wat mistig, maar het uitzicht was de moeite waard. We konden nog ver het vlakke dal in kijken.

Kort na vertrek uit Nowra zagen we een informatiebord naast de weg waarop stond dat er vanwege een landslide slechts één baan vrij was op de weg die wij moesten hebben. Dat klonk nogal onheilspellend, maar uiteindelijk viel het allemaal erg mee, voor ons althans. De aardverschuiving was wel indrukwekkend: over een flinke breedte lag er over een hele weghelft een stuk heuvel. Met de komende regen zal er misschien nog wel meer gaan schuiven. Wij zijn er ieder geval heelhuids langs gekomen.

We bezochten de Fitzroy watervallen en die bleken erg mooi. De meiden bleken weer zin te hebben in een wandeling na hun slaapje in de auto, en liepen zelfs nog verder mee naar een volgend uitzichtpunt. Daar wilden ze zelf een foto maken wat hen nog goed afging ook. Ik heb hen nog maar even niet mijn spiegelreflexcamera gegeven, daarvoor moeten ze nog wat groter groeien. We kwamen onderweg ook nog langs interessante borden met informatie over bomen en meerdere dieren, waaronder de liar bird (die heel goed geluiden kan imiteren; even later kwamen we twee levende exemplaren tegen; er kwam inderdaad een heel vreemd ‘elektrisch’ geluid uit).

1020194-klein1020199-klein

In Bowral zijn we nog een berg (Mount Gibraltar) opgereden op zoek naar een eet- en slaapplek, maar die bleek niet geschikt. Toen we de berg aan de andere kant weer afreden reden we de volgende plaats, Mittagong, alweer binnen. We werden daardoor gedwongen toch nog even door te rijden en zo kwamen we hier terecht.

Ron lijkt een gave ontwikkeld te hebben om speeltuintjes op te sporen want hij vond er één tussen twee kavels in geklemd, niet eens aan de doorgaande weg. Het leek er uitgestorven, onze meiden leken de eerste bezoekers sinds een week. Grappig genoeg kwam er een kwartier later een vrouw met maar liefst twaalf (!) kinderen, waarvan, bij navraag, tien pleegkinderen. Ineens was het er niet zo rustig meer, maar wel leuk levendig. We hebben daar gegeten. Toen het donker was zijn we teruggereden naar een plekje aan het begin van het dorp, dat we al eerder gezien- en als slaapplek bestempeld hadden. Het is hier prima, uitgezonderd van de enorm lange treinen van en naar Sydney die hier met heel veel kabaal langs denderen. De camper schudt ervan. Hopelijk gaan ze dat niet (te vaak) in de nacht doen, want dan gaat onze nachtrust wel érg verstoord worden.

1020214-klein

Morgen zullen we de Blue Mountains wel bereiken mits er geen verdere aardverschuivingen optreden. Ik heb net gelezen dat het daar in de weekenden erg druk kan zijn. Nou ja, dat zien we dan wel weer. We hebben de maandag er ook nog.

Het viel me vandaag pas voor het eerst op, dat de bomen hier al herfstkleuren hebben. In Australië staan niet veel ‘normale’ loofbomen, maar vooral eucalyptussen. Vijfennegentig procent van de bomen in bossen bestaan uit deze zogenaamde ‘gum trees’, heb ik vandaag geleerd. Het is me niet duidelijk, of deze bomen hun blad verliezen in de winter. Hun blad is nu in ieder geval nog grijsgroen van kleur.

De meiden leken vandaag al te weten wat links en rechts is, maar misschien was dat toeval. Toch hadden ze het een paar keer bij het rechte eind. Ze hebben natuurlijk ook veel kunnen oefenen, de afgelopen maanden. Ik heb heel wat keren Ron geïnstrueerd een bepaalde kant op te rijden.


Géén makkelijke wandeling
Zondag 18 maart 2012. Blue Mountains, Australië.

Tamelijk onverwacht en onvoorbereid hebben we vandaag een supermooie maar zware wandeling gemaakt. Het onverwachte zat hem erin, dat we eigenlijk geen heel hoge verwachtingen van de Blue Mountains hadden. Het onvoorbereide in het feit, dat mijn beschrijving van de wandeling sprak over een ‘makkelijke’ wandeling. Dat bleek niet bepaald het geval. Het was alle inspanning echter meer dan waard. Het was erg mooi en spectaculair (en nat!).

Vannacht zijn er nog een paar treinen langs gekomen, maar we hadden er niet al te veel last van (gelukkig). We hebben niet op onze slaapplek ontbeten, maar zijn even terug gereden naar het speeltuintje van de vorige avond. De meiden waren snel ‘klaar’ met de speeltuin. Ze vonden het leuker om takken in een grote plas te gooien.

Op weg naar de Blue Mountains hebben we even een stop gemaakt in Picton, voor een paar boodschappen, en, niet onbelangrijk, een bezoek aan een openbaar toilet. Het toilet lag naast een slagerij in een overdekt winkelcentrum. In het voorbijgaan zag het vlees er erg goed uit. We gingen uiteindelijk met een paar Italiaanse worsten én een super dikke gemarineerde biefstuk weg.

In Glenbrook vonden we een grote speeltuin waar een kinderfeestje gevierd werd. Het zag er erg gezellig uit. Toen er gezongen werd en de kaarsjes uitgeblazen werden door de inmiddels tweejarige, was het erg moeilijk voor onze meiden om er niet even langs te gaan. Verjaardagsfeestjes vieren is duidelijk hun grootste hobby. Inmiddels was ik weer wat wijzer geworden bij de toeristeninformatie, waarna ik haast begon te krijgen: ik wist dat er nog een flinke wandeling op ons wachtte.

We reden naar Wentworth Falls over de Great Western Highway. Het viel me op, dat we over een soort pas reden. Aan weerszijden waren vergezichten over beboste heuvels/bergen. Het schijnt destijds (ergens in 1800, vóór de vliegtuigen uitgevonden werden), een enorme opgave geweest te zijn om deze ‘ontsluitingsweg’ voor Sydney te vinden. Ik kan me dat na vandaag goed voorstellen. Toch vond ik de weg zelf tamelijk lelijk. De wegwerkzaamheden deden hem geen goed, en de ligging langs de spoorlijn ook niet.

5081-klein5124-klein

Vanuit de plaats Wentworth Falls wilden we vanaf de Conservation Hut naar de Empress waterval lopen, en daarna via de National Pass naar de Wentworth watervallen. De terugtocht zou lopen via de Undercliff en Overcliff Walk. Wijselijk stopten we de meiden in de rugdragers en begonnen aan de tocht. De afdaling naar de Empress waterval was meteen al heftig, met flinke treden. Al snel werd het pad flink nat door de regen van de laatste dagen. Het volume van de waterval begon ook steeds luider te worden, en het werd donkerder, doordat we een soort kloof in liepen. Er werd flink geschreeuwd en uiteindelijk zagen we door wie: er waren mensen aan het abseilen door de waterval en dat zag er indrukwekkend uit. Lena begon het allemaal nogal beangstigend te vinden en begon te huilen. Erg aandoenlijk (voor ik het vergeet: dat kwam later weer helemaal goed; ze heeft nog een heel stuk zelf gelopen op de terugweg en gezellig gekletst op mijn rug).

Nadat we aan de voet van de waterval over prachtige stapstenen gelopen waren begon al snel de National Pass. Die is begin 1900 (zelfs tijdens de Eerste Wereldoorlog, alsof ze niets anders te doen hadden!) aangelegd halverwege de klif. Er is een pad uitgehakt en ook meerdere trappen. Enkele jaren geleden heeft het pad een renovatie ondergaan. Het was erg mooi allemaal. Het plafond van de overhangende rots was een paar keer zo laag, dat het niet lukte om met de rugdragers die passages te nemen. Die stukken hebben de meiden onder andere zelf gelopen. We liepen meerdere keren door kleine watervalletjes heen (waarna ‘nog een keer!’ geroepen werd, door met name Vera).

5128-klein5141-klein

Na de Wentworth waterval (ook mooi!) begon voor ons de lange klim naar boven, over een uit de rots gehakte trap. Het viel niet mee, daar naar boven te komen, met die meiden op onze rug. Gelukkig was er aan weerszijden steun, door een trekkabel en leuning. Dat hielp. Eenmaal boven dachten we via een makkelijk pad bovenlangs terug te kunnen lopen, maar dat bleek een stuk zwaarder dan gedacht. Dat kwam voornamelijk door de regen van de laatste tijd (dagen?), waardoor veel stukken erg modderig en wat glad waren. Al tamelijk aan het eind verloor ik mijn evenwicht (vermoeidheid?) en viel voorover, met Lena op mijn rug. Ik kon me opvangen met mijn handen en zonder problemen weer overeind komen. Lena gaf geen krimp. Ik was erg blij, er niets aan overgehouden te hebben. Ik prijs me gelukkig met mijn blijkbaar sterke botten.

Het was tijdens de wandeling langzaam gaan regenen. We merkten daar niet al te veel van, omdat we grotendeels onder overhangende kliffen door liepen. Tijdens de tweede helft van de terugtocht was het uitzicht door een wolk aan het gezicht onttrokken en helemaal boven bleek het inmiddels écht te zijn gaan regenen. Een wandelaar met hond zei dat we ‘net op tijd’ boven waren omdat er nog veel meer regen aan zou komen.

5170-klein1020245-klein

De camping in Katoomba was snel gevonden en hier was het inderdaad erg nat en winderig bij aankomst. De luifel hield wel wat regen en wind tegen maar het was duidelijk dat we buiten niet lekker zouden zitten. Het werd dus een ‘diner canapé’ in de camper. Het werd tóch een barbecue vanavond omdat het vlees veel te aantrekkelijke geuren lag te verspreiden in onze koelkast. Vanavond hebben we trouwens geconcludeerd, dat ze de bbq’s op de campings en openbare speeltuinen eigenlijk geen ‘bbq’s’ zouden mogen noemen: het zijn elektrische bakplaten. De meiden zaten lekker te tekenen en te knippen op één bankje (met een omgekeerde doos tussen hen in als tafel) tot het eten klaar was. Het was erg gezellig.

Maar hopen dat het morgenochtend weer opgeklaard is, want in een wolk zitten in de Blue Mountains is geen pretje. Vooral niet, omdat je het hier vooral van de uitzichten moet hebben. Hoe dan ook: wij hebben al een heel mooie Blue Mountains-ervaring achter de rug!

Waarneming: Zowel in Nieuw Zeeland als Australië worden bij de kassa alle boodschappen door de kassièr(e) in plastic tasjes gedaan. Voor ons best handig, omdat we deze tasjes goed kunnen gebruiken als vuilniszakken. Er lijkt hier in Australië iets gaande te zijn om deze plastic ‘vervuiling’ tegen te gaan. We reden deze dagen door een paar plaatsjes die middels een bord aangaven ‘plastic bag free’ te zijn.

Tip voor ‘Verre reizen met kinderen-lezers’: de tasjes zijn ook prima te gebruiken in een potje. Het scheelt een boel rommel: knoop in de tas en rechtstreeks in de prullenbak!

 

Three Sisters
Maandag 19 maart 2012. Blue Mountains, Australië.

De dag werd getekend door veel regen. Ook nu valt het weer met bakken uit de hemel. Het werd niet warmer dan zo’n vijftien graden, dus het is echt herfst hier! De berichten voor morgen, onze laatste hele dag in Australië, zijn iets gunstiger, maar ook de dag van morgen zal niet droog gaan verlopen waarschijnlijk. We hebben er vandaag het beste van gemaakt, hebben wat boodschappen gedaan en tussen de buien door nog een paar uitzichtpunten bekeken, een klein wandelingetje gemaakt en een paar oude paarden geaaid. Ik ben nog zo’n twintig minuten door een botanische tuin gerend, voor deze zou sluiten. Al met al toch een leuke dag.

Toen ik vannacht even wakker was was het droog, en kreeg ik hoop dat de ochtend met een zonnetje zou beginnen. Helaas was dat niet het geval. Het regende en bleef dat nog een paar uren doen. De dag begon dus weer binnen in de camper. Na het ontbijt werden de meiden onrustig. Gelukkig was het toen zo goed als droog, en konden we hen even ‘uitlaten’.

We verlieten de camping zonder een duidelijk plan. We hadden begrepen dat in Sydney de zon scheen, en dat dat zou kunnen betekenen dat het ook hier zou gaan opklaren in de loop van de dag. We besloten het een kans te geven en niet nu al naar Sydney (eindstation!) te rijden. In Katoomba liepen we even rond door de winkelstraat, in de hoop wat leuke souvenirs te kunnen kopen. We bleken daarvoor niet op de juiste plek.

Eenmaal weer in de auto wisten we niet goed waarheen te gaan, tot de zon ineens doorbrak. Snel zijn we naar Echo Point gereden, het uitzichtpunt in Katoomba (van waar de ‘Three Sisters’, drie rotsen naast elkaar te zien zijn). Daar was het inderdaad ook aan het opklaren, en het lukte zo waar om een foto van de drie zussen te maken met zon erop. We maakten er een klein wandelingetje. De meiden waren niet in de stemming voor veel meer, en wij eigenlijk ook niet. We konden wel voelen dat we gisteren het nodige gedaan hadden.

5203-klein5231-klein

We besloten daarna de Megalong Vallei in te rijden. Volgens de Lonely Planet was dit de enige (?) kans, om in de Blue Mountains een vallei in te rijden. Daarnaast zou er een boerderij zijn met een ‘kinderboerderij-deel’. Dat leek ons leuk voor onze meiden, dus we reden er heen. Het was bijzonder om via een smalle bochtige weg naar beneden te rijden, en daarna vanuit de auto omhoog te kijken naar de ons inmiddels bekende rode kliffen boven de bomen. De boerderij viel tegen. Het was inmiddels meer een soort verzorgingshuis voor paarden, pony’s en een paar ezels geworden. Het kinderboerderij-deel was opgedoekt en eigenlijk was er voor ons niet veel te doen. We hebben een paar paarden kunnen aaien en daar bleef het bij. Toch had de plek wel wat, het lag er mooi.

Op weg terug naar ‘boven’ kwamen we nog langs een ‘600 meter lange wandeling’ door het bos. Inmiddels regende het weer. In regenkleding waagden we ons in het bos, waar het pad erg nat en glibberig bleek. Toen de bedoeling was dat we een riviertje zouden oversteken via waarschijnlijk gladde stenen, zijn we weer teruggegaan. Vooral Vera vond dat niet erg, die was moe. Snel daarna sliep ze.

We reden vanuit Blackheath de paar kilometers naar Govetts Leap, een ander uitzichtpunt, van waar de Bridal Veil Falls te zien zijn. Er hing een prettige sfeer. Het was er veel rustiger dan bij Echo Point (waar busladingen met toeristen aanwezig waren) en er waren leuke picknickplaatsen met mooi gemetselde ramen. Oh ja, het uitzicht zelf was ook erg mooi.

Vanuit Blackheath zijn we nog naar Mount Victoria gereden en vandaar staken we door naar de Bells Line of Road. We reden over een soort pas en op een gegeven moment zag ik in de verte een vlakte liggen. Zoiets moeten de pioniers destijds ook gezien hebben toen ze de Blue Mountains eindelijk overgestoken waren. De ‘Bells weg’ bleek veel mooier dan zijn grote broer, de Great Western Highway, die er parallel aan loopt in het Zuiden.

5250-klein

Na een kleine dertig kilometer kwamen we langs de gratis toegankelijke Mount Tomah Botanic Garden, die een half uur later zou sluiten (het visitors centre en café waren al gesloten, zoals we inmiddels gewend zijn bij attracties hier in Australië). De meiden sliepen. Ik heb nog een indruk van de tuinen kunnen krijgen, het was er mooi! Ook hier zag ik weer de ‘Protea-bomen’, die ik al eerder tegen was gekomen hier, en waarvan ik dacht dat deze alleen in Zuid Afrika voorkwamen. Even later zag ik wel een bordje ‘African Woodland’ staan, dus mogelijk is de Protea hier inderdaad niet ‘native’. Er was niemand meer aanwezig aan wie ik het kon vragen. Ik was er de enige bezoeker op dat moment en dat had ook wel iets.

We staan nu op een parkeerplaats bij een speeltuintje. Het begon eigenlijk direct na aankomst al te regenen en is dat blijven doen. Ik ga er nu maar vanuit, dat dat tot en met morgenochtend duurt, dan kan het alleen maar meevallen.

1020278-klein

We gaan morgen naar Sydney, wat best spannend is met de auto. We willen proberen er de tolwegen te vermijden en toch een camping in de buurt van de luchthaven te bereiken. Nog iets van ‘downtown Sydney’ zien gaat niet meer lukken, waarschijnlijk. Het is zo’n grote stad! Hoe dan ook maken we er een leuke laatste dag in Australië van.

Zo maar weer eens een citaat: Ron: ‘Willen jullie vieze of lekkere brokjes (muesli) in jullie toetje? Meiden (in koor): ‘Vieze brokjes’. Even later zegt Lena: ‘Ik wil vieze brokjes en schone brokjes’.


Olympisch zwemmen
Dinsdag 20 maart 2012. Sydney, Australië.

Vandaag was het grotendeels zonnig! Heerlijk. We hebben dus twee keer buiten kunnen eten en dat was heel fijn. Vandaag bestond uit de verplaatsing vanuit de Blue Mountains naar deze camping in Sydney, wat op zich al een hele onderneming was (en een grote overgang). In Sydney zijn we onderweg gaan zwemmen in het Olympisch zwembad. Daar kwamen we langs en die kans konden we niet laten lopen.

Vanmorgen hebben we buiten ontbeten bij het speeltuintje in Bilpin, waar de meiden nu toch nog even lol van konden hebben. Na ons vertrek hadden we nog een stukje mooie bergrit voor de boeg, voordat we ineens het dal links van ons zagen en de afdaling begon. Al snel kwam er veel meer bebouwing en begonnen alle voorsteden van Sydney. Het werd drukker en drukker. Het navigeren door Sydney verliep gelukkig goed, ondanks het feit dat ik niet eens een heel gedetailleerde kaart tot mijn beschikking had. Het is gelukt om de tolwegen te vermijden.

5286-klein

We kwamen langs het Sydney Olympic Park en zijn daar gaan zwemmen in het Olympisch zwembad (nadat we de auto wonder boven wonder gratis geparkeerd kregen dankzij een tip van een meneer van het bezoekerscentrum daar). Het zwembad was imponerend groot en mooi. Er was een wedstrijd gaande (tussen schoolkinderen) in het grote vijftig meter bad, waardoor het heel druk was. Wij zwommen in het ‘kindergedeelte’ dat ook heel mooi was. De meiden waren erg onder de indruk van een enorm grote blauwe emmer die steeds opnieuw gevuld en omgekiept werd, wat een enorme waterval veroorzaakte. Ze waren zo onder de indruk, dat ze het speeleiland met meerdere glijbanen waar de emmer op zat niet meer op durfden, wat wel wat jammer was. Toch bleef er nog genoeg leuks over, zoals een wildwaterbaan.

Na afloop waren er schoonspringers aan het oefenen en daar zijn we nog even gaan kijken. Het was zeer imponerend wat ze lieten zien. Het waren niet zo maar schoonspringers die daar bezig waren. Wellicht zijn ze binnenkort ook in Londen van de partij.

1020290-klein1020342-klein

Het was een heel leuke middag die nog besloten werd door een ijsje bij de camper (het vriesvak moest immers ook nog leeg vandaag!). Op weg naar de camping (toen het navigeren écht spannend werd) waren de meiden diep in slaap, wel lekker rustig voor ons.

De camping hier was moeilijk te vinden, maar het lukte. Ron is nog even gaan hardlopen en heeft daarbij nog een laatste boodschap (luiers!) kunnen doen. Ik heb in de tussentijd met hulp van de meiden de ergste modder van de auto gewassen. We horen hier zeer frequent vliegtuigen landen en stijgen, waardoor we steeds herinnerd worden aan ons aanstaande vertrek van morgen.

Het zal een lange reis worden. Hopelijk valt het al met al mee. Op de luchthaven van Kuala Lumpur hebben we, als het goed is, drie uur overstaptijd. We zullen daar waarschijnlijk weer de speeltuin gaan bezoeken waar we op de heenweg ook geweest zijn. Die beviel goed.

Op Schiphol moeten we niet vergeten om de taxi te bellen die ons weer op zal halen en terug zal brengen naar Liempde. Wat zullen we brak zijn tegen die tijd. Nu nog maar even niet (verder) aan denken.

Morgen zullen we nog een hele klus hebben aan het inpakken en opruimen van de camper. Hopelijk is het mooi weer en kunnen we dat deels buiten doen. We zullen waarschijnlijk naar de speeltuin gaan die we vanmiddag al zagen. Daar heeft deze camping gebrek aan. De meiden kunnen dan hun gang gaan waardoor wij onze handen vrij hebben. Wordt vervolgd… Wellicht pas vanuit Nederland!


Weer thuis
Vrijdag 23 maart 2012. Nederland.

We zijn weer thuis en hebben ‘last’ van onze jetlag, waardoor ik nu met twee zeer wakkere meisjes beneden zit. Ze hebben hun ontbijt al op en zijn nu al hun ‘oude’ speelgoed aan het herontdekken. Buiten is het nog pikdonker. We hebben de lange reis er inmiddels op zitten en die viel niet tegen. We kwamen gisteren terug in een zonovergoten Liempde. We hebben geluk met het weer hier, waardoor de overgang vanuit Australië slechts een kleine is.

In de nacht van dinsdag op woensdag regende het. Gelukkig was het ’s ochtends droog, anders was het inpakken een heel lastige klus geworden. Ron en ik waren die woensdag al vroeg op, omdat we bang waren dat we in tijdnood zouden komen. Terwijl de meiden nog sliepen zijn we naar een speeltuintje gereden. Daar hebben we ontbeten aan een picknicktafel. Later hebben we al onze spullen buiten op een zeil (onze luifel annex zonnescherm) gegooid. Het leek wel een uitdragerij. De hele klus viel niet tegen. We waren op tijd klaar.

We hoefden daarna alleen nog maar te tanken, en rond elf uur waren we al bij Apollo campers, terwijl we pas om half vier zouden vliegen. We zeiden onze camper gedag waarna we met een taxi naar het vliegveld reden. Ook daar waren we al ruim op tijd, zo’n drie uur voor vertrek. Gelukkig konden we snel inchecken, waardoor we van onze grote bagage af waren. Er was daarna nog tijd om even rond te neuzen in de winkels op de luchthaven, waardoor we toch nog wat cadeautjes konden kopen, wat daarvoor nog niet erg gelukt was. De meiden kregen nog een klein boekje met foto’s van de dieren die we in Australië gezien hadden. Eerder had ik al vier hand-knuffels voor hen gekocht van een koala, kangoeroe, kookaburra en papegaai, als aandenken. De meiden konden zich ná de paspoort- en bagage-controle nog vermaken in de speeltuin van Mc Donald’s. Daarin is de ‘Mc’ goed, maar in internet niet: opnieuw lukte me het daar niet, een email te verzenden. Voor zover ik mij kan herinneren heeft het internet bij de ‘Mc-s’ waar wij geweest zijn tijdens onze reis (toegegeven: dat waren er niet zoveel) nooit goed gefunctioneerd.

En toen ineens vertrokken we. We taxieden langs het water, Vera vroeg bezorgd of we niet nat zouden worden. We vlogen urenlang over Australië heen, waardoor nog eens duidelijk werd, hoe groot dat continent is (en hoe weinig we ervan gezien hebben). We zaten op de rij stoelen in het midden van het toestel, waardoor ik regelmatig even naar een raampje bij een nooduitgang moest lopen om toch nog iets van het binnenland van Australië te zien. Stiekem koesterde ik de hoop om even een foto van Ayers Rock te kunnen maken, maar dat is niet gelukt. Er stonden medepassagiers een soort staande receptie te houden bij dat raampje. Het was er gezellig. Het bleken Australiërs te zijn, die al vaker over hun land gevlogen waren, maar het elke keer weer prachtig vonden. Dit keer was het blijkbaar heel anders dan anders: er waren in het normaal droge binnenland groene vlaktes en veel meren te zien, ten gevolge van de overvloedige regenval van de afgelopen tijd. Ik wist het natuurlijk al wel, maar het was toch leuk om te zien, hoe ‘leeg’ het binnenland van Australië is. Ik zag rode vlaktes met parallelle ‘richels’, waarschijnlijk heuvels, met kleine stipjes groen en verder níets. Geen dorpjes, wegen, rivieren. Niets.

Aan het eind van de vlucht lagen de meiden beiden in hun slaapzak te slapen. Ze lagen allebei tegen Ron aan, en zo lagen ze nog, toen het toestel al geland was. Eenmaal uit het toestel en in de buggy (met slaapzak en al) begonnen ze weer tot leven te komen en tijdens de hele verdere wachttijd op de luchthaven (zo’n drie en een half uur) zijn ze wakker gebleven. Ik maakte met Lena nog even een wandelingetje door de ‘jungle’ van de luchthaven, een ronde ruimte in de buitenlucht met mooie bomen, vogelgeluiden (waarschijnlijk via luidsprekers) en een heuse waterval. Het was er erg warm, nog tegen de dertig graden Celsius, ondanks het vrij late tijdstip.

Rond middernacht vertrok het vliegtuig richting onze eindbestemming Amsterdam. De meiden kregen hun vier handknuffels en ze waren er erg enthousiast over. Ik vrees, dat onze ‘buren’ wel last hebben gehad van al hun geschater en geschreeuw. Tijdens de tweede helft van de reis Sydney-Kuala Lumpur had ik last gehad van de turbulentie. De rest van de reis durfde ik geen risico te nemen en daarom gebruikte ik flinke doseringen anti-reisziekte-pillen, waardoor ik zo duf als een konijn werd en veel geslapen heb. Gelukkig sliepen de meiden ook een groot deel van de tweede vlucht (die bijna elf uur duurde!), waardoor Ron rustig films kon kijken. We vlogen door het donker maar de zon haalde ons in: vlak voor onze landing op Schiphol kwam de zon op.

Op Schiphol stonden zowel opa Gijzen (die ons ook al uitgezwaaid had) als de taxichauffeuse ons op te wachten. Opa moest het dus helaas met een korte ontmoeting doen. Die schade halen we later nog in. De taxi bracht ons thuis…

Inmiddels zijn alweer boodschappen gedaan (rechts rijden lukte me nog), twee ladingen kleding gewassen, de nodige rondjes gefietst door Lena en Vera (wat weer even wennen was, maar binnen de kortste keren zullen ze weer op het oude niveau terug zijn). Het was raar om te merken, dat ik vergeten was waar de yoghurtbakjes in onze keuken stonden. Lena vroeg vanmorgen waar de vuilnisbak was. Ron kon zich nog nét herinneren waar hij de autosleutels verstopt had. We zijn echt lang weg geweest. Toch voelt het nu alweer helemaal vertrouwd hier. Dat gaat heel snel.

Wel dacht ik gisteren buiten een kookaburra te horen, wat natuurlijk niet het geval was. Vanmorgen vroeg Vera bezorgd of de vogels, die buiten flink herrie maakten rond de zonsopkomst, niet op haar hoofd zouden gaan zitten. Ik kon haar geruststellen.

Het is fijn, dat we de komende week nog vrij zijn en rustig weer aan de Nederlandse tijd kunnen wennen, tijd zullen hebben voor bezoekjes en lekker ‘aanrommelen’, voordat onze vaste drukke regelmaat ons weer op zal slokken.

Het is raar, om hiermee de dagelijkse routine om een verslagje te schrijven te staken. Het was een prettige manier, om de dag nog even ‘door te nemen’. Hierdoor kwamen er steeds weer momenten naar boven, die ik anders misschien wel vergeten was. Het was vooral bedoeld als reisverslag voor de meiden, die zelf vrijwel geen herinneringen aan de reis zullen hebben, helaas. Ik hoop, dat de ‘meelezers’ er ook van hebben genoten. Het spijt me, dat de verslagen (vaak?) lang en gedetailleerd waren, waardoor er waarschijnlijk geen makkelijk doorkomen aan was. Petje af voor de trouwe lezers, die het hele blog gelezen hebben.

Ik vind het moeilijk, nu al ‘terug te blikken’ op onze hele reis. Daarvoor is die nog te kort geleden. Wellicht zal ik dat later nog doen en volgt er dus nog een epiloog, wie weet… Ik ben nu in ieder geval blij, dat de ‘gevaarlijke dieren’ in Australië ons met rust gelaten hebben en we weer heelhuids teruggekomen zijn. We hebben een fijne tijd gehad in twee mooie en verschillende landen. Het was een luxe, om zoveel tijd met ons viertjes door te kunnen brengen, en elke dag weer nieuwe dingen te mogen ontdekken. Wellicht tot later.

Reacties  

#3 InformatieHelga 25-01-2013 22:14
Hallo, wat een mooie verhalen! Hoe kan ik jullie mailen voor wat meer informatie? We zijn ons ook aan het orienteren?
#2 superSaskia 04-04-2012 13:29
Beste Irene en Ron,

Met veel enthousiasme en belangstelling heb ik jullie geweldige reis gevolgd. Vanwege onze reisplannen heb ik een persoonlijke vraag. Hoe kan ik die het beste aan jullie stellen?

groeten
Saskia
#1 Goed bezigErwin Sluiter 13-03-2012 22:27
Hoi Ron en familie,

ik zat zonet de reisverhalen door te lezen en ik moet zeggen dat ik jaloers ben.
Mooie verhalen, prachtige foto's en fantastisch avontuur!

Geniet er nog even van (een week) en nog een plezierige vakantie gewenst.

Gr. Erwin.

Social Media

Houd jij van Verre reizen met kinderen? Volg, like en blijf op de hoogte!