altLianne en Michel op reis met tieners naar Senegal
8 juli t/m 3 augustus 2011

De therapie voor hun verslaving bestaat uit jaarlijks een flinke reisinjectie. Deze zomer halen Lianne, Michel, Iris (17), Sander (15) en Ruben (wordt tijdens deze reis 13) deze in Senegal. Hun eerste kennismaking met zwart Afrika.

Door Lianne Bosch


Een heel nieuw plan
Zaterdag 1 januari 2010. Nederland.

Na heel wat zomers te hebben doorgebracht in het mooie Verre Oosten, is het nu tijd voor iets heel anders! Het verzoek is eigenlijk afkomstig van onze kinderen, die toch wel de wens hadden om eens een keer niet naar Azië te gaan. Iris, Sander en Ruben wilden wel eens een ander gedeelte van de wereld zien. Na talloze tropische eilandjes, de groene rijstvelden, de kleurrijke tempels, en de vele sateetjes en slurpee's bij de 7 Eleven, een heel nieuw plan!

En ja, waar ga je dan heen? Eerst dachten we nog aan Guatemala in combinatie met Honduras. Prachtige Maya-tempels, vulkanen, en een kleurrijke Indiaanse bevolking, maar het werd te duur alleen al vanwege de vliegtickets. Misschien nog eens in de toekomst, wie weet!

Van vakantievrienden uit België hadden we al eens gehoord dat het in Senegal, West Afrika, ook heel mooi moet zijn, en dat het reizen er niet al te ingewikkeld aan toe gaat. Uiteindelijk is de knoop doorgehakt, we gaan naar Senegal! Ook hier wacht ons een kleurrijke bevolking, Afrikaanse mama's in boubou's (gewaden), een mooie cultuur en natuur. Je vind hier ook een typische muziek cultuur, met de beats van Afrikaanse trommels. Voor vogelaars is Senegal een waar paradijs, waar je tropische kleine bont gekleurde vogeltjes kan vinden, maar ook veel grote watervogels in de mangroven en de delta's. Op z'n tijd afgewisseld met een duik in de Atlantische Oceaan, of in een zwembad ergens onderweg. Een ontmoeting met nog redelijk primitieve stammen, de Bédik en de Bassari in de Pays Bassari, tegen de grens met Guinée Conakry. Deze stammen wonen boven op een groot plateau, en na een hele klim bereik je het dorp en de grote heilige Baobab. Het gaat echt een hele andere reis worden, onze eerste kennismaking met ‘zwart’ Afrika. We waren natuurlijk al eens in Noord Afrika (Marokko), maar dit is toch echt totaal anders.

We zullen waarschijnlijk aanvliegen op Banjul, de hoofdstad van Gambia, om van daaruit geheel over land verder te reizen. Van de mangroves in de groene vruchtbare Casamance, helemaal tot aan nauwelijks bezocht Oost Senegal, tot aan de stad Kedougou. Klinkt dat niet heel erg Afrikaans: Kedougou? Om vervolgens in enkele etappes weer terug te keren richting de kust, naar de Siné Saloum delta. Onderweg hopen we natuurlijk ook nog mooie exemplaren van baobabbomen te kunnen spotten, een typisch Afrikaanse boom. Die staat namelijk nogal hoog op de wensenlijst things to see. We rijden dwars door het nationale park Niokola Koba, dus wellicht zien we onderweg nog iets van beesten! Niet de big 5, die zitten hier niet, Senegal is niet het land van de olifanten of giraffes. Maar er schijnen zich wel kuddes nijlpaarden op te houden in de Gambia rivier, die we meerdere malen passeren. Of we ze te zien krijgen is een kwestie van geluk.

We gaan deze reis doen met een auto (of minibus) met chauffeur, die zowat de hele reis bij ons blijft. Het is relatief goedkoop om op deze manier te reizen, en je hoeft niet steeds te wachten op bussen en dergelijke. Je komt overal op een relatief makkelijke manier. De Senegalees Talisse, die we hier in Nederland al ontmoet hebben, zal ons overal naar toe gidsen en kennis laten maken met zijn land. Zo zullen we bijvoorbeeld ook een bezoek brengen aan zijn geboortedorp Hathioune. De reis die we gaan maken is wel enigszins te vergelijken met de zo populaire reizen-op-maat die tegenwoordig overal worden aangeboden. Maar voor ons wordt het vooral heel nieuw en spannend! Een nieuwe reis, een nieuw continent, een nieuw avontuur!

Klik hier voor de weblog van Familie Bosch

 

Onze route door Senegal
Februari 2011. Nederland.

Even een update met betrekking tot het Senegal reisplan. De plannen zijn gewijzigd, we vliegen niet op Banjul in Gambia, maar op de hoofdstad Dakar. Ook is de reis met een halve week verlengd. De vliegtickets zijn geboekt, we vertrekken op 8 juli vanaf Amsterdam en vliegen dan met Iberia naar Madrid. Na een korte overstap vliegen we verder naar Dakar waar we vroeg in de avond arriveren. Allereerst gaan we dan naar een bed en breakfast, zo'n 80 kilometer onder Dakar, waar Ruben zijn dertiende verjaardag gaat vieren in de Baobab Belge (www.baobabbelge.com). Op 10 juli worden we opgehaald door Talisse, en gaat het avontuur beginnen. Na drie weken worden we opnieuw verwacht bij de Baobab Belge, om nog vier dagen uit te rusten op steenworp afstand van de Atlantische oceaan.

De route zoals we die willen gaan uitvoeren is nu als volgt;

8 juli: vertrek met Iberia van Amsterdam naar Dakar. Vervolgens naar Saly Niakh Niakhal naar de Baobab Belge
9 juli: Baobab Belge
10 juli: Saly Niakh Niakhal-Kaolack-Toubakouta
11 juli: Toubakouta
12 juli: Toubakouta - grens Senegal/Gambia- Banjul- Marakissa
13 juli: Marakissa- grens Gambia/Senegal- Abené
14 juli: Abené
15 juli: Abené- Kafountine- en dan met de piroque door de mangroves naar Thionck Essyl
16 juli: Thionck Essyl
17 juli: Thionck Essyl- Ziguinchor
18 juli: Ziguinchor- Oussouye
19 juli: Oussouye met een piroque naar het Ile de Karabane
20 juli: Oussouye
21 juli: Oussouye- Ziguinchor- Kalounaye
22 juli: Kalounaye, naar het dorp Hathioune (geboortedorp Talisse)
23 juli: Kalounaye- Kolda
24 juli: Kolda- Tambacounda
25 juli: Tamboucounda- door Nationaal Park Niokolo Koba- Kedougou
26 juli: Kedougou naar Pays Bassari-Iwol
27 juli: Kedougou naar Dindefelo waterval
28 juli: Kedougou- Tambacounda
29 juli: Tambacounda- Kaolack- Saly Niakh Niakhal naar de Baobab Belge
30 juli: Baobab Belge
31 juli: Baobab Belge
1 augustus: Baobab Belge
2 augustus: Saly Niakh Niakhal- Dakar voor vlucht naar Madrid
3 augustus: Madrid- Amsterdam

Alleen de tickets naar Dakar (en terug) zijn geboekt, en ook de Baobab Belge is gereserveerd. Verder zal het vervoer en de accommodatie geregeld worden door Talisse en Adri van O'Dunbeye Land (www.odunbeyeland.com) in Abené. Nog maar vijf maanden te gaan voor vertrek! De eerste stappen zijn gezet, de rest komt ook vast goed. Ik zeg maar zo: ‘Beter één rugzak op de rug, dan twee op de zolder!’

Spuiten en slikken
Juni 2011. Nederland.

De tijd vliegt voorbij en voor dat je het weer ben je alweer onderweg naar Afrika. Maar eerst dienen er nog wat ‘puntjes op de i’ gezet te worden. Zo hebben we een bezoekje gebracht aan de tropenarts Peter van Bommel. Voor onze komende reis naar Senegal blijken we enkel nog een gele koorts vaccinatie nodig te hebben. We hebben een afspraak gemaakt om deze te laten zetten. Ook krijgen we hier een stempel in ons gele vaccinatie boekje: ‘cholera not indicated’. We zullen het boekje deze keer ook werkelijk mee op reis nemen, iets wat we anders nooit doen. De spuiten stellen niet zoveel voor, en we zijn nu tien jaar beschermd tegen de gele koorts. Wel moeten we nog een half uurtje in de praktijk blijven voor het geval zich rare complicaties zullen voordoen. Niemand heeft ook maar enige last van de spuit gehad gelukkig. Het hoofdstuk ‘slikken’ schrijft malaria profylaxe voor, de ons welbekende Malarone tabletten, gedurende de hele reis te slikken en nog een week daarna continueren. Ook krijgen we speciale antibiotica kuurtjes mee ‘voor het geval dat’. Die hopen we uiteraard niet nodig te hebben.

Dan op naar het volgende project. Onze paspoorten zijn verlopen, en met het hele gezin koersen we aan op het gemeentehuis. We vragen nieuwe paspoorten aan. Het kost ‘maar’ 52,50 euro per persoon, (of je een emmer leeg schudt), en een week later zijn ze klaar.

Ook schaffen we nog een nieuwe camera aan, aangezien onze oude camera wat kuren begint te vertonen. En je wil toch niet het risico lopen om in Afrika staan met een camera die er wellicht helemaal mee op gaat houden. Onze nieuwe camera is een Canon Powershot SX30IS, ja we blijven toch echte Canon fans. Er zitten veel nieuwe mogelijkheden op, en een nog grotere zoomfunctie. Je kunt wel stellen dat dit echte voorbereidingsweken zijn geweest, en we zijn er nu helemaal klaar voor! Ons vervoer in Senegal zelf is nu ook geregeld, we zullen per Toyota Landcruiser met imperiaal voor de rugzakken door Senegal gaan toeren. Zo'n zelfde auto hadden we al eens, tijdens onze reis door Marokko reden we met Aziz over de Hoge Atlas ook in een Landcruiser. De vluchtgegevens zijn doorgemaild, en we zullen worden opgehaald in Dakar in een minibusje. Nog een paar dagen werken, het aftellen kan beginnen voor een hele bijzondere reis door een zwart, stoffig en bovenal bloedheet Afrika.


Dakar rally van start
Vrijdag 8 juli 2011. Niakh Niakhal, Senegal.

Piep-piep, de wekker gaat af om zes uur 's morgens. De broodjes hebben we gisterenavond al gesmeerd, dus snel aankleden, wat eten en wegwezen. Opa en Oma Tops brengen ons en de bagage naar de bushalte bij de kinderboerderij. Vanaf hier nemen we de bus naar Eindhoven. Op het station is het een drukte van jewelste. Brandweer en ambulance rennen af en aan. Het perron waar van de trein naar Schiphol vertrekt is afgesloten, deze trein komt te vervallen. Het vermoeden rijst dat er iemand voor de trein is gesprongen maar zeker weten doen we dit niet. Dan maar snel de trein in naar Utrecht. We zitten naast een jong stel dat op weg gaat naar Zuid Afrika, en er is gespreksstof genoeg tot Utrecht. We hoeven alleen het perron over te steken om de trein naar Schiphol te nemen. Makkie! Op Schiphol weten we vrij snel de balie van Iberia te traceren, en de bagage te dumpen. Zo... tijd voor een kopje koffie bij de Hema (ja, die zit hier ook dus). Dan is het nog een hele wandeling naar pier B17 vanwaar de vlucht naar Madrid vertrekt. So far, so good.

Zonder problemen komen we aan in Madrid. Daar hebben we de kinderen nog een Mc Donalds beloofd, omdat Senegal vooral vis met rijst te bieden lijkt te hebben. Aangekomen bij de volgende vlucht naar Dakar blijken er toch wat onduidelijkheden te zijn. De vlucht is ‘zomaar’ met bijna twee uur vertraagd. We zijn inmiddels wel al in een compleet andere wereld terecht gekomen, als één van de weinige blanken tussen pikzwarte Afrikanen. Compleet met heftige hoofddeksels en bonte kledij. Opeens blijkt er schot in de zaak te komen en mogen we inchecken. Het bleek aan een defecte airconditioning te liggen en dat probleem is nu opgelost. Dus omhoog met die kist.

We blijken nog een tussenstop te maken op Gran Canaria tegen het vallen van de avond. Zowat alle blanken gaan er hier uit, op een handjevol na, en de lege plaatsen worden ingenomen door Senegalezen. Uiteindelijk zien we tegen middernacht de lichtjes van Dakar opdoemen uit de duisternis, en we landen op het Léopold Sédar Senghor International Airport. Welkom in Dakar!

Met de hitte valt het reuze mee, er is een flinke verkoelende wind vanuit zee. Eerst in een lange rij voor de douane, zonder een duidelijk systeem. Na wat formulieren ingevuld te hebben krijgen we een stempeltje. Formulieren weer inleveren bij een ander mannetje en nu de bagage opsporen. Er is maar één bagageband voor heel het vliegveld en het is een grote chaos, iedereen doet maar wat. Ook zijn er mannetjes in een hesje die tegen betaling je bagage maar wat graag naar de uitgang willen sjouwen. Wij nemen de bagage gewoon op de rug en lopen naar buiten.

Wat een hectiek, nu maar hopen dat ons mannetje er nog staat, want we zijn inmiddels 2,5 uur later dan we aangegeven hebben. Langs tralies met mensen er achter die je telefoonkaarten, borstvergrotingen (?) en andere onduidelijke diensten willen aansmeren. Gelukkig, Benoît, de chauffeur staat nog geduldig te wachten met een A4-tje met onze naam erop. Hij loodst ons door de menigte naar een grote en flink gedeukte Toyota Landcruiser. Hup, de bagage erin, Ruben past nog net op een stoeltje naast de bagage. Dan is het nog wel minstens anderhalf uur rijden naar Niakh Niakhal. Over drukke wegen, met nog steeds heel veel mensen en handel langs de weg, ook 's nachts. Ook worden we nog aangehouden voor controle van de chauffeur. Het laatste stuk gaat over zandpaden door het dorp hier. We stoppen en de Baobab Belge lijkt een heuse oase. En het belangrijkste, er zijn lekkere bedden! Het is inmiddels twee uur lokale tijd (en vier uur 's nachts Nederlandse tijd) dus we ploffen meteen neer. De Dakar rally is volbracht! Morgen maar eens kijken waar we nu precies terecht zijn gekomen. Eerst heerlijk slapen, we zijn doodop!

 

Feestje met djembé en pizza
Zaterdag 9 juli 2011. Niakh Niakhal, Senegal.

Loeiende koeien en kakelende kippen? Juist! Dat is het geluid waarmee we deze morgen worden gewekt. Je verwacht het niet aan de kust, en het klinkt heerlijk dorps. Net als Oerle, maar dan in een tropische entourage in een tuin vol uitbundig bloeiende bougainvilles. De Baobab Belge blijkt inderdaad een oase van rust te zijn. Het plonsbadje ziet er ook uitnodigend uit, maar dat bewaren we voor later. Eerst maar eens een ontbijtje nuttigen. Ruben is jarig, hij wordt dertien jaar vandaag. Hij mag op de troon zitten, een grote stoel met grote hoorns versierd. Das nog eens echt jarig zijn! We worden verwend met gebakken eitjes, vers stokbrood met heerlijks erop. Er is ook chocolade pasta van het merk Kwatta!

We willen geld gaan pinnen, want we hebben nog geen CFA (lokale munteenheid hier in Senegal) op zak. Het is onduidelijk waar de pinautomaat zich bevind. As zegt op honderd meter, maar Pauline beweert dat je een taxi nodig hebt. We willen gaan lopen, zien we ook nog wat van het dorp. As gaat mee en we lopen over de zandpaden, naar het ‘hoofdzandstraat’. Onderweg zien wij allerlei restaurantjes, kapsalons, winkel-van-sinkels, en vrouwen die langs de weg wat groente en fruit of vis verkopen. Ook zien we kleine kuddes geiten tussen de huizen scharrelen.

Dan volgt een stuk verharde weg, en jawel, ook de bank met pinautomaat! We pinnen meteen maar vier keer het maximale bedrag. Langs de zee lopen we terug, en onderweg zien we nog een soort grote hagedissen. Groot zijn ze en bont gekleurd. Ook zitten hier veel bonte vogeltjes. En mooie grote vlinders. De kust is ook mooi, met rieten parasolletjes en bont beschilderde vissersbootjes. De zee ligt op slechts een 300 meter afstand van ons guesthouse. Over een zandpad tussen de huizen kan je er komen. Hier in het dorp vind je kleine winkeltjes en vissersboten, de dure en chique resorts zijn een eindje verderop. Dat lijkt een compleet andere wereld te zijn met groen besproeide gazons en dikke villa's.

's Middags gaan we lunchen in een lokale tent, Chez Poulo Black & White restaurant. We eten buiten onder een veranda aan een tafeltje met bontgekleurde Afrikaanse kleedjes. Het waait zo hard dat de cola omwaait. We eten rijst met kip (Yassa avec poulet), een gegrilde dorade (vis) of kip en voor het feestvarken een bordje frieten. Er zitten twee mannen op traditionele instrumenten te spelen, erg sfeervol getokkel.

Dan lopen we nog een stukje langs de zee. Er is haast niemand in zee, en wij plonzen liever in het zwembad(je) bij de Baobab Belge. De rest van de middag lanterfanten we maar wat. We slapen wat bij, lezen wat boekjes en nemen een plons in het badje. Niet verkeerd om weer wat bij te komen van die heftige reisdag van gisteren.

Na ons opgefrist te hebben gaan we op zoek naar een geschikt restaurant voor Ruben. Want jarig zijn zonder een pizza te eten, dat kan echt niet hoor! Bij de eerste pizzatent vangen we bot, de keuken is gesloten. Maar ze helpen ons wel op pad naar een andere pizzabakker. Je neemt gewoon dit zandpad rechtdoor tot na de feloranje flamboyant (soort boom met fel gekleurde oranje bloemen) en dan op het hoekje, daar zit ie dan. Prima, we schuiven aan, en de houtoven wordt nog eens flink opgestookt. Het is een moslim restaurant met gesluierde vrouwen. Als we de -overigens heerlijke- pizza net op hebben rollen de mannen een kleedje uit aan de overkant van het pad, en gaan op hun knieën voor Allah. Ze buigen diep voorover in het stof. Wij lopen terug naar de Baobab, en nemen nog een pilsje of een Fanta. As haalt de djembé tevoorschijn, en een trommelsessie volgt. Ruben geniet in zijn met ballonnen versierde troon, en doet later lekker mee, samen met As. Het wordt een leuke avond, maar niet al te laat. We hebben nog wat uren in te halen van gisteren.


Gatenkaas
Zondag 10 juli 2011. Toubacouta, Senegal.

Na een redelijk vroeg ontbijt wordt er op de deur van de Baobab Belge geklopt. Het zijn Talisse en Djemba met de grote auto. Het blijkt echter geen Toyota Landcruiser te zijn, maar een Landrover. De auto komt zelfs oorspronkelijk uit Nederland, er zitten nog stickers op van een bedrijf uit Heerlen. Alle bagage doen we terug in de flightbags, de hoezen voor het vliegtuig, zo is de bagage beter beschermd tegen het rode Afrikaanse stof. Dan wordt alles op het dak gehesen en vastgeknoopt met een groot stuk touw. Lianne gaat voorin met Djemba, op de achterbank zitten Michel en de jongens. Iris en Talisse zitten achterin op kleine lage stoeltjes. Niet echt comfortabel daar achterin, maar het is niet anders.

We verlaten Niakh Niakhal, en gaan op weg. Eerst komen we door Mbour, de eerstvolgende grote stad. Daarna wordt de weg al snel slecht, met grote gaten. Al het verkeer slingert om de grote gaten heen, het lijkt wel een soort van Mario Kart race langs de gaten af. Na Kaolack volgt dan een normaal stuk weg. Onderweg komen we langs een typisch Afrikaans landschap. Zo zien we de eerste baobab bomen, hele typische stammen met breed uitlopende takken met wat groen er aan. Men beweert ook wel dat baobabs er uitzien alsof ze omgekeerd geplant zijn, met de wortels naar boven. Sommigen hebben er inderdaad veel van weg. Ook komen we langs kleine dorpjes die voornamelijk bestaan uit hutten met rode strooien dakjes. Met een omheining om het erf waar binnen soms nog wat klein vee scharrelt. We zien verschillende kuddes van magere witte koeien met enorme hoorns, of kuddes met geitjes. Meestal zijn er één of twee jonge kinderen bij die de kudde hoeden. Langs de weg veel verkopers van fruit en groente. Eigenlijk verkopen ze allemaal hetzelfde; bergen (over)rijpe mango's of uien. Veel variatie is er niet zo te zien. De vrouwen springen in het oog, ze dragen zonder uitzondering prachtige gewaden in drukke Afrikaanse stof. Met soms nog een fraaie hoofdtooi in hetzelfde stofje. De mannen dragen soms ook lange gewaden in de vorm van een broek met een lange jurk er overheen.

We komen langs zoutwinning. Grote vierkante stukken land zijn onder zout water gelopen en drogen op in de zon. Het zout wordt in bergjes bij elkaar geschraapt. Het is een wit en wijds landschap. Er zijn ook deltagebieden met mangroves en veel watervogels te zien onderweg. Het laatste stuk weg is echt belabberd. Het wegdek (als het al niet helemaal is verdwenen) zit vol enorme gaten, de zogenaamde potholes. Het verkeer probeert er langs te slingeren, maar de meeste tijd rijden we gewoon op het rode droge zandpad naast de weg. Dat is wat iedereen hier doet.

Er zijn verschillende controles onderweg, we worden twee keer aangehouden voor papieren controle van de chauffeur. We denken dat we voornamelijk stilgehouden worden omdat er toubabs (blanken) aan boord zijn, en ze hopen wat te vangen. De papieren zijn in orde en we mogen steeds doorrijden.

Rond half twee komen we aan in Toubacouta, een groot dorp tussen de delta en de zee. We slapen in ronde hutjes en beschilderde huisjes. Het ronde hutje van de kinderen is ingelegd met beschilderde schelpjes. Als je de fan te hard laat draaien komen er stukjes stro uit het dak naar beneden! Hmm... We eten in het restaurant een bordje kip met frieten en komkommers en tomaat. Als dessert een banaan of mango.

Dan gaan we even uitrusten om aan het einde van de middag nog op pad te gaan naar het vissersdorp Missirah, op dertien kilometer hier vandaan. We zien de visserij, en het verwerken van de paarlemoeren oesterschelpen tot schelpenzand en verfstof. Ook is er een zeer grote baobab boom vlak langs het water, en een heilige fromager (kapokboom). Wel wordt verwacht dat we 500 CFA betalen om de heilige grond rondom deze boom te mogen betreden. Daar heb ik ze bij Nationaal Park de Hoge Veluwe nooit iets over horen zeggen, maar allez, vooruit dan maar! De kapokboom is echt een apart geval, hij schijnt wel meer dan duizend jaren oud te zijn en is heeft holle ruimten waar hij water in opvangt voor droge tijden.

's Avonds eten we bij Chez Boum, aanbevolen uit de Lonely Planet. We schuiven aan, en Boum kookt de sterren van de hemel. Hij heeft er zelfs een hagelwitte koksbuis bij aangetrokken. Kost wel wa, maar dan hedde ok wa! Het smaakt werkelijk waar uit de kunst, en we besluiten ter plekke morgen hier weer neer te strijken.

 

Mousse-au-chocolat
Maandag 11 juli 2011. Toubacouta, Senegal.

Eerst maar eens een keertje uitslapen, want er staan geen vroege activiteiten op ons programma van vandaag. Na een ontbijt met stokbrood en jam of smeerkaas gaan we een rondje dorp doen. We hebben geen wifi hier in Les Coquillages, maar er is wel een internetcafé hier in het dorp. We willen ook voor de kinderen een computer, maar zoveel werkende computers zijn er niet voorhanden. Het toetsenbord is op z'n frans, dus dat is een extra uitdaging, de letters zitten net iets anders dan we gewend zijn. Zo, na een uurtje is het klusje geklaard. Iets voorbij het internetcafé blijkt er free wifi te zijn van het dure hotel Les Paletuviers. Er zitten enkele toubabs (blanken) met een laptop bij de winkeltjes en ook de mobiel van Iris en van Sander kunnen wifi ontvangen. Goed om te weten!

We lunchen bij Les Coquillages, we eten er sandwich met tonijn, ei en groente. Voor Ruben hebben ze een bord gemaakt zonder de tonijn. Het wordt weer erg warm, dus gaan we even chillen met een boek. Rond drie uur 's middags vertrekken we met een bootje. Toubacouta ligt in de Siné Saloum delta, een zeer waterrijk gebied. We varen in een redelijk grote metalen boot door de delta, tussen de mangroves door. Hoe smaller de bolongs (kanaaltjes) worden, hoe leuker dat het wordt. Je ziet ook hier en daar een grote watervogel zitten. Veel aalscholvers en grote reigers die opvliegen als we ze naderen.

We houden halt bij een île de coquillage, een schelpeneiland. De bodem ligt vol kleine witte schelpen. Er is een pad over het eiland dat langs enkele zeer grote baobab bomen voert. Ook staan er veel andere bomen en groene vegetatie. Als we de eerste baobab naderen horen we een schel gekrijs, en een hele zwerm bontgekleurde vogeltjes vliegt er vandoor. Het zijn de perroquets, een kleine papagaaien soort. We zien felle gele en groene perroquets, maar ze laten zich maar lastig fotograferen. De bomen zitten vol met gezellig kwetterende vogeltjes, die je amper ziet maar des te beter kan horen.

Aan de baobab bomen hangen grote vruchten, het zogenaamde apenbrood. De baobab wordt ook wel apenbroodboom genoemd. In ons land wordt het meel van deze vrucht gebruikt als verdikkingsmiddel van bijvoorbeeld babypap.

Dan gaan we even lekker zwemmen in de rivier. Het water is zout, je zit hier niet ver van de zee. Het water is lekker warm, maar er zijn ook kwallen en krabben gesignaleerd, dus het is wel oppassen. De jongens die de boot besturen nemen ook een frisse duik. Het kleinste jongetje, Babacar van acht jaar komt bij ons spelen in het water. Zo jong als hij is, is hij al een echte waterrat! Na enkele uren is het tijd om verder te varen naar het vogeleiland. Op dit kleine eilandje wat voornamelijk bestaat uit grote hoge mangroves met bladerdek komen heel veel vogels tegen het vallen van de avond om te overnachten. We zien aalscholvers, reigers, en heel veel kleine gele vogeltjes. Een enkele rode en blauwe vogel. Het is een gekwetter van jewelste. Na een hele tijd hier gekeken te hebben varen we weer terug naar Toubacouta. De zon gaat langzaam onder, ze verdwijnt achter de contouren van de hoge baobabs aan wal.

We lopen meteen door naar het restaurant Chez Boum. Meneer Boum verwacht ons al, hij heeft gedekt voor vijf personen. We bestellen kip, spaghetti en garnalen. En Sander mag vanavond ook een flesje Gazelle bier erbij. Maar de topper moet nog komen, als dessert bestellen we de wereld beroemde mousse au chocolat, waarmee Boum zelfs de Lonely Planet heeft gehaald. En niets is overdreven, de mousse van pure chocolade smaakt hemels! Wie verwacht nou zoiets in hartje Senegal? Dus mocht je ooit naar Toubacouta komen, sla dan de chocolade mousse van Boum niet over!


De grens over
Dinsdag 12 juli 2011. Marakissa, Gambia.

Een lange reisdag voor de boeg, dat betekent ook dat we op tijd op moeten staan. Alle spullen weer in de rugzak proppen, het lijkt of dat we meer bagage hebben, maar we hebben toch echt niets bijgekocht. We nemen afscheid van Laye, de eigenaar van Les Coquillages, en alles wordt na het ontbijt weer boven op de Landrover gehesen en vastgeknoopt. Tot aan de grens bij Karang is het maar 22 kilometer, en we zijn er dan ook zo.

De hectiek van een grensplaats, meteen zwermen er talloze verkopers rondom onze auto. Ze willen mango's en cashewnoten verkopen, of geld wisselen. Ook zijn er mensen die zomaar even komen ‘nieuwsgierigen’. Talisse neemt ons mee naar de grenspost van Senegal. We moeten meekomen in een kantoortje, en de ambtenaar blijkt PSV uit Eindhoven te kennen! Al onze gegevens worden genoteerd in een heel groot dik boek, wat later als het vol is zeer waarschijnlijk nooit meer opengeslagen zal worden. Oké dan, op naar de volgende grenspost, te voet. Bij de Gambiaanse grenspost moeten we weer meekomen naar een kantoortje. Ook hier wordt alles opgeschreven in een groot dik boek. Dan naar een volgend kantoortje, want hier zit een meneer die een stempel in ons paspoort gaat zetten. Niet te geloven, ook deze man gaat al onze gegevens in een groot boek noteren! Wat een bureaucratie! Maar eindelijk hebben we de felbegeerde stempels te pakken, we mogen 28 dagen in Gambia verblijven. Er zitten twee ambtenaren in het kantoor, eentje die noteert en stempelt, zijn oudere collega zit zeer lui in een bureaustoel en rekt zich enkele malen ongegeneerd uit. Wat een job!

Gambia oogt direct anders, de tweede voertaal is Engels, en het ziet er veel welvarender uit dan Senegal. Stenen huizen, met golfplaten daken in plaats van rieten hutjes. Ook de winkeltjes zien er moderner uit, en de mensen gaan beter gekleed. In Barra moeten we op de veerboot. Eerst de kaartje kopen, voor 25 eurocent de man mogen we mee over, de bagage ‘doet’ één Euro.

De veerboot wordt echt proppievol geladen. Eerst de auto's erop, en bijna mogen we niet mee. Maar met vijftig Dalassi (Gambiaanse munteenheid) smeergeld kan er toch nog een plekje gecreëerd worden! This is Africa! Als de auto's staan mag het voetvolk verder. Hele hordes mensen in bonte kledij komen aangelopen. Er gaan zelfs twee koeien, een kudde geiten en een vrachtwagen vol ezels mee. De mensen dragen grote zware dingen op hun hoofd, het is een prachtig schouwspel vanaf het dek.

Als de boot volgestouwd is, gaan we los. Het is ruim een uur varen naar Banjul, de hoofdstad aan de overkant van de Gambia rivier. Achter ons zit een jongen met een losse kip op schoot. Het beest kakelt zo nu en dan maar blijft rustig op schoot zitten. Naast me zit een man met een broek met ‘airco’ aan de voorkant. Je kan zo naar binnen kijken. Ook is er een schoenenreparateur aan boord. Hij naait compleet versleten Teva's met een witte draad weer aan elkaar. Nog wat zwarte schoenpoets erop en je ziet er niks meer van. Als hij ons ziet kijken roept hij dat er nu zelfs nog ten years guarantee op de schoenen zit. Ik draag ook Teva's, of ze toevallig niet kapot zijn vraagt hij... Conclusie van Iris na deze boottocht is, dat ze geen voedselhulp meer naar Afrika moeten sturen, maar containers met deodorant! Om jullie een beeld te geven van hoe zo'n tocht nu verloopt.

In Banjul gaan we aan wal, en ook hier zien we een relatief moderne stad die veel welvarender is dan wat we tot nu toe van Senegal zagen. We maken nog wat noodstops, want Djemba is aan de racekak. Ik geef 'm loperamide, want hij is best zielig. We eten wat in het 4 Seasons Restaurant in Banjul. Soort fastfood restaurant, je zit er door tralies gescheiden van de straat. Terwijl we wachten komt er eerst een heggenschaarverkoper langs, je kan niet zonder op reis, nietwaar? En nog een broekenverkoper en heel veel giechelende schoolkinderen. Nog nooit een blanke gezien of zo?

Het eten is lekker en spotgoedkoop. Voor vijftig Dalassi (1,25 Euro) heb je een grote kipsandwich in een stokbrood. Een vreemde gewoonte hier is dat ze er ook friet in doen. Ja echt, in het brood erbij!

Dan is het niet ver meer, eerst naar Brikama. Daar houdt de verharde weg op, en dan is het nog een 15 kilometer over brede rode zandwegen met hobbels en kuilen naar Marakissa. We slapen in het Marakissa River Camp, van de Nederlander Joop en zijn Gambiaanse vrouw Adama. We slapen in schattige ronde huisjes. Er is geen elektriciteit, voor 's avonds zijn er kaarsen.

Het is hier een bird sanctuary, een paradijsje voor vogelaars. We zien heel veel vogels, de gele die we gisteren ook zagen, en ijsvogeltjes in blauw en rood. Een grote diversiteit aan vogels, en ze komen redelijk dichtbij. Marakissa ligt aan een riviertje en vanuit het restaurant heb je een schitterend uitzicht over de rivier en de omgeving. De kinderen lezen wat en wij spotten heel veel vogels. Het is een gekwetter van jewelste. Als avondeten is er kip met frieten en Belgische mayo. Op het tafelkleed staan sloten, molens en Hollandse koeien. Tot laat in de avond praten we met Joop over zijn leven in Gambia met een mok koffie en bij kaarslicht. Hoe eenvoudig kan het leven soms zijn.


Donker Afrika
Woensdag 13 juli 2011. Abené, Senegal.

De kinderen slapen uit, maar Michel en Lianne staan al vroeg op om nog wat mooie vogels te kunnen spotten. Het is een drukte van jewelste bij de takken boven de rivier. Heel veel bonte wevers zijn hier hun nestjes aan het bouwen, en ze vliegen af en aan met slingers groen. Ze kwetteren dat het een lieve lust is. Ook zien we nog een kleine zilverreiger, een ijsvogeltje, meerkoeten, diverse soorten duiven, en grotere roofvogels. Het gewoon hier zitten, een beetje rond kijken en wachten of de vogels zich laten zien is een leuke bezigheid. Helaas is het ijsvogeltje sneller dan de camera, hij laat zich niet vastleggen. Er scharrelt ook een klein eekhoorntje rond in de palmboom op zoek naar voedsel. Dan roept Adama ons dat het ontbijt klaar staat. Er zijn wel vijf soorten jam, pindakaas van Calvé en twee soorten chocoladepasta. Een sapje en een gekookt eitje erbij maakt dit ontbijt helemaal af.

De bagage wordt weer op de auto gehesen en we vertrekken. Eerst nemen we het rode zandpad, wat volgens Joop een highway zou zijn, terug naar Brikama. Vanuit Brikama gaat een redelijk goede harde weg naar de grenspost Seleti. Paspoorten uitstempelen onder een afdakje buiten en alles wordt weer genoteerd in een dik boekwerk. De laatste Gambiaanse Dalassi's wisselen we in voor drie pakken koekjes. We lopen een paar honderd meter naar de grenspost van Senegal. Een vriendelijke ambtenaar in een onooglijk klein vies huisje noteert de gegevens en we krijgen weer een mooi stempel erbij. We zijn weer terug in de bananenrepubliek Senegal! Het is niet zo ver meer naar Abené, maar om de één of andere duistere reden vindt er nog een stop plaats in een klein dorp. Djemba moet ‘iets’ regelen en wat drie minuten zou duren, duurt natuurlijk weer bijna drie kwartier. We weten niet waar ze blijven, en spelen maar wat met de nieuwsgierige kindjes hier in het dorp.

Dan rijden we verder naar Abené, naar ons kampement Sindeye. Het ligt zo ontzettend afgelegen dat het in eerste instantie behoorlijk tegenvalt. Het is echt kilometers lopen naar het dorp, en in de middle of nowhere. Erg jammer dat je niet even snel naar het dorp kan lopen, maar de zee blijkt wel vlakbij te zijn. Het kampement zelf is dik in orde, de huisjes zijn ook mooi. Maar er is sowieso voor de kinderen niet veel te doen in Senegal, ze vervelen zich behoorlijk en dat is erg jammer. Voorlopig zijn we dus nog niet besmet met het Afrika-virus, en we denken ook niet dat dit nog gaat gebeuren. Er is genoeg te zien onderweg, daar niet van, het straatbeeld is zonder meer boeiend. Maar de mensen zijn niet echt vriendelijk, en blijven maar zeuren over een cadeau of geld dat ze willen krijgen van ons. Bijvoorbeeld als je een foto neemt of een boom bekijkt, altijd willen ze geld! We vinden dit eigenlijk behoorlijk irritant. Is hier sprake van een reisdip(je)?

Gelukkig ontmoeten we ook aardige mensen hoor, zoals het kleine jongetje Gibra hier op het kampement en zijn moeder Pia. Ook Thombé die hier werkt is een toffe peer, hij spreekt zelfs een aardig mondje Nederlands. De kinderen vinden ergens een sjoelbak en er is warempel een dartbord, en zo is er toch nog enig vermaak. Thombé doet gezellig met ze mee.

We rijden naar de heilige kapokboom, de fromager, hier in Abené, de Bantan Waro. Het is een mega grote boom waar je ook in kan lopen tussen de geweldig grote wortels. Er zit een flink bijennest hoog in de boom en vrouwen komen hier elke vrijdag om te bidden. Natuurlijk moet er weer wat geld worden gedoneerd, en zoals verwacht vinden ze het weer niet genoeg. Altijd dat gezeur ook!

We gaan naar het ‘Artisanal’ hier in het dorp, het kunstenaars centrum. In allemaal kleine winkeltjes rondom een binnenplaats verkopen mensen hun kunst. Voornamelijk houtsnijwerk, maar ook schilderijen. Eén van de kunstenaars is doof, maar met handen en voeten begrijpen we elkaar. We kopen er een setje houtsnijwerk van een Afrikaanse man en een vrouwenhoofd, voor een erg goede prijs na wat onderhandelen.

Nu alleen de site nog bijwerken. Het eerste internetcafé is gesloten, dus gaan we naar de volgende. Er staat maar liefst één computer en die is bezet. Even wachten dan maar. Als we aan de beurt zijn breekt een heftige moessonbui los, de eerste hier in Senegal. Alles staat meteen blank en er ontstaan grote plassen op de zandweg. Het uploaden van de foto's gaat echt niet, na tien minuten staat de eerste foto er nog niet op. Dan alleen maar tekst. 's Avonds eten we rijst met kip (Ruben en Iris) of rijst met vis (de rest). Het smaakt goed. Om half acht mag de generator aan, we kunnen alle spullen weer opladen. Het is wel een herrie maar we hebben twee uur stroom. Om kwart over negen valt de generator stil, en dan zitten we echt in ‘donker Afrika’.

 

Meer koeien dan mensen
Donderdag 14 juli 2011. Abené, Senegal.

Een haan waagt het om pal voor onze deur los te barsten met luid gekraai. We zijn meteen klaar wakker. Eerst ontbijten, er ligt een nieuw fris kleedje op tafel, en er zijn vers gekookte eitjes. Ze hebben hier dus ook aan Ruben gedacht!

Na het ontbijt gaat Thombé naar de markt en Lianne vraagt of ze mee mag gaan. Gewapend met de camera gaan we op pad. Onder een grote boom midden in het dorp vind elke ochtend de markt plaats. Vrouwen en kinderen zitten aan kleine lage tafeltjes groente of vis te verkopen. De talloze vliegen worden weg gewapperd met een paar bijeen gebonden takjes. Sommigen willen niet op de foto, maar andere vrouwen komen het juist vragen. Als ze daarna de foto op het schermpje zien, zijn ze geanimeerd en reuze trots!

Na de markt gaan we naar een boerderij buiten het dorp om mango's te halen. Ze worden vers uit de boom geplukt. Er zijn heel veel kinderen in dit huis, een meisje van zeventien doet al het huishoudelijk werk, want moeder is overleden. Ook loopt er een gehandicapte geit met 3,5 poot op het erf.

Als we weer terug zijn op het kampement is het tijd om naar de zee te gaan. Het is ongeveer tien minuten lopen naar de Atlantische Oceaan. Aangekomen bij het strand zien we nog net een grote dunne varaan wegglippen in de struiken. Het strand is verlaten, er staat wel een hele kudde koeien op het strand. Bij de rieten afdakjes leggen we de spullen neer. Thombé zal er op passen. Het zeewater is aangenaam van temperatuur, een beetje lauw. De golven zijn krachtig en leuk om in te spelen. Gibra is ook mee gegaan, en speelt met Ruben in de golven. Na anderhalf uur lopen we terug door het duinlandschap, langs andere kampementen naar het onze. De lunch bestaat uit een omelet met frietjes.

Aan het einde van de middag gaan we met de auto naar het volgende dorp. Hier is een medische post gevestigd. We krijgen een rondleiding door het kleine ziekenhuisje en verbazen ons er over hoe weinig materiaal voorhanden is. De apotheek is een grote metalen kast, met amper twee kleine schapjes met enkele medicamenten er op. Er zijn wel veel testen om malaria te constateren en kuren voor behandeling. Als ik vraag of er ook anticonceptie is laat de verpleger me een doos met Microgynon 30 zien. Die kost dan 0.70 Euro voor drie maanden voor de vrouwen, de regering verleent hierop veel subsidie. Toch twijfelen we erg of er wel gebruik van wordt gemaakt omdat er echt zo ontzettend veel kinderen zijn overal. We laten hier wat verbandmateriaal en medicijnen achter. We hebben zitten kijken in onze eigen medische kit wat we kunnen missen. Er is hier gebrek aan eigenlijk alles!

We stoppen nog even bij de familie van Thombé, en bij een andere familie om verse papaja’s te halen. De vrouwen van deze familie zijn elkaars haren aan het invlechten. Wat een werk is dat met dat kroeshaar! We doen nog een handwasje, want laundry service is nog niet doorgedrongen tot de binnenlanden van Afrika. Het maakt ook niets uit eigenlijk.

's Avonds eten we spaghetti (kinderen) of rijst (wijzelf) met een ondefinieerbaar prutje. Als ik Pia vraag wat of het is, blijkt het gemalen vis te zijn met knoflook, ei en broodkruim. Typisch Senegalees eten. De verse mango's gaan er beter in. Er is nog even stroom om de apparatuur zoals de computer, accu's en D.S. op te laden, en dan is er alleen nog kaars- en maanlicht


De dansers van Thionck Essyl
Vrijdag 15 juli 2011. Thionck Essyl, Senegal

We gaan verkassen vandaag, dus alle spullen worden in de rugzakken gestouwd. Het houtsnijwerk houden we apart, dat lijkt ons beter. Na een laatste ontbijt is het tijd om afscheid te nemen van de hartelijke mensen die we hier ontmoet hebben op Sindeye; Moussa, Thombé, Pia, Zacharia en alle anderen.

Via de stoffige rode zandweg verlaten we Abené, en rijden we een klein stukje naar het volgende grote dorp, Kafountine. Na Kafountine begint de uitgestrekte delta. Er staan enkele jongens op ons te wachten. Alle bagage gaat in een houten pirogue (grote houten smalle boot) en wij waden een stukje door het water en stappen ook in. Dan begint een hele lange tocht in de pirogue over het water. Het is een aaneen schakeling van allerlei rivieren en grote meren, we zitten ruim 2,5 uur op het bootje. Er zijn drie planken waarop je kunt zitten, maar een afdakje is er niet. Gelukkig is het bewolkt en zitten we niet onder de brandende zon.

We zien allerlei grote watervogels, zoals reigers, ooievaars, en een grote pelikaan. En verder mangroves, heel veel mangroves. Op een groot stuk water zijn enkele jongens aan het vissen, en er worden zo'n twintig zilverkleurige vissen de boot in gemikt. Drie keer raden wat we vanavond op ons bord gaan krijgen! Dan worden de waterwegen smaller tot we op het laatst tussen smalle ondiepe kanaaltjes het vaste land bereiken tegen de bosrand aan.

Met de rugzakken op, lopen we een klein stukje over smalle dijkjes en door een stuk bos naar kampement Abuleukom. De eigenaar, Bonis Diatta staat ons al op te wachten. Welkom in Thionck Essyl! Eerst maar eens een drankje in zijn kleine restaurantje onder een strooien afdakje. Dan laat hij ons de kamers zien. Het kampement heeft een impluvium, een rond gebouw met in het midden een opening voor licht en regenwater. Rondom zijn kamers gebouwd. Wij slapen in de kamers ‘Karabane ‘en ‘Kafountine’. Er staat alleen een bed, een stoel en een klamboe in. Ook is er gelukkig een lampje, er is elektriciteit. Het toilet is buiten en de douche ook. Doorspoelen doe je met een lege fles in een bak water. Scheppen en spoelen maar...! Er is ook een openlucht Afrikaanse douche. Ronde rieten schermen waar je tussen staat en emmers water met een lege fles.

We schuiven aan voor de lunch. Rijst met gebakken vis en stukken mango als dessert. Prima! Nog eventjes voetballen want Talisse haalt ergens een bal tevoorschijn. Tegen het einde van de middag lopen we naar het dorp met Talisse en Bonis. Het is een uitgestrekt dorp, de lemen huizen met rieten daken zijn allemaal omheind door palen, bamboe of riet. We nemen een kijkje in de plaatselijke apotheek, die wel uitstekend bevoorraad is.

Dan horen we muziek en zang. Hier in het dorp Thionck Essyl blijken vandaag speciale dansen te zijn. Jonge mannen dansen en verzamelen moed om naar het heilige bos te gaan. De mannen met de kralensnoeren gaan binnenkort voor enkele weken het heilige bos in. Als ze dan terug komen zijn ze ‘echte mannen’. Hun zussen en moeders staan in een kring rondom en maken muziek door met houten blokken tegen elkaar te slaan. De jongens sloven zich flink uit. Ook staan er oudere mannen met grote stokken. Ze stampen op de grond en zingen en lopen rondjes in de kring. Het is een prachtig gezicht, primitief, maar ook heel puur. Geen speciaal dansje voor de toeristen, maar echt een traditie van het dorp. En heel toevallig zijn wij net op de juiste tijd, en op de juiste plek om dit te mogen aanschouwen. Ineens stoppen de dansen en vertrekt zowat het hele dorp richting het bos. Wij lopen terug naar het kampement. Eerst maar eens een Afrikaanse douche! Lianne en Iris proberen 'm uit, en het blijkt heel goed te werken. We douchen door de flessen water over ons heen te kiepen, met uitzicht op een koe, en met het gezang van de vele kleine blauwe en rode vogeltjes. Back to nature!

We lopen een stukje naar het water. Het is nu eb, en het water heeft zich helemaal terug getrokken. De bootjes liggen droog en de mangroves staan hoog op hun wortels in de slijk. Overal zijn kleine gaatjes in de dijkjes, en talloze grote en kleinere krabben trekken zich terug in de holletjes als ze ons aan horen komen.

's Avonds eten we in de rieten hut, er is een salade van wortel, tomaten en witte kool, gegrilde vis met uiencompote, en mango na. Ruben neemt liever nog een gekookt ei wat we nog van vanochtend hebben bewaard. Het is inmiddels pikdonker, en we gaan met de kippen op stok. Het is bloedheet in de kamertjes, je plakt aan je laken vast. Helaas geen airco zoals overal in Azië heel gewoon is, maar we doen het er maar mee

 

Louloum! Louloum!
Zaterdag 16 juli 2011. Thionck Essyl, Senegal.

Na een heel klef nachtje worden we al vroeg wakker. Hoe ga je je wassen als er alleen een toilet en een douche is? Gewoon maar wat water uit de emmer scheppen en over je heen kletsen! Er komt iemand met drie kippen onderste boven gehouden achterom. Drie keer raden wat we vandaag gaan eten...!

Na een ontbijtje met keihard gekookte eieren, brood van gisteren en gelukkig wel verse thee of nescafé gaan we een eindje naar het dorp lopen. Bonis en Talisse lopen met ons mee. Onderweg zien we vrouwen met grote manden vol verse mango's op hun hoofd lopen, het is een schitterend gezicht. Ook zien we ontzettend veel termietenheuvels hier in het dorp, zoals we ze ook zagen in heel Senegal. Er zijn donkere luchten daar boven, er rommelt een onweer in de verte, en niet veel later begint het te regenen. Eerst zachtjes, maar niet veel later plenst het er goed uit.

We schuilen met ons allen onder een afdakje bij een winkeltje dat alleen eieren verkoopt. Er wordt meteen een bankje onze richting in geschoven, wij moeten gaan zitten. Als het weer wat droger wordt, lopen we verder. Het lijkt wel of alle kinderen uit het dorp ons naroepen; ‘louloum! louloum!’. Wat of dat betekent vragen we Talisse? Nou, ze roepen gewoon ‘hé blanke, hé blanke!’ Het is in de Diola taal, het plaatselijke dialect. Zijn we dan soms een plaatselijke bezienswaardigheid, de vijf blanke bosch-negers in Thionck Essyl? Na nog een stuk gelopen te hebben moeten we haastig schuilen bij een bromfietsen reparatie plaats. Mooie aftandse bromfietsen voor Sander om te kijken, dat wel! De mannen van deze zaak zijn super vriendelijk, en we krijgen allemaal een hand vol smeer.

Nu zijn we niet ver meer van de dovenschool. Het is een Nederlands project in samenwerking met Unesco. De leraar en het schoolhoofd zijn opgetrommeld, de school is namelijk gesloten. Er zitten slechts negentien dove kinderen op deze school, allemaal tussen de zeven en veertien jaar. Ze komen overal vandaan, en worden in gast gezinnen geplaatst of verblijven in de bijgebouwen. De lerares is aanwezig, en ook enkele van de leerlingen die hier in het dorp zelf wonen. Ze zijn allemaal ontzettend aardig. We laten een zak vol nieuwe speelgoedauto's achter, voor de allerjongste leerlingen.

Dan lopen we nog een rondje over de markt en gaan op een erf kijken hoe de vrouwen een soort lange bruine bonen doppen. Er zit geel fluweel-achtig spul in wat je kan eten. Via de zandpaden die nu wel een beetje drassig zijn lopen we terug. De kinderen roepen ons weer na: ‘louloum! loulou!’. Er zijn ook ontzettend veel geiten en schapen in het dorp. Ze grazen in de berm en lopen weg als je er aan komt. Er zijn heel veel piepkleine schattige jonge geitjes bij.

Na de lunch van kip en rijst met een heerlijk warm groente prutje gaan we nog een ommetje maken. De kippen zijn inmiddels geslacht (zielig vinden de jongens dat wel!) en worden geplukt. Die gaan we vanavond burgemeester maken. En we doen nog even een wasje. De kinderen wassen hun eigen spullen met de hand, weten ze ook weer hoe je dat moet doen!

We lopen door het bos, en zien wat apen door de bomen springen. De takken gaan alle kanten op. Aangekomen bij een krokodillenpoel zien we nog net twee koppen boven water uitkomen. De jonge krokodillen weten niet hoe snel ze onder water moeten gaan, ze zijn namelijk nogal bang uitgevallen. Boven het water vliegen kleine oranje met blauwe papagaaitjes. Ze krijsen hard, maar zijn ontzettend mooi gekleurd en supersnel dat ze vliegen kunnen! Ook zijn er nestjes van de bonte wevers, de kleinere geel met zwarte vogels. De krokodillen zien we niet meer.

Over dijkjes lopen we verder naar een kleinere krokodillenpoel. Er schiet een kleine krokodil een nest in, een gat onder een palmboom. En daarna zien we alleen nog bellen en beweging onder het wateroppervlak. Het is eigenlijk ook te bewolkt weer, de krokodillen laten zich beter bewonderen als ze in de zon kunnen luieren. In de verte ontwikkelt zich een hevig onweer, het dondert veelvuldig. We lopen terug, en het eten is klaar. Kip met frietjes, salade en papaja na. Het smaakt echt heel erg goed. Ondertussen is het keihard gaan regenen, en zien we nog vijf minuten onder een gele lucht een regenboog. Dan is het donker, en horen we enkel nog druppels vallen. Als Iris naar het toilet wil, wacht haar een verrassing. Er zit een rat in het toilet, en gillend rent ze terug. Even later ziet Bonis 'm gelukkig ook.


Eindelijk weer stroom
Zondag 17 juli 2011. Ziguinchor, Senegal.

Harde druppels op het metalen dak van het impluvium maken ons wakker. Nee hé, het zal toch niet nog steeds aan het regenen zijn? Eerst maar eens polshoogte nemen buiten, maar ook binnen in het middelste van het impluvium is het al meer dan duidelijk. Het regent dat het giet. Van dat kleffe zweetweer. Het is nu ook duidelijk waarom dit zo'n zweetbed is, om het hele matras is een plastic hoes, en de kussens zijn van een soort schuim (synthetisch dus mega zweet materiaal). De kinderen hadden gelukkig wel een normaal matras met een katoenen hoeslaken. Als je buiten in de lucht kijkt zie je één grote grijze massa, echt zo'n grijze grauwe dag zoals we ze in Nederland ook kennen. Het ziet er niet naar uit dat het nog goed gaat komen met het weer.

Demba arriveert, en hij heeft gelukkig een groot stuk blauw stevig plastic bij voor over de rugzakken. Zo blijven ze toch droog. We nemen afscheid van Bonis, de eigenaar. Hij is een broodmager klein rastamannetje, maar met het hart op de goede plaats. Zo hebben we hem leren kennen in die paar dagen. We zijn het dorp nog niet uit of het wordt al droog, en even later gaat zelfs de zon weer schijnen. Het plastic had dus niet gehoeven, maar je weet niet wat je kunt verwachten. Niets zo onvoorspelbaar als het weer.

We rijden door een bos en er steken een paar apen over. Ook zien we weer veel vogels. Grote watervogels, en kleine bontgekleurde tropische vogeltjes in het bos. We rijden door watergebieden, echt hele uitgestrekte plassen en meren. Over een dijkje met kinderkopjes rijden we tussen het water door met links en rechts mangroves. Dan komen we aan bij een grote brug en een hele brede rivier. De Casamance rivier en de grote stad Ziguinchor. Direct na de brug volgt militaire controle, eerst willen ze onze paspoorten zien. Een stukje verder volgt dan controle van de chauffeur en de gids. Ze moeten meekomen. Alle papieren zijn dik in orde, maar ze willen geld zien. Hoezo corruptie? Demba weigert te betalen, en daarom duurt het even voordat we toch verder mogen rijden.

We slapen hier in Hotel Le Perroquet, prachtig gelegen aan de Casamance rivier. Er is stroom en er is wifi! Nu kunnen we de site weer bijwerken. We krijgen een ruime familiekamer met een groot bed en drie losse bedden. Het zijn eigenlijk twee kamers gescheiden door een doorgang met een gordijntje ervoor. Ook hebben we een balkon dat uitkijkt over de Casamance rivier. Pal onder ons balkon is de vertrekplaats van de pirogues (houten smalle boten) naar de diverse dorpen hier in de omgeving.

De kamer is eigenlijk best in orde, maar de badkamer scoort minimaal drie sterren lager. Een oude roestige douchekop en alleen koud water. We doen het er maar mee, we kunnen uiteraard best een frisse douche gebruiken na alle stof en zand uit het vorige dorp. Een nieuw groot stuk zeep wordt wel weer bijgeleverd, en handdoeken ook, wat niet standaard is hier in Afrika. In een grote boom op het terrein zitten heel veel reigers en andere grote watervogels. Ze kwetteren voluit.

We gaan Ziguinchor verkennen. Het is de hoofdstad van de zuidelijke provincie de Casamance. Het is meer een groot dorp, maar er zijn wel meer voorzieningen. Zo is er ook een normaal restaurant waar je bijvoorbeeld een pizza kan bestellen, het heet Le Kassa. We gaan hier vandaag twee keer eten. Wat wel een probleem is, zijn de vele vliegen in het restaurant. Hoewel ze een ventilator aanzetten, stikt het van de vliegen. Je moet eten en wapperen tegelijk, en dat is best moeilijk. Lianne probeert een glas verse bissap, het smaakt een beetje naar kersensap, en is erg lekker. In het donker lopen we terug naar ons hotel, we zitten weer in de bewoonde wereld, en alles lijkt ineens een stuk eenvoudiger.


Hola
Maandag 18 juli 2011. Oussouye, Senegal.

Rrrrr... rrrrrrr... rrrrrrrr. Motorgeluiden, waar zitten we ook alweer? In Ziguinchor, vlak naast de vertrekplaats van de prauwen. Dat zijn dus die motorgeluiden, van bootjes die opstarten en wegvaren! Als iedereen wakker is gaan we naar beneden. Het restaurant van Le Perroquet is eigenlijk enkel een overkapping, je kijkt er doorheen en ziet dan de Casamance rivier met alle bedrijvigheid.

Het is een fantastische plek om de mensen gade te slaan, alle spullen die mee moeten worden aangevoerd in taxi's of vaker nog in ezelskarretjes. Volgeladen met gele jerrycans met onduidelijke inhoud. Er gaan ook twee koeien mee op de houten prauw. Het ontbijt is minimalistisch; een half stokbrood met jam en een kop koffie of thee. Voor de kinderen hebben ze warempel toch ook warme chocomel, en die gaat er goed in.

De grote watervogels vliegen af en aan bij de grote bomen, ook daar is het spitsuur. En dat in de ‘grote stad’. We lopen nog een rondje door Ziguinchor. We ontdekken warempel een postkantoor. Voor het postkantoor zit een mannetje met wat door de zon verschoten kaarten en postzegels. We zoeken er twee uit voor de ouders en schrijven ze direct. In het postkantoor wil het mannetje dat we ze zelf even afstempelen! Doen we!

Dan ontdekken we ergens een batik-fabriekje. We gaan achterom bij een huis en krijgen een mini demonstratie hoe dat nu gaat dat batikken. Eigenlijk dachten we dat batik iets typisch voor Azië was, maar ook hier in Afrika zie je toch veel batik, en ze produceren het dus ook hier lokaal. In het winkeltje hangen heel veel lelijke spullen, veel te druk of gewoon niet mooi. Een groot rood tafelkleed met ananassen lijkt ons wel wat, maar aangezien meneer daar maar liefst vijftig Euro voor vraagt, gaat het kleed niet mee naar Oerle. Er is hier sowieso lang niet zoveel moois te koop in vergelijk tot Azië. De kunst is primitief en de meeste Afrikaanse beelden spreken ons niet aan. Wel hebben we ander houtsnijwerk gekocht zoals schaaltjes en enkele maskers.

We kijken nog even op straat. Onder een afdakje spelen groepen mannen een bordspel. Het lijkt een soort dammen te zijn. We gaan er even bijzitten en praten met handen en voeten. Een geschikte pinautomaat vinden valt ook nog niet mee, maar met behulp van een bankbediende lukt het. Hij loopt met ons mee naar buiten, en de automaat blijkt aan de achterkant van het gebouw te zijn. Altijd staat er bewaking bij zo'n pinautomaat.

We nog een klein hapje bij restaurant Le Kassa, en dan komen Talisse en Demba ons ophalen. We rijden de 38 kilometer naar Oussouye, in een dik uur. Het kampement Emanaye blijkt een aangename verrassing. Het is een lemen gebouw met een etage, en een restaurant onder een rieten afdak, met zicht op de rijstvelden. De eigenaars Maxime en Elizabeth zijn superaardig. We krijgen kamers op de eerste verdieping, in elke kamer staat een één- en een tweepersoonsbed. Ook is er een simpele badkamer. De toiletbril is geen probleem want die ontbreekt geheel.

We maken een wandeling door het dorpje. Wat meteen opvalt is dat hier zoveel varkens rondscharrelen, dat zagen we nog in geen ander dorp. De mensen begroeten je in het spaans; hola!, wat duidt op de vele Spanjaarden die hier komen wandelen en fietsen. Ook in Emanaye zijn groepen Spanjaarden.

We stoppen bij een juicebar, en we kopen hier allemaal een zakje gekoeld sap van de baobab, met een rietje erin. Het smaakt lekker zoet, als een soort vloeibare appelmoes, en het werkt stoppend. Juist vandaag is dat weer een voordeel voor Iris. Ook kopen we er cakejes en huisgemaakte bissap-jam. Dit kleine bedrijfje is opgezet om lokale fruitsoorten te verwerken en aan de man te brengen.

's Avonds eten we in het kampement. Elizabeth heeft heerlijk gekookt, een stoofschotel met aardappel, bonen en rundvlees. Zo lekker hebben we nog niet gegeten, en we scheppen allemaal nog eens een keertje extra op! Het is ook een aangename afwisseling op de rijst met kip of vis, nietwaar?

 

Het eiland Carabene
Dinsdag 19 juli 2011. Oussouye, Senegal.

Een uitgebreid ontbijt met broodjes staat al op ons te wachten. Broodjes? Die hebben we tot op heden nog nergens aangetroffen, en ze smaken dan ook voortreffelijk. Met keuze uit vijf soorten jam, van papaya- tot mangojam.

Na het eten gaan we meteen op pad. Eerst rijden we zo'n zeven kilometer naar het dorp M'Lomp. We stoppen voor twee prachtige lemen gebouwen met een verdieping er op; ‘les cases á deux etages’ waar dit dorp bekend om is. Talisse gaat vragen of we er ook een kijkje binnen mogen nemen, en dat mag gelukkig.

Een oudere vrouw leidt ons rond. Het huis is helemaal van leem gebouwd met pilaren aan de voorkant, en ook aan de achterkant waar ze een soort van inpandig balkon creëren. Eerst gaan we het erf op, want het vrouwtje is net bezig met de rijst. De vliesjes van de rijst moeten worden gescheiden van de rijstkorrel zelf. In een soort grote zeef wordt de rijst omhoog geschud, en de rijst wordt zo van de vliesjes ontdaan. Die eten de kippen later weer op. Dan worden we naar boven geleidt. waar enkele zeer donkere kamers zijn. Volgens mij ligt er ook iemand op een bed. Weer beneden maken we kennis met een zeer oude vrouw, zij is het hoofd van het huis nu haar man is overleden. Ze is doof, maar ze heeft wel humor! Ook is er nog een baby van pas drie weken oud, echt een schatje!

We rijden verder richting het dorp Elinkine. Er liggen vaak geiten of schapen op de weg, die zich tergend langzaam omhoog hijsen als er een voertuig langskomt. Dat is overal zo hier in Senegal. Alle dorpen hebben veel geiten en schapen die altijd in de weg lopen of op de weg liggen dus. In deze omgeving scharrelen ook redelijk wat varkens rond, er wonen hier ook christenen. Overal zie je kerkjes, in het lemen huis van M'Lomp was er ook een nis met een Mariabeeldje.

Aangekomen in Elinkine parkeren we onder de grote kapokboom aan de rand van het water. Hier nemen we een pirogue (houten lange boot) naar het eiland Carabane (île de Carabane). De boottocht duurt zo'n drie kwartier en boven ons is een dreigende donkere lucht.

Op Carabane gaan we eerst een ronde maken over het eiland. Er is een dorp, een kerk en een moskee. Het begint te regenen, dat zat er al aan te komen. We bezoeken de Maternité, een bureau voor moeder- en kindzorg. Het is een redelijk nieuw gebouw met gave zebra-patroontegeltjes op de vloer. Opgericht door een Francaise die hier een bezoek heeft gebracht. We krijgen een complete rondleiding door een meisje. We zien het bureau met weegschaal, de verloskamer (redelijk primitief) en de uitrustkamers. De moeders mogen hier na de bevalling nog drie dagen bijkomen, en daarna gaan ze naar huis. Om waarschijnlijk meteen weer te gaan werken in huis of op het land. Van kraamzorg hebben ze hier duidelijk nog nooit gehoord. Het is wel interessant om te zien hoe de Maternité hier functioneert. Er hangen foto's van alle baby's die hier geboren zijn, en ze krijgen allemaal een knuffel mee naar huis, voor later. De knuffels zijn uiteraard gedoneerd door Europa.

We lopen verder langs een hele grote kerk die op instorten staat. Deze kerk is niet meer in gebruik, hij is verlaten. We kunnen niet naar binnen helaas, het ziet er in de regen ook wat troosteloos uit. Even verderop is het kerkhof, hier ligt de Franse kapitein Protêt begraven. Hij was door een pijl getroffen en had het bevel gegeven om rechtop staand begraven te worden om zodoende beter het hoofd te kunnen bieden aan de vijand. Apart is dat wel te noemen. Zo te zien aan het graf was het maar een piepklein mannetje. Op het kerkhof heel veel oude ingestorte vergane graven van begin 1800. We schuilen voor een enorme plensbui in het winkeltje/hutje van een kleermaker. Hij maakt van die hele bonte broeken en jurken, die je in ons land enkel met de carnaval zou kunnen dragen. Toch kopen we een lapje stof om er thuis een tafelkleedje van te maken.

Het tropische eiland Carabane ziet er in de regen toch heel wat minder tropisch uit, en dat is jammer. We eten in een vissers kampement Chez Amath. Hier krijgen we een drie gangen menu; geroosterde aubergine met een sausje, gegrilde barracuda (is dat niet een roofvis?) met rijst en patat, en mango na. Het smaakt best goed!

Ondertussen is het droog geworden en een voorzichtig zonnetje breekt door. We lopen naar het strand, en we gaan toch even zwemmen. De zee is lekker warm, en Ruben en Sander bouwen een zandkasteel. Talisse heeft kokoskoekjes gekocht bij een vrouwtje even verderop, en die smaken heel erg goed. Dan nemen we de boot terug, en varen langs een groep pelikanen. In Elinkine aangekomen kijken we nog even bij een stalletje. Een man ‘repareert’ oude mobieltjes. Heel zijn werkvlak ligt vol onderdelen, het ziet er niet uit of het nog goed gaat komen. Gaan hier onze oude mobieltjes heen die je thuis kan inleveren? Zou zomaar kunnen.

We nemen een lekkere koude douche (warm water is er immers niet) en lezen nog wat. In de boom boven ons zitten enkele gieren, je ziet ze hier rondzweven op de thermiek van de lucht. We eten een omelet gevuld met vermicelli (of was het spaghetti). Vreemde combinatie maar het smaakt wel goed. De vis die volgt is duidelijk minder, die heeft een modderig smaakje. Maar de schijfjes wortel en aardappel zijn lekker! Mango na! What else? Er rommelt weer een onweer in de verte, we hebben nog redelijk geboft met het weer vandaag.

 

Een joekel van een neushoorn
Woensdag, 20 juli 2011. Ziguinchor, Senegal.

Er rommelt al uren lang een hevig onweer. Het regent keihard, maar er is ook flink wat bliksem gevolgd door donderslagen. Het houdt echt al uren aan, en je wordt er niet vrolijk van. Tijdens het ontbijt kijkt de gier boven in de boom ons ook een beetje mistroostig aan. Er zijn ontzettend veel gieren hier in de omgeving, in de grote boom bij het restaurant zitten er soms wel een stuk of vijf. Gieren zien er niet echt sympathiek uit met hun kale kop en kromme vlijmscherpe snavel. Je ziet ze door de lucht zweven op de thermiek, het zijn best hele grote vogels. Maar nu met het onweer wordt er niet gevlogen en zitten ze maar een beetje de tijd uit te zitten tot het weer droog wordt. Net als wij dus.

Na het ontbijt nemen we afscheid van Maxime en Elizabeth, en rijden we de 38 kilometer naar Ziguinchor. Onderweg maken we nog enkele fotostops, want er is veel te zien. We rijden langs grote waterplassen, en ineens zien we ze; een grote groep flamingo's. Ze lopen op hun hoge poten door het ondiepe water op zoek naar lekkere hapjes. Sommige flamingo's zijn mooi roze, andere zijn wit met een vleugje grijs, maar elegant zijn ze allemaal! Even verderop staan een paar ooievaars, ze zijn van een andere soort dan bij ons, met een prachtige gele snavel.

Na al dat moois op vogelgebied rijden we een uurtje later Ziguinchor weer binnen. En meteen merk je dat je in een stad bent, zoveel bedrijvigheid! Ezelskarren, vrouwen die achter kleine tafeltjes of zomaar op de grond mango's en wat groente verkopen. We zien zelfs een soort van vuilnis ophaaldienst. In de dorpen, maar ook in de stad zien we ontzettend veel afval rondslingeren. Soms zelfs nog honderden meters na dat je een dorp hebt verlaten zie je een sliert van vooral plastic, flessen en flarden van tasjes. Niemand schijnt zich er aan te storen, maar de vervuiling is echt enorm en ons een doorn in het oog.

We stoppen bij een prachtig gebouw, de Alliance Franco Sénégalaise. En het is inmiddels droog, de zon schijnt en het is weer goed heet! Het is een groot gebouw, een soort van cultureel centrum waar ook concerten gegeven worden. Het is helemaal geschilderd in bonte kleuren in Afrikaanse primitieve kunst. Het ziet er geweldig mooi uit.

We krijgen er een uitgebreide rondleiding, en bezoeken ook de bibliotheek. Er zijn ook diverse leslokalen waar studenten extra cursussen volgen. Op het moment dat wij de Alliance bezoeken zitten de lokalen vol studenten. Het gebouw laat zich lastig fotograferen omdat er van bovenaf licht naar binnenvalt door de openingen onder het ronde dak. Binnen in het gebouw zijn twee impluviums waar het regenwater wordt opgevangen en er lichtinval is.

Nadat we alles uitgebreid hebben bekeken rijden we een stukje verder naar de Marché Artisanal van Ziguinchor, de kunstmarkt. Hier zitten kunstenaars te werken aan bijvoorbeeld houtsnijwerk of schilderijen, en natuurlijk hopen ze wat te verkopen als er ineens vijf toubabs (blanken) voor hun neus staan. Er zijn heel veel winkeltjes (lees; hokken) die eigenlijk allemaal min of meer hetzelfde verkopen. De prijzen zijn hoog, je moet je onderhandelvaardigheden goed inzetten, maar Lianne is hier een kei in. Zo kopen we wat houten bakjes voor nootjes en dergelijke. Maar ineens zien we iets wat we nergens nog zagen. Prachtige houten neushoorns! Ze zijn nog niet helemaal af, de lak of was zit er nog niet op. Maar zo naturel zijn ze al helemaal top! Na onderhandelen zakt de prijs van 50.000 CFA naar de uiteindelijke deal van 15.000 CFA. De neushoorn wordt voorzichtig in kranten en tape verpakt en mag mee afreizen naar koelere oorden. Het is een heel gevaarte, hoe we die mee gaan nemen is nog onduidelijk, hij weegt namelijk ook best wel wat. Thuis zullen we 'm zelf af behandelen met zeepwax van Goossens, dat lijkt ons mooier dan de donkere wax die ze hier gebruiken.

We hebben ons reisplan een beetje aangepast. We blijven nu een extra nachtje in Ziguinchor. We hebben hier een hotel met zwembad gevonden met een fantastische zomer aanbieding. Hotel le Flamboyant. We hebben twee kamers aan het zwembad, en er is zelfs airconditioning op onze kamer. De kamer van de kinderen heeft een ventilator, ze hadden geen airco kamers meer. Hier kunnen we een extra dagje bijkomen en van wat luxe genieten. Het scheelt amper iets met het andere hotel dat we hier hadden, maar de prijs-kwaliteit verhouding is honderd maal beter. Er is gelukkig ook wifi, en dat is heel fijn voor ons allemaal. We laten ons dan ook heel graag in het heldere water glijden om te spelen en wat baantjes te trekken. Of lekker op een groot ligbed met een super zachte handdoek te liggen. Lezen, internetten, gewoon weer ‘effe luxe’ doen. Een douche met warm water, dat is ook genieten. En een spiegel om in te kijken hoe je je moet scheren. Allemaal pure luxe in Afrika!


Van stad naar gat
Donderdag 21 juli 2011. Coubalan, Senegal.

Wat liggen die bedden hier goed zeg! Een heel verschil met de keiharde matrassen op de kampementen. Hier in het hotel hebben ze comfortabele boxsprings en dat merk je meteen! Als we een blik over het balkon werpen zien we dat ze tafeltjes buiten hebben gezet naast het zwembad voor het ontbijt. Ook het ontbijt is hier wat uitgebreider, zo krijgen we zelfs een verse croissant! Smullen dus. Dan is het tijd voor een frisse duik in het koele blauwe water. We hebben het zwembad voor ons alleen, en genieten van deze luxe. We lummelen de ochtend door, gebruikmakend van alle faciliteiten van dit hotel. Om 12.00 uur moeten we uit de kamers zijn, maar we mogen de bagage ergens neerzetten.

We lopen nog even door Ziguinchor, het is nog te vroeg om te eten. Zo komen we langs een winkeltje waar ze borduurwerk verkopen en huisgemaakte producten van fruit en zo. Het is een christelijke instelling, er zit een nonnetje binnen, en overal zijn kruizen te zien. Ook op het borduurwerk. Iemand interesse in een tafelkleedje met kruizen? Of liever een geborduurd priesterkleed, die verkopen ze hier ook namelijk. We raken aan de praat met het nonnetje en ze is echt heel aardig. Uiteindelijk kopen we muggenolie (het heet ‘myrr’ of zoiets). Het is overal goed voor, antimug of als je gevallen bent ofzo. Je kunt het echt overal opsmeren blijkbaar. En we kopen een potje gesuikerde pinda's.

Bij het Walkunda restaurant gaan we eten. We gaan lekker buiten zitten op het met doeken overdekte terras. Er zijn mooie muurschilderingen van het dorpsleven. We bestellen spaghetti en garnalen in een jasje van deeg. Het smaakt allemaal heerlijk! Maar het probleem hier zijn nu niet eens de vliegen, maar de talloze muggen onder de tafel. De ober heeft ons ook al zien krabben en meppen en komt met ‘de oplossing’. Gewapend met een grote bus insecten-dodend-middel komt ie er aan. Hij spuit dat het een lieve lust is onder het tafelkleed. Ook onze voeten en schoenen worden van een laagje spray voorzien. Het helpt inderdaad... maar nog geen vijf minuten. Toch is het goed bedoeld van die man. Bij het benzinestation blijkt een echte supermarkt te zijn, met allerlei westerse spullen. We kopen er ijs en yoghurt. Ruben kan zich niet bedwingen bij het zien van zoveel lekkers, en koopt een bus Pringles van zijn vakantiegeld. Dat die bus bijna 2,50 euro kost interesseert 'm niks, en hij geniet tot de laatste kruimel.

Talisse en Demba komen ons ophalen, ze zijn ruim een half uur te laat. Er blijkt een probleem te zijn met de autopapieren, en hier in Ziguinchor kunnen ze de permit niet verlengen. Daarom wil Demba straks nog ‘even’ terugrijden naar de Gambiaanse grenspost in Seleti voor tien dagen verlenging. Maar eerst zet hij ons af in het gehucht Coubalan. We logeren hier in het campement Ankadji aan het water. Het is een campement villagois, wat er op neer komt dat de dorpsbewoners gezamenlijk deze accommodatie runnen. Het is schitterend gelegen aan een grote plas vol watervogels. Zo zien we grote steltlopers, meeuwen, reigers en heel veel krabben in het water. Een eindje verderop is een grote groep kinderen aan het zwemmen in de plas. Eens even polshoogte nemen. Het zijn wel een stuk of dertig kinderen die hier elke namiddag even komen plonzen en spelen. De meesten zijn jongens, en de aller-dappersten durven zelfs van de lage brug af te springen het water in. Ze hebben ontzettend veel plezier. De kleinste jongens, tot een jaar of tien, zijn poedelnaakt. Ze hebben het nog niet eens in de gaten dat wij dit een beetje eigenaardig vinden. Voor hen is het namelijk zo normaal als wat. De meisjes houden hun kleren gewoon aan tijdens het zwemmen, en sommigen zijn zelfs in het bezit van een bikini. Ze komen hier het hele jaar door zwemmen, aan het einde van de middag, en ze verzekeren me er van dat er echt geen krokodillen in het water zitten hoor!

We genieten van het einde van de dag. De watervogels komen redelijk dichtbij. Er staan houten luie stoelen op het strandje, dus dat houd je wel even vol. De jongens spelen op de Nintendo DS of doen een spelletje op de laptop. Dan is het eten klaar. We eten een salade van komkommer, sla en wortel, en dan volgt een heerlijk runderstoofschotel. Het lijkt wel de hachee van thuis, maar dan zonder de peperkoek erin. Het is rundvlees met uien, en je krijgt er koude friet bij. Wat een combi! Het dessert is de gebruikelijke mango. We lopen terug naar de hutjes. We slapen hier in ronde hutjes met rieten daken. Elke kamer heeft een eenpersoons en een tweepersoonsbed. Ook hebben we een eigen badkamer. Een toilet zonder wc bril, een wastafel met een mooie houten (bamboe) kom als wasbak. En een hele aparte douche. Een grote aarden kruik met water die op een stellage van palen staat. Met een halve plastic fles kan je water over je heen scheppen bij wijze van een douche. Het ziet er wel heel erg stijlvol uit. Niet heel lang na het diner duiken we onder de klamboe en vallen in slaap bij de geluiden van de vogels buiten.

 

Meet the locals
Vrijdag 22 juli 2011. Coubalan, Senegal.

Het daglicht piept door de rieten luiken van onze hut, tijd om op te staan. Het zachte zonlicht weerkaatst op het water, de vogels zijn al uren wakker. Na het ontbijt gaan we de was doen, we hebben hier tijd genoeg, Eerst een donkere was en daarna een lichtbonte was. En alles met de hand. ‘Laudry service’ is nog niet doorgedrongen tot de binnenlanden van donker Afrika, dus als je iets gewassen wil hebben zal je zelf je handen uit de mouwen moeten steken. Onder het afdak van ons hutje is een waslijn, en de rest hangen we onder een afdakje te drogen. We ontmoeten hier de Mexicaan Marco, een soloreiziger, die vanuit Spanje helemaal over land via Marokko en Mauritanië naar Senegal is gereisd. Vandaag verloopt zijn visum, en zal hij de grens oversteken naar Guinée Bissau, om vervolgens via Guinée Conakry en Mali weer terug te keren naar Madrid. Echt een avonturier, en wie veel reist kan veel verhalen, dus we nemen de tijd om lekker te kletsen.

Dan gaan we op pad. We gaan eten bij een Afrikaanse familie hier in Coubalan. Over de rode zandpaden en dan ergens rechtsaf een erf op. De vrouwen zitten onder een grote boom die zwaar hangt van de mango's. Bovendien is het mangotijd, en overal staan manden vol met mango's die naar Dakar getransporteerd worden. Hier zijn simpelweg te weinig mensen om al die rijpe mango's te kunnen consumeren. Er vrouwen zijn met de rijst bezig, het is rijst van hun eigen land. De rijst wordt gestampt met een grote stamper zodat de vliesjes loskomen en de rijst gebroken wordt. Men eet hier vrijwel altijd gebroken rijst, aan lange korrels doen ze niet. De vrouwen stampen de rijst en gooien ze daarna omhoog op een grote platte mand, zodat de vliesjes apart komen van de korrels. Ook doen verderop enkele vrouwen de was, net als wij net. Ook de klamboe krijgt hier een wasbeurt vandaag. Er zijn veel vrouwen, meisjes en twee kleine baby's. Een jongetje van zes maanden en een meisje ‘Mami’ van zeven maanden. Ik mag haar even op schoot houden.

Dan is het eten klaar, een rieten mat wordt uitgerold op de grond, en een grote metalen schaal vol eten wordt op de grond gezet. Het is rijst met kip en groenten. Er gaat ook nog een oranje kleurige saus van palmolie en dadels overheen. Iedereen een lepel en scheppen maar. We zitten met ons achten op de grond te eten uit die bak. Er zit een systeem in, iedereen eet het gedeelte waar hij/zij voor zit leeg. De scharminkelige kip is zo gaar dat ie zowat meteen van het bot afvalt, lekker handig. De schaal gaat goed leeg, vooral Demba doet enorm zijn best. We krijgen ook nog mango na. We geven wat cadeautjes aan de familie, en na een tijdje gaan we terug naar het campement.

De rest van de middag lezen we wat onder het afdakje, voelen we of de was al droog is, of nemen we een Afrikaanse douche in ons hutje. De jongens spelen liever een spel op de computer. Van onder het afdakje zien we grote krabben in en uit het water gaan. Ze scharrelen hun kostje met de scharen bijeen. Ook zien we een prachtige wit met zwarte ijsvogel, en grote gieren. Tegen de avond begint het weer flink te onweren. Felle bliksems en donderslagen. Niet veel later barst een tropische moessonbui los. We bestellen een kop chocomel, en wachten tot de regen stopt. Het eten is ook klaar, en we eten koude spaghetti met warme vleessaus, tomaat en kool. Als nagerecht nu eens geen mango maar papaja. Morgen een heftige reisdag, dus op tijd in bed! Maar eerst genieten we van een mooie zonsondergang.

Eten doen we ook ‘luxe’. In het restaurant van Le Flamboyant, aan de overkant van de weg. We nemen biefstuk, ijs en een biertje. De kinderen uiteraard een flesje fris. Daarna nog even internetten en televisie kijken op de kamer. De airco staat wel een beetje hard, hopelijk worden we niet wakker als ijsklontjes...


Stofhappen
Zaterdag 23 juli 2011. Kolda, Senegal.

In alle vroegte staan we op, het is zes uur. Het is nog pikkedonker buiten, we pakken onze spullen in de rugzakken en doen de flightbags er omheen, zoals gewoonlijk. Dan lopen we naar het restaurant. Er brand één lampje voor de rest is er geen actie te bekennen. Hoewel we gisteren toch gevraagd hadden om rond half zeven te kunnen ontbijten. Ook in de hut van Demba en Talisse is het uitermate rustig. Het wordt langzaam aan licht, en we genieten in elk geval van een prachtige zonsopgang.

Na een tijdje zien we Demba. Eén van de banden van de Landrover is lek en moet gewisseld worden. Gisteren had hij ook al twee keer een lekke band. Als dan ook nog de man van het kampement met twee stokbroden aan komt fietsen, kunnen we toch nog ontbijten. We maken nescafé en chocomel. De chocomel maak je als volgt; eerst warm water met een zakje melkpoeder. Daarna als je melk hebt gemaakt dan de cacao poeder erbij en roeren maar. Het is even wat werk, maar dan heb je ook wat!

Na het ontbijt gaan we direct op pad, we moeten immers een flinke rit maken vandaag. De eerste stop is in Bignona, bij het busstation. Je ziet hier allerlei minibussen staan en loketten die kaartjes verkopen naar alle uithoeken van Senegal. In een hoekje zit een hokje met een mannetje die banden repareert. Hij doet zijn uiterste best op de band, en na een uurtje wachten is de band gedemonteerd, geplakt en weer opgepompt. Ondertussen verken ik de markt, het is altijd weer boeiend om de mensen te bekijken en om te zien waar ze mee bezig zijn, of wat hun handel is. We kopen twee zakjes met nootjes. Volgens de verkoper met tulband zijn ze prima tegen te hoge bloeddruk! Ik mag ook eerst proeven, en ze blijken goed te smaken.

We nemen we een afslag en de weg wordt direct al een stuk beroerder. We moeten een stuk van zo'n tachtig kilometer over zeer slechte weg. De weg zit vol diepe kuilen en gaten. Waarschijnlijk is de weg in zo’n slechte staat door de heftige moessonbuien. Van de vorst zal het in elk geval niet komen! We slingeren om de enorme gaten heen, als ware het een race. Maar soms wijkt Demba toch te laat naar links of naar rechts, en dan is het weer raak. Lekke band! De reserve band gaat er op, en we moeten uitkijken naar een reparatie mogelijkheid. Die vinden we in het plaatsje Carrefour. Weer een uur wachten. We zitten dan wel in de schaduw op een bankje, maar het is ontzettend heet. En eerst moet het mannetje een bromfietsband en een truckband repareren. 'Tijd is geld' geldt zeker niet hier in Afrika.

We vervolgen de weg met een goede, hele reserveband. Urenlang rijden we op de kapotte weg, soms meer er naast dan er op. Het rode stof langs de kant van de weg stuift op omdat de meeste auto's meer naast de weg rijden. Of zoals wij ook deden, met twee wielen op de weg, en met de andere twee wielen door het rode zand. Ook hebben we weer diverse politiecontroles onderweg. Vandaag een stuk of vijf. Ze willen altijd het rijbewijs, verzekering, en het Carnet de Passage zien. Het doorgangsbewijs omdat onze auto een Gambiaans kenteken heeft. Vaak moet Demba ook de gevaren driehoeken (twee stuks) tonen, laten zien dat de ruitenwissers werken, en laten horen dat de claxon het doet. Het slaat helemaal nergens op, gewoon werkverschaffing. Daarna mogen we altijd onze weg vervolgen.

Net na de middag komen we aan op onze bestemming. We zijn in de stad Kolda en logeren in Hotel le Firdou. In een mooie tuin met bloemen liggen schattige ronde huisjes. De huisjes ogen best luxe in eerste instantie, maar er is veel achterstallig onderhoud, kapotte tegeltjes en dergelijke. Maar er is wel airco, wifi, en er is een zwembad. Na de lunch gaan we direct het zwembad in. Het water is prima, eerder warm dan fris te noemen. Ook hier is het verval toegeslagen. Waarschijnlijk is dit een Afrikaans probleem. Dingen worden neergezet, en daarna wordt er nooit meer iets aan onderhoud gedaan.

Aan het einde van de middag komt heel het dorp ook gezellig zwemmen. Vooral kinderen, en heel het zwembad ziet dan ook ‘zwart van het volk’. Wij als vijf witte sprinkhanen vallen des te meer op. 's Avonds eten we in het restaurant. We eten er spiezen met kip, boeuf bourgignon, en spiezen van het wrattenzwijn. Het wrattenzwijn was vast erg bejaard, hij want smaakte nogal taai!


Onverwacht bezoek
Zondag 24 juli 2011. Tambacounda, Senegal.

Met een lange reisdag voor de boeg staan we weer bijtijds op. Het ontbijt staat al klaar. Ook vandaag kan je weer kiezen tussen jam of jam op je stokbroodje. Als we de spullen op de auto aan het laden zijn, zien we een paar kleine apen in de bomen heen en weer slingeren. Ze zijn nieuwsgierig, en kijken naar ons tussen de bladeren door. Gisteren was het hier 35 graden, en die temperatuur gaan we vandaag ook minimaal weer halen. We hebben een lange rit voor de boeg, zo'n 260 kilometer naar het oosten.

Voordat we Kolda goed en wel verlaten hebben, zijn we al drie keer aangehouden door de politie. Papieren controle en andere flauwekul. Van het wegdek word je ook al niet vrolijk, het ene gat is nog groter dan het andere. Daardoor slingeren we heen en weer over de weg, als ware het een soort van reuze slalom. Demba maakt zijn kwaliteiten als chauffeur zeker waar, en vandaag hebben we niet eenmaal een lekke band. Onderweg zien we echt heel veel van die kleine dorpjes (gehuchtjes) van niks, met van die ronde Afrikaanse hutjes met rieten daken. Heel erg pittoresk zien ze er uit, maar het leven in zo'n dorpje is vast heel zwaar. Water halen uit een put, en een minimum aan comfort om je heen. Ook zien we onderweg echt honderden zo niet duizenden termietenheuvels. Vaak staan die in de schaduw van bomen, maar soms ook in de brandende zon. Het zijn indrukwekkende bouwwerken, niet te geloven dat kleine miertjes dit voor elkaar kunnen krijgen. We passeren de Gambia rivier, die hier een heel stuk smaller is dan in Banjul! Er doen vrouwen de was in de rivier. We gaan lopend over de brug en kopen nog een tros banaantjes. Er zijn in deze omgeving namelijk heel wat bananenplantages.

Maar op het einde ligt er een nieuwe weg, en zoeven we over vlak asfalt de stad Tambacounda binnen. Zo te zien een echte stad, met de bijbehorende bedrijvigheid. Winkeltjes, een ziekenhuis, heel veel apotheken, en ook hier weer veel geiten en schapen op- en naast de weg. We hebben een reservering bij Auberge Ninki Nanka dus dat is de eerste stop. We zien een heel aardig binnenplaatsje, en er hangen wat mannen op stoelen. Dan komt de eigenaresse, en ze zegt van niets te weten. Ze begint meteen een hoop stampij te maken. We moeten meer gaan betalen, en de kamers staan ons ook niet echt aan. Enfin, het is een heel gedoe en het voelt niet goed. Ze is gewoon heel onvriendelijk en brutaal. Wegwezen dus, hier gaan we echt niet blijven!

We kijken in de Lonely Planet en de Trotter voor alternatieven in Tambacounda. Als snel komen we uit op Hotel le Niji. Dit is een groot complex dat bestaat uit drie hotels in één, in diverse categorieën. We laten ons wat kamers tonen, en de tuinkamers in het bijgebouw lijken ons de beste keuze. Ze zijn hier echt superaardig, een hele verademing na het incident van zonet. Er is free wifi, en een zwembad! Eerst gaan we wat eten in het restaurant, een lichte lunch. Daarna gaan we zwemmen. Er ligt een opblaasbootje in het zwembad en Ruben vermaakt zich volop. Het water is troebel, en er drijven veel insecten in het water. ‘Mond dichthouden, en absoluut geen water inslikken’, zeggen we tegen de kinderen. Waarschijnlijk is de pomp kapot, en is er op z'n Afrikaans geen actie ondernomen dus.

In de moderne supermarkt tegenover het hotel kopen we een zakje chips en ijsjes. We lopen een rondje door de stad op zoek naar een pizzatent die onvindbaar blijkt te zijn. Iedereen stuurt je een andere kant op. Dus eten we alleen in een leeg restaurant van Hotel le Niji.

Als we terugkomen in ons huisje wacht ons een onaangename verrassing. In onze badkamer heeft zojuist een heuse explosie plaats gevonden van mieren. Ze krioelen tussen de gebroken tegels op de vloer door, en het zijn er veel, héél veel. Ze rukken ook al op in de richting van ons bed. Ik roep een mannetje bij de receptie en we krijgen meteen een andere kamer. Hij schaamt zich rot! In onze nieuwe kamer trekt de wc niet door en boven ons bed hangt heel elegant een vuurrood peertje. Wat moeten we daar nu weer van denken...


Wildlife
Maandag 25 juli 2011. Kedougou, Senegal.

‘Allah-al-akbar! Allah-al-akbar!’, schalt er heel vroeg in de ochtend uit de minaret een eindje verderop. Het is nog hartstikke donker buiten, moeten die mensen nu al gaan bidden dan? Wij draaien ons in elk geval nog maar eens een keertje om. Om zeven uur is er ontbijt, met overjarige croissants en -gelukkig- vers stokbrood. Ook is er een glas verse jus d'orange. De bomen bij ons huisje hangen vol met omgekeerde vleermuizen.

Daarna vertrekken we dieper het zuidoosten in, het zijn 236 lange kilometers naar Kedougou. Het eerste stuk is de weg redelijk goed, en kunnen we opschieten. Net voorbij Wassadou begint het nationale park Niokolo Koba. De verharde weg voert er midden doorheen. De wildlife kampementen liggen dieper het park in, maar wij spotten ook wat wild onderweg. Eerst zien we een platgereden stokstaartje (soort klein half-aapje met gestreepte lange staart). Verderop staat een kudde wrattenzwijnen te wroeten in de berm, zien we apen, en iets later zien we ook nog een grote varaan langzaam de weg over steken. Het is toch een flinke score wild voor een autoritje.

De weg wordt na de post Niokolo een breed hard zandpad. Ze zijn hier warempel aan de weg aan het werken, zo te zien komt hier ook asfalt op termijn. Nog een laatste lastige corrupte politiecontrole, en dan zijn we ineens in Kedougou. De weg houdt hier op, je bent hier dan ook bijna aan de grens met Guinée Conakry en ook Mali ligt binnen handbereik. We hebben de 236 kilometer in een kleine drie uur afgelegd.

Het kampement Nieriko ligt aan het einde van een zandpad, en de ontvangst is vriendelijk. We bekijken de huisjes en die zien er meer dan prima uit. Bovendien is er airco en wifi. We gaan wat eten (spaghetti) en daarna willen we gaan zwemmen bij een ander hotel. Helaas is dat niet mogelijk voor niet-gasten. We krijgen een rondleiding door de Libanese eigenaar, en we besluiten om hier de laatste nacht in Kedougou te verblijven en lekker luxe af te sluiten.

We komen langs een markt. Altijd interessant die bedrijvigheid. We krijgen hier van Talisse nog wat zakjes gedroogde hibiscus bloemen om mee naar huis te nemen. Kunnen we daar lekker thuis bissap van maken. Een leuk idee! De rest van de middag blijven we op kampement Nieriko. Lekker wat lezen en internetten. Rond het vallen van de avond breekt een enorm onweer los. Ook steekt er een storm op, het is ineens echt heftig weer. Uiteindelijk wordt het droger en kunnen we gaan eten. Gebakken aardappeltjes met kip.

 

Het Bedik volk
Dinsdag 26 juli 2011. Kedougou, Senegal.

In alle vroegte wakker worden. De airco stond een beetje te koud, dus die hebben we maar afgezet. Na het eten vertrekken we meteen naar de markt. We gaan vandaag naar het volk van de Bedik en we moeten ‘cadeaus’ meenemen. We kopen twee kilo kolanoten en vijf grote stukken zeep. De marktkoopman snijdt de stukken zeep in vele kleinere stukken zodat we elke familie iets kunnen geven. We rijden Kedougou uit, en al snel wordt het een zandweg. Wel een zeer brede zandweg, met rood zand. Omdat het gisteren geregend heeft, liggen er overal plassen. En die plassen zijn fel oranje gekleurd, het lijkt net oranje verfwater. Héél apart! Demba heeft op de radio zelfs een zender gevonden die ook Europese muziek uitzendt, en zo rijden we onder het genot van een coole beat van Enrique Iglesias over de rode zandweg. Da's pas echt genieten na al die heftige Senegalese tamtam!

Na een tijdje stoppen we bij Campement Bedik, (Chez Leontine). Hier gaan we straks lunchen, en we bestellen het eten alvast. Dan heeft Leontine genoeg tijd om het klaar te maken. We gaan een typisch Senegalees gerecht eten daar. Maar eerst rijden we naar het Peul-dorp Ibel aan de voet van een berg. De kinderen en ook de volwassenen komen uit het dorpje naar onze auto gerend. We kiezen een paar jongens uit, die ons mogen begeleiden de berg op naar het Bedik-dorp Iwol.

De Bedik is een volk dat zijn oorsprong heeft in Guinée Conakry en Mali. Ze zijn daar weggevlucht en hebben hier boven op de berg, in de Pays Bassari een nieuw bestaan opgebouwd. Ze leven van de landbouw, en houden oude tradities in ere. Ze hebben hun eigen taaltje, dit is ook voor onze gids niet te volgen. Een soort Senegalees Fries zeg maar.

Om dit dorp te bereiken moeten we een berg beklimmen. Het pad bestaat uit rotsblokken van ongelijke afmetingen. Het gaat steeds omhoog, er zijn weinig vlakke gedeelten. Onder een boom houden we een stop, en als je je dan omdraait heb je een prachtig uitzicht over de andere bergen en heuvels in de omgeving. Alleen in dit gedeelte van Senegal zijn er bergen, de rest is zo plat als een dubbeltje. We zwoegen ons in de brandende zon naar boven, en daar ontvouwt het grote Bedik-dorp zich aan onze voeten.

De Bedik leven in ronde lemen hutjes met strooien daken. Maar zo'n groot dorp hebben we nog niet gezien. Er komen direct vrouwen en kinderen met handelswaar op ons af. Veel vrouwen hebben een stokje door hun neus en enkelen lopen rond met ontblote borsten. Ze hebben een heel ander uiterlijk, wat typerend is voor deze stam. Ze zijn zonder uitzondering allemaal erg klein. We worden ontvangen door de chef-de-village Jean Baptiste. Hij zal ons door het dorp leiden en vertalen naar het Frans. We geven de chef onze geschenken, hij zal die verder verdelen onder de families. Vroeger waren kralen en spiegeltjes de reguliere ruilhandel in Afrika. Heden ten dage moet je met kolanoten en stukken zeep voor de dag komen. It's monkey business...! We zien vrouwen in een grote kookpot roeren met een soort pap erin. De megagrote pot staat op een goed brandend houtvuur. Grote rookpluimen ontsnappen aan de pot. Er zijn heel veel kinderen, aan geboortebeperking doen ze hier waarschijnlijk niet...

Ook lopen er veel schapen en geiten rond, en we zien een kudde koeien tussen de huizen staan. We zien een heilige kapokboom (fromager) in het dorp, en verder kijken we gewoon rustig rond. Het is allemaal erg primitief, hier geen schotels en cybercafé's. Maar kookpotten en gierst. Vooral de stokjes door de neus van de oudere vrouwen zijn op z'n minst heel indrukwekkend. Iedereen probeert nog zijn handeltje van zeer lelijke kralen kettingen en kleipotjes aan de man te brengen, zonder veel succes. Het is gewoon niet mooi genoeg. Ook zitten ze allemaal te bedelen om een ‘cadeau’ of om een stuk zeep.

Nadat we heel het dorp en zijn inwoners op de foto hebben gezet is het tijd om weer af te dalen, naar Ibel. Je moet goed uitkijken waar je je voeten neerzet tussen al die rotsen en grote stenen. Onder de boom wacht Demba ons op, hij is niet mee naar boven gegaan, hij vindt het te vermoeiend. We rijden naar het kampement en Leontine heeft het eten al klaar. We eten ‘Yassa poulet’, een kipschotel met wat groente, limoen en rijst. Het smaakt verrassend lekker. Rondom het restaurant scharrelt een groot rose met zwart varken. Het laatste stukje van de zandweg leggen we zonder problemen af, ook zonder 4x4 kan je hier makkelijk rijden. Terug in ons eigen kampement hebben we allemaal wel een douche verdiend. Het maakt niet uit dat er hier alleen maar koud water is, als je maar schoon wordt.

's Avonds eten we rijst met een ragout van rundvlees met stukjes aardappel. Het vlees is veel te vet, maar de saus is wel lekker. We krijgen een schaaltje met mango's in sap als dessert. Wat hebben we vandaag toch veel gezien en meegemaakt, het was een interessante dag.

 

Nattigheid
Woensdag 27 juli 2011. Kedougou, Senegal.

Uitslapen, dat is wat de kinderen willen, en vandaag kan dat ook. Pas om negen uur gaan we ontbijten. We krijgen allen een kopje nescafé want er is nog maar één theezakje voorhanden voor het hele kampement. Dit lossen we op door drie koppen thee voor de kinderen te maken uit één zakje. Zelf nemen we de nescafé. Dan gaan we op ons gemak de spullen inpakken, want vandaag verkassen we naar Hotel Village Le Bedik. Al het houtsnijwerk reorganiseer ik door ze in een grote lap Afrikaanse stof te draaien. Die lap stof wordt straks thuis vermaakt tot twee tafelkleden.

Enfin, nadat we alles in de rugzakken hebben terug gestopt kunnen we afscheid nemen van de superaardige eigenaar van Campement le Nieriko. De rugzakken gaan los op de imperiaal, het is maar een klein stukje. Aangekomen bij Le Bedik is de kamer voor de kinderen al klaar. Er komt een zwarte lucht opzetten vanuit Guinée Conakry. We staan nog bij de receptie als de regen in alle hevigheid losbarst. Uiteindelijk zal deze bui nog uren aanhouden. Dat was niet de afspraak! We kwamen hier naar toe om lekker aan het heerlijke zwembad te liggen, een boekje te lezen, lekker te niksen. Als ook onze kamer klaar is lopen we door de stromende regen daar heen. Het is meteen ook een stuk frisser. Het is maar goed dat we redelijk vroeg van le Nieriko vertrokken anders hadden we echt een dik probleem gehad.

De planning voor vandaag was, dat we naar een waterval zouden gaan. Dat was uren hobbelen over een slechte weg. We hadden al fotomateriaal gezien van deze waterval, de Dindefelo, en eerlijk gezegd leek het ons niet de moeite waard om daar nu zoveel tijd en energie in te steken. En zeer waarschijnlijk was het niet eens mogelijk geweest vanwege de heftige regenval. Vandaar dat we een dagje luxe ingelast hebben. Het zwembad is heel mooi hier, de kamers die in de weelderige tuin liggen zien er perfect uit. Er is airco, er zijn boxspring bedden, je hebt een warme douche, kortom het is genieten hier. De eigenaar Raymond is een Libanees, en is een heel vriendelijk mannetje.

We gaan lunchen in het restaurant van Le Bedik, we kunnen ook moeilijk anders met al die nattigheid. De regen loopt in dikke stralen van het rieten dak af. Het restaurant roept meteen herinneringen op aan the Last Frontier resort in Borneo vorig jaar. Het restaurant hier is open, het ligt wat hoger, en heeft een spectaculair uitzicht op de Gambia rivier. In de bomen rondom het restaurant zitten heel veel vogels. Ook zien we apen en eekhoorntjes. De vogels die we hier zien zijn vaak prachtig gekleurd, rood met zwart, felblauw en de groen met gele papagaaitjes, de perroquets. We gaan vogels spotten en weten een paar mooie beelden vast te leggen. Er komen ook nijlpaarden voor in de Gambia rivier, maar die laten zich wederom niet spotten. Het eten hier is erg lekker. We nemen visspiezen (brochettes de lotte), spaghetti met tomatensaus en kaas, en frietjes. De kwaliteit van dit hotel weerspiegelt zich in het niveau van het restaurant. Heel wat anders dan op de kampementen.

Na urenlange regen worden de straaltjes langzaam druppeltjes, en uiteindelijk wordt het dan toch nog droog! Een heel voorzichtig zonnetje breekt dan door, en het is meteen weer lekker. Ruben en Michel gaan nog even zwemmen. Er staat hier ook een pingpongtafel, en je kunt hier jeux-des-boules spelen. Kortom hier is meer te doen, en het is haast Europees comfort wat je hier treft. Het hotel zit redelijk volgeboekt.

's Avonds eten we in het restaurant. Eerst een tonijnsalade, dan kip met friet, en mango na. Als we weer thuis zijn willen we het eerstkomende jaar echt geen mango's meer zien! Het eten smaakt overigens zeer goed. De kip heeft zelfs behoorlijk wat vlees op de botten, wat lang niet altijd het geval is hier met die scharminkels van kippen die je in de dorpen ziet.


Nog even genieten van de luxe
Donderdag 28 juli 2011. Tambacounda, Senegal.

Na een erg goede nachtrust worden we uitgeslapen wakker. Eerst even naar buiten gluren, het is gelukkig droog en ik zie stukjes blauwe lucht. Dat is wel heel fijn! We hebben namelijk besloten dat we vandaag wat langer hier zullen blijven en pas in de namiddag verder reizen richting Tambacounda.

In het restaurant staat het ontbijt al klaar. Naast vers stokbrood krijgen we ook allemaal een plak eigengebakken cake. En er is jus-de-bissap, wat erg lekker is. Dit is een sap gemaakt van de felrode bloemen van de hibiscus. Die worden in kokend water gedaan, en je laat dat even trekken net als of je thee zet. Het water krijgt dan een donkerrode kleur, en de typische bissap smaak. Nog wat suiker erbij, en klaar is je drankje. Hier in het restaurant is dat natuurlijk al voor ons gedaan.

We spotten weer diverse vogels, ze kwetteren in de bomen vlak voor het restaurant. We zien die mooie rood met zwarte vogels een aantal malen opnieuw. Nu hij is opgedroogd ziet hij er nog mooier uit! Ook is er een klein vogeltje met alle kleuren van de regenboog, in glimmend rood, groen en blauw laat hij zich steeds maar heel eventjes bewonderen.

We gaan even zwemmen, het water is heerlijk. Je ziet dat dit een hotel is met buitenlands management. Hier wordt onderhoud gepleegd, het zwembad wordt goed bijgehouden, en in de tuin zien we mannen werken. Dat is een heel verschil met Senegalese accommodaties. Die worden er neergezet, en gaat er iets kapot dan is dat gewoon jammer. Aan repareren of onderhoud wordt veelal niet gedaan. Maar goed, we zijn hier in Le Bedik volop aan het genieten. De zon schijnt volop, dit is het weer wat we ook voor gisteren in gedachten hadden!

Michel en Lianne lopen naar de oevers van de Gambia rivier. Hier zijn jongens de was aan het doen. Ook zien we daar hele gave sprinkhanen. Groot, geel en rood gespikkeld. Ze vallen amper op in het hoge gras, maar als je even goed rondkijkt wemelt het er van.

We lunchen bij le Bedik, en het smaakt weer werelds! De jongens nemen een coupe met ijs na! Dan zien we een hele grote varaan langzaam voorbij sjokken. Zijn lange dunne tong glipt in- en uit zijn bek. Wat een prehistorische beesten zijn die varanen toch! We zagen ze vorig jaar in Maleisië ook al enkele malen. Dan is het tijd om te vertrekken uit Kedougou.

We moeten 236 kilometer rijden naar Tambacounda. In het Niokolo Koba National Park zien we weer diverse dieren. Zo zien we twee grote groepen apen, en twee keer een paartje grote hoender-achtige vogels. Jammer genoeg stopt Demba niet, ook niet als we het hem vragen. We hadden heel graag wat foto's willen maken of gewoon de dieren observeren, maar hij begrijpt ons niet. Heel jammer!

We sjezen dus met grote snelheid het park door. Wat later zien we nog twee platgereden wrattenzwijnen op het wegdek liggen. De stoffige zandweg is inmiddels verruild voor een glad wegdek en niet veel later rijden we Tambacounda weer binnen.

Eerst weten ze bij Hotel le Niji niets van een reservering, maar het schijnt wel te kunnen. Wij krijgen een andere kamer. De toiletbril is ontzettend smerig, en als we daar wat van zeggen is er een hoop gebakkelei. Er zitten hele vreemde vlekken op, en hij ziet er niet uit. Ook het zwembad is niet schoongemaakt, en is zo troebel dat je de bodem niet kan zien. Er is geen pomp, of die is kapot of zo. Enfin, ik wil een upgrade naar airco maar dat willen ze niet. Als we later terugkomen van een wandeling staat de airco toch aan. Het is een raar zootje hier! Zo heel anders dan hotel le Bedik waar we vandaan komen. En toch betaal je ook hier de hoofdprijs, ruim 75 Euro voor twee hele matige ‘hokken’. Weer komt het vergelijk met Azië terug. Als we daar 75 Euro uit zouden geven, slapen we als een koning in luxe suites met alles er op en er aan. Senegal is gewoon best duur voor wat je krijgt. De hele prijs/kwaliteit verhouding is ontzettend scheef. Maar goed, we slikken maar, het is immers maar voor een nachtje.

We gaan eten bij Chez Francis, en we moeten ruim een uur wachten op een bordje friet met vis en kip. Net als we willen opstappen komt het vette eten eindelijk aanzetten. Bovendien is het vrij donker in het restaurant zodat je eigenlijk niet ziet wat je eet. Hmm, de zoveelste negatieve ervaring vandaag. Soms heb je van die dagen dat het niet echt meezit.


Billenmassage
Vrijdag 29 juli 2011. Niakh Niakhal, Senegal.

De oproep tot gebed schalt om tien over vijf de pikdonkere nacht in. Omdat we maar zeer matig hebben geslapen waren we toch al wakker. Hup, het bed uit. Er zou om half zes een ontbijt klaar staan, en warempel, het staat er! Compleet met super vers brood en glaasjes jus. En zelfs cakejes met jam er in. Die nemen we mee voor straks.

Om klokslag zes uur gaan we rijden. Het wordt langzaam steeds lichter. De weg van Tambacounda naar Kaolack is zeer goed. Een strak stuk asfalt strekt zich voor ons uit. Dat is soms wel anders met de wegen. Hoe vaak hebben we al niet urenlang over zo'n stuk gatenkaas gehobbeld? Maar goed, voor we het weten zijn we al in Kaolack. Een grote viezige stad aan de rand van de zoutmeren.

We houden hier een stop bij een benzinepomp om wat te drinken en even de benen te strekken. Dan is het nog maar 65 kilometer naar Niakh Niakhal. Rond het middaguur komen we aan bij ons vertrouwde adres; de Baobab Belge. Gastvrouw Dominique staat ons al op te wachten, een allerhartelijkste vrouw! Ook maken we kennis met An en Luc en hun drie kinderen. Uit België, en gelukkig spreken ze Vlaams, lekker handig. We nemen afscheid van Talisse en Demba. Ze gaan meteen weer op pad, want ze willen vandaag nog helemaal terugrijden naar Abené. Da's eigenlijk onverantwoord, gezien de afstand, maar ook omdat Demba zich echt beroerd voelt en flink aan de racekak is. We laten de oase van rust en comfort eerst eens even over ons komen. Het is heerlijk om weer terug te zijn!

Aan het eind van de middag gaan we met de Belgische familie op pad. Er komen twee paardenkarren voor, en we hobbelen zo heel relaxt naar Mbour. Er gaat ook een gids mee, we gaan een tochtje maken naar de vismarkt, de artisanal, en door de stad. Zo langzaam voortschrijdend op de paardenkar kan je zo'n dorp echt goed in je opnemen. Door het gehobbel krijg je bovendien ook nog eens een gratis billenmassage. Une massage de la derriere! Nou, da's ook mooi meegenomen.

Na een half uurtje komen we aan bij het artisanal. Hier zien we hoe ze djembé's maken en ander houtsnijwerk. Van klomp hout tot aan een mooie giraffe en ander fraais. Er is teakhout en het nog duurdere zwarte ebbenhout. Niet iedereen kan dat betalen. Dus hebben ze hier bedacht dat je ook gewoon hout zwart kunt maken met zwarte schoensmeer. Dan lijkt het ook net ebbenhout. Ook krijgen we nog een djembé optreden van enkele mannen hier in het artisanal en mogen we later zelf aan de slag. Het lukt ons voor geen meter natuurlijk. De behendigheid en het ritme van de mannen hier die zit niet in ons.

Dan gaan we naar de vismarkt. Eerst passeren we een aantal zeer grote zwaardvissen. Wat een joekels van vissen! Dan komen we via de markt op het strand. Wat een volk staat daar! Heel veel mensen, meest vrouwen, wachten op terugkeer van de vissersboten. Het is een drukte van belang. De vissersboten worden gelost, en de verse vis wordt direct verwerkt. De schubben van de vis worden er af gehaald met stalen ‘borstels’, en verderop worden kleinere stukken vis vermalen in een molentje tot vispulp. Ook is er volop handel in vissen van diverse soorten en maten. Ook glibberige inktvis, zeeslakken, haaien, schelpen met inhoud. Naar het schijnt worden van de haaien alleen de vinnen geëxporteerd naar China (haaienvinnensoep), en de rest ligt te rotten op het strand. De geur die hier hangt is met geen pen te beschrijven. Zeker geen Chanel no.5!

We lopen naar de markt. Zeer smalle steegjes, overdekt door golfplaten. Maar de aangeboden koopwaar is zeer divers. Het zijn allemaal kleine winkeltjes, hokjes eigenlijk. Met lappen stof, kleding, en andere handel. Ook zeer veel kleermakers achter hun naaimachine, er wordt volop genaaid.

Na nog een drankje genuttigd te hebben, gaan we met de paardenkar terug naar de Baobab Belge. 's Avonds bestellen we een pizza. Ze komen het -net als thuis- met een brommertje brengen. De pizza's smaken werelds, en gaan op tot de laatste kruimel. We gaan vroeg slapen, het was ook zo vroeg opstaan vanochtend.

 

Pelikanendouche
Zaterdag 30 juli 2011. Niakh Niakhal, Senegal.

Lekker uitslapen, dat is wat we wel verdiend hebben! En dat doen we dus ook. Daarna kunnen we allemaal aanschuiven aan het uitgebreide ontbijt dat Dominique voor ons klaarmaakt. Er zijn eieren, brood met diverse soorten beleg (heel fijn na wekenlang jam!), er is yoghurt en verse papaja. Voor de kinderen nog melk met chocopops, en chocomel. Het is werkelijk niet te geloven! We laten het ons goed smaken. Daarna even de site bijwerken. De wifi is hier heel goed, en we hebben tijd genoeg. Dus ook de kinderen komen behoorlijk aan hun trekken hier om contacten te onderhouden met hun vrienden thuis.

Het is vandaag weer behoorlijk warm, maar er staat een frisse zeewind die verkoeling brengt. Na het middaguur lopen we over het strand naar het Cocobay resort. Een schaap wordt schoongewassen in de zee, met twee man houden ze het beestje in toom. Bij de Cocobay is een openlucht-restaurantje, en daar bestellen we sandwiches. Het duurt een uur voor ze klaar zijn. Net naast het restaurant liggen twee pelikanen, op hun gemakje onder een grote parasol. Op een gegeven moment komen ze het restaurant in gewaggeld. De serveerster herkent dit moment, en ze loopt het strand op naar de douche. De kraan gaat open en dat is wat de pelikanen willen, ze willen een douche! We weten niet wat we zien! Na een tijdje waggelen ze weer onder het water vandaan en gaan zich eens flink uitschudden en daarna de veren weer ordenen. Heel apart!

De sandwiches arriveren, wij hebben gemarineerde kip besteld, de kinderen nemen hardgekookt ei met tomaat, sla en mayonaise. Een apart detail van de sandwiches hier, is dat ze ook nog warme frieten (!) in je broodje doen. Dat is zo in heel Senegal. We zijn er nu inmiddels aan gewend, maar de eerste keer stonden we toch echt heel raar te kijken. We mogen ook gebruik maken van het zwembad van Cocobay. Het zwembad is best groot, en er zijn heerlijke ligbedden onder rieten parasolletjes. Dat het water niet helemaal helder en ietwat groenig is nemen we maar voor lief. Er zijn immers weinig alternatieven. Na enkele uren lopen we weer terug naar de Baobab Belge.

's Avonds gaan we eten bij een lokaal restaurantje, Chez Anna. We hebben amper besteld, of de elektriciteit valt uit. Anna komt met kaarsjes op een schoteltje aanzetten. Het eten is in no-time klaar en het smaakt heerlijk. Je ziet alleen amper wat je nu eet. We eten met één hand, en met de andere hand beschermen we de kaarsjes tegen de felle windvlagen. Meerdere malen dooft de kaars en zie je niets meer. We willen nog een ijsje bestellen maar het ijs is op, er zijn enkel nog ananas schijven. Nou, laat het dessert maar zitten dan. Door een pikdonker Niakh Niakhal lopen we terug naar de Baobab. Gelukkig heeft Dominique nog wat lampjes op zonne-energie voorhanden.

 

Talibé
Zondag 31 juli 2011. Niakh Niakhal, Senegal.

Na een kleffe nacht worden we wakker in onze vertrouwde Baobab Belge. Eerst maar eens een douche, en dan aanschuiven bij het ontbijt. Hhmm... lekker yoghurt, vers fruit en meer lekkernijen. We laten het ons goed smaken.

Al tijdens het ontbijt staan de eerste talibé's aan de deur. Talibé's zijn jonge jongens die door hun ouders naar een marbout zijn gestuurd om Koranles te volgen. Ze krijgen dagelijks ongeveer twee uur les uit de Koran. Maar hun eten moeten ze bij elkaar bedelen op straat of aan de deuren. Bij de marabout krijgen ze echt helemaal niets, nog geen mat om op te slapen. Tot vorig jaar moesten ze ook nog dagelijks 450 CFA bij elkaar bedelen en aan de marabout afdragen. Maar de regering heeft daar inmiddels een stokje voor gestoken en bij wet is dat nu verboden. De jongens blijven jaren bij de marbout, soms nemen de ouders de jongens na enkele jaren weer terug in huis, maar nog vaker komt het voor dat ze ze niet meer terug willen nemen. Ze hebben immers kinderen genoeg! De jongens die gestuurd worden zijn vaak afkomstig van het platteland, waar nog meer armoede heerst. Het brengt de mensen hier wel geluk -zegt men- om eten of iets anders aan de talibé's te geven. Hier bij de Baobab komen elke ochtend wel zo'n twintig talibé's aan de deur. Een fles water of een stukje brood dat is wat ze meekrijgen, hun eten om de dag weer door te komen. Eigenlijk heel triest, het zijn gewoon zwerfkinderen. Vandaag krijgen ze een kom pap met vijf lepels erbij. Ze vallen er op aan als waren het hongerige dieren.

We lummelen de ochtend door, beetje lezen, even in het zwembadje. Rond het middaguur gaan we naar Saly, een stadje hier even verderop. Eerst een stukje door het dorpje hier en daarna verder langs het strand. Pal naast het strand staan mega grote luxe villa's met eigen zwembadje. Voor de rijke mensen uit Dakar die hier hun buitenverblijven hebben, of van buitenlanders. De villa's zien er tiptop uit en zijn van alle gemakken voorzien. Heel Saly ademt een luxe sfeer uit met grote hotels met heel veel sterren. Ook zijn er meer winkeltjes en boetiekjes. Omdat het laagseizoen is zijn er veel winkeltjes gesloten.

Maar... dan ontdekken wij Habana Café! Een prachtig restaurant vlak naast het strand. Het ziet er heel gezellig uit en straalt een zekere luxe uit. Hier willen wij wel eten, het is inmiddels al half drie geweest ook. We bestellen spaghetti, penne, visspiezen en een Senegalese Maffé schotel. Het wordt opgediend op luxe grote borden met garnering langs de zijkant in de vorm van bloemetjes van komkommer en tomaat. Onder het genot van een zeebries genieten wij hier van een luxe lunch. Die wordt afgesloten met homemade icecream. En dat is te proeven! Het citroenijs bevat stukjes citroen, en Ruben's choladeijs dus stukjes echte chocolade. Echt een aanrader!

's Avonds doen we lekker rustig aan. We gaan zelf pannenkoeken bakken bij de Baobab. We kopen alle ingrediënten in een kleine epicerie om de hoek. De pannenkoeken zijn groot en voedzaam,en smaken heel goed. We sluiten af met lait caillé een soort dikke romige zoete yoghurt.

 

Joal-Fadiouth
Maandag 1 augustus 2011. Niakh Niakhal, Senegal.

Het is zwaar bewolkt en dat belooft niet veel goeds voor vandaag. Bovendien is er ook regen voorspeld. Dominique bakt wentelteefjes voor ons deze ochtend van stukjes stokbrood. Ze smaken heel goed! Pas tegen half elf zijn we klaar met ontbijten, maar allez, het is vakantie!

Meteen daarna komt de gids van vandaag, Lamine opdagen. Het is een mager rasta-mannetje met een slecht gebit. En niet veel later komt ons vervoer, een Mitshubishi Pajero 4x4. We rijden het dorp uit, via M'Bour en stoppen dan in het dorp Mbodiene. Hier wonen veel katholieken en er is een zeer vreemde kerk gebouwd. De ‘ramen’ bestaan hier namelijk uit ingemetselde glazen flessen en potten. De kerk van St. Benoît is helemaal wit van de buitenkant en door gekleurde flessen te gebruiken is er een soort van heel primitief glas-in-lood effect gemaakt. We mogen ook even binnen kijken, er staan zeer simpele houten bankjes en er is een altaartje. De mannen zitten links, de vrouwen rechts, en het koor in het midden. Het koor is gemengd, de vrouwen voorop en de mannen daar achter. Helaas is er nu geen mis, maar op zondag wordt hier de mis opgeluisterd door deze koren en met tamtams!

We stoppen bij een visrokerij. In een soort lage ovens met rekken erop worden de vissen gerookt. 's Avonds wordt het vuur met takken aangemaakt, en de vissen worden op de roosters gelegd. In de ochtend zijn ze gerookt, en worden ze gezouten en verder verwerkt. Veel van deze gerookte vissen vinden hun weg naar Benin, Ghana en Mali. De geur die hier hangt dringt penetrant je neusgaten in.

Dan rijden we de brousse des baobabs in, de wildernis van de baobab bomen. Er staan inderdaad zeer schitterende exemplaren tussen. Het is geen echt bos, maar een vlakte met her en der een baobab of een palmboom. Na een tijdje bereiken we een piepklein gehucht. Rondom wat ronde hutten met rieten dak scharrelen veel kinderen rond. De vrouwen zijn bezig met het stampen van de gierst, en met de was. Deze mensen zijn uitermate vriendelijk, we mogen zelfs in de hutten binnen komen en kijken. Hier zijn geen winkeltjes te bekennen, deze mensen leven van wat ze zelf verbouwen. Ze verzamelen droge takken en brengen deze met de paardenkar naar de stad om te ruilen tegen zakken rijst.

De volgende stop is bij een gigantische heilige Baobab. Deze baobab is helemaal hol van binnen en door een piepkleine opening wringen we ons naar binnen. Vroeger werden heilige mannen, de griots in zo'n holle baobab begraven, maar sinds een tiental jaren heeft de regering hier een stokje voor gestoken. In de holte van de heilige baobab treffen we dan ook geen griotten-beenderen meer aan, maar enkel schreeuwende vleermuizen. Na een korte uitleg wurmen we ons dus weer naar buiten. Rondom de baobab zijn allemaal kleine stalletjes met handelswaar. Iedereen wil zaken doen, maar helaas voor hen kopen we hier niets. We hebben al zo veel houtsnijwerk mee naar huis te nemen en de max is bereikt.

In het dorp Joal gaan we lunchen. In een leuk tentje aan het water naast de mangroves, staan buiten allemaal rieten afdakjes met tafels en stoelen eronder. De bodem is van witte schelpen en ook de afdakjes zijn met slingers van grote schelpen versierd. Het bestellen levert wat frustraties op bij ons allen, want van de hele menukaart is nog geen twintig procent leverbaar. Dat heeft wederom te maken met het laagseizoen. Wat we krijgen smaakt gelukkig wel heel goed.

Dan lopen we de lange loopbrug over. Deze houten brug van meer dan 500 meter verbind het vaste land (Joal) met het vissersdorp Fadiouth op het eiland. Vanuit de verte heeft het wel wat weg van Venetië, ook veel water, bruggen en de kruizen van de katholieke kerken die er bovenuit steken. Het dorp is compleet bedekt met witte schelpen die als bodembedekking dienen, maar ook gebruikt worden als bouwmateriaal.

Het dorp is voor negentig procent katholiek en voor tien procent moslim, en dat zie je overal in terug. Boven de deuren en ramen zie je vaak een kruis, en de mannen dragen kettingen met enorme kruizen. Net zo groot als sommige rappers dat hebben zie je hier oude mannetjes met diezelfde mega-kruizen. Er heerst een enorme rust op het eiland, en ook de winkeltjes staan niet aan je te trekken. Lamine is hier geboren en laat ons ook nog het piepkleine familie huisje met twee kamertjes zien. Er is een grote(?) moskee, vele kleine moskeetjes, een grote kerk, en overal kleine kapelletjes met grote blanke heiligenbeelden er in. Het is gewoon een heel schattig dorpje. De grote moskee, die iets buiten het dorp staat, is gebouwd met steun van de katholieke gemeenschap, een voorbeeld van tolerantie en multi cultureel samenleven. Er scharrelen overal grote dikke roze varkens rond en heel veel kleine schattige biggetjes.

Een andere houten brug geeft toegang tot het cimetiére de coquillages, het kerkhof-eilandje. Een groot kruis bovenop een heuvel, enkele grote baobabs en graven, héél veel graven. Een simpel wit kruis bovenop een bergje witte schelpen. Ook is er een kleiner moslimgedeelte, de mensen hier hebben enkel een bergje schelpen en een naamkaartje. Soms nog een maantje en een sikkel als decoratie. Het kerkhof ademt een hele bijzondere sfeer uit, en het is ook heel apart te noemen dat zowel katholieken als moslims op hetzelfde kerkhof begraven liggen zonder een scheidingsmuur. Hoezo tolerant?

's Avonds gaan we langousten (zeer grote kreeften) eten. We hebben ze vanochtend bij Aziz gekocht en ze zitten in een plastic zak in een emmer. Ze dienen levend gekookt te worden! Eerst wassen in zoet water, en dan de pan in mikken. Gelukkig weet Dominique hoe je dat moet doen. Een grote langoust kost hier duizend CFA, dus zo'n anderhalve Euro. We nemen er drie per man, de kinderen gaan liever voor een pizza. Na tien minuten zijn de kreeften gekookt en doet Dominique ons voor hoe je zo'n apparaat ontleed. Eigenlijk eet je alleen de staart op, net een reuze garnaal. Best interessant om dit een keer te eten, en lekker was het ook. Er is een stroom storing, en we zitten zo'n vijf uur zonder stroom. Eten bij kaarslicht en led-lampjes die door het zonnepaneel zijn opgeladen brengen toch nog enig licht in de duisternis.


Legi-legi Senegal
Dinsdag 2 augustus 2011. Dakar, Senegal.

De allerlaatste nacht in Senegal zit er op! Na het ontbijt maken we een begin met het inpakken van onze spullen. Enkele boeken laten we achter, voor Dominique. Scheelt ons weer in gewicht, en zo creëren we plaats voor al het houtsnijwerk. Helemaal onder in de rugzakken zie ik bij de kinderen nog heel veel schone spullen zitten. Pff... dan was al die handwas niet echt heel nodig geweest, maar goed.

De kinderen gaan nog even lekker in het plonsbad, die ze hier heel duur ‘jacuzzi’ noemen hoewel er van bubbelwerk geen sprake is. Maar het is wel lekker in die hitte om even in het water te zitten of te spelen. Ook van de laptop wordt goed gebruik gemaakt.

Na het middaguur lopen we door het dorp naar Saly voor ons laatste feestmaal bij Habana Café. We bestellen kipspiezen, penne met saus, en een visfiletje met frieten. Als kers op de taart sluiten we af met een coupe met homemade icecream! Niet te versmaden. Een koele zeebries verjaagt hier de vliegen en dat is mooi meegenomen. Want die vliegen, dat is echt een grote plaag hier in Afrika! Normaal gesproken zit je met één hand de vele vliegen weg te wapperen om met je andere hand wat vliegloos eten naar binnen te werken. De vliegen zijn ook heel relaxt hier! Je slaat ze van je huid af, en vervolgens landen ze meteen weer terug op hetzelfde plekje. Nee, die vliegen gaan we echt niet missen. Gek wordt je er van!

Om vier uur komt Benoît voorrijden met de minibus. We hoeven ons niet op te vouwen om met de bagage in de bus te passen We hebben allemaal ruim plek! We nemen afscheid van Ann, Luc, Geertje, Tom en Silke, en uiteraard ook van Pauline (de hulp) en van Dominique. We zijn hier zeer hartelijk ontvangen en zo heeft onze reis een positief einde gekregen door het verblijf bij de super gezellige Baobab Belge. Hier zijn we tot rust gekomen en hebben we heel het avontuur dat achter ons ligt kunnen verwerken.

Er is een dreigende donkerblauwe lucht in de verte, en we rijden niet lang nadat we Niakh Niakhal hebben verlaten recht de bui in. Het regent pijpenstelen en het bliksemt volop. Rechts van ons is de brousse des baobabs, de wildernis met de baobabs. Sommige exemplaren zijn heel groot, maar allen hebben gemeen dat het hele speciale bomen zijn. Links van ons zien we de zee. Gelukkig is het droog als we Dakar inrijden.

Benoît zal ons nog de highlights van Dakar laten zien. Zo op het eerste gezicht is het gewoon een hele drukke vieze stad. Het verkeer staat constant vast en het duurt dan ook een tijd voordat we een parkeerplek gevonden hebben. We lopen langs luxe banketbakkerijen naar het Presidentiele Paleis. Een groot wit gebouw uit 1907 met koloniale invloeden. Voor het paleis houden mannen in uniform de wacht. Het is hier dat de huidige president Abdoulaye Wade regeert. Het paleis is omgeven door mooie kokospalmen en een groot park. Ook lopen we langs het grootste ziekenhuis van Senegal, de Assemblée Nationale en een museum. We bezoeken de grote kathedraal, de grootste van heel Senegal. Compleet met gekleurd glas in lood, en een beeld van een blanke Maria met kind.

Als we weer verder rijden over de Corniche, de rondweg langs het schiereiland waar Dakar op gebouwd is, passeren we een enorme moskee, de Grande Mosque. Vanavond begint de ramadan, en de oproepen tot gebed schallen de avond in. Op een heuvel is ook het enorme beeld te zien dat president Wade vorig jaar heeft laten neerzetten. Het gigantische (en lelijke) beeld heeft weet ik hoeveel miljoenen gekost, dat hij beter had kunnen besteden aan het repareren van het wegennet. Er zijn destijds ook diverse demonstraties geweest over deze enorme geldverspilling.

Dan komen we aan op de luchthaven, de Léopold Sédar Senghor International Airport. We checken in, de rugzakken zijn allemaal tussen de tien en veertien kilo. Dan moeten we nog een paar uurtjes wachten tot onze vlucht naar Madrid vertrekt. We spenderen onze laatste CFA aan een fles hibiscus likeur. Er is helaas geen airconditioning in de vertrekhal. Dan is het eindelijk tijd om in te stappen.

Legi-Legi Senegal! (groet in het Wolof)

We hebben veel gezien, prachtige foto's gemaakt, maar het was (te) heftig en (te) zwaar! Een volgende keer toch liever weer naar relaxt Azië, dat mag duidelijk zijn. Het Afrika virus heeft ons niet gebeten, maar het was goed om hier eens te zijn en te ervaren what Afrika is like...


Oost west thuis best?
Woensdag 3 augustus 2011. Oerle, Nederland.

Hangend en draaiend in onze stoelen zijn we min of meer toch de nacht doorgekomen. We vertrokken al met vertraging, iets met de papieren was niet in orde. Ook hadden we weer een tussenstop de Gran Canaria, en dan ben je ook zo weer een uur verder. Mensen eruit, nieuwe mensen er in. We hebben plaatsen bij de nooduitgang, dus wel veel meer beenruimte dan normaal. En dat is voor Sander weer mooi meegenomen met zijn lange benen. Rond 7.00  uur in de ochtend komen we aan in Madrid. Je merkt het meteen dat je weer in Europa bent, meer blanken (toubabs, louloums en zo). We gaan wat te drinken halen bij de Mc Donalds, en daar is het in de vroege ochtend al een drukte van belang. Wij nemen ijsthee en koffie! Eindelijk een beker normale koffie, en dat is genieten! De vlucht van Madrid naar Amsterdam vertrekt ook weer met drie kwartier vertraging. Iberia is niet echt een geweldige maatschappij, te veel vertraging steeds. In Amsterdam stevenen we direct op een kraampje van de Hema af. Broodje worst en broodje kaas, we zijn weer thuis!

Nog even met de trein en de bus en dan zijn we al weer bijna in Oerle. Maar....we hebben een rugzak te weinig! Ligt die nog in de bus of in de trein? De bus staat er nog en gelukkig, hij staat nog in de bus. Na zo'n lange reis ben je soms niet meer helemaal helder. We lopen de laatste kilometer naar huis, je bent een backpacker of niet...

Ons huis voelt vertrouwd, het is goed om weer terug te zijn. We kunnen terugblikken op een hele speciale reis. De eerste was gaat aan, en buiten in de tuin is alles gegroeid. Het gras is minimaal 30 cm hoog, en de bramen zijn rijp. Het is fijn om weer terug te zijn.

Social Media

Houd jij van Verre reizen met kinderen? Volg, like en blijf op de hoogte!