| Irene, Ron, Lena en Vera: Nieuw Zeeland - Australië |
|
Op de fiets We vliegen momenteel boven een wit pak wolken, op weg naar Australië. Vanmorgen was het toch nog een hele klus, om alle spullen weer ingepakt, en de camper en fietsen (redelijk) schoon te krijgen. Gelukkig hadden we besloten nog een nacht op de camping te blijven staan, waardoor onze meiden zich konden vermaken in de camping-speeltuin, en wij onze handen vrij hadden. De overdracht bij United/ Alpha Campers verliep vlotjes; zo vlot, dat Ron vergat om de sleutels over te dragen. Daar werden we middels een telefoontje aan herinnerd toen we aan het inchecken waren, waardoor dat probleempje nog vrij makkelijk opgelost kon worden. Het kostte nog heel wat moeite om in te checken. Aanvankelijk werden we naar de verkeerde incheckbalie gestuurd. Later bleek het zelf bij een computer inchecken niet mogelijk omdat de meiden in mijn paspoort bijgeschreven staan. Hoe dan ook: het is allemaal goed gekomen en uiteindelijk hoefden we niet zo lang meer te wachten voor we aan boord konden. Trouwens, Ron heeft zijn zakmes ook nog, die hij in zijn handbagage had zitten. Zijn tas werd nog wel doorzocht, omdat er een tube crème gezien zou zijn, maar díe én het zakmes werden niet gevonden! Gisteren hadden we nog een goede laatste dag in Nieuw Zeeland. Het duurde even, voor we ’s ochtends besloten hadden wat we gingen doen, of liever: wat we níet gingen doen. We besloten, niet naar het Banks Peninsula te gaan, omdat we niet zoveel zin meer hadden om (ver) te rijden en het weer ook niet zo goed leek. Om het ons zelf makkelijk te maken besloten we om op de camping te blijven. Uiteindelijk hebben we gisteren de camper laten staan, en alles per fiets gedaan. Vanmorgen merkten we pas, wat een enorme afstand we gisteren gefietst hebben! We gingen eerst nog even naar een farmers market die bij een mooi oud houten huis in een mooie tuin op elke zaterdag gehouden wordt. Het was er erg leuk. Er bleek zeer verantwoord eten te koop (dat we niet kochten) en wat snoepgoed (waar de meiden elk een mooie en zeer plakkerige lolly aan over hielden). Er waren wat muzikanten en een stroompje met veel eenden die we hebben gevoerd. Verderop vonden we een speeltuin, daar besloten we rechtstreeks door te fietsen naar het International Antarctic Centre dat pal naast het vliegveld ligt, nogal aan de weg timmert met allerlei reclame en ons nieuwsgierig had gemaakt.
Het vliegveld bleek nog een heel eind fietsen! Daar eenmaal aangekomen, bleken we de hoofdprijs te moeten betalen om het centrum in te mogen. Dat is echt iets dat ons opvalt in Nieuw Zeeland: het verschil tussen de commerciële en niet-commerciële attracties. De laatste, zoals het Té Papa museum in Wellington en het Canterbury Museum in Christchurch zijn gratis te bezoeken en er lijkt daar niet op bezuinigd te worden. De toegangsprijs voor commerciële attracties vinden we erg hoog. Dat viel ons eerder op bij de glimworm grotten op het Noordereiland, en nu dus bij het Antarctica Centrum. Onze eerste reactie was, het dan maar helemaal te laten zitten. Uiteindelijk besloten we een uitgekleed entreebewijs te kopen (zonder 4-D Antarctic Movie en zonder ritje per Antarctica-voertuig), anders hadden we die hele fietstocht voor niets gemaakt. Ons bezoekje was uiteindelijk toch nog wel aardig. Met name de film met prachtige beelden van Antarctica vond ik erg mooi. De pinguïns waren minder indrukwekkend (achteraf hoorde ik van Ron, die wel de moeite nam om zo nu en dan een informatiebordje te lezen, dat het toch wel heel bijzonder was dat ze in Christchurch kunnen leven. Het valt niet mee, om hun omgeving op die in Antarctica te laten lijken). De gefingeerde ‘sneeuwstorm’ werd door de meiden niet erg gewaardeerd ondanks het feit, dat ze een goed warme winterjas aan hadden gekregen: Vera schrok van de enorm gladde en harde ijsglijbaan, en Lena schrok van de harde, koude wind en het stormgeluid. Na vijf minuten stonden we alweer buiten, met twee huilende meisjes. Groot succes dus! Eenmaal weer buiten, bleek het inmiddels erg mooi weer geworden. Terug op de camping hebben we heerlijk buiten kunnen zijn. Ons laatste verse voedsel hebben we in een lekker galgenmaal veranderd en heerlijk buiten in de zon opgegeten (bij een aangesleepte picknicktafel; de campingstoelen en –tafel die we al die tijd in de camper bij ons hadden, hebben we uiteindelijk geen enkele keer gebruikt!).
We konden het niet laten, daarna toch nog een keer op onze fiets te springen en dit keer naar het centrum te rijden (Hagley Park), over erg volle wegen (leuk, om per fiets langs al dat stilstaande verkeer te rijden!). In dat park zou een ‘lantaarn festival’ gehouden worden, in verband met het Chinese nieuwjaar. Het bleek groot opgezet en er waren érg veel mensen op af gekomen. Er waren op verschillende plekken ‘lantaarns’ (grote papieren figuren met lampjes erin) opgesteld, er was een groot podium met snel wisselende artiesten, veel kraampjes waar je eten en andere dingen kon kopen/ krijgen, zoals rode ballonnen, waar onze meiden helemaal blij mee waren. We waren blij, dat we al gegeten hadden en daar niet in de lange rijen voor de eettentjes hoefden te gaan staan. Al met al was het wel leuk, maar we begrepen de enórme aanloop niet zo goed. Het leek wel of iedereen blij was, dat er eindelijk weer eens wat in de stad te doen was na de aardbevingen. We waren ook blij, dat we er met de fiets waren. We konden snel weer wegkomen, met de camper zou dat een ramp geweest zijn. ’s Avonds hebben de meiden nogmaals in het bad gezeten – mét badeendjes! Wat ons deze vakantie (opnieuw) opvalt, is hoe snel Vera met mensen (lichamelijk) contact maakt. Toen ik gisteren met haar in de menigte bij het ‘lantaarn festival’ naar Ron en Lena liep, die wat verderop stonden, tikte zij ieder die we passeerden even aan, als waren het bomen. Even later zat ze bij Ron op zijn schouders met haar trofee, de rode ballon op een stokje. Ron merkte op een gegeven moment, dat veel mensen die hij passeerde wat leken te schrikken, en vreemde sprongetjes maakten. Vera bleek al die mensen met haar ballon op hun hoofd te hebben getikt. Dat is wel typisch een Vera-actie; Lena zie ik zoiets nog niet doen.
Vanmorgen kon Ron melden, dat we zo’n 5600 kilometer gereden hebben in Nieuw Zeeland. Ik had niet het idee, enorm veel gereden te hebben. De afstanden waren per dag goed te doen, maar als totaal klinkt het toch fors. Nieuw Zeeland zit er nu dus op. Of ik er verliefd op ben geworden? Nee. Of ik het een mooi land vond? Ja, maar minder spectaculair en overweldigend dan ik verwacht had. Ik heb niet echt heel veel ‘nieuwe’ dingen gezien. Veel landschappen herinnerden me aan plekken waar ik al eerder ben geweest (Schotland, Noorwegen, Latijns Amerika)… Of ik nog een keer terug wil komen? Nee, niet persé. Er zijn volgens mij nog heel veel andere mooie en interessante landen op deze wereld. Ik ben erg benieuwd naar Australië. Ik denk (hoop) dat ik daar meer van onder de indruk ga raken, omdat het zo anders is dan de landen die ik al ken. De veelheid aan (vreemde) dieren lijkt me ook erg leuk. In Nieuw Zeeland hebben we uiteindelijk maar bar weinig dieren gezien: vogels, en een enkele pinguïn en zeeleeuw. Een ‘kea’, een bekende Nieuw Zeelandse vogel heb ik één keer van een afstand op een parkeerplaats gezien. Er liepen zo’n twintig mede-toeristen met fototoestellen omheen. Ik had geen zin, me daartussen te mengen, verwachtende dat ik er nog veel meer te zien zou krijgen. Niet dus. Waar ik wel een beetje bang voor ben is de temperatuur. ik hoop niet, dat we in Australië (te veel) last gaan krijgen van de warmte. Hopelijk is de ergste zomerwarmte daar voorbij…
Naar Australië We hebben inmiddels onze eerste dag Australië – of liever Sydney – achter de rug, en we kijken er moe maar voldaan op terug. Gisteren kwamen we iets verlaat aan op de luchthaven van Sydney (omdat de landing iets vertraagd werd in verband met een storm, waar we verder weinig van gemerkt hebben). We bleken overigens aan de goede kant van het toestel te zitten, en konden de Harbour Bridge en Opera House goed zien liggen.
De eerste Australiërs waar we mee te maken kregen, waren niet bepaald vriendelijk. De bagage kwam wel verrassend snel, wat prettig was. Ron was te eerlijk geweest bij het invullen van de formulieren over goederen die we het land mee in brachten. Hierdoor werden we langs een wat angstaanjagende balie geleid waar mensen stonden met handschoenen en in witte jassen, die klaar stonden om ons fruit en de (nog vacuüm verpakte) salami, die we de dag ervoor van mede-toeristen op de camping kregen, in te nemen. Bij de gratie van de, haar taak zeer ernstig nemende, dame daar mocht ik de meiden elk nog een halve banaan geven, om te voorkomen dat die in de vuilcontainer belandde. Het kwam allemaal tamelijk overdreven op me over. We hebben vandaag nog lekkere appeltjes en kaas uit Nieuw Zeeland gegeten, die ze niet te pakken hebben gekregen, en heb met spijt aan de salami gedacht en me afgevraagd, welke luchthaven-medewerker die nu thuis aan het verorberen was. We kochten kaartjes voor een shuttlebus naar ons hotel. Die rit bleek nog een hele ervaring, anders dan je zou verwachten van een eerste rit in een land als Australië. De chauffeur bleek Aziatisch van afkomst en het Engels niet goed meester. Hij zei nors, dat onze meiden, voor wie we geen kaartje hadden hoeven kopen, geen eigen stoel mochten hebben (terwijl er best plekken in de bus vrij waren); goed begin! We hebben de meiden later stiekem toch naast ons op een stoel gezet, want zo’n meisje op schoot is best warm, zeker als het in de bus, net als buiten, best warm en vochtig is. Meneer de chauffeur bleek heel hortend op te trekken/pompend gas te geven (of de automaat was defect), met een enorme vaart over drempels te rijden (terwijl er een bagagekarretje achter de bus zat) en heel wat keren bijna aanrijdingen te veroorzaken. We zijn na ons vertrek nog twee keer terug gekomen op de luchthaven (!) omdat zich nog nieuwe passagiers aandienden. Hij bracht ons wel waar we zijn moesten, en onze bagage ook. Al met al een goede afloop. Helaas heb ik retourkaartjes gekocht, dus mogelijk mogen we over een paar dagen hetzelfde nogmaals meemaken (als de chauffeur dan nog niet ontslagen is). We waren blij met de plek waar we afgezet werden; het Quality Cambridge Hotel in Riley Street. De ligging blijkt best gunstig, op loopafstand van het centrum, en vlakbij een supermarkt. Gisteren hadden we dat nog niet zo door, maar de eerste indrukken van het hotel waren goed. We kregen een kamer met dubbel tweepersoons bed aangeboden (terwijl door onze reisagent een kamer met opnieuw maar één bed, net als in Kuala Lumpur, geboekt was). Er is twee uur tijdsverschil met Nieuw Zeeland, en de reis had nog best veel tijd gekost. Al met al kwamen we pas laat in het hotel aan en was het eigenlijk al lang bedtijd voor de meiden. Toch moest er eigenlijk nog wel wat eten in. Ik ben op goed geluk de hort op gegaan en heb een pizzeria gevonden. Met mijn duffe hoofd koos ik twee pizza’s die achteraf bij de meiden niet erg in de smaak vielen. Stom van mij. Ron heeft nog noedels voor hen gefabriceerd op de hotelkamer. Handig is, dat we een dompelaar mee hebben en er hier een waterkoker en koelkast is. Zo kunnen we toch nog wat ‘kamperen’ op deze kamer.
Binnen een uur was onze kamer totaal ‘gemetamorfoost’ in een complete chaos. Met drie enorme bagagetassen en vier stuks handbagage die grotendeels leeggehaald waren om dingen te vinden die moeilijk te vinden waren omdat er bij het inpakken niet bepaald enige logica gehanteerd was (door mij). Ron en ik beseften, dat het geen doen zou zijn, om de meiden vier nachten lang in een bed naast het onze te laten slapen. Ron’s laatste energie ging op aan het (samen met mij) verplaatsen van één van de matrassen naar een eethoekje dat gelukkig ook nog aan onze kamer vast zit. Daar hebben de meiden nu hun eigen slaaphoek. Daarna ben ik nog zo’n twee uur bezig geweest om enige orde in de chaos te brengen. Handig is, dat we het extra bed nu kunnen gebruiken voor onze bagage, zodat we ook nog leef- en woonruimte hebben. Vannacht goed geslapen, de hele nacht met de airconditioning aan. Het is hier duidelijk warmer (en benauwder) dan in Nieuw Zeeland! Ron had vanmorgen zijn energie hervonden en de meiden waren ook weer goed te pas. Op naar de ontbijtzaal. Altijd leuk, ontbijten in een hotel; zo ook deze keer. De meiden aten opvallend goed (Lena ontbijt sowieso al weken heel goed, dat was thuis wel anders!); de rozijnenbroodjes uit de ‘broodgrill’ vielen vooral erg in de smaak. Eerste prioriteit na het ontbijt was het kopen van luiers. Daar waren we geheel doorheen (en Lena heeft ze, helaas, nog altijd nodig overdag; Vera alleen nog ’s nachts). Dat probleem bleek gelukkig snel op te lossen. Zonder veel verdere informatie ingewonnen en gelezen te hebben, vertrokken we richting centrum/ ferry en zoo (dat was me wel duidelijk geworden bij het ‘inlezen’ in Nederland, dat dát een must is in Sydney voor elke toerist). We zijn langs meerdere parken, een groot museum, een prachtig oud ziekenhuis, een mooie kerk en de bibliotheek naar de haven gelopen, waar we kaartjes kochten voor de ferry die ons naar de Toranga Zoo zou brengen. De ferry voer vrij dicht langs het Opera House dat ons eigenlijk wat tegenviel. Inmiddels hadden we er al zoveel (mooie) foto’s van gezien, dat het nu maar klein en erg vergeeld leek (in mijn herinnering van al die foto’s was ‘ie’ heel wit).
Bij de zoo zijn we met een kabelbaantje naar boven gegaan. Leuk om onder ons olifanten te kunnen zien lopen! Bij de ingang bleek al snel een vogelshow te beginnen waar we graag naar toe wilden, dus het was meteen al rennen en vliegen om dat te halen (lastig verplaatsen in die dierentuin, die op een steile heuvel is gebouwd, waardoor je afhankelijk bent van trappen/ roltrappen/ liften/ rolstoelpaden… met twee meisjes in moeilijk te besturen buggy’s). Onze moeite werd wel beloond: we zaten meteen bij het hoogtepunt van de dag. Een indrukwekkend goed georganiseerde show, waarbij vogels, waaronder een enorme condor, een mooie witte uil, een buizerd en havik, kakatoes, luidruchtige zwarte vogels met rode staart en vele duiven heel goed getimed hun kunstjes lieten zien. Erg bijzonder! En dat ook nog eens, met de skyline van Sydney op de achtergrond.
Daarna zijn we nog bij een informatief praatje over chimpansees en een zeeleeuwenshow geweest. Tussendoor uiteraard nog de nodige andere dieren gezien. Hoogtepunt voor de meiden was ongetwijfeld het water-speelgebied, waar ze konden pootje baden (wat al heel snel niet voldoende was voor Vera die al haar kleren uit begon te trekken. Haar onderbroek wilde ze ook uitdoen maar dat vonden we wat te gortig worden; gevolg was wel, dat die zeiknat werd). Er waren nog meer kindjes en grappig genoeg hadden zowel Vera als Lena heel snel aansluiting met elk een ander meisje. Erg leuk om te zien, hoe snel dat ging. Om de zoveel tijd begon er een soort geiser te spuiten wat steeds veel hilariteit veroorzaakte. Het was moeilijk, de meiden daar weg te krijgen… de belofte dat ze frietjes zouden krijgen deed wonderen. Helaas bleken zij (en wij) nog even op die frietjes te moeten wachten, want vreemd genoeg gooiden ze daar om drie uur al de horeca gelegenheden dicht (terwijl het park pas om 16.30 uur dicht ging). Met honger uiteindelijk de ferry weer bereikt die ons weer terug- en naar een hamburgertent bracht. De maagvulling bracht de stemming er weer in, waarna we besloten de afstand tot het hotel opnieuw lopend af te leggen. Dit keer via de botanische tuinen en het Hyde Park, in plaats van erlangs. Leuk was het om te zien, hoeveel er gesport werd in die parken. Hele gymklasjes waren daar bezig. Al met al een goede eerste dag dus. Het weer was aanvankelijk wat drukkend maar zonnig, later bewolkt met wat onweer en wat druppels regen, waardoor het toch lekker afkoelde. Ik zag gisteren op de luchthaven, dat het hier de hele week al erg wisselvallig is geweest. De meiden zijn een paar keer uit de buggy’s gerold vandaag door stommiteiten van hun ouders en/of domme pech. Gevaarlijke dingen, die buggy’s! Maar toch ook wel erg handig, zonder die dingen hadden we ‘vandaag’ niet kunnen doen. Vandaag werd Ron zelfs nog door een mede-toerist met een klein kind op zijn arm aangesproken, met de vraag waar hij ook zo’n buggy kon kopen… Bij de Lidl dus…
|






















Welkom op verrereizenmetkinderen.nl