| Irene, Ron, Lena en Vera: Dunedin-Christchurch, Nieuw Zeeland |
|
Geeloogpinguïns Vandaag een mooie dag gehad, ondanks het feit, dat Ron zich bij het opstaan belabberd voelde, en we even overwogen om nog een dag in Invercargill te blijven. Uiteindelijk besloten we toch verder te rijden, met mij aan het stuur. Het was aanvankelijk bewolkt maar het werd steeds beter. Later op de dag hadden we zon. De Southern Scenic Route bleek erg mooi (deze weg had ik wél graag per fiets afgelegd!). We reden door een zeer afwisselend landschap, met veel bochten en heuvels in de weg, waardoor we steeds weer op nieuwe uitzichten getrakteerd werden. Er was slechts weinig bebouwing en wat er stond stelde niet veel voor. Veel afbladderend houtwerk en roestende golfplaten. Ook hier zagen we weer een soort hagen of bosjes met meer dood dan levende, onregelmatig gevormde, verweerde, grijze bomen (met slechts bovenin of aan de luwte-zijde wat groen). Rivieren, ‘one lane bridges’, droog gevallen baaien, schapen, koeien… én pinguïns! Ja wel.
Op het ‘strand’ van Curio Bay zijn de meiden en ik over het versteende bos van miljoenen jaren oud (stenen en rotsen met hier en daar een streepvormige tekening, waarin met enige fantasie boomnerven te herkennen waren) geklauterd, waar aan de rand onder een paar struiken, en op een rots aan zee geeloogpinguïns te zien waren. Deze zijn erg zeldzaam en overdag niet vaak te zien; maar nu dus wel. Toevallig kwamen we Bregje daar ook weer tegen, en konden we even wat ervaringen uitwisselen. Iets verderop konden we met de camper naar een uitzichtpunt op een klif rijden, waar Ron ideale stijgwind trof (en voldoende energie bij elkaar kon rapen) om zijn vliegtuig optimaal te gebruiken. Blijkbaar hadden meeuwen (?) daar vlakbij een nest, want zij waren helemaal niet blij met die indringende rare bruine vogel. Die bruine vogel werd dan ook flink achterna gezeten en zelfs een paar keer aangevallen. Er zit een duidelijke inkeping van een snavel in de ‘nek’ van het toestel. De bruine vogel heeft de aanval (verder) goed doorstaan.
Op zoek naar een speeltuin kwamen we uiteindelijk in Owaka terecht. Weer zo’n dorp dat uit een café met ogenschijnlijk een kartonnen voorgevel, benzinepomp en supermarkt bestaat, maar toch ook nog een flinke speeltuin bleek te hebben. Daar weer gespeeld en pannenkoeken gebakken. Daarna volgde weer het spannende en leuke moment van de dag: een plekje zoeken om te slapen. Na een dag camping (met elektriciteit en een douche) overnachten we nu meestal twee nachten ‘wild’. Na twee dagen is de accu van de laptop leeg (onze omvormer voor 12-220 Volt is gesneuveld), watervoorraad op, chemisch toilet (bijna) vol en kunnen we wel weer een douche gebruiken. Dat ‘wild’ mogen kamperen met een zelfvoorzienende (toilet-bevattende) camper is hier erg leuk. Het is een uitdaging, om een heel mooi plekje te vinden, en dat is vanavond goed gelukt. We staan op een laag duinenrandje, pal aan het strand en vlakbij de zee. Ik denk, dat de zee bij vloed heel dichtbij de camper komt, maar we niet nat zullen worden (dat hebben we Vera moeten beloven, anders wilde ze hier niet blijven). Morgen weer verder noordwaarts…
Klifhangers Ron voelde zich vandaag gelukkig weer een heel stuk beter. Hij heeft zelfs alweer even een stukje hardgelopen om een dode possum op de foto te kunnen krijgen, die aan de kant van de weg lag. Het was een afwisselende dag, met een stuk mooie kust, twee speeltuinen, een stukje Otago Peninsula en ook nog stadse ervaringen in Dunedin. Het was droog, maar erg winderig. Zó winderig, dat Ron’s vliegtuig weggewaaid werd en al door ons opgegeven was, tot hij toch nog vindbaar (en onbeschadigd) bleek.
Vanmorgen zoals gewoonlijk ná de zonsopkomst wakker geworden, wat dit keer wel erg jammer was, want vanuit ons bed hadden we de zon vanuit de zee op kunnen zien komen. Toch was het ook nu nog erg mooi, met die laagstaande zon wakker worden, bij het geluid van de zee zo dichtbij. Natuurlijk kon ik het niet laten, nog slaapdronken even een ochtendwandelingetje over het strand te maken. Wat een luxe, zo direct vanuit de camper.
Na het ontbijt zijn we doorgereden naar Nugget’s Point, een landtong met een vuurtorentje erop, waar pinguïns en zeeleeuwen te zien zouden moeten zijn. Daar wilde Ron graag vliegen, maar het waaide erg hard. Desalniettemin waagde hij het erop en gooide hij zijn vliegtuig de lucht in. Het bleef bij één korte vlucht, want het toestel werd na enkele duikbewegingen al vrij snel met de wind meegevoerd tot hij uit zicht verdween. Op dat moment was ons niet duidelijk waar hij terechtgekomen was. Het leek er zelfs even op, dat hij van een klif afgewaaid was. Gelukkig bleek hij in een struik terechtgekomen te zijn en onbeschadigd weer op te halen (met enige moeite). De meiden vonden de wind niet zo geslaagd en een poging om met hen de wandeling naar de vuurtoren te maken strandde. Uiteindelijk moest/ mocht ik alleen verder. Het leverde wat mooie foto’s en één gespotte zeeleeuw op. Geen pinguïns te bekennen.
In Balclutha, een lelijke plaats met lelijke betonnen brug werd door onze meiden de lokale speeltuin weer feilloos gespot en benoemd. We hebben hen daar maar even ‘uitgelaten’. Opvallend was, dat daar afval/ vuilnis in de speeltuin lag. Tot nu toe valt het ons overal op, hoe schoon het is (inclusief de openbare toiletten) en hoe weinig afvalbakken er zijn. Zo hebben we tijdens de Tongariro Crossing zelfs bij de begin- en eindpunten geen afvalbakken gezien, en onderweg geen énkele wikkel of plastic fles zien liggen. Blijkbaar is iedereen er erg alert op, en neemt ieder zijn afval keurig mee. Daarna hebben we het laatste stuk van de Southern Scenic Route gereden, naar Dunedin. Mijn plan was, eerst naar het Otago Peninsula te gaan en naar de punt te rijden, en daarná pas naar het centrum te gaan, waar we ongetwijfeld weer een mooie plek voor de meiden zouden vinden. Door een navigatiefout kwamen we in een doodlopende straat terecht, die ook nog eens langs een super mooie speeltuin liep. Dom, dom, dom… De meiden sliepen, maar waren toevallig op dat moment weer wakker en uiteraard konden we niet twee keer ongezien langs een knots van een speeltuin rijden. Daar liepen we dus weer in een speeltuin. Ik werd er een beetje moe van en verzuchtte, dat ik ook nog wel eens wat anders dan een speeltuin in Nieuw Zeeland wilde zien. Moest later wel toegeven, dat het inderdaad wel weer een érg mooie speeltuin was. Het viel me op, hoe druk het er was (en eerder was me al opgevallen dat de winkels dicht waren, en de scholen nog altijd niet begonnen waren, terwijl de zomervakantie nu toch écht wel eens voorbij moet zijn hier). Bij navraag bleek het inderdaad een feestdag te zijn: Waitangi Day. Ik had het natuurlijk kunnen weten… Hierna zijn we toch nog richting Otago Peninsula gereden. Er bleken veel steile wegen naar toe te lopen en even later reden we over ‘High Cliff Road’, die steeds smaller en bochtiger werd. Op een gegeven moment besloot Ron om te keren en niet verder te willen rijden. Het werd hem te gortig. Daarbij reden we naar een punt aan het eind van het schiereiland waar we mógelijk albatrossen en pinguïns (blauwogige dit keer) zou kunnen zien, maar dat zou niet eens zeker zijn. Kortom: die hebben we niet gezien. Aan de andere kant van het schiereiland over een kustweg terug naar Dunedin gereden, de centrumzijde dit keer. We konden onze camper onbetaald kwijt op een enorme parkeerplaats van een enorme supermarkt midden in het centrum. Ideaal dus. Na een korte boodschap (met de meiden in een ‘dubbele’ boodschappenwagen die je hier wel meer ziet; Vera in een soort babyschelp zittend, niet helemaal de bedoeling, maar ja…) zijn we naar het stationsgebouw gelopen dat één van de mooiste gebouwen van Nieuw Zeeland zou zijn. Inderdaad mooi, en van stéén (daar wordt niet veel van gebouwd hier; de meeste materialen die gebruikt worden zijn minder duurzaam). Daarna zijn we nog naar het Octagon gelopen, een achthoekig plein met een mooie kerk maar verder niet zo heel bijzonder. Bij ‘Noodle-world’ hebben we eten laten maken. Elke portie werd apart bereid onder onze ogen. Onze buit opgegeten in de camper (op die grote parkeerplaats dus). Het bleek erg lekker en veel, dus morgen zijn we lekker snel klaar (en hebben we waarschijnlijk weer stroom en dus een magnetron tot onze beschikking).
Op zoek naar een slaapplek kwamen we op een winderig maar mooi uitzichtpunt terecht, waar we nu de nacht door gaan brengen. Vanavond worden we dus niet door de branding, maar door een schommelende camper en windgeluiden in slaap gesust. Nog een paar opmerkingen:
De meiden zitten alweer een tijdje in het zitje achter de bestuurderscabine, tegenover elkaar. We vinden het prettig, hen daar in de gaten te kunnen houden (in tegenstelling tot helemaal achterin, waar ze wel heel erg uit zicht en gehoor zijn). Zij lijken het leuk te vinden, om tegenover elkaar te zitten. Er klinkt vaak hilarisch gelach achter ons. Er worden dan knuffels (hun beer en hond), een bal, ballonnen of handdoeken overgegooid. Nadeel is wel, dat de bovenzijde van de stoelen aan de achterkant niet vastgemaakt kan worden, waardoor de stoelen in de bochten en bij hobbels nogal eens heen en weer schudden. Dat valt grotendeels wel op te vangen door de stoelen aan de zijkant te stutten met kussens van de banken. Gisteren reden we met een flinke snelheid over een erg hoge hobbel in de weg (deze was wel aangekondigd met een bordje ‘uneven surface’, maar de weg was al een tijdje heel ‘uneven’. We hadden niet door dat het nog ‘unevener’ zou gaan worden). Wij kwamen zo’n beetje los van onze stoel, vreesden al voor het aardewerk en vroegen ons af of de meiden überhaupt nog wel in hun stoelen zaten. Reactie van de meiden: schaterend gelach en de opmerking van Vera: ‘Dat was een goeie’!
De bergen in Alweer een goede dag gehad vandaag. We zijn nu in een heel ander gebied dan van waar we vanochtend vertrokken. We gaan weer richting bergen, wat altijd een wat blij gevoel geeft. Vanmorgen waaide het nog flink, waardoor Ron zijn vliegpoging al snel opgaf. We reden weer terug naar de grote weg, die ons daarna al snel in Palmerston bracht. Hier doken we een tweedehands winkeltje in, op zoek naar wat aanvulling op ons speelgoed, om de meiden eens wat anders dan tekenen en puzzelen aan te kunnen bieden. Het is opvallend, dat zelfs de kleinste dorpjes hier tweedehands winkeltjes hebben. Zegt dat iets over de economie/ levensstandaard hier? Daarna waren we al snel bij de Moeraki Boulders, enorme bolvormige rotsen, in een groep gelegen op een strand, pal langs de hoofdweg. Dat laatste draagt waarschijnlijk bij aan het feit, dat het een enorme toeristische attractie is. Toch heeft het iets vreemds: een enorm bezoekerscentrum, met een volle parkeerplaats met op ‘ons’ moment maar liefst drie touringcars voor een verzameling stenen, die deels ook nog uit elkaar gevallen of aan het vallen zijn. Over een tijdje kunnen ze de boel daar misschien wel opdoeken… Het was nu in ieder geval nog druk, en dus moeilijk om een foto te maken zonder andere mensen erop, maar dat is toch gelukt. De meiden waren opnieuw niet in vorm; het waaide hen te hard, leek het.
Ron probeerde contact te leggen met Otto, vriend van zwager Cor, maar kreeg zijn vrouw te pakken. Die meldde dat Otto aan de Westkust zat en pas ’s avonds thuis zou komen. Een middagbezoekje op zijn boerderij in omgeving Oamaru zat er dus helaas niet in. Wellicht zijn we hem later op de dag nog tegengekomen toen we het binnenland aan het inrijden waren, maar dat weten we natuurlijk niet, omdat we hem nog nooit ontmoet hebben. In Oamaru waren we het aan onze dochters verplicht, een mooie speeltuin te zoeken, en dit keer kwam deze niet vanzelf voorbij. We moesten er naar informeren. Dat leverde gelijk een leuk gesprek op met een Kiwi-dame, die een dochter had die in Krefeld (D) en Terschelling op vakantie was geweest. De speeltuin lag bij de botanische tuinen en was weer mooi. De meiden hebben ‘gewipwapt’ met Gracy, een Nieuw Zeelands meisje. Ze hadden veel lol samen, zonder dat ze verder een woord met elkaar konden wisselen.
Het voelde goed, de ‘grote’ (geen enkele weg is hier echt groot) weg te verlaten en het binnenland in te gaan, weer richting bergen. De Waitaki vallei bleek heel breed. Zo breed, dat we de rivier zelf niet eens gezien hebben. Ron noemde het een ‘western-landschap’, met een rechte weg in het midden en kale bergen aan weerszijden. De Lonely Planet inspireerde ons tot het nemen van een afslag die ons naar eeuwenoude Maori-rotstekeningen zou voeren. Dat leek me wel wat, omdat we tot nu toe nog nauwelijks kennisgemaakt hebben met Maori-kunst. Die tekeningen bleken het nemen van de afslag niet waard. Tamelijk teleurstellend… Een paar kilometer verderop lagen nog ‘olifanten rotsen’ in een particuliere schapenwei, en dat bleek wel erg leuk. Alleen de wandeling tussen de schapen door zonder andere toeristen in de buurt was al de moeite waard, en de rotsen waren best verrassend.
Verder de Waitaki-vallei in maakten we opnieuw wat extra kilometers, door over twee stuwdammen en langs stuwmeer Aviemore te rijden. Met name de tweede stuwdam zag er imponerend en jaloersmakend uit. Toch handig, als je zo ‘makkelijk’ aan je elektriciteit kan komen!
Omarama is hét centrum van de zweefvliegsport van Nieuw Zeeland en er zou een camping zijn, dus eerst gingen we daar maar eens kijken, of dat een leuke slaapplek voor ons was. Er bleek zo door de week weinig te beleven te zijn. Zo kwamen we op een ‘Top 10 holiday park’ terecht, mét speeltuintje en weer kleine steekvliegjes. Tja, we zitten weer westelijker. Dat moeten we dan blijkbaar maar op de koop toenemen. We zijn weer lekker schoon en kunnen hier letterlijk weer even ‘opladen’. Morgen gaan we écht richting de bergen, Mount Cook. Hopelijk kunnen we daar morgen al een mooie wandeling maken, als de conditie en gezondheid van Ron dat toelaten, waar het nu wel naar uitziet. Stiekem denken we ook nog aan een helikopter- of vliegtuigvluchtje over de bergen. Nu het hier zo helder was vanmiddag lijkt dat toch wel heel erg mooi. De prijzen lijken hier ook mee te vallen, vergeleken met de echte Westkust. Wie weet…
Drijvende ijsschotsen Aan bergervaringen hebben we geen gebrek gehad vandaag, en we hoefden er niet eens zoveel voor te doen. De rit naar en de aanwezigheid in Mount Cook Village leverde al prachtige vergezichten op. De camper bracht ons nog verder, naar het eind van de onverharde Tasman Valley Road, van waar we een korte wandeling konden maken naar het Tasman Glacier Viewpoint, en een ‘blauw’(in werkelijkheid groen) meer. We staan nu op een camping met uitzicht op een ‘begletsjerde’ berg (Mount Sefton met Huddleston Glacier), met vele wandelmogelijkheden. Ik kon het niet laten, na het avondeten nog even een wandelingetje te maken naar Kea Point, een mooi uitzichtpunt. Van een helikoptervlucht kwam het niet meer. We hadden prachtig weer, met in de middag wat wolken. Voor morgen wordt bewolking en later wat regen voorspeld.
We werden vanmorgen wakker in Omarama, met zon en zonder wind. Die combinatie was erg prettig, en gaf me een echt vakantiegevoel. Heerlijk. De meiden hebben zich suf gespeeld in de campingspeeltuin, en dat was maar goed ook, want ze moesten het de rest van de dag zonder doen. De rit naar Mount Cook Village was erg mooi, langs het grote grijsblauwe Lake Pukaki. We bezochten het Sir Edmund Hillary Alpine Centre; een museum rond de beroemde ‘Sir Ed’, die als eerste in 1953 de Mount Everest bedwong. Toevallig begon er net een 3D-film over Mount Cook, die zeer de moeite waard was. We scheerden over besneeuwde bergtoppen. Erg mooi. De meiden hielden hun 3D-bril goed op en waren zo goed als stil. Viel helemaal niet tegen!
Daarna bezochten we nog het DOC Visitor Centre, dat ook zeer de moeite waard was (met veel informatie over de wandelingen, bergen, gletsjers en een leuke winkel). Daar hoorden we, dat we wel degelijk met onze camper naar het eind van Tasman Valley Road konden rijden (ik dacht, dat dat voor onze gehuurde camper verboden was, maar dat bleek de vervolg-4WD-weg te betreffen). Dat was een leuke meevaller! Zo hobbelden wij even later over die stoffige weg, wat de meiden als een blok in slaap deed vallen. We hebben ze voor de wandeling toch maar wakker gemaakt, anders had het wel eens heel laat kunnen worden. Toen ze in de rugdragers bleken te mogen, was hun leed snel geleden en zat de stemming er al snel weer goed in. De vrij korte maar wel even steile wandeling bracht ons bij een prachtig punt, met onder ons een gletsjermeer met drijvende ijsschotsen. Daar kwamen we opnieuw Bregje en haar vriend tegen (de vierde keer eigenlijk al, want gisteren hadden we elkaar ook al van een afstand gespot bij de Moeraki Boulders). Zó klein is dit land nou toch ook weer niet! Opnieuw even bijgekletst. Ik heb wel het gevoel, dat het nu toch echt voor het laatst was, in Nieuw Zeeland althans. Een groot deel van de afdaling hebben de meiden zelf gelopen, en flink gejúmpt van de houten traptreden van het pad (afgekeken van de Dora-dvd’s, die momenteel het populairst zijn). Vera vertelde ook meerdere keren ongevraagd, dat ze het er ‘erg mooi’ vond, waarbij ze alles opnoemde wat ze mooi vond: gras, steentjes en de berg. We zijn ook nog naar een meertje gelopen, waar de meiden zich lange tijd vermaakt hebben met het gooien en laten plonsen van stenen. Wij zaten bijna te wachten dat het een keer fout zou gaan (óf een meisje voorover in het water, óf een steen die op een hoofd belandde), maar dat gebeurde toch niet. Hier op de camping wilden de meiden ervan overtuigd worden dat er écht geen speeltuin was, welke taak Ron op zich nam. Er bleek wel een andere attractie te zijn: er was zeker een uur een helikopter bezig om materialen te vervoeren van een plek vlak naast de camping naar een plek verder de bergen in. Dat gaf een boel herrie en afleiding tijdens het eten (en veel commentaar van onze meiden: ‘Wéér een helikopter!’; ze waren er niet van te overtuigen dat het steeds dezelfde was).
Ná het eten en de afwas (die Lena en Vera bijna helemaal hebben gedaan, wat uiteraard wel de nodige tijd kostte) ben ik nog naar Kea Point gelopen, vanaf de camping nog geen half uur. Wat een luxe, zo’n fantastische bergwandeling voor zonsondergang! Helemaal geweldig. Morgen gaan we mogelijk nog een wandeling maken, als het weer dat toelaat. Zo niet, dan gaan we dit prachtige gebied weer verlaten. Australië komt dichterbij! De twaalfde vliegen we al naar Sydney. Dat schiet nu toch echt op.
Hooker vallei Waarschijnlijk is dit onze laatste overnachting in het ‘wild’. Morgen zijn we in regio Christchurch waar we op een camping zullen gaan staan, en in Australië mag het niet (alhoewel daar de bushcamps waarschijnlijk ‘wilder’ zijn dan onze ‘wilde plekken’ hier!). Vandaag onze laatste ‘bergdag’ gehad. We overwogen nog, om nu nog naar Arthur’s Pass National Park (met veel bergen!) te rijden, maar zien daar toch van af, omdat dat weer heel veel extra kilometers betekent.
Vanmorgen was het inderdaad bewolkt, maar prima wandelweer. We zijn de Hooker vallei in gelopen vanaf de camping, via twee swing bridges (hangbruggen) over een kolkende beige rivier, naar een punt van waar we Mount Cook konden zien liggen. We zijn niet helemaal naar het gletsjermeer gelopen, want dat zou nog veel meer tijd gekost hebben. We hebben nu zo’n twee en een half uur gelopen (dezelfde weg terug als heen). Vooral Vera heeft nog flink zelf gewandeld en ook Lena heeft op de terugweg nog prima gelopen (in een flink tempo). Dat valt ons mee, dat de meiden toch best willen lopen, ook als we de rugdragers bij ons hebben. Opvallend is wel, dat ze vooral ‘getriggerd’ worden door ‘moeilijke’ en interessante paden: een klim/ trap/ brug/ rotsen…
Op weg naar hier kwamen we nog langs Lake Tekapo, dat ondanks het moment midden op de dag, opvallend ‘spiegelend’ was, wat er erg mooi uit zag. Ik moet toegeven, dat ik daarna een deel van de reis ‘gemist’ heb. De wandeling (en het late tijdstip waarop ik ging slapen) hadden me blijkbaar rozig gemaakt… In Fairlie lukte het om langs een speeltuin te rijden zonder dat de meiden het merkten. In Geraldine kregen ze hun speeltuin alsnog. Ik kon daar mooi even boodschappen doen en we hebben naast de speeltuin weer gekookt en gegeten. Op zoek naar een slaapplekje kwamen we al vrij snel hier terecht. Bij een beginpunt van mountainbikeroutes, bij een (opgedroogde) rivierbedding en bos, aan een onverharde weg. Het was nog licht genoeg, om nog even een uurtje te fietsen met de meiden weer achterop. Het werd ook wel weer eens tijd, dat we de fietsen gebruikten (en wat afstoften! Tjonge, wat hebben die fietsen te lijden achterop zo’n camper, zeker als je over onverharde wegen rijdt!). Het bleek een vrij vlak pad te zijn aan weerszijden van de rivierbedding, met twee ‘river crossings’ (oversteken van vlakte met grijze kiezels). Het deed nogal Hollands aan: vlak, gras, zelfs een wei met zwart-witte koeien kwam langs!
Morgen dus naar Christchurch. Eerst nog naar het schiereiland (Banks Peninsula) ten Oosten ervan, met het Franse plaatsje Akaroa. We hopen morgen een camping te vinden, van waar we met de fiets Christchurch in kunnen. Dat zou leuk en handig zijn.
Let us rebuild our city Waarschijnlijk gaat dit geen al te lang stukje worden. Als het aantal foto’s iets zegt over (de kwaliteit van) de activiteiten van de dag, dan was dit geen beste dag. Ik heb denk ik acht foto’s gemaakt, terwijl het gemiddelde van de afgelopen tien dagen zo’n 135 foto’s per dag was! De dag begon met regen en dat bleef de dag bepalen. We lieten de scenic route door het binnenland dit keer links liggen en reden over de grote weg nr. 1 naar Christchurch. Gezien het weer leek het niet zo logisch om vandaag Banks Peninsula/ Akaroa te bezoeken. Het lag meer voor de hand, om een museum in Christchurch aan te doen. Toen we Christchurch binnenreden kwamen we langs een trampolinefabriek die mooi ontworpen trampolines maakt zonder springveren en met vangnet. We hadden onlangs op een camping kennisgemaakt met een dergelijk exemplaar. We zijn daar gestopt en hebben geïnformeerd naar de prijs (te duur), en de meiden hebben alle modellen toch maar even uitgeprobeerd. De grootste sprong uiteraard het fijnst. Voor díe in onze achtertuin gaat passen moeten we eerst heel wat groter gaan wonen! Ik was benieuwd wat we zouden merken van de aardbeving die bijna een jaar geleden een groot deel van het centrum van Christchurch platlegde. Onze Lonely Planet is van 2010, dus van vóór die tijd. De eerste aanwijzing was een kerk, die van beide zijden gestut werd. Dichter bij het centrum konden we letterlijk niet meer om de aanwijzingen heen.
We kwamen zo waar in een heuse file vast te staan, die te maken bleek te hebben met een wegafzetting en omleiding. We stonden verkeerd voorgesorteerd, waardoor het een flinke tijd duurde voor we het oude stationsgebouw bereikten, waar volgens onze Lonely Planet het museum van onze keus zich zou bevinden. Het gebouw stond er nog wel, maar bevatte duidelijk geen museum meer. We hebben onze camper daar op de enorme (en lege) parkeerplaats laten staan, en zijn met de fiets het centrum in gereden. Dat bleek een goed besluit, want onze kaart klopte ook niet meer. Er waren veel meer wegafzettingen, en het centrale deel van het centrum was in zijn geheel afgesloten. We kwamen langs vele kale plekken en veel leegstaande winkelpanden, en zagen borden met de tekst ‘Let us rebuild our city’. Op een gegeven moment zagen we tramrails, die over de breedte versperd waren door een afscheiding, waar achter zich een lege straat met aan het eind een hijskraan bevond. Er kwamen geluiden vandaan van vallend puin. Even verderop waren winkels gemaakt in zeecontainers in vrolijke kleurtjes, om toch weer wat winkels in het centrum te krijgen, blijkbaar. Zelfs in de speeltuin in de botanische tuinen waren delen afgezet met oranje schermen. Het was me niet helemaal duidelijk waarom, maar het leek op de één of andere manier toch met één van de aardbevingen te maken te hebben. De kaart die we kregen bij de lokale ‘VVV’ (I-Site, die zich in een noodgebouw op een tijdelijke locatie bevond), liet een groot rood vlak zien op de plek waar zich eerder het hart van het centrum bevond. Ik vond het tamelijk indrukwekkend allemaal. Ik vond het bijna eng om naar de eerste verdieping van het Canterbury museum te lopen, nadat ik daar in de museumwinkel een boek had doorgebladerd met foto’s van kort na de aardbeving. Ik had zelfs even het gevoel, dat de grond onder me even bewoog. Onzin natuurlijk, maar toch ook weer niet onmogelijk; deze stad ligt nu eenmaal op een breuklijn. We staan nu op een camping net buiten het centrum, en weten nog niet wat we morgen zullen doen. We zijn inmiddels wel ‘toe’ aan Australië, zeker nu het hier weer nat en tamelijk fris is. Als we morgen (in plaats van zondag) zouden vliegen, zou dat ook prima zijn… We laten het maar van het weer afhangen, en maken er een mooie laatste dag in Nieuw Zeeland van. |




































Welkom op verrereizenmetkinderen.nl