| Irene, Ron, Lena en Vera: Lake Gunn-Invercargill, Nieuw Zeeland |
|
Milford Sound We hebben een heel mooie dag gehad vandaag. We hebben de 120 kilometer lange route naar Milford Sound gereden, en zijn onderweg een paar keer uitgestapt om dingen te zien/ doen. Op de Milford Sound (groot fjord) hebben we twee uur op een relatief klein cruiseschip gevaren. Erg mooi en leuk. Lena gedroeg zich voorbeeldig en we hadden goed weer. Kortom: een goede dag. Wat uitgebreider: We zijn rond elf uur vertrokken richting Milford Sound, de grote meute achterna, die al veel vroeger vertrokken was. De route was inderdaad erg mooi, aanvankelijk nog vrij vlak, door een dal met groene bergen, later steeds bergachtiger, met kale rotsen en besneeuwde bergtoppen. We stopten een keer bij de Mirror Lakes; een wandelingetje over een vlonder met uitzicht op de bergen waar een meertje voor lag. De meiden vonden het leuk, daar zelf over die vlonder te lopen/ rennen en door hun verrekijkers te turen. Ze hebben ervaren wat het ‘polaroid-effect’ is, doordat ze ineens een boom in het water konden zien liggen toen ze mijn bril op kregen. Vlak voor de ingang van de Homer Tunnel die ons door een berg zou voeren was er links van de weg een smeltende sneeuwkap, waar we gestopt zijn. De meiden vonden het erg leuk, om daar stenen in het smeltwater-riviertje te gooien. Ron heeft geprobeerd of er thermiek was maar dat viel tegen. Toen zijn vliegtuigje een paar keer op de stenen gevallen was, hield hij er maar mee op. Na de tunnel (erg donker! en smal en met veel hoogteverschil… we hadden medelijden met de fietsers met bepakking, die we ook hebben gezien) volgde een mooie haarspeldweg en een wandelingetje (Chasm Walk) naar een waterval die een weg in de rotsen had gesleten en waar we over heen konden lopen. Aangekomen in Milford Sound was er nog even tijd, om iets te eten, en toen konden we al aan boord van ons cruiseschip. Het bleek een leuke boot, met meerdere plekken waar je buiten kon zijn: op de voorplecht, achter- en bovendek. Dat in tegenstelling tot de veel grotere boten die ernaast lagen, waar je hoe dan ook binnen zou moeten zitten. We hadden de laatste cruise van de dag (er zouden nog wel nachtcruises vertrekken). Het was al lekker rustig en het licht werd al minder fel. Goede keus, dus. Het bleek een erg mooie boottocht. We voeren langs vele watervallen, met vele bochten naar zee. We voeren zelfs nog een heel eind de zee op, waar we flink op en neer deinden. Bijzonder om te zien, hoe de ingang van het fjord er van de zeekant uit zag (hoe de ‘ontdekkers’ het destijds gezien moeten hebben). We hebben ons flink verplaatst op de boot, deels omdat de meiden dat wilden, deels omdat elke plek weer andere invalshoeken gaf. Op een gegeven moment stonden we op de terugweg op de voorplecht, lekker uit de wind, toen we richting een waterval gingen varen. De schipper waarschuwde door de intercom dat de ‘camera’s’ op de voorplecht nat zouden gaan worden, en dat was niet overdreven. We konden nog op tijd naar binnen vluchten, maar het werd buiten heel erg nat! Spanning en sensatie… Even later voeren we pal langs een rots met zeeleeuwen erop. We hadden mooi weer op het fjord. Op zee was het vreemd genoeg bewolkt en grijs. Al met al een heel mooie ervaring. We hebben in onze camper, met uitzicht op de Milford Sound ons avondeten bereid en opgegeten. Geen slechte plek, niet waar? Daarna weer omhoog en door de tunnel gereden, en weer afgedaald naar deze plek, op 78 kilometer van Te Anau. Morgen gaan we hier mogelijk nog een wandeling maken, waarna we verder af zullen dalen naar de Zuidpunt van het Zuidereiland. Nu we zo ver zuidelijk zitten (toevallig zag ik vandaag een bordje met ‘Latitude 45º’, 45e breedtegraad), moeten we maar even helemaal naar het puntje… Uitzichtpunt in de wolken Momenteel liggen we achter op het schema dat ik een paar dagen geleden als richtlijn voor mezelf opgeschreven had. In dit schema stond ‘Invercargill’ als doel voor vandaag. Daar zitten we nu nog zo’n 160 kilometer vandaan. Het schema zal aangepast moeten worden, óf we zullen morgen een inhaalslag moeten maken. Maar zien hoe het loopt. Vandaag niet al te veel gedaan. Op de mooie rustige DOC camping in het grasland tussen de bergen, aan een riviertje wakker geworden. Ook heel rustig. Ik vond het zelfs een goed moment om aan het boek te beginnen dat ik deze vakantie nog wil lezen: ‘Tegenvoeters, een reis door Australië’, van Bill Bryson. Tot nu toe was ik daar nog niet aan toegekomen. Mijn ‘vrije tijd’, de uurtjes nadat de meiden naar bed zijn gegaan, gaan op aan het maken van dit verslag en het opslaan en uitzoeken van de foto’s, en soms nog wat lezen ter voorbereiding/ plannen van de dag erna. Het maken van dit verslag vind ik nog altijd leuk. Het voelt (nog) niet als verplichting. Het is lekker, om even terug te kijken op de dag. Als ik dat niet zou doen, zou ik heel veel dingen vergeten en dat vind ik jammer. Daarbij kost het me relatief niet al te veel tijd. Het scheelt, dat ik vrij snel kan typen! De camper-raampjes zaten vol met de ons inmiddels bekende zwarte steekvliegen. Ik ben er uiteindelijk de camper niet eens uit geweest! Dáág, mooie camping, ik heb je enkel vanuit de camper gezien… We zijn zo’n zeven kilometer teruggereden richting Milford Sound, naar een vertrekpunt van meerdere (ook meerdaagse) wandelroutes, ‘The Divide’. Wij wilden naar Key Summit lopen, van waar we volgens de Lonely Planet ‘spectacular views’ zouden krijgen op de omringende bergen, drie dalen en een meer onder ons. De Lonely Planet had het over een wandeling van twee uur (retour), op de parkeerplaats stond drie uur aangegeven. We waagden het er maar op, met de meiden in de rugdragers. We liepen aanvankelijk door een bos, over een licht stijgend pad, langs een waterval en nog meer plekken waar het water letterlijk uit de wand viel en langs het pad liep. Op één plek was op 31/1 (er stond een bordje bij!) een boom over het pad gevallen, waar we maar lastig langs konden komen. De meiden hebben ook nog een heel stuk gelopen, vooral Lena was niet te stuiten! Op een gegeven moment heb ik zelf de knoop maar doorgehakt, dat ze weer in de rugdrager moest, want het tempo lag wel wat laag. Ongeveer twee derde van de route leek zich boven de boomgrens te bevinden. De begroeiing was duidelijk anders, en we hadden meer zicht op de bergen om ons heen, en helaas ook op de naderende wolken. Achteraf gezien hebben we kostbare tijd ‘verspild’ met een eet- en plas- (Vera) pauze, zo’n 500 meter van het eigenlijke uitzichtpunt af. Toen we daar heen liepen, zaten we letterlijk in een wolk. Ernstig frustrerend was, dat de mensen die ons daar tegemoet liepen, ons vertelden, dat er tien minuten daarvoor nog een erg mooi uitzicht was geweest, maar dat het nu helemaal dicht was getrokken! (‘That’s New Zealand’, werd er aan toegevoegd). Helaas zag het er niet naar uit, dat de wolk snel weg zou trekken. Nou, daar werk je je dan twee uur voor in het zweet… Ik had graag de beloning gekregen die ons in het vooruitzicht was gesteld, maar helaas. Erg jammer! De wandeling door het bos die wij vandaag maakten, voelde duidelijk als een ‘aanlooproute’ naar het moois, boven in de bergen, waar zich meerdere hutten bevonden. Van dat moois heb ik voor mijn gevoel vandaag nauwelijks iets gezien, en dat was wat zuur. Zo’n teleurstelling kan ik altijd maar moeilijk (snel) van me afzetten, dus daar had ik tijdens de afdaling danig last van. Ik ben er nu wel weer overheen. Het is niet anders. Terug naar Te Anau gereden. Boodschappen gedaan en opnieuw getankt (dat ding van ons zuipt diesel!; Ron schat, dat hij zo’n één op zes á zeven rijdt). Ron begon zich steeds vermoeider te voelen (hij was ’s ochtends met hoofdpijn opgestaan en nu begonnen andere klachten op te spelen; blijkbaar was de klimtocht van vandaag niet zo’n handige zet geweest) en trok zich terug in de camper. Uiteindelijk hebben we nog wel aan een picknicktafel naast de speeltuin (waar we twee dagen ervoor ook al gegeten hadden) dit keer wél lekker Chinees eten verorberd. We hebben dus zo waar buiten gegeten vanavond. De eerste keer geloof ik, sinds het begin van onze vakantie. Vreemd genoeg waren er dit keer geen zwarte vliegen te bespeuren (gelukkig!). Hopelijk blijven ze nu weg, nu we de Westkust aan het verlaten zijn. Na het eten ben ik voor de verandering maar weer eens achter het stuur gekropen (daar had Ron de puf niet meer voor). We hebben na wat speurwerk een mooi plekje gevonden aan een rivier, naast een brug. Ik geloof, dat er sinds we hier staan, één auto langs is gekomen. Lekker rustig dus. Ron slaapt al (bijna). Ga ik zo ook maar eens doen. Hopelijk doet de nachtrust hem goed en is hij morgen weer wat opgeknapt/ wordt hij niet echt ziek. Vandaag realiseerde ik mij, dat ik, als ik géén kinderen gehad zou hebben, liever meerdaagse huttentochten zou willen doen dan Nieuw Zeeland per fiets te verkennen (wat ik ‘vroeger’ nog wel eens overwogen heb). Het fietsen lijkt hier niet erg aantrekkelijk. Met vrijwel geen ‘B-weggetjes’ voorhanden en te smalle wegen waar veel te hard gereden wordt, lijkt het erg gevaarlijk. De huttentochten lijken me geweldig.
Mama-dag Tjonge, ik hoor zojuist dat het bij jullie enorm koud is, er sneeuw ligt, en er mogelijk eind van de week een Elfstedentocht gereden wordt. Niet te geloven en voor te stellen vanuit zomers Nieuw Zeeland. De vorige editie van dé tocht miste ik, doordat ik in Zuid-Afrika zat. Wij hadden vandaag tamelijk ‘saai’ weer. Bewolkt met aanvankelijk wat regen, maar zeker niet koud. Ron voelde zich in de loop van de ochtend wel weer redelijk, en durfde het wel weer aan, om achter het stuur te kruipen. Verder dan Invercargill zijn we niet gekomen. Toen was de koek weer op. Waarschijnlijk is het verstandig, dat ik morgen ga rijden. Wellicht komen we dan wat verder. Hij is niet echt ziek, maar op en af erg moe. Hij moet zich blijkbaar even in acht nemen. Het voorlopige reisschema is in zoverre al aangepast, dat we Kaikoura, 187 kilometer ten Noorden van Christchurch, bekend vanwege de mogelijkheid om walvissen te spotten, laten schieten. Dat scheelt de nodige tijd (en kilometers). Vandaag hebben we dus het traject Manapouri-Invercargill afgelegd, over de Southern Scenic Route. Het was aanvankelijk een tamelijk saaie en rechte weg (arme fietsers die we tegenkwamen; één fietser was trouwens wel heel bijzonder: die leek op een vouwfiets te fietsen met een rugzak aan zijn stuur bevestigd!). Bij Clifden stopten we even bij een historische hangbrug, die in 1898 gebouwd werd, en die nu niet meer in gebruik is maar zeker wel indruk maakte. Kort daarna kwamen we op een punt van waar de route langs de Zuidkust begon te lopen. Bij een uitzichtpunt kon Ron de stijgende wind gebruiken om te vliegen. Ik staarde in de golven, op zoek naar dolfijnen, die er soms te zien zijn. Op een gegeven moment zag ik een zwart dier, maar ik denk dat het een zeeleeuw was. De rest van de route liet veel weides met schapen en koeien, en horizontaal gewaaide bomen zien. Ten Noorden van Invercargill stopten we bij een mooi landhuis waarin nu een galerie gevestigd is. Een mooie tuin er om heen, met een vijver met heel veel eenden, én een mooie speeltuin (anders waren we er niet heengegaan, natuurlijk!): Anderson Park Art Gallery. Daar kon Ron even lekker bijtanken (slapen). Ik ben met de meiden de hort op geweest (in speeltuin en galerie, waar we niet te lang geweest zijn, want het was moeilijk, de meiden nergens aan te laten zitten). Een mooie plek! De camping waar we nu staan is wat minder mooi. Blijkt nogal een zooitje te zijn, maar het sanitair bleek verrassend goed. Niet onbelangrijk. Ineens had ik het heel erg druk vanavond, omdat Ron uitviel: én de meiden bezig houden, én de was doen, én koken en vlees bbq-en, én de meiden meenemen onder de douche. Het leek bijna een heuse ‘mama-dag’ van thuis.Vanavond konden we weer skypen met het thuisfront. Ook met Katrien en Sarah dit keer. Leuk! Maar zien, wat de dag van morgen ons brengt. Ik hoop, ongeveer tot Balclutha te kunnen komen, maar we zien wel! |















Welkom op verrereizenmetkinderen.nl