| Esther, Ben, Sven en Zoë: Bagan - Mandalay, Birma |
|
Magisch De mooie dag van gisteren ging vloeiend over in een slechte nacht voor Ben. Getrommel in de buik, misselijkheid, bijna overgeven. Gelukkig hadden we een rustig dagje ingepland met het bezoeken van enkele tempels. Ben test verplicht de lang-lig-kwaliteit van de matras. Ondertussen gaan Esther en de little ones naar de markt. Aldaar werd vrij spoedig een terugtrekkende beweging gemaakt omdat onze kleine blonde meid wel heel veel werd geknepen, opgetild en gezoend. Net als alcohol, leuk, maar met mate. De markt hier is overigens een geïmproviseerd indoorgebeuren met hier en daar golfplaten en tentdoeken, geen asfalt en veel diversiteit aan verkoopwaar.
Birma is arm (edoch duur voor toeristen). Tot nu toe lijkt het veel op een kruising tussen Indonesië en Cambodja. Veel mannen in rokken, rode pruimtabak kauwend. Vrouwen zijn absoluut gelijkwaardig hier en hebben bijna allemaal een soort modder op hun gezicht, ter decoratie en waarschijnlijk ook om niet te bruin te worden. Heel veel oude auto's hier, grappig genoeg met het stuur allemaal rechts. Dat zou niet erg zijn als je als oude Engelse kolonie links zou rijden, maar dat doen ze dus niet. En tuurlijk zoals overal in Azië de brommer, hét vervoermiddel. Overal zijn ze, met licht, zonder licht, hard, zacht, hele gezinnen erop of enkel oude dametjes, alles kan op de brommer. Weer terug bij het hotel hebben de kinderen laten zien dat ze zich prima kunnen vermaken met een paar klerenhangers en wat bakstenen. In de namiddag hijst Ben zich op de tweewieler om gedachteloos naar de tempel te fietsen. Daar kan de sunset in volle teugen met alle zintuigen worden opgezogen. Als we aankomen hangt de zon nog wat te hangen tussen het blauw dus de kids moeten even vermaakt worden. Uiteindelijk is het het allemaal waard, wat een plek is dit, zó veel tempels in alle windrichtingen. Magisch! Echt mooi.
Genoeg tempels voor nu. Terugfietsen, eten, tas pakken, douchen, slapen. Morgen wederom de zwaartekracht tarten richting Mandalay in een aluminium kist met propellers.
Langurs, Sorews, Binturongs en Sambar deer Samsung verstoort gecoördineerd de slaap om kwart over zes. Getaxiriseerd vervoer naar de luchthaven. Beetje stijgen, beetje dalen en letterlijk na 1500 seconden vliegen raakt het landingsgestel alweer de betonnen platen van Mandalay 'International' Airport. Beter dan zes tot acht uur in de bus (vooral voor S en Z). Na elf kilometer een taxi gedeeld te hebben mit ein Berliner komen we in ons hotel aan. We zetten de slaaptentjes op en gaan op naar de dierentuin. We hadden heel veel slechts gehoord over Mandalay maar de eerste indruk is dat het een grote stad is zoals zoveel grote steden hier in Azië. Veel verkeer, veel mensen, variëteit aan geuren. Het valt ons op dat er zowel in de steden als daarbuiten veel bedrijvigheid is. Mensen zijn altijd met iets bezig, in winkeltjes, spulletjes van A naar B, etc, etc. Dit in tegenstelling tot Zuid Amerika en al helemaal Afrika waar veel mensen wachten op morgen. In de dierentuin leren we veel nieuwe dieren kennen zoals Langurs, Sorews, Binturongs en Sambar deer. Deze laatste worden door ónze twee samba-beertjes gevoerd. Wel grappig of eigenaardig dat je bijna alle dieren zelf kan voeren hier. Nog even een glijbaantje en een bootje meepakken en we vervolgen onze weg weer terug in een blue taxi (soort kruising tussen een vrachtwagen en een tuktuk, iniminitruckje dus). We eten bij V-café om de hoek. Daar hebben ze westers eten. Voor het eerst eten we frietjes in Azië. Aziaten zijn zeer kindvriendelijk, maar de obers in dit restaurant overdrijven het bijna. Wij hebben bijna een half uur even geen kinderen. De obers laten ze vissen zien, spelen tikkertje en vermaken ze op allerlei andere manieren. Wat een topplek (eten is niet duur, ook niet spectaculair culinair maar dat nemen we deze keer graag voor lief). Een toertje Vandaag de luie toerist: een toertje. Nooit echt ons ding geweest, zal het ook nooit worden. Maar alternatieven waren er niet in grote getalen. Dus wij huren een chauffeur en we krijgen er gratis een overdekte pick-up bij. Hij brengt ons naar een klooster waar honderden mannen met ontblote schouder in bordeaux rode kledij zitten te brunchen. Direct daarna gaan de monniken weer huiswaarts.
Wij gaan naar een eilandje waar we een paardenkar nemen (Na enig afdingen, hetgeen nauwelijks mogelijk is in dit land. Blanke huid is 100 tot 500% instant-prijsstijging waar tot absurdistisch niveau niet van afgeweken wordt, soms erg irritant). We zien wat kloosters, en de pick-up stuurt ons verder richting een heuvel die vol staat met tempels. Ze hebben ze niet fotogeniek opgesteld, maar 't is wel geinig. We komen nog langs een zijdefabriek waar (voornamelijk) vrouwen handmatig(!) alle motiefjes in lange rollen zijdestof weven. De kids mogen bij ze op het bankje zitten en helpen. Friends for life, we hadden ze daar zo twee uur achter kunnen laten, fantastisch vonden ze het. Twee ‘glundertjes’ verlaten het pand.
Op naar de zonsondergang bij 's werelds langste teakbrug. We huren een bootje (wéér veel gehassle over prijs en of de bambini's meetellen als volwaardig persoon). We laten de Sony overuren draaien en keren met een dubbel gevoel huiswaarts. Mooie dingen gezien, het format waarin past ons toch echt niet.
We eten op straat en laten de kids direct daarna snel slapen, dat lukt -niet geheel verassend- zeer goed. Wij moeten echter nog een aantal zaken regelen. Omdat hier in Birma de hotels en vluchten snel vol zitten, moet veel van te voren gereserveerd worden. In de muisstille lobby in het hotel zien we andere toeristen met voorovergebogen hoofd staren naar een virtuele wereld van enen en nullen die tot leven komt op hun smartphone, tablet of notebook. Er is veel veranderd sinds onze eerste wereldreis inmiddels een eeuw geleden, toen praatten mensen nog met elkaar...
|

























Welkom op verrereizenmetkinderen.nl